De Kanak (Franse spelling tot 1984: Canaque) zijn de inheemse Melanesische bewoners van Nieuw-Caledonië, een overzeese gemeenschap van Frankrijk in het zuidwesten van de Grote Oceaan. De Kanak-bevolking spreekt traditioneel diverse Austronesische talen die behoren tot de Nieuw-Caledonische tak van de Oceanische talen. Volgens de volkstelling van 2019 vormen de Kanak 41,2% van de totale bevolking van Nieuw-Caledonië, wat overeenkomt met ongeveer 112.000 mensen. Andere bevolkingsgroepen zijn de Caldoche, die in Nieuw-Caledonië geboren zijn en in Europa wonen; de Zoreille, die in Europees Frankrijk geboren zijn en in Nieuw-Caledonië wonen, plus ongeveer 10% niet-Kanak-Polynesiërs en 10% van gemengde afkomst.

De vroegste sporen van menselijke bewoning in Nieuw-Caledonië gaan terug tot de Lapitacultuur, ongeveer 3000 BP, d.w.z. 1000 v.Chr.. Bovendien hebben Polynesische zeevaarders zich de afgelopen eeuwen op de eilanden gevestigd en met de Kanak getrouwd. Nieuw-Caledonië werd in 1853 door Frankrijk geannexeerd en werd in 1956 een Frans overzees gebied. De onafhankelijkheidsbeweging, die in 1967 tot een mislukte opstand leidde, werd in 1984 hervat en streefde naar volledige onafhankelijkheid van de Franse overheersing. Toen in 1988 de Matignon-akkoorden werden ondertekend door de vertegenwoordigers van Frankrijk en Nieuw-Caledonië om te beslissen over het houden van een referendum voor onafhankelijkheid, opperde Jean-Marie Tjibaou, de Kanak-leider van de onafhankelijkheidsbeweging, een voorstel om een Agentschap voor de Ontwikkeling van de Kanakcultuur (ADCK) op te richten. Na de moord op Tjibaou in 1989 gaf de Franse president François Mitterrand opdracht om in Nouméa, de hoofdstad van Nieuw-Caledonië, een cultureel centrum op te richten naar het idee van Tjibaou. Het zou het laatste van Mitterrands Grands Projets worden. Het Jean-Marie Tjibaou Cultureel Centrum werd formeel opgericht in mei 1998.

Hoewel het oude Lapita-aardewerk teruggaat tot 1000 v.Chr. en de bewoners van het eiland al lang kunst produceerden, zijn de Kanak-kunst en het Kanak-ambacht in Nieuw-Caledonië populairder geworden sinds de oprichting van de ADCK. Houtsnijwerk in de vorm van haviken, oude goden, slangen en schildpadden is populair, evenals de flèche faîtière, een houtsnijwerk dat lijkt op een kleine totempaal met symbolische vormen. Muziek, dans en zang zijn onderdeel van veel ceremoniële functies. Tijdens de traditionele bijeenkomsten worden dansen uitgevoerd met als doel de relaties binnen de clan en met de voorouders te verstevigen.

Etymologie Het woord Kanak (in het Frans oorspronkelijk gespeld als Canaque) is afgeleid van kanaka maoli, een Hawaïaanse uitdrukking die "gewoon persoon" betekent en die ooit door Europese kolonisten, handelaren en missionarissen in Oceanië zonder onderscheid werd gebruikt voor alle niet-Europese eilandbewoners in de Grote Oceaan. Kanaka stamt in het Hawaïaans af van de Proto-Polynesische wortel *taŋata, wat "persoon" betekent, een wortel die niet wordt gebruikt in de Nieuw-Caledonische talen. Vóór het contact met de Europeanen bestonden er in Nieuw-Caledonië geen eenheidsstaten en er werd geen gezamenlijk endoniem gebruikt om de inwoners aan te duiden.

In 1984 namen de Melanesische leiders de moderne spelling Kanak aan, als alternatief voor de oude spelling Canaque die geassocieerd werd met de koloniale periode. De nieuwe vorm "Kanak" wordt in het Frans niet grammaticaal verbogen: het meervoud is bijvoorbeeld "les Kanak" (les Kanaks is onjuist); "les traditions kanak", enz.

In de afgelopen generaties zijn er uit Kanak nog andere woorden ontstaan:

Kanaky is een etnopolitieke naam voor het eiland of het gehele grondgebied. Kaneka is een muzikaal genre dat geassocieerd wordt met de Kanak, stilistisch gezien een vorm van reggae met toegevoegde fluiten, percussie en harmonieën. Kaneka heeft vaak politieke teksten en wordt gezongen in het Drehu, Paici of andere Melanesische talen, of in het Frans.

