Arnold Adriaan Buyskes (Enkhuizen, 21 januari 1771 – Loosduinen, 23 januari 1838) was een Nederlandse marineofficier. Van 1807 tot 1809 was hij luitenant-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië in het bestuur van Herman Willem Daendels. Van 1816 tot 1818 was hij een van de drie commissarissen-generaal die het bestuur van Nederlands-Indië overnamen van het Britse tussenbestuur.
Biografie Arnold Buyskes werd geboren in de oude regentenfamilie Buyskes van Enkhuizen. Zijn vader Pieter Gerritsz. Buyskes was schepen in Enkhuizen en twee keer burgemeester, in 1775 en in 1779, toen hij stierf in het ambt.Steden hadden destijds vier burgemeesters, die jaarlijks gekozen werden vanuit de schepenen. Arnold was genoemd naar zijn moeder, Arnoldina Adriana Jordens. Terwijl zijn oudere broer Gerrit een bestuurlijke loopbaan koos, meldde Arnold zich in oktober 1783 op 12-jarige leeftijd bij de Admiraliteit van Amsterdam. Hij voer in december uit als adelborst onder de leiding van zijn oom, de kapitein van het fregat Medea Jan Olphert Vaillant.Jan Olphert Vaillant (1754-1800) was een broer van de tweede vrouw van Buyskes’ vader, Johanna Cornelia Vaillant. Hij voer vele jaren in eskaders op de Middellandse Zee. Na een vierjarige tocht naar Oost-Indië om daar de staat van verdediging in kaart te brengen (de Militaire Commissie) werd hij bevelhebber van een scheepsdivisie op de Zuiderzee. Toen in 1795 de Fransen Nederland binnenvielen zette hij Willem V met een Scheveningse vissersboot over naar Engeland. Hij trad daarna in dienst van de Russische marine, en had het bevel over de vloot op de Zwarte Zee. Hij stierf in oktober 1800 in Riga. Zijn eerste reis was met het eskader van viceadmiraal Hendrik Reynst dat koopvaarders konvooieerde naar en op de Middellandse Zee.Het eskader van Reynst bestond naast de Medea uit de Vrijheid (met Reynst en kapitein Anthony Hendrik Christiaan Staring), de Admiraal de Ruyter (kapitein Willem van Braam), de Noordholland (Daniël Jan Rijneveld, de Prins Willem (Cornelis van Gennep) en de Drenthe (Balthazar Constantijn Smissaert). Het eskader raakte tussen Málaga en Toulon in een extreme storm verzeild waarbij de schepen zware schade opliepen. De Drenthe kapseisde en verging met alle 450 man. De jonge Buyskes zag het gebeuren vanaf de Medea. Dat schip doorstond het natuurgeweld nog het beste. Daarna maakte de Medea deel uit van het eskader van Jan Hendrik van Kinsbergen, eveneens op de Middellandse Zee. Buyskes hield op de reis het scheepsjournaal bij. miniatuur|De Zephyr en de Havik en de schepen van Sebastiaan Nederburgh en Simon Frijkenius Amazoon, Scipio en Comeet bij Kaap de Goede Hoop, begin 1793. In mei 1786 teruggekomen in Nederland kreeg hij tot maart 1787 onderwijs in de scheepsbouwkunde op de marinewerf in Amsterdam. In januari 1788 werd hij luitenant-ter-zee en kreeg les in de vestingbouwkunde in Nijmegen. Het jaar daarop ging hij met de kapiteins Vaillant en Christiaan Antonij Ver HuellChristiaan Antonij Ver Huell (1760-1832) was een oudere broer van Carel Hendrik Ver Huell. Hij vocht als luitenant-ter-zee in de Slag bij de Doggersbank en werd op zijn 23e kapitein-ter-zee. Na zijn tocht met Vaillant naar Oost-Indië werd hij adjudant van luitenant-admiraal Jan Hendrik van Kinsbergen. Na de Bataafse Revolutie had hij voor een bestuurlijke loopbaan. mee op de tocht van de Militaire Commissie naar Oost-Indië. Met de fregatten Zephir en Havik moest in opdracht van stadhouder prins Willem V de staat van verdediging te land en ter zee van de VOC-handelsposten en nederzettingen worden bepaald. Buyskes op de Havik bracht havens en baaien nauwkeurig in kaart. Het werd een zware tocht van meer dan vier jaar, waarop een derde van de bemanning stierf aan ziektes als scheurbuik en malaria. Op de terugweg begeleidden de schepen de retourvloot van twaalf Oostindiëvaarders van de VOC en brachten die in juni 1793 veilig terug in Nederland. Ver Huell moest op het laatst vanwege een zware storm de masten van de Havik laten kappen, waarna het door de Zephir en vijf loodsboten naar de haven werd gesleept.
