Het Hof van Beroep van Brussel (Frans: Cour d'appel de Bruxelles) is een van de vijf hoven van beroep in België. Het maakt deel uit van de piramidale rechterlijke organisatie en bestaat uit Nederlandstalige en Franstalige kamers. Territoriaal is het hof bevoegd voor het gerechtelijk gebied Brussel, wat overeenkomt met Vlaams-Brabant, Waals-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De zetel van het hof is in het Justitiepaleis van Brussel.
Bevoegdheden Materieel heeft Brussel dezelfde civiele en penale bevoegdheden als de andere hoven van beroep. Het hof neemt kennis van de beroepen tegen de vonnissen van acht rechtbanken: de Nederlandstalige rechtbank van eerste aanleg en de Nederlandstalige ondernemingsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel de Franstalige rechtbank van eerste aanleg en de Franstalige ondernemingsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Brussel de rechtbank van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Leuven de rechtbank van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbank van het gerechtelijk arrondissement Waals-Brabant
Bijzonder is dat een gespecialiseerde sectie binnen het hof belast is met het economisch bestuursrecht. Deze zaken werden eerst toegewezen aan de 18e kamer, die dan vervelde tot 'Marktenhof',Artikel 101 van het Gerechtelijk Wetboek, gewijzigd bij wet van 25 december 2016. maar het blijft een sectie zonder zelfstandige werkingsmiddelen. Ze doet uitspraak zoals in kortgeding over de beroepen tegen beslissingen van de economische toezichthouders in België (FSMA, Belgische Mededingingsautoriteit, enz.). Voorheen zat dit contentieux bij de Raad van State, maar de behandeling werd ervaren als te weinig efficiënt.
Organisatie Het bijzonder reglement van het Hof van Beroep van Brussel voorziet in vier secties:Bijzonder reglement van het hof van beroep te Brussel (2023) burgerlijke sectie (18 kamers) penale sectie (12 correctionele kamers) sectie familie en jeugd (8 kamers) sectie Marktenhof (1 kamer) bureau voor rechtsbijstand
Er zijn kamers met drie magistraten en kamers met een alleenzetelende magistraat.
Achterstand Zaken die voor het Hof van Beroep van Brussel worden gebracht, kennen een uitzonderlijk lange doorlooptijd.Zaak is klaar, maar kan pas in 2040 (!) behandeld worden: hoe achterstand bij hof van beroep Brussel steeds grotere proporties aanneemt, VRT NWS, 12 december 2023 Eerste voorzitter Massart sprak in 2021 van een "kolossale", "endemische" achterstand en vroeg een audit door de Hoge Raad voor de Justitie.Audit van het hof van beroep Brussel - Verslag van 30 juni 2022, p. 4 Onder de oorzaken wordt gewezen op het personeelskader dat maar niet volledig wordt ingevuld, maar ook op een lagere productiviteit dan andere hoven van beroep. Als verklaring voor dat laatste wordt de grotere complexiteit van de zaken ingeroepen (‘megaprocessen’ op penaal vlak en exclusieve bevoegdheden in civiele materies). De werkomstandigheden in aftandse lokalen worden gelaakt en er is een grote uitval om medische redenen (vooral bij de griffie).
Geschiedenis Als voorloper van het Hof van Beroep van Brussel kan de Raad van Brabant worden beschouwd, die vanaf 1463 vast in Brussel was gevestigd.
