thumb|De commandant van de Israëlische luchtmacht David Ivry leidde de operatie vanuit Tel Aviv over datalinks. miniatuur|De Tadiran Mastiffs onbemande luchtvaartuigen dienden als lokvogel om de Syriërs hun radar te doen aanzetten en gegevens te vergaren. miniatuur|Een IAI Scout onbemand luchtvaartuig zond de gegevens over de Syrische radars van de Tadiran Mastiffs door naar de E-2 Hawkeye. miniatuur|E-2 Hawkeyes cirkelden op grote hoogte voor de kust. Ze bewaakten het luchtruim met hun radar en communiceerden met de vliegtuigen en de commandopost van Ivry te Tel Aviv. Ze vormden de basis voor het luchtoverwicht van de Israëlische luchtmacht. miniatuur|McDonnell Douglas F-4 Phantom II lanceerde AGM-78 Standard ARM antiradarraketten naar de SAM-6 luchtafweer. miniatuur|De AGM-78 Standard ARM antiradarraket vernietigde de SAM-6 luchtafweer. miniatuur|Een F-16 Fighting Falcon die zeven Syrische vliegtuigen neerschoot miniatuur|Een F-15 Eagle die twee Syrische vliegtuigen neerschoot. miniatuur|De Mikojan-Goerevitsj MiG-23 had geen radardetectie opzij en was kwetsbaar in de flank. miniatuur|De radargeleide AIM-7 Sparrow lucht-luchtraket vloog van 30 km afstand aan Mach 3,5 naar de flank van de MiG. miniatuur|Philip Habib kreeg de luchtdoelraketten niet weg door diplomatie, maar bemiddelde nadien wel de wapenstilstand. miniatuur|De Syrische president Hafiz al-Assad zag de annexatie van de Golanhoogvlakte als een provocatie en eiste nadien dat Israël zich terugtrok uit Libanon. Operatie Mol-Krekel 19 (Hebreeuws:, ) was een operatie voor Suppression of Enemy Air Defences door de Israëlische luchtmacht op 9 juni 1982 tegen Syrische luchtdoelraketten in de Bekavallei in Libanon bij het begin van de Libanonoorlog (1982). In totaal werden 29 van de 31 SAM batterijen in de Bekavallei vernietigd. In de oorlog van 1982 zijn 84 Syrische vliegtuigen neergehaald. De operatie was een combinatie van een operatie Mol en een operatie Krekel. Verwarring kan ontstaan doordat in het Engels een mole cricket een veenmol is maar dat is niet de Hebreeuwse betekenis.

Voor de operatie Lessen uit de Jom Kippoer-oorlog De Israëlische luchtmacht had tijdens de Jom Kippoer-oorlog in 1973 tevergeefs met Operatie Tagar en Operatie Model 5 geprobeerd om de Egyptische en de Syrische luchtdoelraketten te vernietigen en had daar lessen uit geleerd.

De spanning tussen Syrië en Israël loopt op Vanaf 1980 liep de spanning tussen Syrië en Israël op over Libanon. Op 28 mei 1980 had de Israëlische luchtmacht twee pantserwagens met SAM-9 batterijen bemand door Libische troepen bij Sidon vernietigd met geleide wapens. De Israëlische media verklaarden dat het probleem van de luchtdoelraketten opgelost was, maar de commandant van de Israëlische luchtmacht, David Ivry, zei dat dat voorbarig was en dat de SAM-9 niet beter was dan zijn voorgangers. Premier Menachem Begin pochte dat de Israëlische luchtmacht batterijen luchtdoelraketten in twee uur kon vernietigen. David Ivry zei de media dat de Israëlische luchtmacht zoiets niet kon.

Op 28 april 1981 schoten F-16 Fighting Falcons van het 117e squadron van luchtmachtbasis Ramat David twee Syrische helikopters neer boven Libanon. In reactie stelde Syrië luchtdoelraketten op in de Bekavallei. Het was een combinatie van de mobiele SAM-6 en de vaste SAM-3 en SAM-2. De luchtdoelraketten bedreigden het Israëlische luchtruim niet direct en er stonden al Syrische luchtdoelraketten in het oosten van Libanon over de grens.

Diplomatie krijgt de luchtdoelraketten niet weg Menachem Begin stond voor een dilemma: de nieuwe luchtafweer verminderde het vermogen om in Libanon in te grijpen, maar een aanval kon leiden tot een onnodige oorlog met Syrië. Hij besloot tot een aanval op 30 april, maar dit werd uitgesteld door ongeschikt weer. De Verenigde Staten vreesden de reactie van de Sovjet-Unie op een Israëlische luchtaanval en vermaanden Menachem Begin om niet aan te vallen. Menachem Begin ging akkoord en schrapte de aanval. De Verenigde Staten zonden Philip Habib als bemiddelaar. Hij pendelde tussen Jeruzalem en Damascus maar kreeg de luchtdoelraketten niet weg.

