De Avenue de Champagne (Frans, Champagnelaan) is een laan in Épernay, in het Franse departement Marne. De weg is 1,6 kilometer lang en loopt van het centrum in oostelijke richting naar de stadsrand. Langs de laan zijn talloze champagnehuizen, historische gebouwen, tuinen en parken gevestigd. Eronder zijn zo'n 110 kilometer kelders, waarin circa 200 miljoen flessen champagne worden bewaard. Hierdoor wordt de laan weleens de "rijkste laan ter wereld" genoemd.

Het is een toeristische trekpleister. Al in 1910 schreef de reisgids Baedeker over Épernay: "Er is niets bijzonders aan, behalve de rijke huizen in de Faubourg de la Folie, in het oosten". Daarnaast vinden er jaarlijks verschillende evenementen plaats, zoals de Soirée Blanche op de Franse nationale feestdag op 14 juli en de Habits de Lumière in het tweede weekend van december.

In 1994 ontving de Avenue de Champagne de erkenning van Site Remarquable du Goût, een erkenning van Frans nationaal erfgoed waarbij de nadruk ligt op de relatie tussen architectuur, cultuur en gastronomie. Er bevinden zich twee historische monumenten (Frans: monument historique), waaronder het stadhuis van Épernay en het Château Perrier. Sinds 2015 is de laan een onderdeel van het UNESCO-werelderfgoed “Heuvels, huizen en kelders van de Champagne”. In 2025 was de Avenue de Champagne het centrum van vieringen van twee jubilea: het honderdjarig bestaan van de laan en het tienjarig jubileum van de opname van de Champagnestreek op de UNESCO-werelderfgoedlijst. De vieringen omvatten culturele en sportieve activiteiten.

Naamgeving thumb|links|Plan van de route d'Allemagne begin negentiende eeuw De straat werd in de hoge middeleeuwen Chemin de l’Hôpital genoemd naar het ziekenhuis, hospice d’Orient, waar arme en zieke buitenlanders werden verzorgd. Het hospice was gesticht in 1145 door Thibaut II, graaf van Champagne (1090-1152) en gelegen buiten de middeleeuwse stadsmuren.

Ten tijde van Lodewijk XV (1715-1774) werd de wijk Faubourg de la Folie (Voorstad of Wijk van Waanzin) genoemd, waarschijnlijk verwijzend naar de rijke eigenaren. De straat begon meer bekendheid te krijgen in de achttiende eeuw, toen de eerste wijnkelders gegraven werden. Toen werd de naam gewijzigd naar Route d'Allemagne aangezien ze op de route lag die Parijs met het Duitse Rijk (of Heilige Roomse Rijk) verbond. De straat werd later omgedoopt in La Voie Royale. Na de Franse Revolutie (1789-1799) werd het de Rue du Commerce en toen vestigden zich er de eerste champagnehuizen.

De treinroute Parijs-Épernay die op 2 september 1849 werd geopend, bood nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor de champagnehandel. Als reactie op de groei nam de gemeenteraad op 27 februari 1925 een resolutie aan, waarbij de Rue du Commerce werd omgevormd tot Avenue de Champagne.

thumb|left|Het Plein van de Republiek, het begin van de Avenue de Champagne{ "type": "ExternalData", "service": "geopoint", "ids": "Q4828216" }

Situering De Avenue de Champagne begint bij het Plein van de Republiek (Frans: Place de la République), een groot rond punt in het centrum van de stad, en loopt oostwaarts richting Châlons-en-Champagne. De laan is 1,6 kilometer lang en gaat bij het verlaten van de stad over in de departementale weg D3. Ze loopt parallel aan de spoorlijn Parijs-Straatsburg.

Ruimtelijk gezien onderscheidt de laan zich van het smalle en over het algemeen meer verstoken stadscentrum aan de westkant, dankzij het zacht glooiende perspectief dat het biedt met zijn neoklassieke kastelen, champagnehuizen en zijn groene parken en tuinen.

Sinds de werkzaamheden in 2009 zijn afgerond, is de 5,60 meter brede weg van het Plein van de Republiek tot aan de Place de Champagne geasfalteerd. De trottoirs zijn elk 5,40 of 5,70 meter breed. Op dit gedeelte is de Avenue de Champagne 940 meter lang, met een hoogteverschil van twaalf meter. Er zijn fietspaden aangelegd tot aan de rue Emmanuel Chabrier, richting de wijk Bernon.

