miniatuur|Opnames van Zo is het toevallig ook nog 's een keer. (1963) Televisiesatire in Nederland beschrijft de toepassing van satire in televisieprogramma's van Nederlandse oorsprong. Sinds de introductie van de televisie in Nederland in 1951 zijn er allerlei van dit soort programma's uitgezonden, waarvan Zo is het toevallig ook nog 's een keer, Van Kooten & De Bie, Kopspijkers en Zondag met Lubach enkele zeer bekende voorbeelden zijn.

In de jaren 1920 werd de radio in Nederland geïntroduceerd. Ook werden toen de eerste – destijds verzuilde – radio-omroepen opgericht. De AVRO en VARA zonden op de radio vaak cabaret uit. De AVRO was meer gericht op revues, terwijl de VARA zich meer toelegde op maatschappijkritische cabaretiers. Er was echter nog geen sprake van satirische programma's zoals tegenwoordig. De belangrijkste reden was het censuurbeleid, waaraan alle omroepen zich moesten houden. Na de Tweede Wereldoorlog kwam er een keerpunt in dit censuurbeleid. Dit was in hoge mate te danken aan Wim Kan, die in 1954 zijn eerste oudejaarsconference liet uitzenden door de VARA, met de afspraak dat de VARA alles uitzond.

Op 2 oktober 1951 begon in Nederland de televisie voor het eerst met uitzenden. In de beginjaren waren er een paar satirische programma's, maar het bekendste programma van de televisie was Zo is het toevallig ook nog 's een keer. Het programma was bijzonder controversieel, doordat er veel onderwerpen in werden behandeld die in die tijd taboe waren. De bekendste aflevering van dit programma was de sketch Beeldreligie, waarin de televisie als een nieuwe religie werd gezien. De uitzending kreeg veel kritiek en de makers van het programma kregen zelfs te maken met bedreigingen.

In de jaren erna zouden nog veel bekende satirische programma's volgen. Na Zo is het... werden satirische programma's zoals Farce Majeure, Hadimassa, Van Kooten en De Bie en Ook dat nog! gemaakt, die veel aan populariteit wonnen. Programma's zoals Van Kooten en De Bie en Ook dat nog! wonnen daarnaast ook veel prijzen, zoals de Gouden Televizier-Ring en de Zilveren Nipkowschijf.

Programma's die na de millenniumwisseling populair werden, waren Kopspijkers, Koefnoen en De TV Kantine. In de jaren 2010 werden programma's zoals De Kwis en Zondag met Lubach uitgezonden, en ook de televisieserie De Luizenmoeder werd toen populair. Bekende satirische programma's uit de jaren 2020 zijn Even tot hier, LUBACH en Dit Was Het Nieuws.

Voorgeschiedenis miniatuur|Wim Kan tijdens de repetitie van de oudejaarsconference van 1960. Satire als zodanig bestond daarvoor echter al vele eeuwen in wat nu Nederland is, bijvoorbeeld in boekvorm. Bekende voorbeelden zijn de Lof der zotheid van Erasmus en het middeleeuwse dierdicht Van den vos Reynaerde, waarin onder andere de kerk en de adel bespot worden.

In de 17de en 18de eeuw werden spotprenten populair. Eind 19de eeuw werd het cabaret als kunstvorm in Nederland geïntroduceerd, dat tot op de dag van vandaag in Nederland populair is. In de 20ste eeuw zouden satiremakers ook gebruikmaken van twee nieuwe media: de radio en de televisie.

Satire op de radio In de jaren 1920 werd de radio in Nederland geïntroduceerd. Het medium werd vanaf de jaren 1950 pas echt populair. In diezelfde periode werd cabaret voor het eerst op de radio uitgezonden. Dit werd voornamelijk gedaan door de liberale omroep AVRO en de socialistische omroep VARA. De AVRO zond voornamelijk revueartiesten uit, zoals het duo Snip en Snap. De VARA zond juist cabaretiers uit die maatschappijkritisch waren, zoals Wim Kan. Een bekend radioprogramma waarin satire werd bedreven was Een uurtje bij de familie Mulder. Het hoorspel ging over een familie die aan de keukentafel zit en over de actualiteit spreekt.

