Loge De Ster in 't Oosten is een vrijmetselaarsloge in de stad Zierikzee (Nederlandse provincie Zeeland) die is opgericht in 1800. Loge 'De Ster in 't Oosten' is een vereniging van leden van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, die - op grond van een haar door die Orde verleende constitutiebrief - zelfstandig werkt in Zierikzee. Haar naam is een verwijzing naar de zon, de ster die opgaat in het Oosten, en welke onderdeel is van de lichtsymboliek binnen de vrijmetselarij.
De loge kent vandaag de dag (anno 2024) ruim twintig leden, overwegend uit de regio Schouwen-Duiveland maar ook elders uit de provincie. De leden komen daarbij uit alle geledingen van de maatschappij. Tweewekelijks is er op maandag een logebijeenkomst, waarbij er doorgaans een Open loge is, een rituele bijeenkomst waarbij de aanwezigen formeel gekleed zijn en maçonnieke regalia als schootsvel en handschoenen dragen - of een comparitie. Bij dit laatste type bijeenkomst wordt een inleiding gegeven over een filosofisch, spiritueel of anderszins interessant onderwerp (in vrijmetselaarsjargon: er wordt een bouwstuk opgeleverd), wat daarna besproken wordt.
Liefdadigheid speelt in de loge niet meer zo'n grote rol als in het verleden, maar toch wordt er bij de meeste logebijeenkomsten rondgegaan met de bedelnap (in vrijmetselaarsjargon 'de tronk') om geld op te halen voor het goede doel.
De loge is de oudste vereniging op Schouwen-Duiveland. In het jaar 2000 bestond de loge tweehonderd jaar, dit is uitgebreid gevierd. In 2015 is ter gelegenheid van het 215-jarig bestaan een jubileumboek uitgegeven.
Kenmerken Loge 'De Ster in 't Oosten' heeft sinds de oprichting verschillende rangnummers gehad, in 1931 is bij een hertelling door het Grootoosten het rangnummer definitief vastgesteld op 29 (negenentwintig). De onderscheidingskleur van de loge is sinds 1800 rood (ponceau).
Het zegel van de loge is cirkelvormig, in de buitenste rand staat het motto van de loge, 'zonder eenig ander geleide'. Het motto is een verwijzing naar het uitgangspunt van de vrijmetselarij dat zij geen leer is en geen dogma's kent, maar streeft naar onafhankelijk denken.
In de binnenste cirkel van het zegel staan van boven naar beneden enkele maçonnieke symbolen: een koord met drie liefdesknopen, als verwijzing naar de broederschap binnen de vrijmetselarij een passer en een winkelhaak, met daartussen een kleine vlammende ster de opgaande zon - de feitelijke ster in het oosten - boven het water
Het anker ten slotte, is geen maçonniek symbool maar een verwijzing naar de rijke maritieme geschiedenis van Zierikzee.
'De Ster in het Oosten' is een vaker voorkomende naam onder vrijmetselaarsloges. Loge 'De Ster in 't Oosten' wordt met enige regelmaat verward met loge 'De ster in het Oosten', welke gevestigd is in Bilthoven. Deze loge was oorspronkelijk werkzaam in Batavia in Nederlands-Indië, maar werd na de onafhankelijkheid van Indonesië in 1961 opnieuw opgericht in Nederland. 'De Ster in het Oosten' was ook de naam van een Zuid-Afrikaanse loge (opgeheven in 1950), evenals van een loge in Nieuw-Guinea (opgeheven in 1963). De naam van de Vlissingse loge 'L'Astre de l'Oriënt' betekent eveneens 'De Ster in het Oosten', maar dan in het Frans.
Het logegebouw miniatuur|Tempel De Ster in 't Oosten Het logegebouw van loge 'De Ster in 't Oosten' bevindt zich op het adres Sint Domusstraat 66, en is een rijksmonument. Het is een zogeheten lijstgevelpand waarvan de voorgevel stamt uit de 18e eeuw. Het is in 1854 aangekocht door de loge, samen met de buurpanden Sint Domusstraat 64 en Venkelstraat 2. De panden Sint Domusstraat 66 en Venkelstraat 2 vormden bij de aankoop binnenshuis één geheel, en werden na verbouwing in gebruik genomen als logegebouw. Het gecombineerde pand heeft voordat de loge het kocht niet alleen dienst gasdaan als woonhuis, maar ook als postkantoor en bewaarschool. Na de Tweede Wereldoorlog was de loge echter genoodzaakt de panden Sint Domusstraat 64 en Venkelstraat 2 weer te verkopen, alleen het pand Sint Domusstraat 66 bleef over. Na een uitgebreide verbouwing is dit eind 1950 opnieuw in gebruik genomen als logegebouw.