Tot luitenant-ter-zee 1e klasse bevorderd diende Buyskes daarna twee jaar bij het korps zee-artilleristen in de Zuiderzeehaven Elburg. Hier was het detachement van het Noorderkwartier gevestigd. Het korps zee-artilleristen was nieuw. Opgericht eind 1792. Om niet afhankelijk te zijn van de admiraliteiten viel het direct onder Willem V, die ook admiraal-generaal van de marine was. Buyskes had zijn oom Vaillant gevraagd om bij Van Kinsbergen, die inmiddels luitenant-admiraal was, zijn plaatsing gedaan te krijgen, maar toen bleek dat het detachement niet van de grond kwam moest Vaillant nogmaals zijn invloed aanwenden om hem weer terug te krijgen op de vloot. Op 9 februari 1794 trouwde hij in Enkhuizen met Eva Clasina van Romond, dochter van Jan van Romond, die meerdere malen burgemeester van Enkhuizen was. Hun zoon Pieter Buyskes werd in oktober van dat jaar geboren in Den Helder en zou een bekende jurist en bestuurder worden.
De Tweede Coalitieoorlog miniatuur|Pagina uit Buyskes' journaal op de Medea. Maart 1786 voor de kust van Málaga. Na het uitroepen van de Bataafse Republiek in 1795 werden de vijf admiraliteiten samengevoegd tot het Comité tot de Zaken van de Marine. Alle zeeofficieren werden ontslagen, met de mogelijkheid om opnieuw te solliciteren in dienst van de Bataafse Republiek. Dit was deels bedoeld om de organisatie opnieuw in te richten, maar ook om een schifting te maken tussen patriotten en orangisten. Buyskes nam opnieuw dienst. Aan het Comité werd ook het Loodswezen toegevoegd, dat een verbeteringsslag onderging. In het kader daarvan kreeg Buyskes in 1796 opdracht nieuwe havenkaarten te maken en een plan in te dienen voor verbetering van de havens, wat hij de twee daaropvolgende jaren naar tevredenheid deed. Hij werd toen bevorderd tot kapitein-luitenant-ter-zee, een nieuw ingestelde rang, en kreeg het bevel over een divisie kanonneerboten voor de verdediging van de Zeeuwse wateren. In 1799 kreeg hij het bevel over een Bataafs eskader op de Zuiderzee dat Amsterdam moest beschermen tegen een aanval van de Britse vloot in de Tweede Coalitieoorlog. Hiermee probeerde prins Willem Frederik, de zoon van de gevluchte stadhouder Willem V, de oude Republiek te herstellen. De Bataafse Republiek was de facto een vazalstaat van het revolutionaire Frankrijk. Toen Franse kanonneerboten arriveerden moest Buyskes zijn bevel overdragen aan de Franse schout-bij-nacht Castaignier. Het Bataafse eskader dat op de rede van Texel lag liep na een muiterij door Oranjegezinde opvarenden over naar de Britten, het zogeheten Vlieter-incident. Buyskes probeerde op aandringen van luitenant-generaal Herman Willem Daendels (bevelhebber van de landtroepen) om met tot zinken gebrachte vaartuigen de doorgang tussen Den Helder en Texel te blokkeren. Een door Buyskes onmogelijk en ook zinloos geachte missie, die dan ook mislukte door sterke tegenwind. De Britse invasie kon niet voorkomen worden, maar deze Brits-Russische expeditie naar Noord-Holland zou uiteindelijk geen succes hebben vanwege het uitblijven van een opstand door orangisten. Buyskes bleef in zijn functie tot de Britten in november uit Noord-Holland vertrokken.