Hoewel er satire op de radio was, hadden de makers van satirische programma's niet de mogelijkheid om iedereen te bespotten. In de jaren 1930 en 1950 volgden de verschillende radio-omroepen een censuurbeleid, dat werd opgelegd vanuit de Nederlandse overheid. De omroepen mochten niet zomaar kritiek leveren, omdat het schadelijk kon zijn voor de cohesie in de samenleving. Daarnaast speelde de verzuiling een rol, waarin de omroepen een band hadden met de politieke partijen van hun zuil. Het was onbestaanbaar dat de socialistische VARA kritiek uitte op de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA). Ook voor cabaretiers en satiremakers golden deze regels. Zo moesten cabaretiers hun teksten eerst naar een speciale commissie in Den Haag sturen, waar hun tekst door ambtenaren werd gecontroleerd. Hierdoor bleef het bedrijven van satire en spot vaak uit.

Een keerpunt in het censuurbeleid kwam in 1954. Toen wist Wim Ibo, die werkte voor de omroep VARA, de cabaretier Wim Kan over te halen een oudejaarsconference op de radio te houden. In de oudejaarsconference zou Kan het voorbije jaar samenvatten door middel van grappen en liedjes. Kan accepteerde het aanbod, op voorwaarde dat de VARA alle grappen uit de conference uitzond en geen grappen eruit zou halen. De VARA ging akkoord. De oudejaarsconference werd een enorm succes, waardoor Wim Kan besloot het een jaarlijkse traditie te maken. Het censuurbeleid zou uiteindelijk opgeheven worden in de jaren 1960, vanwege de ontzuiling die in Nederland plaatsvond.

Komst van de televisie (1951)

In de jaren 1930 vonden in Nederland de eerste televisie-experimenten plaats, die werden uitgevoerd door het elektronicabedrijf N.V. Philips. Toch ging de televisie pas twintig jaar later van start, omdat de politiek en de verzuilde radio-omroepen aanvankelijk niets in televisie zagen. In 1951 richtten de omroepen AVRO, KRO, NCRV en VARA de Nederlandse Televisie Stichting (NTS) op en maakten ze zowel apart als gezamenlijk televisie. Er werden toen voornamelijk religieuze of ideologische programma's, dramaseries, nieuws- en sportuitzendingen gemaakt. Later werden de eerste cabaretvoorstellingen op televisie uitgezonden. Ook waren er televisieprogramma's te zien waarin een cabaretier een rubriekje had.

Bekende programma's Het eerste satirische televisieprogramma dat in Nederland werd uitgezonden, was Spotlicht van de KRO. Dit programma werd gemaakt door Fred Rombouts en Leo Thuring, en kaartte 'drie problemen' aan. Na de eerste uitzending, op 11 november 1959, werd het programma in verschillende kranten gemengd ontvangen. Sommigen vonden het programma te flauw, anderen vonden het programma aardig gelukt. De NCRV zond in 1963 het programma Wat een wereld uit. Het werd gemaakt door Dick van Bommel, Jaap van de Merwe, Jaap Molenaar en Fred Benavente. In het programma werden actuele gebeurtenissen uit zowel binnen- als buitenland geparodieerd.

In de jaren erna volgden nog vele andere satirische programma's.

Zo is het toevallig ook nog 's een keer (1963-1966) miniatuur|Het programma Zo is het toevallig ook nog 's een keer in 1963. Een zeer bekend satirisch televisieprogramma in de jaren 60 was Zo is het toevallig ook nog 's een keer van de omroep VARA. Het concept was gebaseerd op een programma van de BBC, That Was the Week That Was. Presentatrice Mies Bouwman ontdekte het format en wilde iets soortgelijks toen ook in Nederland laten uitzenden. De omroepen AVRO en VARA hadden beide belangstelling voor het programma. Toen bleek dat de AVRO geen interesse meer had in een Nederlandse versie van That Was the Week That Was werd het programma bij de VARA geproduceerd.

Zo is het... was uiterst controversieel. Dit omdat het programma veel onderwerpen behandelde, die in Nederland toentertijd taboe waren. Velen vonden de grappen over het koningshuis en religie onsmakelijk. Toch werd het programma goed bekeken en won het zelfs in 1966 de Gouden Televizier-Ring, de prijs voor het beste televisieprogramma. Achteraf bleek dit onterecht, omdat een medewerkster van de organisator honderden kaarten had ingezonden met een stem op het programma, om te voorkomen dat presentator Willem Duys zou gaan winnen.

