Cornelis de Groot van Embden (Delft, 25 maart 1817 – Den Haag, 7 juni 1896) was een Nederlandse civiel en mijnbouwkundig ingenieur die een belangrijke bijdrage leverde aan de ontwikkeling van de mijnbouw in Nederlands-Indië.
Persoonlijk Cornelis werd geboren als zoon van eenvoudige ouders, Cornelis en Deliana de Groot van Embden.Akten van Geboorten. Stadsarchief Delft Hij noemde zichzelf doorgaans "Cornelis de Groot". Hij trad vier maal in het huwelijk en had twee zonen: Cornelis, die een leidinggevende functie bekleedde bij de Singkep Tin Maatschappij, en Evert Gerrit Cornelis, die burgemeester werd van verscheidene gemeenten, waaronder Boskoop.
Loopbaan De Groot begon zijn loopbaan in 1830 als klerk bij de ontvanger van directe belastingen in Delft. Vervolgens werkte hij enige tijd in een tapijtfabriek, maar vond ook dit werk niet bevredigend. In april 1833 trad hij in dienst bij een lansierregiment, in de hoop een officiersrang te bereiken. Hij bracht het echter tot de onderofficiersfunctie van opperwachtmeester en nam in 1840 ontslag. Daarna werkte De Groot ruim twee jaar in een tabaksfabriek.
In januari 1843 begon hij een studie aan de kort tevoren opgerichte Koninklijke Akademie te Delft. Vanaf 1846 specialiseerde hij zich in de mijnbouw onder begeleiding van hoogleraar Salomon Bleekrode. In 1848 was De Groot de eerste die het diploma van mijnbouwkundig ingenieur behaalde. In 1850 werd hij benoemd tot hoofd van het mijnwezen in Nederlands-Indië en vestigde hij zich in Buitenzorg. Hij onderzocht verschillende mijnbouwgebieden; zijn bevindingen op het eiland Belitung leidden tot de oprichting van de Billiton Maatschappij in 1852. Daarnaast speelde hij een rol bij de totstandkoming van de steenkolenmijn Oranje-Nassau in Pengaron op Borneo. In 1855 werd hij bevorderd tot ingenieur eerste klasse en in 1861 tot hoofdingenieur. In 1863 kreeg hij opdracht een onderzoek in te stellen naar de toestand van de mijnontginning op Belitung, waarna hij de Billiton Maatschappij vertegenwoordigde tot zijn vertrek in 1871.
Na zijn terugkeer naar Nederland ondernam De Groot nog verschillende reizen naar Amerika en Afrika ten behoeve van mijnbouwkundig onderzoek. Voorts vervulde hij bestuursfuncties bij meerdere verenigingen, waaronder het Indisch Genootschap en het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde.
Cornelis de Groot van Embden was ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw en in het Legioen van Eer van Frankrijk.Familieberichten in Dagblad van Zuidholland en 's Gravenhage, 9 juni 1876
Zie ook Aquasi Boachi
Categorie:Nederlands belastingambtenaar Categorie:Ambtenaar in Nederlands-Indië Categorie:Ingenieur in Nederlands-Indië