Gebouwen en parken thumb|Belangrijkste champagnehuizen in 1895 langs de Rue du Commerce

Stadhuis van Épernay, vroeger Hôtel Auban-Moët (nr. 7bis)

Het stadhuis van Épernay is gevestigd op nummer 7bis in het voormalige herenhuis Auban-Moët, gebouwd in 1858 door Victor Moët (1797-1881) naar het ontwerp van de Franse architect Victor Lenoir (1805-1863), die ook het station Paris-Montparnasse ontwierp. Begin negentiende eeuw liet Jean-Baptiste Isabey (1767-1855), een gerenommeerde decorateur uit die tijd, het gebouw in klassieke stijl herontwerpen voor Jean-Remy Moët (1758-1841), toenmalig burgemeester van Épernay. De huidige indeling dateert uit 1857 en is het werk van de Franse gebroeders Denis (1811-1890) en Eugène Bühler (1822-1907). Het werd in 1919 aan de stad geschonken, die het in 1920 in dienst nam als stadhuis. Het gebouw herbergt luxueuze zalen, waaronder de trouwzaal en de raadzaal.

Tussen 1872 en 1884 werden de conciërgewoning en de oranjerie op de uiterste grens van een uitgestrekt park gebouwd naar de plannen van de architect Alphonse Gosset (1835-1914). In 1920 werd het park samen met het herenhuis Auban-Moët door de gemeente verworven en openbaar gemaakt. Het deel van het park rondom het stadhuis is in Franse stijl aangelegd, om de klassieke en sobere gevel van het gebouw te benadrukken. Het bestaat uit een grasplein en twee symmetrische toegangspaden die in de vorm van een hoefijzer rond een fontein zijn geplaatst. Het is versierd met twee bronzen leeuwen, gietijzeren beelden van oude goden en diverse andere beelden. Het andere deel van het park is in Engelse stijl aangelegd: het wordt doorkruist door heuvelachtige paden, bosjes, twee waterpoelen, een kunstmatig eiland en een rotsgrot met een waterval. Aan deze kant van de tuin staat de Tempel van de Liefde, gebouwd van kalksteen. Deze belvedère met Korinthische zuilen heeft een cassetteplafond. Het is geïnspireerd op de gelijknamige tempel in het Petit Trianon in Versailles. De tempel werd in 2004 gerestaureerd en een deel van het park werd tussen 2005 en 2011 heringericht.

Het gebouw is sinds 26 juni 2012 ingeschreven als beschermd historisch erfgoed. Het park heeft het label Jardin Remarquable van het Franse ministerie van Cultuur.

Hôtel Chandon en Résidence de Trianon (nr. 9) De gebouwen van Moët & Chandon, een van de oudste champagnehuizen, zijn gelegen aan het begin van de laan. Claude Moët (1683-1760), oprichter van het huis in 1743, was een van de eerste inwoners die zich buiten de beschermende stadswallen vestigde. Op de plek van het huidige Hôtel Moët liet hij kelders graven, alsook een druivenpers installeren en tuinen aanleggen.

Het Hôtel Chandon, gelegen aan nummer 9 tegenover het Hôtel Moët, werd tussen 1805 en 1817 gebouwd door Jean-Rémy Moët voor zijn zoon Victor. Het neoklassieke gebouw is ontworpen in een neoklassieke stijl en vormt samen met de Résidence de Trianon een symmetrisch geheel rondom een centrale binnenplaats. Het ontwerp wordt toegeschreven aan Jean-Baptiste Isabey. Hoewel het interieur tijdens de Eerste Wereldoorlog zwaar beschadigd raakte en in de jaren 1980 werd herbouwd, is het oorspronkelijke houten trappenhuis behouden gebleven. Tegenwoordig wordt dit gebouw gebruikt voor interne vergaderingen en seminars van Moët & Chandon.

De Résidence de Trianon, eveneens op nummer 9 en gebouwd op hetzelfde moment als Hôtel Chandon, was bedoeld voor Jean-Rémy Moëts dochter, Adélaïde. Dit neoklassieke gebouw heeft zijn historische uitstraling behouden en fungeert sinds 1967 als ontvangstlocatie voor gasten van het champagnehuis. Een kenmerk van de Résidence is de muziekzaal, waar componist Richard Wagner (1813–1883) in 1858 inspiratie vond voor zijn opera "Tristan und Isolde" terwijl hij speelde op een achttienstemmig Cavaillé-Coll orgel.