Op de benedenverdieping bevindt zich een kleine hal en een vergaderruimte (in vrijmetselaarsjargon: de voorhof) annex bar (in vrijmetselaarsjargon: de Zevende Graad). Doordat het pand vrij smal is, is hier niet de in de vrijmetselarij gebruikelijke U-vormige opstelling van tafels en stoelen mogelijk; er is daarom gekozen voor een T-vormige opstelling. Aan de achterzijde van de voorhof bevindt zich een fraai rond glas-in-loodraam, wat door een lid van de loge geschonken is bij de hernieuwde ingebruikname van het pand in 1950. Via een trap aan de achterzijde is de tempel (in vrijmetselaarsjargon: de werkplaats) op de eerste verdieping bereikbaar, deze heeft als bijzonderheid dat zij voorzien is van een boogvormig plafond. Aan de voorzijde van het gebouw is een stoephek aangebracht met een passer, een winkelhaak en een drietal liefdesknopen zoals in het zegel van de loge.
Geschiedenis van de vrijmetselarij in Zierikzee Het begin De overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw ging in de Nederlanden gepaard met grote veranderingen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd ingelijfd door Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte en getransformeerd in een vazalstaat, initieel in de vorm van de Bataafse republiek en vanaf 1806 als het Koninkrijk Holland. In 1810 werd het land geannexeerd en volledig onderdeel van het Franse Keizerrijk.
De eerste activiteiten op het gebied van vrijmetselarij in Zierikzee vonden plaats in 1798, ten tijde van de Bataafse republiek. In dat jaar lag de 42e Brigade Franse Infanterie de Ligne in garnizoen te Zierikzee. Bij deze brigade hoorde de ambulante loge 'L'Union Militaire', werkende onder een Franse constitutiebrief. Het bestuur van de Grootloge der Bataafse Republiek - een voorloper van het huidige Grootoosten der Nederlanden - ontving klachten over een 'illegale' loge in Zierikzee en wees de loge op haar status. Hierop reageerde de loge met het verzoek om alsnog erkend te worden door de Grootloge. De loge vertrok uit Zierikzee en zou pas op 7 juni 1799 in Nijmegen officieel geïnstalleerd worden.
In 1800 wilden een zevental vrijmetselaars een nieuwe loge oprichten in Zierikzee. Dit waren:
Huibregt van Zouten Keetlaer, notaris, ingewijd in loge 'La Compagnie Durable' te Middelburg Paulus Ball, secretaris College van Justitie te Zierikzee, ingewijd in loge 'La Vertu' te Leiden Jan Gerard Blaauw, notaris, ingewijd in loge 'L'Enfant de la Vertu' te Veere Daniel de Wit, ingewijd in loge 'De Waare Bataven' of 'Les Vrais Bataves' in den Haag H.M. Dibbets, ingewijd in loge 'De Sully' te Saint-Malo, Frankrijk. Andries Schraver, adjunct commies bij de zeewerken, ingewijd in loge 'La Compagnie Durable' te Middelburg Hugo Bal, beurtschipper, ingewijd in loge 'De Waare Bataven' of 'Les vrais Bataves' in den Haag
In april 1800 richtten zij zich tot de Grootloge met het verzoek een nieuwe loge te mogen oprichten in Zierikzee. Het bestuur van de Grootloge, met als grootmeester mr. Isaac van Teylingen, stemde hier mee in en deed op 27 mei 1800 een constitutiebrief uitgaan. Op donderdag 12 juni 1800 werd loge 'De Ster in 't Oosten' plechtig geïnstalleerd, onder leiding van mr. Abraham van Doorn, Voorzittend Meester van loge 'L'Astre de l'Orient' te Vlissingen als vertegenwoordiger van de Grootloge. De installatie vond plaats in het pand Poststraat C111, tegenwoordig bekend als Poststraat 3.
