De Transatlantic Trophy (oorspronkelijk: Anglo-American Match Races en later Transatlantic Challenge, Eurolantic Challenge en Transatlantic Superbike Challenge) vormde een serie wegraces met motorfietsen tussen teams uit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten van 1971 tot 1988 en in 1991.
Er werd meestal geracet in het Paasweekend op Brands Hatch, Mallory Park en Oulton Park, maar later werd er ook op Donington Park en Snetterton gereden. In de loop van de jaren werden verschillende raceklassen ingezet: AMAMotorfietsen voor de Daytona 200/Formule 750, Superbikes en Grand Prix 500 cc. Voorgeschiedenis Tot 1970 had de American Motorcyclist Association het Amerikaanse Harley-Davidson beschermd door in de Daytona 200 zijklepmotoren tot 750 cc en kopklepmotoren tot 500 cc toe te staan. Harley racete met de Harley-Davidson KR-zijklepper, terwijl de Britten al (en uitsluitend) met kopkleppers reden. De Harley's waren al een paar keer verslagen door de 500cc-Triumph T 100 R Daytona Super Sports (Buddy Elmore in 1966 en Gary Nixon in 1967). Toen de AMA zich meer internationaal wilde profileren en toenadering zocht tot de Fédération Internationale de Motocyclisme (FIM) werd ze gedwongen een eerlijker reglement te gebruiken. Dat opende de Daytona 200 voor de 750cc-Triumph Trident en BSA Rocket 3, maar ook voor de Honda CR 750, waarmee Dick Mann in 1970 won. Het nieuwe reglement maakte echter ook de 750cc-Triumph en BSA interessant voor Amerikaanse coureurs. Ontstaan De Britse journalisten Gavin Trippe en Bruce Cox runden het motorblad Motor Cycle Weekly in Californië en ze promootten wegraces in de Verenigde Staten. Zij hoopten ook Amerikaanse coureurs voor Britse races te interesseren. Ze kwamen tijdens de Daytona 200 van 1970 in contact met Chris Lowe van Motor Circuit Developments (MCD), die beheerder was van Brands Hatch, Oulton Park en Mallory Park, en met Jim Swift van de British Motor Cycle Racing Club. Daar ontstond het plan voor de Anglo-American Match Races tussen de Britse en Amerikaanse landenteams. Er kwam steun van Ron Grant, de captain van het Amerikaanse Suzuki-team en de BSA-groep (BSA en Triumph) was bereid alle coureurs van motorfietsen te voorzien en de races te sponsoren uit het racebudget van 2 miljoen pond dat beschikbaar was voor 1970/1971. Punten en prijzengeld Tijdens elke race kreeg de winnaar 10 punten, daarna ging het van 9, 8, 7, 6, 5, 4, 3 en 2 tot de laatste rijder 1 punt kreeg. De winnaar kreeg ook 150 pond, aflopend naar 15 pond voor de 10e plaats. Wie de snelste ronde in een race reed kreeg 50 pond. Het totale prijzengeld bedroeg 5000 pond. Anglo-American Match Races 1971 In 1971 werd de raceserie voor het eerst georganiseerd, onder de naam "Anglo-American Match Races". Er kwamen zes races: op Goede Vrijdag twee races op Brands Hatch, op eerste paasdag twee races op Mallory Park en op tweede paasdag twee races op Oulton Park. Elke race ging over 12 ronden. Elk team bestond uit 5 rijders. De Amerikanen stuurden zes coureurs en dat was maar goed ook, want hun teamcaptain Gary Nixon brak tijdens de trainingen een pols. Nixon was al de vervanger van Gene Romero, die aanvankelijk als captain was aangesteld maar die zich had teruggetrokken. De Britse coureurs hadden uiteraard het voordeel dat ze de circuits kenden. Alleen Gary Nixon kende Mallory Park, waar hij in de Mallory Park Race of the Year van 1970 vierde was geworden. De Britten hadden met hun betere motorfietsen en circuitkennis geen enkele moeite met de Amerikanen. Paul Smart en Ray Pickrell wonnen elk drie races en het Britse team won met 183 tegen 137 punten. Motorfietsen De BSA-groep had de Triumph- en BSA driecilinders (die vrijwel identiek waren) na de Daytona 200 van 1970 verbeterd. Ze hadden nieuwe, lagere en lichtere frames met meer grondspeling, schijfremmen en iets sterkere motoren. Er waren slechts zes van deze nieuwe machines, die aan het Britse team en Gary Nixon werden gegund. De rest van het Amerikaanse team had de oude machines, waardoor meteen het verwijt werd gemaakt dat de Amerikanen achtergesteld werden. Teams en punten VK USA coureur machine coureur machine Percy Tait (captain) Triumph Trident Gary Nixon (captain) Triumph Trident John Cooper BSA Rocket 3 Jim Rice BSA Rocket 3 Paul Smart Triumph Trident Dave Aldana BSA Rocket 3 Ray Pickrell BSA Rocket 3 Dick Mann BSA Rocket 3 Tony Jefferies Triumph Trident Don Castro Triumph Trident Don Emde BSA Rocket 3 Punten183 137 John Player Transatlantic Trophy 1972
