De oostelijke putter (Carduelis caniceps) is een zangvogel uit de familie Fringillidae (vinkachtigen). De vogel werd in 1831 door de Ierse vogelkundige Nicholas Aylward Vigors geldig als aparte soort beschreven, maar werd daarna lange tijd beschouwd als ondersoort van de putter als Carduelis carduelis caniceps.
Herkenning De vogel is 10,5 tot 13 cm lang. De oosterse putter lijkt op de putter, maar is overwegend wat lichter, meer grijsbruin en mist de duidelijke koptekening, dus geen witte en zwarte band achter de kop. ed. 2020. All the Birds of the World. Lynx Edicions, Barcelona.
Ondersoorten Er zijn vier ondersoorten:Gill F, D Donsker & P Rasmussen (Eds). 2025. IOC World Bird List (v15.1).Avilist: The Global Avian Checklist, v2025. C. c. paropanisi , 1910: van Iran tot noordelijk Afghanistan en westelijk China. C. c. subulata (, 1833): zuidelijk-centraal Siberië en noordwestelijk Mongolië. C. c. caniceps , 1831: de westelijke Himalaya. C. c. ultima , 1949: zuidelijk Iran.
links|thumb|Mannetje van de oostelijke putter, ondersoort C. c. caniceps in Himachal Pradesh (India)
Leefgebieden en status De leefgebieden van deze soort liggen in open, licht beboste terreinen, gebieden met struikgewas, agrarisch gebied en in tuinen van zowel agrarisch als stedelijk gebied. De vogel staat als niet bedreigd op de rode lijst van de IUCN.
Categorie:Vinkachtigen Categorie:IUCN-status niet bedreigd Categorie:Dier uit het Oriëntaals gebied