In het Duits is de benaming Kanake, die nu wordt gebruikt voor alle niet-blanken, in sommige gevallen zelfs voor Zuid-Europeanen en vooral voor Turkse immigranten, ook afkomstig van dezelfde bron. Het werd oorspronkelijk toegepast op mensen uit de Duitse koloniale bezittingen in Oceanië.

Geschiedenis miniatuur| Antieke litho van Kanak.

Oorsprong De Melanesische nederzetting op Grande Terre dateert minstens terug tot de Lapitacultuur. De oorsprong van de Kanak is onduidelijk. Obsidiaan dat uit Nieuw-Guinea werd getransporteerd, werd aangetroffen bij het oudste Lapita-aardewerk van Nieuw-Caledonië. Bovendien is er volgens sommige onderzoekers bewijs van menselijke bewoning in Nieuw-Caledonië daterend uit 3000 v.Chr. (1500 jaar vóór de Lapitacultuur), terwijl anderen beweren aardewerk van vóór de Lapitacultuur te hebben gevonden.

Een ander probleem bij het bepalen van de oorsprong en vroege geschiedenis van de Kanak is dat de archeologische interpretatie in conflict is met de opvattingen van de Kanak, die na de koloniale overheersing gepolitiseerd zijn geraakt.

Europese kolonisten De eerste Europeanen die op deze eilanden aankwamen dateren uit 1774, toen kapitein James Cook van het koninkrijk Groot-Brittannië aan land kwam. Er leefden toen naar verluidt 70.000 Kanak op de archipel. Cook gaf de naam "Nieuw-Caledonië" aan deze eilanden, vernoemd naar Caledonia, de Latijnse naam voor Schotland.

50 jaar later kwamen de protestanten van het Londens Zendingsgenootschap naar Nieuw-Caledonië, in 1843 gevolgd door de komst naar het eiland van Franse katholieken. Dit leidde tot een conflict tussen de twee religieuze groeperingen. Uiteindelijk kregen de Franse katholieken de macht over de eilanden. Het eiland werd daarna in 1853 door Frankrijk geannexeerd.

Tijdens de koloniale periode, in de 19e eeuw, werden Kanak ingezet als dwangarbeiders om werk te verrichten in onder meer Australië, Nieuw-Zeeland, Papoea-Nieuw-Guinea, de Amerikaanse staat Californië, Canada, Chili, Fiji en Zuid-Afrika (blackbirding). Tijdens de 3000 jaar dat de Kanak op de afgelegen eilanden leefden, waren ze niet voorbereid op de komst van Europese virussen en bacteriën. De Kanak werden van hun land verdreven en als dwangarbeiders ingezet op Franse plantages, ranches en openbare werken.

Opstand miniatuur|Kanak-krijgers, c. 1880 Toen de Kanak gedwongen werden om naar reservaten op het eiland te verhuizen, dichter bij de bergen, bezetten ze slechts 10 procent van hun voorouderlijk land, aangezien hun populatie zo dramatisch was afgenomen als gevolg van ziekten, en hun leefomstandigheden zeer zwaar waren geworden. Deze situatie ontstond nadat de Franse overheid tussen 1864 en 1897 20.000 gevangenen naar de kolonie verhuisde. De meesten van hen vestigden zich permanent in het land en werden ingezet voor de winning van nikkel (vanaf 1864) en koper (vanaf 1875). Dit leidde tot ernstige wrevel onder de Kanak, die in 1878 in opstand kwamen tegen de Franse koloniale overheersing, die werd onderdrukt door de Fransen die beter bewapend waren. De leider van de Kanak werd onthoofd en zijn hoofd werd tentoongesteld in het Muséum national d'histoire naturelle.

Na de Tweede Wereldoorlog Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de onafhankelijkheidsbeweging van de Kanak opnieuw momentum toen de Verenigde Naties Nieuw-Caledonië in 1946 op de dekolonisatielijst van niet-zelfbesturende gebieden plaatste. Een belangrijke vooruitgang vond plaats toen de Kanak en Franse kolonisten in het land in 1951 stemrecht kregen, kort voordat het in 1956 een overzees gebiedsdeel van Frankrijk werd. Ook mochten de Kanak toen hun reservaatgebieden verlaten. Dit werd gevolgd door de oprichting van de Territoriale Vergadering in 1957, maar dit was van korte duur. Charles de Gaulle schafte deze af nadat hij in 1958 president van Frankrijk was geworden.

