Ahmed Hussein al-Sharaa (Arabisch: أحمد حسين الشرع of Aḥmad Ḥusayn aš-Šaraʿ), beter bekend onder zijn deknaam Abu Mohammad al-Julani (Arabisch: أبو محمد الجولاني of Abū Muḥammad al-Julānī), is een Syrische militieleider die sinds 2017 regeert als de tweede emir van Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Als leider van HTS speelde hij een sleutelrol in de offensieven van de Syrische oppositie in 2024, die uiteindelijk leidden tot de omverwerping van het Assad-regime. Sommige bronnen hebben hem beschreven als de facto leider van Syrië.

Al-Julani werd in 1982 geboren in Riyad, Saoedi-Arabië, in een Syrisch gezin uit de Golanhoogten. Kort voor de invasie van Irak in 2003 sloot hij zich aan bij al-Qaeda in Irak en vocht hij drie jaar lang in de Iraakse opstand. Amerikaanse troepen hebben hem tussen 2006 en 2011 gevangengehouden. Zijn vrijlating viel samen met de Syrische revolutie en in 2012 richtte hij met steun van al-Qaeda het al-Nusra Front op om deel te nemen aan de Syrische burgeroorlog tegen de Ba'ath-regering van Bashar al-Assad. Als emir van het al-Nusra Front bouwde al-Julani een bolwerk in het noordwestelijke gouvernement Idlib en verzette hij zich tegen de pogingen van Abu Bakr al-Baghdadi om al-Nusra te integreren in de Islamitische Staat. Dit geschil leidde tot een openlijk conflict tussen al-Nusra en Islamitische Staat.

Het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken heeft al-Julani in mei 2013 op de lijst van "Specially Designated Global Terrorist" geplaatst en vier jaar later werd een beloning van 10 miljoen dollar uitgeloofd voor informatie die tot zijn arrestatie zou leiden.

In 2016 verbrak al-Julani de banden met al-Qaeda en een jaar later fuseerde al-Nusra met andere organisaties om Hay'at Tahrir al-Sham te vormen. Sinds zijn breuk met al-Qaeda streeft hij naar internationale legitimiteit door zich te richten op het bestuur van Syrië in plaats van op wereldwijde jihadistische doelen. HTS heeft in het gebied dat het controleert een bestuur opgericht dat belastingen int, openbare diensten verleent en identiteitskaarten aan inwoners verstrekt, hoewel het ook kritiek heeft gekregen op autoritaire tactieken en het onderdrukken van andersdenkenden. De laatste jaren heeft hij een gematigder visie gepresenteerd, waarbij hij suggereert dat hij geen behoefte heeft aan oorlog tegen westerse landen en hij gezworen heeft minderheden te beschermen.

Vroege leven Familie-achtergrond links|miniatuur|212x212px| Al-Julani's vader, Hussein al-Sharaa, afgebeeld in 1992 De familie van al-Julani kwam uit de Golanhoogten in Syrië en werd in 1967 ontheemd na de Israëlische bezetting tijdens de Zesdaagse Oorlog. De nisba "al-Julani" in zijn nom de guerre is een verwijzing naar de Golanhoogten.

De vader van al-Julani, Hussein Ali al-Sharaa, was een Arabische nationalistische studentenactivist voor de Nasseristen in Syrië die economie studeerde aan de Universiteit van Bagdad voordat hij olie-ingenieur werd. Hij publiceerde talrijke boeken over regionale economische ontwikkeling. Al-Julani's oom is Farouk al-Sharaa.

Zijn grootvader van vaderskant, Ali Mohammed al-Sharaa, was een grootgrondbezitter en handelaar in de stad Fiq. Zijn overgrootvader Mohammed Khalid al-Sharaa (1899-1932) speelde een belangrijke rol in de Grote Syrische Opstand tegen de Franse bezetting van Syrië. Hij werd bij verstek ter dood veroordeeld vanwege zijn betrokkenheid bij de opstand, hoewel de straf nooit werd uitgevoerd.