In 1972 stond de BSA-groep aan de rand van het faillissement. Als reddingsboei van de Britse regering moest ze worden overgenomen door Dennis Poore, eigenaar/directeur van Manganese Bronze Holdings. Poore had in 1964 al het inbouwmotorenmerk Villiers overgenomen en in 1966 Associated Motor Cycles (dat bestond uit AJS, Francis-Barnett, Indian, James, Matchless, Norton en Sunbeam). Daardoor was Norton-Villiers ontstaan. Met de komst van de BSA-groep kwamen daar meer dan 20 bedrijven bij; naast BSA en Triumph onder meer ook Jessop Alloy Steel, Churchill Machine Tools en Carbodies, de bouwer van de Londense taxi's. Uit deze bedrijven nam Poore alleen Triumph over in de nieuwe naam: Norton-Villiers-Triumph. Hij had echter geen interesse in de Triumph- noch de BSA-motorfietsen, maar richtte zich vrijwel uitsluitend op de verkoop en ontwikkeling van de Norton Commando. Nu de BSA-groep feitelijk was opgeheven nam het sigarettenmerk John Player de sponsoring over en werd de naam van de raceserie veranderd in "Transatlantic Trophy". Men had daarbij een belangrijke rol in gedachte voor de door Peter Williams ontwikkelde John Player Norton. Ondanks zijn oude Harley-Davidson wist Cal Rayborn drie races te winnen, net als Ray Pickrell. Don Emde crashte tijdens de training op Oulton Park, waarbij zijn Kuhn-Norton Commando in een meer belandde. De machine werd schoongespoten door de brandweer. De Britten wonnen opnieuw, met 252 tegen 210 punten.
Motorfietsen Drie Britse rijders werden ingehuurd om de nieuwe John Player Norton te besturen. Het stond de rijders nu echter vrij om hun eigen motorfiets te kiezen en de Amerikanen maakten van die keuzevrijheid gebruik: Teamcaptain Dick Mann koos weliswaar voor zijn BSA, maar Ron Grant (captain van het Amerikaanse Suzuki-team), koos voor de nieuwe Suzuki TR 750, net als Art Baumann en Jody Nicholas. Cal Rayborn was graag gestart op de nieuwe Harley-Davidson XRTT, maar de fabriek weigerde. Hij startte op een overjarige Harley-Davidson KRTT. Teams en punten VK USA coureur machine coureur machine Phil Read (captain) John Player Norton Dick Mann (captain) BSA Rocket 3 John Cooper BSA Rocket 3 Cal Rayborn Harley-Davidson KRTT Tony Jefferies Triumph Trident Don Emde Kuhn-Norton Commando Ray Pickrell BSA Rocket 3 Ron Grant Suzuki TR 750 Peter Williams John Player Norton Art Baumann Suzuki TR 750 Tony Rutter John Player Norton Jody Nicholas Suzuki TR 750 Punten252 210 John Player Transatlantic Trophy 1973
Het Amerikaanse team was aangevuld met twee Canadezen: Yvon Duhamel en Doug Sehl. Duhamel en Peter Williams waren het sterkst in de natte races, maar het Britse team won opnieuw, dit keer met 416 tegen 398 punten. Motorfietsen Nu het merk BSA feitelijk niet meer bestond, reden de Britten alleen nog met de Triumph Trident en de John Player Norton. Maar niet allemaal, ook de Suzuki TR 750 en de nieuwe Kawasaki H 2 R waren populair bij de Britten. De Amerikanen kregen nu wel de beschikking over de Harley-Davidson XRTT met kopklepmotor. Teams en punten VK USA coureur machine coureur machine Paul Smart (captain) Suzuki TR 750 Cal Rayborn (captain) Harley-Davidson XRTT Barry Sheene Suzuki TR 750 Mert Lawill Harley-Davidson XRTT John Cooper / Dave CroxfordJohn Cooper crashte tijdens een ondersteunende race op Mallory Park met een 350cc-Yamsel en Dave Croxford reed de races daar in zijn plaats John Player Norton Doug Sehl Harley-Davidson XRTT Peter Williams John Player Norton Gary Nixon Kawasaki H 2 R Tony Jefferies Triumph Trident Yvon Duhamel Kawasaki H 2 R Percy Tait Triumph Trident Art Baumann Kawasaki H 2 R Mick Grant Seeley-Kawasaki H 2 R Ron Grant Suzuki TR 750 Dave Potter Kuhn-Norton Commando Dave Aldana John Player Norton Punten416 398 John Player Transatlantic Trophy 1974
