De geschiedenis van Myanmar omvat de ontwikkelingen op het grondgebied van de huidige staat Myanmar vanaf de prehistorie tot het heden. miniatuur|muzikanten bij de Schwedagonpagode, Philip Adolphe Klier, jaren 1890 Vroege geschiedenis Ruim voor het begin van onze jaartelling begon vanuit het huidige China of Noordoost India de migratie van de Mon. Daarna volgden de Pyu, de Karen, de Chin, de Birmanen, de Shan en de Kachin.

Rivaliserende koninkrijken

Eerste koninkrijk De Mon vestigden zich in het riviergebied van de Irrawaddy en stichtten onder andere de stad Pegu (Bago). De Pyu leefden in Centraal-Birma, hun hoofdstad heette Sri Kshetra, het huidige Prome. In 832 werden de Pyu verslagen door de Thai en weggevoerd. De Birmezen waren eveneens afkomstig uit China. Zij woonden in Noord-Birma, maar namen na 832 geleidelijk de plaats over van de Pyu en verdreven ook de Mon. In 849 stichtten zij een rijk met als hoofdstad Pagan aan de rivier de Irrawaddy. In 1044 besteeg koning Anawrahta de troon en daarmee begon het Eerste Birmaanse koninkrijk (1044-1287). Onder de koningen van de Pagan-dynastie bereikte Birma de eerste periode van eenheid en grote bloei. Anawrahta onderwierp de Mon waardoor geheel huidig Myanmar voor eerst verenigd was. In Pagan werden honderden tempels gebouwd. Maar in 1287 vielen de Mongolen onder leiding van Koeblai Khan het land binnen en maakten een einde aan het Birmaanse rijk.

Het rijk viel uiteen en een aantal eeuwen was Birma verdeeld in diverse staatjes. In het noorden van het land heersten de Shan. De hoofdstad was eerst Sagaing, daarna in 1364 Ava (of Inwa), beide in de nabijheid van het huidige Mandalay. Aan de Irrawaddy herrees het Mon-koninkrijk van Pegu (of Bago), dat langdurige oorlogen voerde tegen de Thai en de Shan.

Tweede koninkrijk In Toungoo, tussen Ava en Pegu, bevond zich een kleine Birmaanse staat, die profiteerde van de oorlogen tussen de Shan en de Mon en beide staten aan zich onderwierp: in 1539 veroverde het Pegu en in 1555 Ava. Daarmee stichtte koning Bayinnaung het Tweede Birmaanse koninkrijk (1539-1752) met als hoofdstad Pegu. Hij voerde ook oorlogen tegen Siam (Thailand) en veroverde in 1569 de hoofdstad Ayutthaya. De veroveringen hielden overigens niet lang stand. In 1635 werd de hoofdstad overgebracht van Pegu naar Ava. In 1740 kwamen de Mon in opstand en verjoegen de Birmanen uit de rivierdelta en daarna, in 1752, uit Ava en maakten daarmee een einde aan het Tweede Birmaanse koninkrijk.

Derde koninkrijk De Mon werden al gauw teruggeslagen door de Birmanen onder een nieuwe leider Alaungpaya, die zichzelf tot koning uitriep en daarmee het Derde Birmaanse koninkrijk (1752-1885) stichtte. Hij verenigde met harde hand de Birmese volken onder één rijk. Koning Hsinbyushin stuitte een Chinese invasie en veroverde in 1767 opnieuw kortstondig Siam, waarbij Ayutthaya volledig werd verwoest. Onder koning Bodawpaya werden ook Assam en Arakan onderworpen. Dit leidde tot spanningen met het Britse Rijk in India. Gedurende het Derde Birmaanse koninkrijk werd de hoofdstad regelmatig verplaatst: in 1783 van Ava naar Amarapura, in 1813 terug naar Ava, in 1841 (na een verwoestende aardbeving in 1838) weer naar Amarapura en in 1861 naar Mandalay. thumb|Innwa-klooster

Britse overheersing

Grens- en handelsconflicten met het Britse Rijk in India leidden tot drie Engels-Birmese oorlogen: 1824, 1852 en 1885. De Engelsen veroverden uiteindelijk geheel Birma en vanaf 1885 was Birma een onderdeel van het Britse Rijk. Daarmee eindigde het Derde Birmaanse koninkrijk. De laatste koning, Thibaw, werd naar India verbannen.