Strijd voor onafhankelijkheid In 1981 ontstond de onafhankelijkheidsbeweging, na de moord op Pierre Declercq, secretaris-generaal van de Caledonische Unie (Frans: Union calédonienne, UC) op 19 september 1981. In 1984 werd een nationaal forum opgericht met de naam "Front de Liberation Nationale Kanak Socialiste" (FLNKS). Dit forum weigerde deel te nemen aan de verkiezingen voor de Territoriale Vergadering en riep zelfs zijn eigen provinciale regering uit, hetgeen op verzet stuitte van de Fransen. De FLNKS organiseerde een boycot van de territoriale verkiezingen in Nieuw-Caledonië, waarbij stembussen werden vernield en wegversperringen werden opgeworpen om te voorkomen dat mensen gingen stemmen. De FLNKS zette haar agitatie voort en kondigde op 7 januari 1985 eenzijdig aan dat er in juli 1985 een referendum over onafhankelijkheid zou worden gehouden. Na de dood van Kanak-leider Eloi Machoro in 1985 namen Kanak-activisten 27 gendarmes in gijzeling op het eiland Ouvéa, wat leidde tot een Franse reactie.

De Kanak-beweging stelde in januari 1986 zelfbestuur voor. Mitterrand kondigde een tijdelijke regeling aan die de kolonie meer autonomie wilde geven. De Franse premier Jacques Chirac stationeerde troepen op de eilanden, en de kwestie van de autonomie werd op de lange baan geschoven. De FLNKS, gesteund in hun campagne voor een referendum door regionale organisaties zoals de "Groupe du fer de lance mélanesien" (Melanesische Speerpuntgroep), het Pacific Islands Forum en de Beweging van Niet-Gebonden Landen, slaagde erin om de VN-resolutie 41-41 A van 2 december 1986 aangenomen te krijgen. Deze resolutie schreef Nieuw-Caledonië opnieuw in op de Dekolonisatielijst van Niet-Zelfbesturende Gebieden. Deze resolutie heeft het geweld echter niet doen afnemen, en er volgden meer confrontaties met de autoriteiten. De gijzeling in de Ouvéa-grot resulteerde in 21 doden, waaronder 19 Kanak. Na de slag ontstond er internationaal protest dat resulteerde in het starten van onderhandelingen over een regeling tussen de Franse regering, de Kanak en de Franse kolonisten.

Matignon-akkoord

Op 6 november 1988 volgde een overeenkomst genaamd het Matignon-akkoord tussen de Fransen en de Kanak, dat de steun kreeg van de meerderheid van 80% van de Franse bevolking. Volgens het Matignon-akkoord werd voorgesteld om uiterlijk in 1998 een referendum over onafhankelijkheid te houden. Twee Kanak-leiders die de overeenkomst ondertekenden, Jean-Marie Tjibaou en Yeiwene Yeiwene, werden op 4 mei 1989 vermoord door een Kanak-activist. De onafhankelijkheidsactivisten waren ontevreden met het akkoord, omdat ze vonden dat Frankrijk hen nooit onafhankelijkheid zou gunnen.

Nouméa-akkoord Op 5 mei 1998 werd een volgende overeenkomst, het Nouméa-akkoord, ondertekend tussen de president van de FLNKS en de Franse regering, die Nieuw-Caledonië gedurende een overgangsperiode van maximaal twintig jaar een zekere mate van autonomie verleende. In 2018 werd een referendum gehouden voor onafhankelijkheid van Frankrijk. De veranderingen die van deze overeenkomst werden verwacht hadden betrekking op de lokale politieke controle en structuur. De Kanak zouden meer zeggenschap krijgen over interne en regionale aangelegenheden, terwijl Frankrijk soevereine rechten zou behouden, inclusief de controle over militaire en buitenlandse zaken. In een toespraak voor de Vierde Commissie van de Verenigde Naties op 10 oktober 2005 drong de vicevoorzitter van de FLNKS, Léopold Jorédié, er bij de Verenigde Naties op aan om "een systeem voor toezicht en follow-up op te zetten voor de eerdere contracten die tussen multinationals en gemeenten zijn ondertekend, door een beroep te doen op de initiatieven van Global Witness en door de VN te vragen een ad-hoccommissie in te stellen om de rijkdommen van Nieuw-Caledonië te beschermen, naar het voorbeeld van wat er voor Congo is gedaan."

Huidige status