Jeugd in Syrië Al-Julani werd in 1982 in Riyad geboren als Ahmed Hussein al-Sharaa in een middenklassegezin. Zijn vader werkte daar als olie-ingenieur en zijn moeder was lerares aardrijkskunde. Het gezin keerde in 1989 terug naar Syrië en vestigde zich in de welvarende wijk Mezzeh in Damascus. Volgens Hussam Jazmati, die zijn meest definitieve biografie schreef, herinneren klasgenoten al-Julani als een ijverige maar onopvallende jongen die een dikke bril droeg en de aandacht vermeed. Tijdens zijn jeugd werd hij beschreven als ‘stil’ en ‘verlegen’, ‘manipulatief intelligent’ maar ‘sociaal introvert’, en stond hij bekend om zijn ‘goede uiterlijk’ en een romance met een Alawietenmeisje die door beide families werd afgewezen. Hij bleef in Damascus, studeerde mediastudies en begon aan een studie geneeskunde totdat hij in 2003 naar Irak verhuisde. miniatuur|219x219px| Foto van al-Julani in 2006, na zijn gevangenneming door Amerikaanse troepen in Irak Volgens een interview met Frontline in 2021 verklaarde al-Julani dat hij door de Tweede Palestijnse Intifada in 2000 geradicaliseerd werd, toen hij 17 of 18 jaar oud was. Hij zei: "Ik begon na te denken over hoe ik mijn plichten kon vervullen, door een volk te verdedigen dat onderdrukt wordt door bezetters en indringers."

Uit waardering voor de aanslagen van 11 september reisde al-Julani slechts enkele weken voor de invasie van Irak in 2003 per bus van Damascus naar Bagdad, waar hij snel opklom in de gelederen van al-Qaeda in Irak (AQI). The Times of Israel beweerde dat al-Julani een naaste medewerker was van AQI-leider Abu Musab al-Zarqawi. In zijn interview met Frontline uit 2021 ontkende al-Julani dat hij al-Zarqawi ooit had ontmoet en beweerde hij dat hij alleen als gewone infanterist onder al-Qaeda had gediend tegen de Amerikaanse bezetting. Vóór het uitbreken van de Iraakse burgeroorlog in 2006 werd al-Julani gearresteerd door Amerikaanse troepen en meer dan vijf jaar gevangengehouden in verschillende gevangenissen, waaronder Abu Ghraib, Camp Bucca, Camp Cropper en de al-Tajji-gevangenis.

Syrische burgeroorlog Syrische opstand en oprichting van al-Nusra In 2011 waren er grootschalige protesten doorheen de Arabische wereld. In Syrië werd de onrust zo groot dat er een burgeroorlog ontstond. Abu Bakr al-Baghdadi, de leider van de Islamitische Staat in Irak (ISI), een opvolger van Al Qaida in Irak en de voorloper op deIslamitische Staat (in Irak en de Levant), stuurde ter ondersteuning een groep naar Idlib in Noord-Syrië. Al-Julani was hiervan de leider en was behaalde enige populariteit.Bunzel, Cole. "Al-Qaida's Failure in the Fertile Crescent." In The Struggle to Reshape the Middle East in the 21st Century. Onder redactie van Samer S. Shehata. Edinburgh University Press, 2023. Jabhat al-Nusra (nl. Het Steunfront [voor het Syrische Volk]), zoals de groep zou gaan heten, voer echter een eigen koers door zich meer te focussen op het nastreven van een nationale beweging. Dit zou tot frictie leiden tussen Jabhat al-Nusra en de ISI, dat een transnationale ideologie aanhield. In 2013 verklaarde al-Baghdadi de groep dan ook ontbonden, waarop al-Julani zijn volgers ervan verzekerde dat hij van plan was door te gaan en zijn steun uitsprak voor de centrale tak van al-Qaida via Ayman al-Zawahiri.

In december 2012 bestempelde het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken Jabhat al-Nusra al als een terroristische organisatie, en identificeerde het als een alias voor ISI. Onder het leiderschap van al-Julani groeide al-Nusra uit tot een van de machtigste groepen van Syrië. Het bolwerk ervan was gecentreerd in het gouvernement Idlib in het noordwesten van Syrië.

Aanvallen Onder leiding van al-Julani voerden al-Nusra, Jabhat Fateh al-Sham en Hay'at Tahrir al-Sham tussen 2012 en 2017 verschillende zelfmoordaanslagen en sektarische zuiveringsacties uit tegen sjiitische moslims, Druzen en Alawieten. Hieronder vallen de bomaanslag op al-Midan in januari 2012, het bloedbad in Hatla, het bloedbad in Qalb Loze, de aanval op Zara'a, en een van de bomaanslagen in Damascus in maart 2017. Al-Nusra werd ook verdacht van de bomaanslagen in Damascus op 10 mei 2012 en in februari 2013.

