Sirène Missiaen (Menen, 20 augustus 1899 – 1976), ook wel Sirène Blieck, was een socialistische militant en politicus. Ze was de eerste vrouwelijke schepen in haar geboortestad en provinciaal secretaris van de Socialistische Vooruitziende Vrouwen (SVV, later opgegaan in Rebelle vzw) van West-Vlaanderen.
Biografie
Opgroeien in een socialistisch nest Missiaen werd geboren in het Volkshuis van Menen, dat door haar uit Roeselare afkomstige ouders Vital en Sidonia Sesier werd uitgebaat. Ze groeide als negende kind van tien op in een omgeving die doordrongen was van het vroege socialisme. Haar vader was kleermaker en haar moeder beheerde het café van het Volkshuis.
Haar ouders lieten haar les volgen aan de gemeenteschool voor meisjes, waar ze als goede student het toenmalige privilege kreeg om te mogen doorstuderen tot haar veertiende levensjaar. Omdat er geen hoger officieel middelbaar onderwijs bestond voor meisjes, kon ze niet verder studeren en ging ze als naaister in dienst van de kleermakerij die haar vader intussen had opgestart. In 1917 moest het gezin Menen ontvluchten en vond het tijdelijk onderdak in Mechelen, waar Missiaen de kost verdiende als verkoopster in een hoedenwinkel. Tezelfdertijd raakte ze betrokken bij de clandestien geworden socialistische beweging in de stad.
Begin 1919 keerde het gezin Missiaen terug naar het door de oorlog verwoeste Menen, waar het een jaar lang in een houten noodwoning leefde. Ze vergezelde haar broer Edgard sporadisch naar meetings in de regio, nadat hij bij de wetgevende verkiezingen van 1920 tot volksvertegenwoordiger werd gekozen en later ook arrondissementeel secretaris van de Belgische Werkliedenpartij (BWP) werd. In de herberg van haar ouders nam ze ook deel aan de geanimeerde gesprekken tussen de socialistische militanten en de partijleiders. Ze sloot zich aan bij de lokale afdeling van de Socialistische Jonge Wacht (SJW). Ze ontmoette er het jonge gemeenteraadslid, gemeentebediende en mutualiteitssecretaris Cyriel Blieck (1898-1937), met wie ze op 19 augustus 1924 trouwde.
Carrière binnen de Belgische Werkliedenpartij Na haar huwelijk nam Missiaen de familienaam Blieck aan. Terwijl haar echtgenoot aan de slag ging als adjunct-secretaris van de federatie Menen-Kortrijk van de BWP, naaide zij thuis kinderbroeken. Toen ze in 1925 allebei aanvaard werden voor de opleiding maatschappelijk assistent van de Arbeidershogeschool, stond Sirène haar plaats af aan haar man. Studenten waren verplicht de opleiding als intern te volgen en echtelingen werden uitgesloten. Terwijl haar man de lessen volgde, nam Sirène een deel van zijn werk in Menen over.
Ze hield de administratie van het dagblad Vooruit bij, schreef zelf bijdragen en redigeerde die van anderen. De partijleiding zette haar in als spreker om de socialistische doelstellingen van — hoofdzakelijk vrouwelijke — partijleden toe te lichten en stuurde haar naar het Gewestelijk Komiteit voor Vrouwenactie in Gent en vervolgens ook naar het Nationaal Komiteit. Hoewel de BWP wel degelijk probeerde een eigen vrouwenbeweging op poten te zetten, slaagde ze daar organisatorisch niet echt in, voornamelijk omdat ze de zelfstandigheid van de vrouwenwerking probeerde te beknotten.
In 1927 werd ze hoofdredacteur van Stem der Vrouw, krant van de socialistische vrouwenbeweging. In die krant verschenen artikelelen die het gebruik van anticonceptie uitlegden. Ook pleitte de krant voor “het recht van de vrouw om haar lichaam tegen overdreven vruchtbaarheid te beschermen," een visie die in die tijd geen gemeengoed was.
In 1928 werd de vier maanden zwangere Missiaen aangenomen als Nederlandstalige secretaresse-propagandiste van het Nationaal Comité. Ze reisde het hele land door, gaf lezingen en spreekbeurten, bepaalde als hoofdredacteur de koers van het maandblad De Stem der Vrouw, organiseerde congressen en probeerde de bestaande lokale werkingen te versterken en nieuwe afdelingen te stichten. Ze had daarbij bijzondere aandacht voor de gezondheid van moeders en kinderen en stimuleerde het organiseren van kindervakanties. Met haar echtgenoot nam ze een leidinggevende rol op bij de provinciale werking van het in 1928 in moeilijkheden verkerende SJW afgescheurde Arbeidersjeugdverbond (AJV), dat kampen en demonstraties organiseerde.