Tweede Wereldoorlog In 1942 werd Birma veroverd door de Japanners die het wilden gebruiken als springplank om India binnen te vallen. Om dat doel te bereiken werd de Birma-spoorlijn aangelegd. Deze spoorlijn werd berucht door de dwangarbeid van geallieerde, Birmaanse, Thaise, Indische en Maleise krijgsgevangenen, van wie er meer dan 100.000 stierven door uitputting, ziekte en ondervoeding. Van 1943 tot 1945 was Birma officieel een onafhankelijk land genaamd de Staat Birma. In de praktijk was het een vazalstaat van Japan. In 1945 werden de Japanners door de geallieerden verdreven.

Onafhankelijkheid De Unie van Birma werd in 1948 onafhankelijk en was vanaf het begin af aan onstabiel door opstanden van de verschillende bergvolkeren en nationaliteiten die zelfbestuur wilden. Ook vonden er communistische opstanden plaats, in reactie op door de Verenigde Staten en Taiwan gesteunde aanvallen van Kuomintangmilitairen in China.

In 1962 werd Birma een militaire dictatuur en in 1974 werd het een eenpartijstaat. In 1989 werd de naam veranderd van de Unie van Birma in de Unie van Myanmar. In 1990 won de National League for Democracy onder aanvoering van Aung San Suu Kyi de eerste vrije verkiezingen, maar de uitslag werd niet erkend door de militaire heersers. Sindsdien worden veel van haar aanhangers gevangengehouden en werd zijzelf geïntimideerd, ze stond lange periodes onder huisarrest. De militaire regering wordt door verscheidene westerse regeringen met sancties onder druk gezet om vrije verkiezingen toe te staan en op te treden tegen de drugshandel.

Politiek Na een lange periode van Brits koloniaal bestuur, en de Japanse bezetting tijdens de Tweede Wereldoorlog werd Birma in 1948 onafhankelijk en ontstond de democratisch geregeerde Unie van Birma. Deze Unie bereikte nimmer stabiliteit door binnenlandse conflicten in verband met onderlinge etnische en nationalistische kwesties, economische belangen en politieke stromingen. In 1962 vond een militaire coup plaats en de aldus gevestigde junta hief alle democratische bestuursorganen en -middelen op, inclusief de grondwet. De Birmese Socialistische Programma Partij werd in het leven geroepen, die alle politieke en bestuurlijke macht aan zich trok. De productiemiddelen werden genationaliseerd, het economisch beleid gecentraliseerd en alle onafhankelijke berichtgeving werd verboden.

Na de opstanden van augustus 1988 vond er een nieuwe coup plaats door een groep militairen die zich eerst SLORC noemde en vanaf 1997 SPDC (State Peace and Development Council). In mei 1990 werden er verkiezingen gehouden die werden gewonnen door de National League for Democracy, maar de uitkomst van deze verkiezingen werd door de nieuwe junta verworpen.

Los van welke naamgeving dan ook wordt het bestuur van Birma sinds het aantreden van de junta's algemeen beschouwd als een dictatuur. De machthebbers laten zich niets gelegen liggen aan politiek andersdenkenden en streven uitsluitend de eigen (persoonlijke) economische en financiële belangen na. Openlijk, soms massaal protest en verzet vanuit de bevolking wordt met harde maatregelen en fysiek geweld neergeslagen. Internationaal wordt een politiek van isolatie gevoerd: media en mensenrechtenorganisaties wordt de toegang tot het land geweigerd en afkeurende signalen en sancties van de zijde van de internationale gemeenschap worden genegeerd. Slechts van enkele buurlanden, zoals China, India en Thailand, wordt enige bemoeienis gedoogd vanwege wederzijdse economische belangen.

Ondanks het machtsvertoon van de centrale overheid bestaat er wel degelijk verzet, vaak ondergronds maar ook meer expliciet. In de grensgebieden met Thailand woedt sinds vele jaren een burgeroorlog: guerrillabewegingen van lokale etnische groepen (voornamelijk Mon en Karen) voeren er een guerrillaoorlog met het Birmese leger. Sinds 1980 vluchtten meer dan 400.000 mensen over de grens naar Thailand. Ze wonen er in grote kampen, maar worden door de Thaise overheid niet erkend als vluchteling. Voorts is er de oppositionele National League for Democracy die in 1990 de "vrije" verkiezingen won. Deze overwinning werd echter niet erkend door de militaire machthebbers. Na de verkiezingen werden veel leden van de National League for Democracy gevangengezet. Hun leidster Aung San Suu Kyi, boegbeeld van de vrijheidsstrijd, heeft twintig jaar lang huisarrest gehad. Op 13 november 2010 werd haar huisarrest opgeheven. In 1991 is aan haar de Nobelprijs voor de Vrede toegekend.

