miniatuur|Feministisch protestbord in Düsseldorf, Internationale Vrouwendag 2025, met de tekst "Shame must change sides" (Engels voor "de schaamte moet naar de andere kant gaan"). miniatuur|Feministische graffiti in Parijs. De Mazan-verkrachtingszaak is een Franse rechtszaak van 2 september tot 19 december 2024 in Avignon, die sterke indruk maakte op de samenleving, in Frankrijk en daarbuiten. In de zaak werden 51 mannen beschuldigd van verkrachting van Gisèle Pelicot, die was gedrogeerd door de hoofdverdachte, haar echtgenoot Dominique Pelicot, voornamelijk in Mazan, een gemeente in de Vaucluse, waar het echtpaar woonde.

Gisèle Pelicot vroeg om openbaarmaking van de procedure en verklaarde dat ze zich niet hoefde te schamen, en een van haar advocaten, Stéphane Babonneau, voegde toe: "de schaamte moet naar de andere kant gaan". Talrijke artikelen in regionale, nationale en internationale media beschreven de zaak als het resultaat van een maatschappij waarin verkrachtingscultuur en systematisch gendergerelateerd geweld zijn genormaliseerd, gebaseerd op sterke patriarchale en misogyne uitgangspunten. Vanwege haar moed om de procedure in de openbaarheid te laten plaatsvinden en haar strijd tegen seksueel geweld werd Gisèle Pelicot een icoon van de feministische beweging. Om diezelfde redenen werd ze in 2024 door de BBC genomineerd als een van de 'BBC 100 Women' en ontving ze in 2025 op de nationale feestdag 14 juli het Légion d'Honneur.

Context en vermeende feiten Op 12 september 2020 rond half vier, werd de 67-jarige Dominique Pelicot, betrapt door een bewaker bij de E.Leclerc-supermarkt in Carpentras: Pelicot filmde verschillende klanten 'upskirt', dus onder hun rokken, zonder hun medeweten of instemming. De bewaker greep in toen hij Pelicot had gezien via videobewaking. Pelicot filmde op dat moment zijn vierde slachtoffer. De politie werd opgeroepen, en Pelicot werd aangehouden.

De volgende ochtend besloot het Openbaar Ministerie van Carpentras zijn hechtenis op te heffen, en het vooronderzoek voort te zetten met een psychiatrisch onderzoek en de inspectie van de in zijn woning in beslag genomen computer. Daarop werden gesprekken ontdekt op de datingsite coco.gg, waarin Dominique Pelicot vreemden uitnodigde om zijn vrouw te verkrachten, en te kijken naar video's van overige verkrachtingen van zijn vrouw. Tijdens de verkrachtingen was zijn vrouw, Gisèle Pelicot, bewusteloos, doordat Dominique Pelicot haar grote doses Temesta (lorazepam, een krachtig anxiolytisch middel), had gegeven.

Na de ontdekking werd hij op 2 november 2020 opnieuw in hechtenis genomen. Daar bekende hij de feiten. Tegelijkertijd legde een politieagent in een andere ruimte de situatie uit aan Gisèle Pelicot, die voor het eerst op de hoogte werd gebracht van de feiten. Op 4 november 2020 werd Dominique Pelicot in voorlopige hechtenis geplaatst.

Op de in beslag genomen computer ontdekten onderzoekers een bestandsmap met de titel "abus" (Frans voor 'misbruik'), met daarin honderden video's met expliciete titels. Op basis van deze bestanden werd vastgesteld dat de gebeurtenissen plaatsvonden van juli 2011 tot oktober 2020. De politieagenten telden 92 verkrachtingen van het slachtoffer, die plaatsvonden in Mazan, in de slaapkamer van het echtpaar. Het slachtoffer, al bijna vijftig jaar getrouwd met Dominique Pelicot, had door de chemische middelen geen herinnering aan de feiten en ontdekte tijdens het politieonderzoek waar ze slachtoffer van was.

Dominique Pelicot had ook hun dochter gefilmd, bewusteloos en in haar ondergoed. Hij had ook zijn stiefdochters gefilmd, zonder hun medeweten, en plaatste de video's op dezelfde site.

Slachtoffer Het hoofdslachtoffer in deze zaak was Gisèle Pelicot, de echtgenote van de hoofdverdachte, Dominique Pelicot. Zodra ze van de feiten hoorde, vroeg ze een scheiding aan en verhuisde ze. De echtscheiding werd officieel afgerond op 22 augustus 2024, elf dagen voor het begin van de rechtszaak.

