De Zuidelijke Oost-Soedanese talen, ook Oost-N-Soedanese, En-Soedanese of Kir-Abbaïsche talen, vormen een van de twee primaire afdelingen van de Oost-Soedanese talen in de classificatie van Lionel Bender (2000). Door Georgi Starostin (2015) wordt het als een gevestigde groep afgewezen.
De Zuidelijke Oost-Soedanese talen worden gekenmerkt door een /n/ in het voornaamwoord "ik/mij", in tegenstelling tot de Noordelijke Oost-Soedanese talen, die een /k/ hebben. De bekendste en tevens grootste taalgroep van het zuidoostelijke Soedan is het Nilotisch, waartoe ook talen als het Masaï behoren.
Zuidelijke Oost-Soedanese talen Surmische tak Noordelijk Surmisch (= Majang) Zuidelijk Surmisch Zuidwest-Surmisch Zuidoost-Surmisch Nilotische tak Noordelijk Nilotisch Westelijk Nilotisch Oostelijk Nilotisch Zuidelijk Nilotisch Daju Nyimang Temein Oostelijke Jebel-talen
Categorie:Voorgestelde taalfamilie Categorie:Oost-Soedanese talen Categorie:Taal in Afrika