Loge L'Amitié sans Fin is een vrijmetselaarsloge in de stad Terneuzen (provincie Zeeland) welke is opgericht in 1967. Loge 'L'Amitié sans Fin' is een vereniging van leden van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden, die - op grond van een haar door die Orde verleende constitutiebrief - zelfstandig werkt in Terneuzen. Het is de derde loge onder deze naam, die letterlijk 'de vriendschap zonder einde' betekent, wat een verwijzing is naar het blijvend voortbestaan van de broederschap binnen de vrijmetselarij.
De loge kent vandaag de dag (anno 2024) ruim dertig leden, veelal uit Zeeuws-Vlaanderen maar ook uit België. De leden komen daarbij uit alle geledingen van de maatschappij. Wekelijks is er op woensdag een logebijeenkomst, waarbij er doorgaans een Open loge is - een rituele bijeenkomst waarbij de aanwezigen formeel gekleed zijn en maçonnieke regalia als schootsvel en handschoenen dragen - of een comparitie. Bij dit laatste type bijeenkomst wordt een inleiding gegeven over een filosofisch, spiritueel of anderszins interessant onderwerp (in vrijmetselaarsjargon: er wordt een bouwstuk opgeleverd), wat daarna besproken wordt.
De loge onderhoudt goede betrekkingen met de omringende loges, in Nederland maar zeker ook in Vlaanderen. Vanuit de geografische ligging en historie zijn er banden met loges in onder meer Gent, Antwerpen en Brugge.
Kenmerken Het rangnummer van de loge is 243 (tweehonderd drieënveertig). De onderscheidingskleuren van de loge zijn zilver en blauw, zoals ook van de eerdere loges onder de naam 'L'Amitié sans Fin'
Het zegel van de loge is cirkelvormig, aan de buitenste rand staat de logenaam en vestigingsplaats met daartussen een tweetal acaciatakken, in de vrijmetselarij een symbool voor de onsterfelijkheid van de menselijke ziel. In de binnenkant een zogeheten ourobouros, symbool voor de cyclische aard van de natuur. In het midden een vlammende ster, daar weer binnen passer en winkelhaak en het symbool van yin en yang. Dit laatste is opmerkelijk in de zin dat dit geen gebruikelijk symbool is in de vrijmetselarij, maar stamt uit het taoïsme, een mystieke stroming uit China. Het staat voor het samengaan van tegengestelde krachten in de natuur, zoals licht en donker; in de vrijmetselarij is de zwart-wit geblokte vloer van de tempel een verwijzing naar de dualiteit in het menselijk leven.
Het logegebouw Het logegebouw van loge 'L'Amitié sans Fin' bevindt zich in de buurtschap Spui op nr. 23. Het pand dateert uit de jaren '20 van de twintigste eeuw en is een gemeentelijk monument. Het was oorspronkelijk een verenigingsgebouw wat in 1941 werd omgebouwd tot een gereformeerde kerk. Naast het logegebouw staat de witte beltmolen 'Eben Haezer' uit 1807.
Het gebouw is in 1974 aangekocht door de speciaal hiervoor opgerichte stichting 'Logegebouw Zeeuws-Vlaanderen', met steun van de Stichting Maçonniek Bouwfonds. Na een grondige verbouwing - grotendeels in eigen beheer - onder leiding van architect H. Starck is het gebouw op 10 januari 1975 officieel ingewijd als logegebouw. De stichting 'Logegebouw Zeeuws Vlaanderen' zorgt nog steeds voor onderhoud en beheer en verhuurt het gebouw aan loge 'L'Amitié sans Fin' en andere partijen.
Op de benedenverdieping is een ruimte voor comparities die ook als eetzaal gebruikt wordt, een bibliotheek/bestuurskamer, een keuken en de bar (in vrijmetselaarsjargon: de zevende graad). De gewezen kerkruimte op de eerste verdieping is nu de grote tempel (in vrijmetselaarsjargon: de werkplaats) geworden die gebruikt wordt voor rituele bijeenkomsten. Het kerkorgel is niet meer aanwezig, er staat nog slechts een façade van orgelpijpen. De zetels van de Voorzittend Meester (in vrijmetselaarsjargon: de troon) en die van de beide Opzieners (ceremoniële functionarissen) in de grote tempel zijn afkomstig uit een Engelse loge. Op de tweede verdieping is nog een tweede, kleinere tempel welke gebruikt werd bij speciale gelegenheden maar nu buiten gebruik is gesteld.