Protesten najaar 2007 miniatuur|Protesten tegen de regering. miniatuur|"Free Myanmar". Cartoon die solidariteit met de demonstranten betuigt.

Voor het eerst sinds het einde van de jaren tachtig kwam eind september 2007 weer een protestbeweging van een groeiend aantal boeddhistische monniken op gang. Met geweldloze optochten gaven zij uiting aan het verlangen naar een democratisch bestuurd land. Na een aantal dagen voegde een steeds wassende stroom burgers zich bij hen. Zij flankeerden de monniken met de kennelijke bedoeling om niet alleen hun oproep te ondersteunen maar ook om hen lijfelijk te beschermen tegen mogelijk militair geweld door de junta. Aan de protesten namen soms naar schatting 25.000 tot 50.000 mensen deel in Yangon, Mandalay, Henzada (Hinthada) en Monywa.

Dit plaatste de regering voor een groot dilemma. Monniken hebben in Myanmar een zeer hoge, bijna heilige status en groot gezag waar het morele waarden betreft. Zonder ingrijpen zou hun actie tot grote, wellicht onbeheersbare onlusten in het gehele land kunnen leiden. Het - gewelddadig - neerslaan van de beweging zou echter tot hetzelfde kunnen leiden.

In het op gematigde wijze voeren van overleg, dat eventueel tot compromissen zou kunnen leiden, had de overheid zich echter in de voorgaande decennia niet bekwaamd. Op 26 september greep het leger in, toen de protesterende menigte probeerde de Sule Pagode in Yangon te bereiken. Volgens sommige berichten vielen daarbij vijf doden, de regering sprak van één dode. Eerder op de dag werden in Yangon ongeveer 200 monniken en burgers opgepakt."Politie Birma slaat in op monniken", RTL Nieuws, 26 september 2007 (gearchiveerd) Op 27 september 2007 bestormden veiligheidstroepen 's nachts twee kloosters in Yangon. Naar schatting tweehonderd monniken werden gearresteerd. 's Middags vielen er 9 doden, onder wie de Japanse journalist Nagai Kenji van het persbureau AFP.

Op 1 oktober kwamen berichten naar buiten over duizenden doden en massale executies door het leger. Gevluchte overgelopen officieren zeiden dat vele monniken in vrachtwagens gedwongen waren, om vervolgens in de jungle te worden geëxecuteerd, en dat andere monniken vastzaten in hun kloosters en in de universiteit van Yangon, die verbouwd was tot een gevangeniscomplex. Volgens sommige berichten werden 200 gevangenen vrijgelaten op 5 oktober. De Myanmarese ambassadeur bij de Verenigde Naties, Kyaw Tint Swe, verklaarde daarop voor de Veiligheidsraad van de VN in New York dat er nog meer vrijlatingen zouden volgen. Zijn verklaring had mogelijk als doel een interventie van de Veiligheidsraad te voorkomen.U.N. envoy warns Myanmar, Reuters, 5 oktober 2007

Einde van de junta Op 31 januari 2011 trad een nieuwe grondwet in werking, die formeel een einde maakte aan het militaire bestuur. Op deze datum vond de eerste bijeenkomst plaats van het nieuw opgerichte parlement, een tweekamerparlement waarvan het lagerhuis uit 440 zetels bestaat en het hogerhuis uit 224 zetels. Op 4 februari 2011 werd Thein Sein verkozen tot president van Myanmar, het eerste civiele staatshoofd van Myanmar in bijna 50 jaar.Birma heeft weer een parlement, NRC.nl, 31 januari 2011De geschiedenis van Myanmar in vogelvlucht, Zuidoost-Azië Magazine. Geraadpleegd 9 oktober 2013

Waarnemers hebben evenwel opgemerkt dat er weliswaar formeel een einde is gekomen aan het militaire bestuur, maar dat veel leden van het parlement alsmede de nieuwe president ex-militairen zijn die voor de verkiezingen ontslag hebben genomen bij het leger om plaats te kunnen nemen in de 'civiele' regering. De internationale gemeenschap betwijfelt dan ook de impact van de staatkundige veranderingen.