Op 14 december 1981 nam Israël een wet aan die de Golanhoogvlakte annexeerde. De president van Syrië, Hafiz al-Assad vatte dit op als een provocatie, maar besefte dat Syrië geen oorlog kon winnen.

Het plan van Sharon Op 20 december 1981 stelden Minister van Defensie Ariel Sharon en Chef van de Israëlische Generale Staf Rafael Eitan een plan voor op de wekelijkse vergadering van de Regering van Israël om door een invasie van Libanon de PLO te vernietigen en het land te bezetten tot aan de autosnelweg van Beiroet naar Damascus. Menachem Begin stemde voor het plan, maar de andere ministers stemden tegen en het werd weggestemd.

In de loop van 1982 perkte Begin de besluitvorming steeds verder in tot een kernkabinet dat hij beter kon aansturen. Het leger werd gemobiliseerd zodat een oorlog niet langer vermeden kon worden, ondanks Amerikaanse druk van een aanval af te zien. Op 6 juni 1982 trok de Israëlische landmacht Libanon binnen. Eerst werd het kustgebied bezet maar op dinsdag 8 juni 1982 trok de Israëlische landmacht op naar Jezzine om de Bekaavalei van het westen uit binnen te vallen. Besloten werd de Syrische raketgordel daar te vernietigen wat al jarenlang voorbereid was.

Begin stelt met Syrië geen oorlog te willen Menachem Begin sprak in de Knesset:

Die nacht, toen de Slag bij Jezzine aan gang was in centraal Libanon raadde Sharon in een vergadering op het hoofdkwartier van het noordelijk commando aan om dieper in Libanon te trekken:

Om 23:00 trok de Israëlische landmacht Ein Zahalta binnen en ze raakte in gevecht met een Syrische divisie die de opmars stopte. Sharon gebruikte dit als voornaamste argument om Operatie Mol-Krekel 19 uit te voeren.

Yekutiel Adam, vroeger adjunct stafchef en hoofd van de inlichtingendienst Mossad was bezorgd dat de regering de omvang en het doel van de oorlog niet helemaal besefte. Sharon gaf de noordelijke commandant Amir Drori toelating om de Bekavallei in te rijden. Adjunct stafchef Moshe Levi vloog naar Ein Zahalta om de commandant Menachem Einan te vertellen dat de Israëlische luchtmacht die dag de Syrische luchtafweer zou uitschakelen.

David Ivry vernam dat onbemande luchtvaartuigen hadden waargenomen dat vijf bijkomende SAM-6 van de Golanhoogvlakte in de Bekavallei waren gebracht. David Ivry begreep hieruit de Syrië geen grote oorlog beoogde, want dan zouden de luchtdoelraketten opgesteld staan langs de vliegroute naar Damascus. Door de verplaatsing dacht David Ivry dat hij de SAM batterijen kon aanvallen zonder een totale oorlog met Syrië te riskeren.

De vergadering van 9 juni Ariel Sharon vloog met Amir Drori terug naar Jeruzalem voor de vergadering van de Regering van Israël op woensdag 9 juni. Hij zei dat de Syrische 3e pantserdivisie al bewoog ten zuiden van Ein Zahalta. Wachten tot donderdag zou te weinig tijd laten voor een grondaanval. Amir Drori vond de aanval onnodig. Rafael Eitan verkoos een beperkte aanval als een boodschap voor de Syriërs. De minister van communicatie, Mordechai Tzipori stelde dat het plan van Ariel Sharon de grens van 40 km overschreed. Sharon antwoordde dat 40 km te meten was van het noordelijkste punt van Israël, Metula. Hij zei dat de luchtdoelraketten in de Bekavallei vernietigd moesten worden om de grondtroepen in Ein Zahalta te verdedigen met luchtsteun. De Minister van Binnenlandse Zaken, Yosef Burg wees erop dat een oorlog tegen de Syriërs op til was, dat de regering dat niet wilde en dat een aanval op de luchtafweer de zaak zou verergeren en tot een totale oorlog leiden. Ariel Sharon benadrukte de kwetsbaarheid van de soldaten op de grond. Menachem Begin vroeg Amos Amir wat de verliezen zouden zijn in zo een luchtaanval. Amos Amir antwoordde:

Menachem Begin steunde de luchtaanval en Yosef Burg werd ook overtuigd. Ariel Sharon verliet de vergadering en beval zowel de luchtaanval als de grondaanval.