Gisèle Pelicot had jarenlang last van onverklaarbare gynaecologische pijn, absences en vermoeidheid. Door het grote aantal verkrachtingen werd Gisèle Pelicot besmet met vier seksueel overdraagbare aandoeningen (soa's), waaronder het papillomavirus. Ze raakte niet besmet met hiv, syfilis en hepatitis. Door de verkrachtingsdrugs raakte ze in levensgevaar, en waren er bovendien risico's in haar dagelijks leven als gevolg van haar "bijna comateuze" toestand, aldus medisch deskundige Anne Martinat Sainte-Beuve.

Gisèle Pelicot vroeg om openbaarmaking van de procedure en verklaarde dat ze zich niet hoefde te schamen, en een van haar advocaten, Stéphane Babonneau, voegde toe: "de schaamte moet naar de andere kant gaan". Talrijke artikelen in regionale, nationale en internationale media beschreven de zaak als het resultaat van een maatschappij waarin verkrachtingscultuur en systematisch gendergerelateerd geweld zijn genormaliseerd, gebaseerd op sterke patriarchale en misogyne uitgangspunten. Vanwege haar moed om de procedure in de openbaarheid te laten plaatsvinden en haar strijd tegen seksueel geweld werd Gisèle Pelicot een icoon van de feministische beweging. Ook werd ze om die redenen door de BBC in 2024 genomineerd als een van de 'BBC 100 Women'.

Légion d'Honneur Frankrijk reikt elk jaar op zijn nationale feestdag 14 juli het Légion d'Honneur uit. In 2025 was Gisèle Pelicot een van de 589 mensen die de hoogste onderscheiding van het land ontvingen. Men roemde haar moedige, waardige houding tijdens het proces tegen haar ex-man. Zij werd een icoon van de feministische beweging vanwege haar strijd tegen seksueel geweld jegens vrouwen.

Verdachten Tussen 2011 en 2020 is hetzelfde slachtoffer 92 keer verkracht. De politie telde 83 potentiële verkrachters, waarvan er 54 werden geïdentificeerd: de 51 verdachten uit de rechtszaak, een 52e verdachte die inmiddels is overleden, en twee andere mannen die zijn vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. De echtgenoot van het slachtoffer was een van de verkrachters. Allen werden gearresteerd en gevangengezet.

De verdachten waren "normale" mannen, ten tijde van de feiten tussen de 22 en 67 jaar oud, allemaal afkomstig uit dezelfde regio als het echtpaar. Minstens 37 verdachten zijn vaders. Sommigen zijn gepensioneerd, anderen oefenen verschillende beroepen en functies uit, waarvan sommige van algemeen belang: brandweerman, militair, gevangenisbewaker, gemeenteraadslid. De verdachten hebben geen psychische aandoeningen, maar genieten van een gevoel van 'almacht' op vrouwenlichamen. Dertien verdachten verklaarden tegenover de agenten drugs te gebruiken of een verslaving aan alcohol, cannabis en/of cocaïne te hebben. Dertien verdachten, onder wie Dominique Pelicot, verklaarden tijdens hun jeugd slachtoffer te zijn geweest van seksueel geweld, onder wie twee van incest.

Drieëntwintig van de verdachten waren al eens door de rechtbank veroordeeld, onder wie zes voor partnergeweld en twee voor seksueel geweld. Negenenveertig verdachten stonden terecht wegens verkrachting onder verzwarende omstandigheden, een voor poging tot verkrachting en een wegens aanranding. Tijdens het onderzoek zijn grote hoeveelheden kinderpornografische afbeeldingen aangetroffen en zijn vijf verdachten aangeklaagd wegens het bezit van kinderporno.

Van de verdachten gingen er tien meerdere keren naar het huis van Pelicot, en 39 niet vaker dan een keer.

Tijdens de rechtszaak waren achttien verdachten (onder wie Dominique Pelicot) onder arrest, tweeëndertig verschenen onder gerechtelijk toezicht en een was op de vlucht, en werd in zijn afwezigheid berecht.