De voordeur en trappen van het logegebouw in Spui worden zelden gebruikt. Daarom is pas bij een renovatie na de eeuwwisseling opgevallen dat er herkenbare kogelgaten in de voorgevel zitten, een herinnering aan de Tweede Wereldoorlog. Een ander interessant detail van het gebouw is dat de wijzerplaat van de klok in de voormalige kerktoren vervangen is door een afbeelding van een passer en een winkelhaak. Het klokmechanisme zelf is verwijderd.
In de gevel van het logegebouw in de Havenstraat in Terneuzen, waar de tweede loge onder de naam 'L'Amitié sans Fin' samenkwam, waren gevelstenen met een passer en een winkelhaak en een troffel ingemetseld. Toen de voorgevel van het gebouw jaren later werd gesloopt konden deze gered worden, de gevelsteen met de passer en de winkelhaak is bewaard gebleven en bevindt zich in de voorhof van de tempel in het huidige logegebouw.
Vervolgpaden en andere activiteiten miniatuur|Vervolgpaden Nederlandse vrijmetselarij Het logegebouw in Spui wordt niet alleen gebruikt door 'L'Amitié sans Fin' maar ook voor bijeenkomsten van diverse vervolgpaden - ook wel hogere graden genoemd - binnen de Nederlandse vrijmetselarij. Dit betreft: Het kapittel 'Het Zuiderkruis' nr. 32 van de Orde van Vrijmetselaren onder het Hoofdkapittel der Hoge Graden in Nederland. Het kapittel 'Relation' nr. 22 van de Orde van het Heilig Koninklijk Gewelf in Nederland. Dit kapittel werd op 7 maart 1970 in de tempel van loge 'L'Astre de l'Oriënt' in Vlissingen geconsacreerd. Het kapittel heeft daarna kort in Vlissingen en in Goes gearbeid, en is vervolgens naar Terneuzen verhuisd. De Merkmeesterloge 'Libanon' nr. 1488. Bij deze Merkmeesterloge hoort een loge van de Royal Ark Mariners (RAM) met dezelfde naam en hetzelfde rangnummer. Beide vallen onder de District Grootloge van Merkmeesters in Nederland. Het conclaaf 'Flandria' nr. 407 van de Order of the Red Cross of Constantine De preceptorijen 'St. Bernard de Clairvaux' nr. 3 en 'Saint Jean d'Acre' nr. 13, die vallen onder de Grootpriorij van Nederland van de Orden van de Tempel ('Knights Templar'). De bijeenkomsten van 'Saint Jean d'Acre' zijn Franstalig. Het tabernakel 'Horeb' nr. 138 dat deel uitmaakt van District 29 'The Netherlands' van het 'Grand College of The Holy Royal Arch Knight Templar Priests and Order of Holy Wisdom' (Engelstalig). Daarnaast wordt het gebouw ook gebruikt door loge 'Emergo' nr. 1805, die onderdeel is van 'Le Droit Humain', een orde binnen de gemengde vrijmetselarij. Geschiedenis van de vrijmetselarij in Zeeuws-Vlaanderen
Voorgeschiedenis miniatuur|Fort Liefkenshoek en fort Lillo, kaart van Ferraris, 1775 De eerste activiteiten rondom vrijmetselarij in Zeeuws-Vlaanderen (en in Zeeland) vonden plaats halverwege de achttiende eeuw. Zeeuws-Vlaanderen was toen als Staats-Vlaanderen een van de zogeheten generaliteitslanden van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden. De forten Lillo en Liefkenshoek aan de oevers van de Westerschelde vormden hierbij voorposten van de Republiek. Tijdens de Oostenrijkse successieoorlog (1740-1748) werden in 1747 beide forten door de Fransen veroverd. Diverse militairen van het Staatse leger werden na afloop hiervan als krijgsgevangenen geïnterneerd te Dijon, onder hen bevond zich Adolph von Schweinitz (1723-1784), sous-luitenant en adjudant in het regiment van generaal Soute in fort Lillo.
Hij kwam in krijgsgevangenschap in aanraking met de vrijmetselarij en werd lid van de loge 'D'Harmonie' in Dijon. Samen met enkele andere krijgsgevangenen richtte hij een ambulante (militaire) loge op, met een Franse constitutiebrief. Nadat Adolph von Schweinitz begin 1749 was vrijgelaten uit krijgsgevangenschap werd hij gelegerd in Sluis, een vestingstad met een garnizoen, als onderdeel van de Staats-Spaanse Linies. Samen met enkele andere vrijmetselaars bood hij deze constitutiebrief aan bij de Nederlandse Grootloge der Zeven Verenigde Nederlanden - een voorloper van het huidige Grootoosten der Nederlanden - ter protectie en ratificatie. Grootmeester J.G. baron van Wassenaer ondertekende de constitutiebrief op 21 augustus 1749 en op basis hiervan werd een ambulante (militaire) loge opgericht in Sluis onder de naam 'L'Harmonie', bij het regiment van generaal Swanenbergh. Loge 'L'Harmonie' is echter maar kort actief geweest en is vermoedelijk na enkele jaren alweer opgehouden te bestaan.