De 23-jarige Kenny Roberts was al vanaf zijn negentiende fabrieksrijder voor Yamaha-USA. Zijn machine, die was uitgerust met de nieuwe slicks, kwam bijna niet door de keuring wegens "gladde banden". Roberts won vier van de zes races, maar het was niet genoeg voor een Amerikaanse overwinning. De Britten wonnen met 416 tegen 401 punten. Motorfietsen De "Anglo-American Match Races" waren ooit opgezet omdat de BSA-groep dacht met de verbeterde Triumph Trident en BSA Rocket 3 een competitie tussen de VS en het VK op te zetten. Deze motorfietsen waren afgeleid van de normale "straatmotoren" en dat gold ook voor de John Player Norton, de Suzuki TR 750 en de Kawasaki H 2 R en in mindere mate van de Harley-Davidson XRTT (afgeleid van de XR 750-dirttrackracer). In 1974 verscheen er een nieuwe ster aan het firmament. Yamaha had al jarenlang met haar 350cc-racers succes geboekt in zowel de 500- als de 750cc-klassen (zie hiervoor: De Yamaha's in de zwaardere klassen). In het WK-seizoen 1973 was het met de nieuwe Yamaha YZR 500 viercilinder-tweetakt succesvol geweest met Jarno Saarinen en Hideo Kanaya, tot Saarinen in de GP des Nations verongelukte en Yamaha zich terugtrok. In 1974 verscheen een 750cc-versie van die machine, de Yamaha TZ 750. Dit was dus een pure racemotor, niet afgeleid van een straatmodel. Twee Britse rijders en vier Amerikanen kozen voor deze Yamaha. Teams en punten VK USA coureur machine coureur machine Paul Smart (captain) Suzuki TR 750 Yvon Duhamel (captain) Kawasaki H 2 R Peter Williams John Player Norton Kenny Roberts Yamaha TZ 750 Dave Croxford John Player Norton Gary Fisher Yamaha TZ 750 Barry Sheene Suzuki TR 750 Gene Romero Yamaha TZ 750 Stan Woods Suzuki TR 750 John Long Yamaha TZ 750 Barry Ditchburn Yamaha TZ 750 Dave Aldana John Player Norton Mick Grant Yamaha TZ 750 Art Baumann Kawasaki H 2 R / Yamaha TZ 750Art Baumann leende een Yamaha TZ 750 voor de races op Oulton Park toen zijn Kawasaki H 2 R stuk was Percy Tait Triumph Trident / Kuhn-Norton Commando / Boyer-Seeley-Triumph TridentPercy Tait gebruikte een Kuhn-Norton Commando tijdens de tweede race op Brands Hatch nadat zijn fabrieks-Triumph Trident stuk was gegaan. Voor de volgende races gebruikte hij een Boyer-Triumph Trident met Seeley-frame Gary Nixon Yamaha TZ 750 Ron Chandler (reserve) Kawasaki H 2 R Jim Evans (reserve) Yamaha TZ 750 Punten416 401 John Player Transatlantic Trophy 1975
De races van 1975 werden verstoord door de weersomstandigheden. Door sneeuwval werd op Brands Hatch niet gereden en de eerste race op Mallory Park startte droog maar tegen het einde begon het te sneeuwen. De tweede race werd ingekort van 20 tot 15 ronden. Hoewel Kenny Roberts drie races won, scoorde Dave Aldana de meeste punten. Voor het eerst won het Amerikaanse team, met 279 tegen 242 punten. Motorfietsen De Japanse 750cc-machines vulden in dit jaar vrijwel het gehele veld. Dave Croxford verscheen nog met de John Player Norton, die voor de derde keer was voorzien van een nieuw frame en was de enige deelnemer met een Britse motorfiets. Teams en punten VK USA coureur machine coureur machine Percy Tait (captain) Yamaha TZ 750 Kenny Roberts (captain) Yamaha TZ 750 Stan Woods Suzuki TR 750 Gene Romero Yamaha TZ 750 John Newbold Suzuki TR 750 Don Castro Yamaha TZ 750 Mick Grant Kawasaki H 2 R Steve Baker Yamaha TZ 750 Barry Ditchburn Kawasaki H 2 R Steve McLaughlin Yamaha TZ 750 Dave Croxford John Player Norton Pat Hennen Suzuki TR 750 Dave Potter Yamaha TZ 750 Dave Aldana Suzuki TR 750 Pat Mahoney Yamaha TZ 750 Phil McDonald Yamaha TZ 750 Charlie Williams (reserve) Yamaha TZ 750 Randy Cleek (reserve) Yamaha TZ 750 Punten242 279 John Player Transatlantic Trophy 1976