Een bijzonder voorval vond plaats in 1805. Nadat Voorzittend Meester Paulus Ball op 26 mei van dat jaar was overleden, ontstond er onenigheid in de loge. Een zevental querulante logeleden werd hiervoor verantwoordelijk gehouden en dit leidde er toe dat op 17 september 1805 de loge werd ontbonden. Een dag later deelde Gedeputeerd Meester Jan Gerard Blaauw mee dat een aantal leden zich weer verenigd had om 'De Ster in 't Oosten' opnieuw op te richten, echter zonder de zeven eerder genoemde logeleden. Er werd een nieuw bestuur gekozen met Jan Gerard Blaauw als Voorzittend Meester. De loge heeft dus formeel een dag niet bestaan; het hoofdbestuur van de Orde is hier vermoedelijk nooit over geïnformeerd.
De negentiende eeuw miniatuur|Prins Frederik der Nederlanden als Grootmeester. 1817 (Anoniem, collectie Rijksmuseum)Na de zogeheten Franse Tijd (1794 - 1814) ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de zoon van stadhouder Willem V werd geïnstalleerd als koning Willem I. De tweede zoon van Willem I, prins Frederik, was gedurende 65 jaar (1816 - 1881) grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden..
In het begin van de negentiende eeuw wisselde 'De Ster in 't Oosten' een paar maal van locatie totdat zij in 1818 een lokaal huurde in een koffiehuis aan de Steenenbrug (tegenwoordig Havenplein). Toen de uitbater aangaf dit pand te willen verkopen ging men op zoek naar een nieuwe locatie, wat er toe leidde dat de loge op 1 maart 1854 eigenaar werd van de panden Sint Domusstraat 64, Sint Domusstraat 66 en Venkelstraat 2. Na een verbouwing werd het gecombineerde pand Sint Domusstraat 66 en Venkelstraat 2 op 1 december 1854 officieel in gebruik genomen als logegebouw. Het pand Sint Domusstraat 64 werd daarbij dienstwoning voor 'broeder servant' (vrijmetselaarsjargon voor degene die de maaltijd verzorgde na afloop van een logebijeenkomst) dan wel conciërgewoning. Door de geringe inhoud van de kas van de loge kon er echter geen inwijdingsfeest worden gegeven.
Liefdadigheid speelde in de negentiende eeuw een belangrijke rol in de vrijmetselarij, mede door het ontbreken van sociale voorzieningen. Zo werd in 1806 na de ramp met het kruitschip in Leiden door de loge een collecte gehouden voor de slachtoffers hiervan. In de tweede helft van de negentiende eeuw werden vanuit de loge 'bedeelingen' georganiseerd voor de armen van Zierikzee. Ook de betrokkenheid bij maatschappelijke kwesties was groot, bij de oprichting van een Nutsspaarbank te Zierikzee door het plaatselijke departement van de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen in 1819 waren onder de oprichters drie leden van de loge.
Eind negentiende eeuw nam het aantal leden sterk af, en regelmatig was het batig saldo van de loge negatief. In 1890 werd daarom zelfs een voorstel gedaan om het logegebouw te verkopen aan de Maatschappij tot Nut van 't Algemeen, maar de verkoop ketste af. Door onder meer een verlaging van het entreegeld nam het aantal leden daarna geleidelijk weer toe.
De twintigste eeuw In 1900 werd het honderdjarig bestaan van de loge uitgebreid gevierd en in 1936 werd het gerestaureerde logegebouw opnieuw in gebruik genomen. Dit werd echter snel overschaduwd door de gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog (1940-1945). In deze periode verbood de Duitse bezetter alle activiteiten rondom de vrijmetselarij. Op 25 augustus 1941 werden de panden van de loge inclusief inventaris gedwongen verkocht aan de Nationaal-Socialistische Beweging in Nederland (NSB), de Nederlandse collaboratiepartij. De inventaris werd vernietigd of afgevoerd, en het logegebouw werd gebruikt als kringhuis voor de kring nr. 59 'Noord-Zeeland' van de NSB.