Le Caillou-qui-Bique is een rots en een locatie op de grens van Roisin en Angre in de gemeente Honnelles in de Belgische provincie Henegouwen.
De rots bevindt zich in het Bois d'Angre (bos van Angre), nabij het riviertje Grande Honnelle. De puddingsteen is 370 miljoen jaar oud en 25 meter hoog. Caillou qui bique, haut-pays.be De omgeving, werd samen met de omliggende vallei van de Grande Honnelle in 1960 beschermd als landschap.SGIB
In 1882 werd spoorlijn 98A (van Dour naar de Franse grens) geopend, met vlakbij Le Caillou-qui-Bique de stopplaats van Angreau. Het reizigersverkeer op de lijn werd in 1960 weer gestopt. Le point d'arrêt SNCB d'Angreau
Volgens een legende gooide de duivel de steen er neer uit woede omdat hij de stichting van de abdij van Stavelot niet had kunnen tegenhouden. Om de inhuldiging van de abdij te voorkomen, vertrok hij vanuit de Pyreneeën met een enorme rots op de rug om die op de kerk te gooien. Onderweg kwam hij een arme man tegen die hem vertelde dat de weg nog lang was. De ontmoedigde duivel liet uit woede zijn rotsblok vallen. Visit Mons
Émile Verhaeren
De plaats kreeg bekendheid door de Belgische dichter Émile Verhaeren, die zich in het Franse Saint-Cloud had gevestigd. Hij ontdekte de omgeving van Angreau, Roisin en Angre in 1899, toen hij hier op bezoek kwam bij de weduwe van Georges Rodenbach. Verhaeren zou daarna elk jaar met zijn vrouw Marthe Massin terugkeren naar Le Caillou-qui-Bique en er jaarlijks verschillende maanden verblijven, tot aan de Eerste Wereldoorlog. Roisin - Meaurain, gemeentelijke website honnelles.be Verschillende bevriende kunstenaars, auteurs en bekendheden kwamen in die periode langs in Le Caillou-qui-Bique, zoals Constant Montald, Théo van Rysselberghe, William Degouve de Nuncques, Camille Lemonnier, Jules Destrée, Cyriel Buysse, Emile Claus, en Stefan Zweig, die zijn werk vertaalde. Le Caillou-qui-Bique, la retraite créative d’Emile Verhaeren
Zweig schreef in 1917 in zijn Erinnerungen an Emile Verhaeren over Caillou-qui-Bique Erinnerungen an Emile Verhaeren:
Een deel van het huis waar Verhaeren jaarlijks verbleef, werd later ingericht als museum gewijd aan de dichter. Roisin
Sport Een vlakbij gelegen helling vanaf de vallei van de Grande Honnelle richting Roisin werd in de COTACOL-encyclopie met wielerhellingen opgenomen en vernoemd naar deze plaats als Côte de la Caillou qui Bique.
Categorie:Plaats in Henegouwen Categorie:Rotsformatie in België Categorie:Beschermd landschap in België Categorie:Honnelles