In 1763 werd door 17 vrijmetselaars - waaronder Adolph von Schweinitz - in Lillo een nieuwe loge opgericht met de naam ‘De Eendracht’, die geïnstalleerd werd op 27 juni 1764 en later ook in Hulst werkte. Op 10 december 1767 verzocht deze loge aan de Grootloge om haar naam te mogen wijzigen in ‘L’Harmonie’, wat werd toegestaan. De loge werd op 25 mei 1788 vervallen verklaard. Vrijwel tegelijkertijd – in 1787 – werd in Hulst echter een nieuwe loge opgericht, onder de naam ‘De Phoenix’. Van deze laatste loge is weinig bekend, en in 1804 werd ze weer geschrapt uit de registers van de Orde. Mogelijk was ‘De Phoenix’ een voortzetting van ‘L’Harmonie’ onder een nieuwe naam, de logekleuren (wit en blauw) waren identiek. Aan loge 'De Eendracht' c.q. 'L'Harmonie' was vanaf 1777 ook een zogeheten Schotse loge verbonden, die werkte in de hogere graden volgens de Franse ritus.
Kort nadat loge 'De Eendracht' in Lillo was opgericht ontstond er een conflict met de plaatselijke protestantse gemeente aldaar. Op 6 januari 1764 ontvingen de logeleden een brief van dominee Josua van Iperen waarin hen de toegang tot de Avondmaalsviering werd ontzegd, op grond van het feit dat zij vrijmetselaar waren. Men ergerde zich binnen de gemeente aan de geheimzinnigheid waarmee de werkzaamheden van de loge gepaard gingen. Na diverse gesprekken met de kerkenraad en bemiddeling van onder meer de raadpensionaris van Zeeland werd alles in oktober 1765 weer bijgelegd.
In 1985 is onder de Reguliere Grootloge van België de loge ‘De Eendraght 1764’ met rangnummer 22 opgericht. De loge beschouwt zich als opvolger van de eerdere loge uit de achttiende eeuw: de toevoeging '1764' aan de naam slaat op het jaar van de installatie van de oorspronkelijk loge en het logezegels zijn identiek. Loge 'De Eendraght 1764' werkte initieel ook in Lillo, maar heeft nu haar zetel in Antwerpen.
De eerste loge 'L'Amitié sans Fin' (1784 - 1818) miniatuur|Beleg van Sluis, 1794. Prent Cornelis Bogerts, collectie Rijksmuseum AmsterdamDe overgang van de achttiende naar de negentiende eeuw ging gepaard met grote veranderingen. De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden werd ingelijfd door Frankrijk onder leiding van Napoleon Bonaparte en getransformeerd in een vazalstaat, initieel in de vorm van de Bataafse republiek en vanaf 1806 als het Koninkrijk Holland. In 1810 werd het land geannexeerd en volledig onderdeel van het Franse Keizerrijk. Staats-Vlaanderen was overigens al vanaf 1795 als arrondissement de Sas-de-Gand toegevoegd aan Frankrijk.
Na deze zogeheten Franse Tijd (1794 - 1814) ontstond het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, waarbij de zoon van stadhouder Willem V werd geïnstalleerd als koning Willem I. De tweede zoon van Willem I, prins Frederik, was gedurende 65 jaar (1816 - 1881) grootmeester van de Orde van Vrijmetselaren onder het Grootoosten der Nederlanden.
In Sluis was in 1782-1783 de ambulante (militaire) loge 'La Concorde' gelegerd, behorende bij het regiment Nationalen (no. 4) van luitenant-generaal Hyacinth graaf d'Envie. Omdat er in Sluis geen gewone loge was, konden burgers hier ook lid van worden. Na het vertrek van 'La Concorde' in 1783 werd door een viertal vrijmetselaars een maçonnieke sociëteit opgericht. In januari 1784 wijdden zij - ondanks dat ze nog geen constitutiebrief hadden - een vijftal leerling vrijmetselaars in. Gezamenlijk verzochten zij op 24 maart 1784 aan de Grootloge om een constitutiebrief voor een nieuw op te richten loge in Sluis onder de naam 'L'Amitié sans Fin'.
De oprichters waren: Paulus van Rheenen, voormalig lid van loge 'La Concorde', notaris