Hoofdverdachte: Dominique Pelicot Dominique Pelicot werd geboren op 27 november 1952 in Quincy-sous-Sénart, in het Franse département Seine-et-Oise. Eind jaren vijftig verhuisde zijn familie naar het département Indre, waar zijn vader Denis uiteindelijk werd aangenomen als voorman van het landgoed Oublaise in Luçay-le-Mâle, een revalidatiecentrum voor legerveteranen opgericht door commandant Jean-François Perrette (1898–1999) na de Tweede Wereldoorlog.

Dominique Pelicot beschrijft zijn vader als "hard, streng, autoritair" en "niet liefdevol". Hij was getuige van het huiselijk geweld tegenover zijn moeder Juliette. Voordat ze bij Denis Pelicot ging wonen, had ze twee kinderen met de broer van Denis, André. Volgens Dominique was zijn vier jaar oudere broer, Joël, het favoriete kind van Denis, met name vanwege zijn goede cijfers op school. Dominique Pelicot ging rond 1963 naar de middelbare school van Écueillé, maar verliet de school in de brugklas. Kort daarna ging hij aan het werk op bouwplaatsen.

In 1968 verliet de familie het landgoed van Oublaise om zich te vestigen in Châtillon-sur-Indre. Het jaar daarop haalden ze Nicole in huis, een kind uit de jeugdzorg. Dominique Pelicot verdenkt zijn vader ervan haar te hebben misbruikt. Op 17-jarige leeftijd behaalde hij zijn elektriciendiploma.

In 1971 verliet zijn familie hun appartement in het centrum van Châtillon, om zich twee kilometer verderop in een boerderij te vestigen. Datzelfde jaar ontmoette Dominique Pelicot Gisèle in een bedrijf in Azay-le-Ferron. Volgens hem was hij "op slag verliefd". Ze trouwden twee jaar later, in april 1973. Het echtpaar heeft drie kinderen: David, geboren in 1973, Caroline, geboren in 1978, en Florian, geboren in 1986. Datzelfde jaar overleed de moeder van Dominique Pelicot, "een ongelukkige vrouw die vocht voor haar kinderen" met wie hij "een heel goede relatie had", waardoor hij "diep getraumatiseerd" was.

Eind jaren tachtig ontdekte hij dat zijn vrouw een buitenechtelijke relatie had. Toen ze de relatie toegaf, was hij, volgens haar, voor de eerste en laatste keer agressief tegen haar. Hierna verliet hij Gisèle een paar maanden lang voor een andere vrouw, om vervolgens terug te keren naar de gezamenlijke woning.

Hoofdverdachte vermeend slachtoffer van verkrachting op 9-jarige leeftijd Dominique Pelicot verklaarde slachtoffer te zijn geweest van meerdere verkrachtingen, gepleegd door een mannelijke verpleger in een kliniek in Châteauroux in 1961, wat door sommigen in zijn directe omgeving gedeeltelijk in twijfel werd getrokken. Zo zei zijn broer dat Dominique slechts een nacht in de kliniek had doorgebracht, en "toen hij terugkwam, sprak hij alleen over aanrakingen. Mijn moeder, die de instelling goed kende, heeft navraag gedaan en er waren die nacht alleen vrouwelijke verpleegkundigen". Hij noemt het verhaal van zijn broer "verzonnen om zichzelf een slachtofferrol te geven".

De advocaat van Dominique Pelicot, Béatrice Zavarro, trok de beweringen van zijn broer om de authenticiteit van dit verhaal te beoordelen in twijfel en bevestigde dat haar cliënt "zegt dat hij zijn ouders er nooit over heeft verteld". Psycholoog Annabelle Montagne, deskundige bij het Gerechtshof van Nîmes, legde uit dat de verkrachting waarvan Dominique Pelicot beweert slachtoffer te zijn geweest "een breuk in zijn psyche" zou kunnen zijn geweest. Ze spreekt van "ervaring van objectivering", dat in de "prepuberale leeftijd [...] kan hebben bijgedragen aan het veranderen van iemands relationele positionering in de intieme en relationele sfeer".

Hoofdverdachte vermeend getuige van groepsverkrachting op 13-jarige leeftijd Dominique Pelicot verklaarde dat hij in 1966, toen hij in de leer was op een bouwplaats, tegen zijn wil getuige was geweest van de groepsverkrachting van een vrouw - "een herinnering die hem achtervolgt".

Overige rechtszaken tegen hoofdverdachte

Zaak 1999/rechtszaak 2022: poging tot verkrachting Estella B. in 1999