Het programma kwam in 1966 vrij abrupt ten einde. Aanleiding was een kritische grap over de burgemeester van Amsterdam Gijs van Hall, die toen te maken had met demonstraties in zijn stad. Van Hall, die lid was van de PvdA, vroeg aan de VARA om verwijdering hiervan. De makers weigerden dat, waarna ze direct stopten met het programma.

Farce Majeure (1966-1976, 1983-1986) miniatuur|Farce Majeure tijdens een optreden bij de RAI in Amsterdam (1968) In 1966 werd de komische, satirische en muzikale groep Farce Majeure opgericht door Alexander Pola, Fred Benavente, Ted de Braak, Jan Fillekers en Henk van der Horst. De groep bedreef satire door het zingen van liederen en het maken van muziek. In 1966 mochten ze voor de omroep NCRV een programma maken, dat ze vernoemden naar de groep. Het programma zou uitgroeien tot een groot succes.

Een van de bekendste bijdragen van Farce Majeure was het lied Kiele kiele Koeweit, dat werd gemaakt tijdens de oliecrisis van 1973. In het lied leverde de groep kritiek op de Arabische staten, die weigerden olie aan Nederland te verkopen. Het lied veroorzaakte een politieke rel; van Koeweitse zijde werd een klacht tegen het lied ingediend, omdat het leek alsof dit land in de tekst belachelijk werd gemaakt. De rel werd gesust toen de Koeweitse consul Mahmoud Rabbani sportief het eerste exemplaar van de grammofoonplaat Kiele kiele Koeweit in ontvangst nam. Rabbani verklaarde dat "het goed is om in een tijd van een crisis geestig te blijven".

Andere successen van het programma waren een klaaglied over gereformeerden die weigerden een poliovaccin te nemen (1971) en de persiflages op minister-president Ruud Lubbers (1983-1986).

De groep hield in 1976 tijdelijk op te bestaan, om in 1983 te worden heropgericht. Ted de Braak deed niet meer mee, hij was naar de KRO overgestapt om daar de quiz 1-2-3-show te presenteren. In 1986 werd de groep uiteindelijk definitief opgeheven. In totaal hadden ze dertien jaar voor de NCRV het satirische programma gemaakt.

Hadimassa (1967-1972) miniatuur|Een scène van een sketch het programma Hadimassa (1970) In 1967 begon de VARA met het uitzenden van Hadimassa. Dit programma was bedacht door Dimitri Frenkel Frank, die eerder had meegewerkt aan het hiervoor genoemde Zo is het toevallig ook nog 's een keer. Aan het programma deden verder onder anderen Kees van Kooten, Wim de Bie, Ton van Duinhoven en Annemarie Oster mee.

In Hadimassa stond de actualiteit centraal door middel van liedjes en sketches. Een bekende sketch was de "partyrobot". Een bekend lied was 1948 (Toen was geluk heel gewoon), dat werd gezongen door het duo Van Kooten en De Bie (op de melodie van Alone Again (Naturally) van Gilbert O'Sullivan).

In 1970 won het Hadimassa de Zilveren Nipkowschijf. In 1972 kwam er een einde aan het programma.

Van Kooten en De Bie (1974-1998) miniatuur|Van Kooten en De Bie in het televisieprogramma Het Simplisties Verbond (1976) Tot de belangrijkste satirici op de Nederlandse televisie behoorden Van Kooten en De Bie. Het duo maakte meer dan dertig jaar verschillende satirische programma's. Zij begonnen op de radio, maar kwamen niet veel later op de televisie. Ze werkten mee aan het hiervoor genoemde VARA-programma Hadimassa toen Dimitri Frenkel Frank hen vroeg of ze dat wilden.

In 1972 verliet het duo de VARA en stapten zij over naar de VPRO. Daar begonnen ze met het maken van eigen programma's. Hun eerste televisieprogramma was Het Simplisties Verbond. Het Simplisties Verbond was een fictieve organisatie die streed tegen de complexiteit van de moderne samenleving en streefde naar eenvoud en versimpeling. Het logo van het verbond was een mattenklopper, omdat alle ingewikkelde zaken eruit geklopt moesten worden.