Feminisme als drijfveer Tijdens een internationale vrouwenstudieweek in de Arbeidershogeschool kwam ze via de aanwezige buitenlandse leiders van de socialistische vrouwenbeweging in contact met het feminisme. Ze paste haar kledingstijl aan, liet haar haren korter knippen en begon in het openbaar te roken; gedrag en uiterlijk die voor vrouwen in het interbellum aanvankelijk uitzonderlijk waren, maar snel navolging kenden.
Nadat Missiaen haar eerste kind Dirk (Menen, 1 april 1929 – Menen, 1 mei 1930) verloren had aan de gevolgen van broncho-pneumonie, besloot ze na de bevalling van haar tweede kind Orpha (Menen, 17 juni 1931 – ?) ontslag te nemen als Vlaams propagandiste. Ze bleef, samen met Emilienne Steux uit Dottenijs, de socialistische vrouwenbeweging in de regio organiseren. In 1932 werd ze de eerste provinciaal secretaris van de socialistische vrouwenbeweging in West-Vlaanderen. Vanuit een piepklein kantoor in het Menense Volkshuis trachtte ze de oprichting van lokale afdelingen te stimuleren. In een periode van crisis en chronisch gebrek aan financiële middelen bleek dat allerminst evident. Binnen de socialistische beweging belandde de vrouwenbeweging ook stilaan terug in het verdomhoekje.
Missiaen legde zich stilaan ook meer toe op de werking van de lokale afdeling in Menen. Nadat ze de provinciale viering van de internationale vrouwendag tijdens volle campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen naar haar stad had gehaald, werd ze verkozen tot gemeenteraadslid. In januari volgde de verkiezing tot eerste vrouwelijke schepen van Menen,Facebook pagina Stad Menen met als bevoegdheden gezondheid en sociale werken. Zij hield die functie van 1933 tot 1938.
Ze maakte in deze periode, in 1935 met een delegatie vrouwen een reis naar Rusland. Ze nam daar deel aan de Liga van Vrouwen tegen het Fascisme. Tijdens de Spaanse Burgeroorlog bezocht ze Barcelona met een aantal journalisten en zette zich daarna in om Spaanse kinderen in België onder te brengen bij socialistische pleeggezinnen.
De financiële en politieke problemen en de dominantie van burgemeester Debunne verhinderden Missiaen als schepen om veel te realiseren. Mogelijk werd ze wegens haar geslacht een plaats misgund op de kandidatenlijsten voor de wetgevende verkiezingen. Niettemin was ze socialistisch gemeenteraadslid van 1938 tot 1942. Tijdens de Duitse invasie in 1940 vluchtte zij naar Frankrijk, maar keerde op 17 juli 1940 weer terug naar Menen.
Na 1942 werd zij directeur van een vrouwensanatorium van de organisatie Solidariteit Wederzijds in Ukkel. Ze werkte tijdens de oorlog ook voor het clandestiene bureau van de Belgische Socialistische Partij en schreef artikelen voor de ondergrondse pers.
Na de Tweede Wereldoorlog en haar politieke carrière Na de Tweede Wereldoorlog bleef zij directeur van het sanatorium. Vanaf 1946 was ze lid van de Hoge Raad voor Huisvesting. In 1949 werd zij hoofd van het secretariaat van het Nationaal Centrum voor Jeugd en Gezin en ze beheerde enige tijd de vrouwenpagina van de krant De Werker. miniatuur|De Villa Crombez in 1940 Ook in 1949 zette zij zich in voor de Socialistische Vooruitziende Vrouwen. Samen met twee andere vrouwen, Marie Desmet en Lucrèce Christiaens, wist ze een pand in Nieuwpoort te verwerven, een villa van de familie Crombez op de Zeedijk. Zij vormden het om naar een vakantiecentrum voor kinderen. Later werd het gebouw de Barkentijn genoemd.
In 1953 werd zij nationaal secretaris van de SVV-FPS en was ze ook jarenlang bestuurslid van het Fonds voor Terugbetaling Gezinsbijstand en de Nationale Organisatie voor Wezen, Weduwen en Ouders.
Op 1 augustus 1961 ging zij met pensioen. Zij bleef echter actief in bestuursorganen van verschillende vrouwenorganisaties en organisaties voor het welzijn van kinderen.
Eerbetoon In 2021 werd een straat naar haar genoemd in Menen.Oud-schepen Sirène Missiaen krijgt straatnaam, Stefaan Lernout, 3 februari 2021, KW nieuws De Sirène Missiaenstraat loopt tussen de Diksmuidestraat en de Hogeweg.
Zie ook
Bronnen 1999 - Daphné Maes. Biografie van een socialistische militante, Sirène Blieck-Missiaen (1899-1976). Schepen van Menen, nationale secretaresse van de SVV en provinciale secretaresse van de SVV in West-Vlaanderen. Gent (onuitgegeven licentiaatsverhandeling).
Categorie:BWP-politicus