De tuin van de Résidence de Trianon is aangelegd in een formele Franse stijl, met een centraal gelegen vijver van 50 meter in de vorm van een champagnefles, omgeven door zorgvuldig onderhouden bloemperken en gazons. Aan het einde van de tuin bevindt zich een orangerie, die nog steeds exotische planten en palmbomen herbergt.

Maison Belle Époque (nr. 11) thumb|Het gebouw tijdens "Habits de lumière" in 2024

Maison Belle Époque is een gebouw uit de late negentiende eeuw dat verbonden is met het champagnemerk Perrier-Jouët. Het staat bekend om zijn art-nouveau-interieur en collectie toegepaste kunst. Het pand werd in 1902 gekocht door de familie Perrier-Jouët, die het gebruikte als privéresidentie. In de tweede helft van de twintigste eeuw onderging het huis een zorgvuldige restauratie, waarbij vakmensen en kunstenaars de oorspronkelijke art-nouveau-elementen herstelden. Het herenhuis werd in 2017 opnieuw geopend na restauratie als een ontvangst- en belevingsruimte voor het champagnehuis. In 2021 stelde Maison Belle Époque voor het eerst haar deuren open voor het grotere publiek.

Museum in Château Perrier (nr. 13)

Het Château Perrier, op nummer 13, werd gebouwd van 1852 tot 1857 door de architect Pierre-Eugène Cordier (1899-1967), in een eclectische Lodewijk XIII-stijl. In 1854 gaven het in 1811 getrouwde koppel Pierre-Nicolas Perrier (1786-1854), een kurkfabrikant, en Adèle Jouët (1792-1851) (de stichters van champagnehuis Perrier-Jouët) de opdracht tot de bouw van dit kasteel. De vier gevels zijn geïnspireerd op de architectuur van de Franse renaissance, tot het Parijse beeld van het Palais du Luxembourg, het Palais des Tuileries of de Lescot van het Louvre. De gevels zijn een kleurenspel met materialen zoals baksteen, natuursteen, leisteen en glas.

In 2011 ontstond het idee voor het huidige Museum voor Champagne en Regionale Archeologie. Het project werd in 2014 goedgekeurd door het Franse Ministerie van Cultuur, waarna in 2016 de renovatiewerkzaamheden toevertrouwd werden aan het architectenbureau Frenak + Jullien. Deze werken gingen in 2018 van start, onder toezicht van de hoofdarchitect van de historische monumenten, Lionel Dubois. Château Perrier is nu gerestaureerd en bevat een van de belangrijkste archeologische tentoonstellingen in Frankrijk, met ongeveer 80.000 regionale artefacten (daterend uit het Paleolithicum tot de Vroege Middenperiode) en 4.000 artefacten met betrekking tot de geschiedenis van de champagnewijn (sinds 1960).

Het gebouw is een geklasseerd historisch monument sinds 2 oktober 2013.

Hoofdkantoor Moët & Chandon (nr. 18) Op nummer 18 is het hoofdkantoor van Moët & Chandon gevestigd. In de jaren 1920 wilde het huis, onder leiding van voorzitter Jean-Rémy Chandon-Moët, een aantal oude gebouwen vervangen die door de bombardementen van de Eerste Wereldoorlog waren beschadigd. De architecten Henri Piquart (1860-1946) en Brunoy de Maigret (1888-1966) leidden dit werk, dat duurde van 1928 tot 1932. Het nieuwe gebouw is een vierhoek van gewapend beton, gebouwd in art-decostijl, die contrasteert met de andere naoorlogse reconstructies qua omvang en de teruggetrokken ligging ten opzichte van de laan. Het beton is doorboord met grote openingen en versierd met gele bakstenen en gehouwen steen aan de voet van het gebouw. Het gebouw is versierd met een kroonlijst en heeft een plat dak. Het gebouw, dat verbonden was met de kelders van Moët & Chandon onder de laan, bracht oorspronkelijk alle activiteiten van het huis samen, van de productie van champagne tot de verzending. In het midden bevindt zich een grote binnenplaats die gebruikt wordt om champagne te vervoeren. Deze binnenplaats werd echter opgevuld en vervangen door administratieve ruimten. In de 21e eeuw huisvest het terrein het hoofdkantoor van het bedrijf, een bezoekers- en verkoopruimte en een deel van de productie.

Het gebouw heeft sinds 2015 het label “Opmerkelijke Hedendaagse Architectuur” gekregen.

Hôtel Moët (nr. 20) thumb|Hôtel Moët (nr. 20)