De overdracht van Ternate miniatuur|Een oorlogs kora-kora van Ternate. Op 27 februari 1801 werd Buyskes bevorderd tot kapitein-ter-zee en kreeg hij het bevel op het fregat Eendracht, waarmee hij tot januari 1802 op de rede van Hellevoetsluis lag. Op 27 maart 1802 maakte de Vrede van Amiens een eind aan de Tweede Coalitieoorlog. Alle door de Britten ingenomen overzeese bezittingen van de Bataafse RepubliekDe VOC was in 1795 failliet gegaan en alle bezittingen en schulden waren overgenomen door de Staat. werden teruggeven, op Ceylon na. Daarop vooruitlopend werden in januari schepen uitgezonden om het bestuur van de Britten op diverse locaties over te nemen. Buyskes voer met de Eendracht samen met twee andere fregatten naar Batavia, dat uit Britse handen was gebleven. Daar werd hem opgedragen het gezag op Ternate over te nemen. Met de Eendracht kwam hij daar aan in april 1803. Op 19 mei vond in Fort Oranje in het bijzijn van de sultan van Ternate een ceremoniële overdracht plaats door de Britse majoor Webber aan Buyskes en Petrus Goldbach, die als gouverneur achter zou blijven. Na 21 saluutschoten van de Eendracht marcheerde het nieuwe garnizoen het fort in, werd de Britse vlag gestreken, de Nederlandse gehesen, en marcheerde het Britse garnizoen naar buiten. Op de 23e verlieten de Britten Ternate. Het bestuur werd opnieuw ingeregeld. De in Fort Oranje bewaarde contracten met de inheemse hoofden bleken geheel door de 'witte mieren' vernield te zijn, maar hopende dat er elders op Ternate kopieën aanwezig waren spoorde Buyskes hen aan 'zig stiptelijk daarna te gedragen'. Bij terugkomst in Batavia bleek de Eendracht zo versleten te zijn dat het voor de sloop verkocht moest worden. Hij vertrok in februari 1804 op de brik Den Arend uit Batavia en was in september weer terug in Nederland.
De invasievloot van Napoleon miniatuur|Het Bataafse Flottielje in de haven van Vlissingen. Aan de overkant een fregat dat de zeilen droogt. In het midden kanonneerschoeners. Rechts aan deze kant de kanonneerboten. In april 1805 brak de Derde Coalitieoorlog uit. In juli werd Buyskes, nu kolonel en kapitein-ter-zee, benoemd tot adjudant-generaal (chef van de generale staf) in de vloot van Carel Hendrik Ver Huell, die van Napoleon het bevel had gekregen over het Bataafse deel van de Franse invasievloot tegen Groot-Brittannië. De Bataafse Republiek was verplicht Frankrijk bij te staan met landtroepen en schepen, en liep het risico ingelijfd te worden bij Frankrijk als zij daarbij in gebreke bleef. Napoleon rekende erg op de schepen en de zeemanskunst van de Nederlanders. Het ging om in totaal 378 vaartuigen (enkele oorlogsschepen, 54 kanonneerschoeners, 216 kanonneerboten en 108 transportschepen) geschikt voor een invasie die zich ophielden bij Vlissingen en Duinkerken. Dit 'Bataafsche Flottielje', ook wel 'Secrete Macht' genoemd, moest overgebracht worden naar de haven van Boulogne-sur-Mer, waar de hoofdmacht van het invasieleger zich verzameld had. Van hier moesten 36000 militairen en 1500 paarden overgezet worden naar Engeland.Het totale invasieleger werd door de Fransen berekend op 79000 infanteristen, 17600 cavaleristen met 15000 paarden, 4700 artilleristen, 4600 koetsiers en 7800 burgers - Andrew Roberts (2014), Napoleon the Great, Penguin Books, 9780141032016, p. 328). Bij het overbrengen van de vloot werd bij Cap Gris-Nez met 33 kanonneerschoeners en vier grote pramen succesvol strijd geleverd met veel grotere Britse oorlogsschepen. Het Bataafs Flottielje werd hierom in Frankrijk veel lof toegezwaaid, maar van een invasie van Groot-Brittannië zou het nooit komen, omdat de Franse vloot bij Trafalgar verpletterend werd verslagen door Nelson.
Het Koninkrijk Holland miniatuur|Gevechten tussen het Bataafs Flottielje en de Britse vloot bij Cap Gris-Nez. Een schilderij van Martinus Schouman naar een schets van de op de vloot aanwezige Quirijn Ver Huell.