Keizer Jozef II probeerde een gerechtelijke hervorming door te voeren, als onderdeel waarvan alle gewestelijke justitieraden van de Oostenrijkse Nederlanden zouden worden vervangen door twee beroepshoven (conseils d'appel) in Brussel en Luxemburg, maar de Omwenteling van 1787 vertraagde dit plan en de Brabantse Omwenteling kelderde het definitief.John Gilissen, Historische inleiding tot het recht, 1989, p. 133-134
Het waren de Fransen die in 1795 dan toch de Raad van Brabant afschaften in het kader van een complete hertekening van het justitieapparaat. De hervormingen volgden elkaar snel op. Aanvankelijk werd de departementale organisatie van de Franse grondwet van 1795 ingevoerd, waarbij Brussel als hoofdstad van het Dijledepartement de beroepsrechtbanken kreeg: het Tribunal civil en het Tribunal criminel. De gerechtelijke reorganisatie van 1800 maakte Brussel tot een van de 29 Franse steden met een Tribunal d'appel (bevoegd voor de departementen van de Dijle, Leie, Schelde, Twee Neten en Jemmapes).Prosper Poullet, Institutions françaises de 1795 à 1814. Essai sur l'origine des institutions belges contemporaines, 1907, p. 663 De benaming evolueerde tot Cour d'appel en vervolgens Cour impériale. Het strafgerechtshof werd in 1800 omgevormd tot Cour de justice criminelle, vanaf 1810 genaamd Cour d'assises. Het personeel van al deze rechtbanken werd compleet vernieuwd.Jacques Logie, Les Magistrats des cours et des tribunaux en Belgique, 1794-1814. Essai d'approche politique et sociale, Genève, Droz, 1998 De voertaal was volledig Frans.Prosper Poullet, Institutions françaises de 1795 à 1814. Essai sur l'origine des institutions belges contemporaines, 1907, p. 94
De napoleontische situatie bleef in essentie overeind tijdens het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden: het Brusselse hof van beroep bleef verantwoordelijk voor vijf departementen, voortaan provincies genaamd. Na de Belgische onafhankelijkheid volgde een zuivering van de magistratuur en in 1832 een hertekening van de rechtsgebieden: door de oprichting van het Hof van Beroep van Gent moest Brussel de provincies West- en Oost-Vlaanderen afstaan.Loi du 4 août 1832 organique de l'ordre judiciaire
In 1820 verhuisde het hof naar het nieuwe gerechtsgebouw aan de Place du Palais en in 1883 naar het Justitiepaleis.
Met ingang van 1975 verloor het Hof van Beroep van Brussel opnieuw grote delen van zijn rechtsgebied: de provincie Antwerpen kwam toe aan het nieuwe Hof van Beroep van Antwerpen en de provincie Henegouwen aan het nieuwe Hof van Beroep van Bergen. Zodoende kromp het Brusselse ressort tot de provincie Brabant en werd in zekere zin teruggekeerd naar de situatie van 1795.
Voorzitterschap Het hof van beroep wordt geleid door de eerste voorzitter. De volgende personen hebben dit ambt bekleed:
... 1842-1867: F.J.G. de Page 1867-1872: François Thielemans 1872-1877: A.H. Gérard 1877-1881: Emmanuel de Prelle de la Nieppe 1881-1889: F.A. Jamar 1889-1894: Emile Eeckman 1895-…: M. Motte … 1919: Henry Lévi-Morelle 1920-1922: Ferdinand Ernst 1923-1927: Léon Eeckman 1927-1933: Édouard Joly 1933-1934: Henri Simons 1934-1938: Georges de le Court 1938-1940: Oscar de Lichtervelde 1940-1945: vacant 1945-1945: Léopold de Vos 1946-1950: Georges Chevalier 1950-1954: Rodolphe Heyse 1954-1959: Paul Marcoux 1959-1959: Paul Derminne 1959-1964: Jules Serny 1964-1965: Louis Mineur 1965-1967: Charles Winckelmans 1967-1973: Albert Saliez 1973-1977: Achilles Marechal 1977-1978: Marcel Liard 1978-1982: Jacques van der Haeghen 1982-1988: Marc de Smedt 1988-1990: Luciaan Slachmuylder 1990-1990: Jaak Verdood 1991-1992: José Anne de Molina 1992-1996: Pierre van de Walle 1997-2002: Jacqueline Closset 2002-2007: Marc de le Court 2007-2009: Guy Delvoie 2010-2014: Antoon Boyen 2014-2018: Laurence Massart 2018-2019: Luc Maes 2019-2024: Laurence Massart
Literatuur Philippe Van Hille, Het hof van beroep te Brussel en de rechtbanken van Oost- en West-Vlaanderen onder het Frans bewind (1800-1814), Handzame, 1970 Philippe Van Hille, Het hof van beroep te Brussel en de rechtbanken van eerste aanleg in Oost- en West-Vlaanderen onder het Nederlands bewind en sinds de omwenteling van 1800 tot oktober 1832, Tielt, 1981
Externe link Officiële website
Voetnoten
Categorie:Rechterlijke macht in België Categorie:Organisatie in Brussel