Conflict met ISIS Toen al-Julani tussen 2012 en 2013 een groot gebied in Syrië veroverde, werd de Iraakse leiding van de ISI achterdochtig. Al-Nusra groeide in populariteit door het leveren van sociale diensten en de samenwerking met andere gewapende Syrische oppositiegroepen tegen het Assad-regime; al-Julani negeerde de bevelen van al-Baghdadi om ook tegen hen te vechten en activisten van de oppositie te doden. De belangrijkste adviseur van al-Baghdadi, Abu Ali al-Anbari, reisde naar Syrië om onderzoek te doen naar al-Julani en concludeerde dat hij een "sluw persoon was; een man met twee gezichten; [...] [die] straalt als hij zijn naam op satellietkanalen hoort".

Bezorgd over de groeiende populariteit van al-Nusra en de vermeende insubordinatie van al-Julani, kondigde al-Baghdadi in april 2013 eenzijdig een fusie aan tussen al-Nusra en ISI onder de nieuwe naam Islamitische Staat van Irak en Syrië (ISIS). De voorgestelde fusie zou de autonomie van al-Nusra tenietdoen, omdat alle leiders, beslissingen en activiteiten onder de directe controle van Abu Bakr al-Baghdadi zouden komen.

Om de onafhankelijkheid van al-Nusra te behouden, zwoer al-Julani zijn trouw (bay'ah) rechtstreeks aan de leider van al-Qaeda, Ayman al-Zawahiri, die vervolgens de onafhankelijkheid van al-Nusra bevestigde. Terwijl al-Nusra hiervoor al indirect trouw had gezworen aan al-Qaeda via zijn trouw aan ISI, omzeilde deze nieuwe belofte ISI volledig, waardoor al-Nusra de officiële Syrische tak van al-Qaeda werd.

Eind 2013 beval al-Zawahiri al-Baghdadi om de nietigverklaring van de samenwerking tussen ISI en al-Nusra te aanvaarden, maar deze weigerde en probeerde ermee door te gaan. In februari 2014 waren de pogingen om het geschil tussen ISI en al-Nusra te beëindigen mislukt, wat ertoe leidde dat al-Qaeda in februari 2014 formeel de banden met ISI verbrak en al-Nusra de enige vertegenwoordiger van al-Qaeda in Syrië werd. Na de moord op Abu Khalid al-Suri op 23 februari hekelde al-Julani ISI en vergeleek hen met de Iraakse sahawat die samen met de VS tegen al-Qaeda vochten, waarbij hij hen ervan beschuldigde de strijd tegen Assad te ondermijnen door tegen rebellen te vechten.Zelin 2022, pp. 53-54 Er volgde een openlijke oorlog tussen ISI en al-Nusra; al-Julani waarschuwde dat de gevechten Assad in het zadel hielden. In de daaropvolgende maanden veroverde ISI een groot deel van het gebied dat werd gecontroleerd door al-Nusra en de Syrische oppositie. waardoor in februari 2015 naar schatting vierduizend strijders aan beide kanten om het leven kwamen.

Jabhat Fateh al-Sham Op 28 juli 2016 kondigde al-Julani in een opgenomen bericht aan dat al-Nusra zou worden omgedoopt tot Jabha t Fateh al-Sham (Front voor de Verovering van Syrië). In zijn aankondiging verklaarde al-Julani dat de nieuwe naam van de groep "geen enkele band had met enige externe entiteit". Hoewel sommige analisten dit interpreteerden als een breuk met al-Qaeda, noemde al-Julani de organisatie niet expliciet en deed hij ook geen afstand van zijn eed van trouw aan Ayman al-Zawahiri.

Vorming van Hay'at Tahrir al-Sham (HTS) Op 28 januari 2017 kondigde al-Julani de ontbinding van Jabhat al-Fath al-Sham aan en de fusie ervan met verschillende andere Syrische rebbelengroepen tot Hay'at Tahrir al-Sham (HTS). De Amerikaanse regering verwierp deze naamsverandering snel. De Amerikaanse ambassade in Syrië verklaarde dat "de kern van HTS blijft al-Nusra, een aangewezen terroristische organisatie. Deze aanduiding geldt ongeacht welke naam het gebruikt of welke groepen erin opgaan". De ambassade karakteriseerde de vorming van HTS als een poging om "de Syrische revolutie te kapen" in plaats van een beweging richting gematigdheid.

Ondanks dit standpunt gaf de groep onder HTS prioriteit aan de strijd tegen al-Qaeda en ISIS, in een poging haar positie ten opzichte van westerse landen te verbeteren. HTS verslaat de jaren hierna ISIS, al-Qaeda en de meeste vijandige groepen op haar grondgebied en behoud de controle over het grootste deel van het gouvernement Idlib, dat het bestuurt via de aan HTS gelieerde Syrische Reddingsregering.