De operatie Luchtsteun bij de grondaanval De ochtend van 9 juni vlogen Israëlische vliegtuigen op drie hoogtes boven Libanon.

IAI Kfir en A-4 Skyhawk vlogen langs de kust van Sidon tot de rand van Beiroet en boden luchtsteun aan het Israëlische landmacht die met 60.000 soldaten en 500 tanks vocht tegen de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie. Op 3000 m hoogte cirkelden gelijkaardige formaties klaar voor inzet. Daarboven vlogen E-2 Hawkeyes langs de kust om het luchtruim te bewaken met hun radar.

Vernietigen van de luchtdoelraketten David Ivry kreeg om 10:00 toestemming om de operatie uit te voeren, maar stelde die uit. Om 13:30 beval Rafael Eitan de aanval en de vliegtuigen stegen per twee op. Het eerste doelwit was de Syrische radar op de top van Jebel Baruk. De eerste golf bestond uit 96 F-15 Eagle en F-16 Fighting Falcon. De tweede golf om 15:50 na voltanken en herbewapenen bestond nog uit 92 vliegtuigen. Toen de aanval begon, landden alle Syrische vliegtuigen om niet door eigen vuur getroffen te worden en om vol te tanken en te bewapenen.

Een squadron Tadiran Mastiff en IAI Scout onbemande luchtvaartuigen had altijd twee onbemande luchtvaartuigen in de lucht zodat ze constant de locatie van de SAM batterijen doorgaven.

De Tadiran Mastiffs vlogen eerst aan om de Syriërs hun radars toe doen aanzetten. Zo gauw de Tadiran Mastiffs met Syrische radar werden aangestraald, zonden ze gegevens over de radar door naar een IAI Scout buiten bereik van de luchtdoelraketten. De IAI Scout zond het signaal door naar de E-2 Hawkeye voor de kust. De E-2 Hawkeye verzamelde en analyseerde de gegevens. Met een datalink kon David Ivry te Tel Aviv in realtime met zijn piloten communiceren en radarbeelden zien. De Syriërs lanceerden 57 SAM-6, maar zonder resultaat. Eens de SAM luchtdoelraketten lanceerden naar de Tadiran Mastiffs vielen de McDonnell Douglas F-4 Phantom IIs de SAM batterijen aan met AGM-78 Standard ARM en AGM-45 Shrike antiradarraketten. Door de snelle vlucht van de raketten waren de McDonnell Douglas F-4 Phantom IIs maar kort blootgesteld aan de SAM. De Israëlische vliegtuigen gebruikten elektronische oorlogvoering om radardetectie te storen.

Rafael Eitan zei:

Volgens David Ivry stonden veel SAM batterijen aan de Syrische kant van de grens.

Het luchtgevecht Toen stegen 100 Syrische gevechtsvliegtuigen op: Mikojan-Goerevitsj MiG-21, Mikojan-Goerevitsj MiG-23 en Soechoj Soe-20. De Israëli vlogen met onbemande luchtvaartuigen over de drie voornaamste vliegvelden in Syrië en gaven door hoeveel en welke vliegtuigen wanneer opstegen en stuurden de gegevens door naar de E-2 Hawkeye. De Syrische vliegtuigen werden geleid door radars op de grond. De Israëlische piloten stoorden met elektronische oorlogvoering de radiocommunicatie tussen de MiGs en hun radars op de grond.

De MiGs hadden enkel radardetectie in de neus en de staart, niet opzij, van boven of vanonder. De E-2 Hawkeyes Airborne warning and control system leidde de Israëlische F-15 Eagle en F-16 Fighting Falcon om de Syrische MiGs in de flank aan te vallen. Hun radargeleide AIM-7 Sparrow lucht-luchtraketten vlogen met snelheid Mach 3,5 vanaf 30 km afstand, buiten het radarbereik van de MiG en buiten het zicht van de piloot ervan. De infrarood geleide AIM-9 Sidewinder lucht-luchtraketten gaven een overwicht op middellange afstand. Er was nog een computergestuurd 20 mm boordgeschut voor nabij gevecht. De Israëlische luchtmacht schoot 82 vliegtuigen neer en verloor er zelf geen enkel.

Rafael Eitan zei:

David Ivry zei:

Na de operatie Verdere gevechten Die nacht vernietigde de Israëlische luchtmacht de Syrische 47e tankbrigade ten noorden van Baalbek toen die naar het zuiden reed, De volgende dag vernietigde de Israëlische luchtmacht nog zes andere SAM batterijen: twee die waren blijven staan in de operatie en vier nieuwe die de Syriërs die nacht naar de Bekavallei gebracht hadden.

Syrische reactie