Deze chronologie van de status van de vrouwen in België presenteert enkele belangrijke data in de evolutie van de positie van de vrouwen, evenals enkele belangrijke data in het feminisme in België.

Eerste feministische golf Het meisjesonderwijs beperkt zich in de jaren 1830 en 1840 enkel tot (gebrekkig) basisonderwijs en wordt volledig overgelaten aan privéinitiatieven en is hoofdzakelijk in handen van de katholieke kerk. Het onderwijs voor meisjes wordt een eerste hefboom voor vrouwenemancipatie.De eerste feministische golf in België, RoSa, geraadpleegd op 21 maart 2025

De industrialisering vanaf het einde van de achttiende eeuw brengt ook sociale veranderingen met zich mee. Mannen werken voortaan in loondienst in de fabriek en de vrouwen blijven thuis voor het huishouden en de opvoeding van de kinderen. Vrouwenarbeid wordt daarom gezien als een teken van armoede, want dat zou betekenen dat de man niet genoeg verdient om zijn gezin te onderhouden.

19e eeuw miniatuur|Zoé Gatti de Gamond 1835: Zoé Gatti de Gamond richt samen met Eugénie Poullet twee scholen op: een school voor de opleiding van volwassen arbeidersvrouwen en een school voor het opleiden van minder begoede meisjes tot onderwijzeres. 1835: Claire Zoé Parent (1804-1890) erft van haar tante een pensionaat in Brussel en bouwt deze uit tot een meisjesschool, het Pensionnat de Demoiselles Heger-Parent.Heger (Claire Zoë, directrice of the school in Brussels attended by Charlotte and Emily Brontë, 1804-90), The Saleroom, geraadpleegd op 21 maart 2025 In 1842 komen de zussen Charlotte en Emily Brontë er studeren en betalen hun studies door er ook zelf les te geven.Charlotte Brontë’s lost short story published, The History Blog, 29 februari 2012, geraadpleegd op 21 maart 2025 1847: instelling van de functie van inspectrice van kleuterscholen, lagere scholen en normale scholen voor meisjes, en benoeming van Zoé Gatti de Gamond (1806-1854), maar na haar dood werd de functie terug afgeschaft. 1864: Isabelle Gatti de Gamond (dochter van Zoé) (1839–1905), actief bij het maandblad Education pour la femme, richt in Brussel de eerste middelbare school voor meisjes op, met een uitgebreid onderwijsprogramma voor het lager secundair onderwijs. 1867: aanname van de wet die abortus strafbaar stelt (misdaad tegen “de orde van het gezin en de openbare zeden”). 1868: barones Léonie de Waha richt de eerste middelbare school voor jonge dames op in Luik. Het doel is om jonge Luikse vrouwen te helpen zich te emanciperen buiten het onderwijs dat in kloosters wordt gegeven. Een revolutionair feit voor die tijd: jonge meisjes konden zelf kiezen welke godsdienstlessen ze volgden. 1879: Henriette Dachsbeck richt in Brussel een tweede middelbare school voor meisjes op. 1880: de Vrije Universiteit Brussel wordt opengesteld voor vrouwen, gevolgd door de Universiteit van Luik in 1881 en de Universiteit van Gent in 1882. 1884: Isala Van Diest (1842–1905) opent een dokterspraktijk. Om vrouwen toe te staan als arts te werken, moest er een speciaal koninklijk besluit worden opgesteld. Van Diest, die in 1873 werd geweigerd aan de faculteit geneeskunde in Leuven, behaalde haar diploma in 1877 aan de Universiteit van Bern. 1886: oprichting van de Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen in Gent, een organisatie die zich inzet voor gelijkberechtiging van vrouwen in gezin en politiek en op het gebied van werk en inkomen.Emilie Claeys, RoSa, geraadpleegd op 21 maart 2025 1888: Marie Popelin (1846–1913) studeert af als doctor in de rechten maar de toegang tot het beroep van advocaat aan de balie van Brussel wordt afgewezen door zowel het hof van beroep als het Hof van Cassatie omdat volgens hen "vrouwen niet geschikt zijn voor het beroep van advocate vanwege hun zwakke natuur en hun voorbestemde sociale rol als moeder". Pas in 1922 (zeven jaar na het overlijden van Popelin) zullen vrouwen tot de balie worden toegelaten. 1890: de wet van 10 april geeft vrouwen expliciet het recht om toegang te krijgen tot alle universitaire graden, evenals die van arts en apotheker. 1892: Isabelle Gatti de Gamond richt een voorbereidende universitaire afdeling op binnen haar eigen instituut. 1892: Marie Popelin, Louis Frank en Isala Van Diest richten de Ligue belge du droit des femmes (Belgische vrouwenrechtenliga) op. Hun hoofddoel is om juridische gelijkheid voor vrouwen te eisen. 1893: de eerste benoeming van een vrouw in de overheidsdienst: Alice Bron wordt lid van het OCMW van Monceau-sur-Sambre. 1893: feminist en socialist Emilie Claeys (1855–1943), voorzitter van de Socialistische Propagandaclub voor Vrouwen richt samen met de Nederlandse Nellie van Kol de Hollands-Vlaamschen Vrouwenbond op. Allebei schrijven ze ook artikels in het tijdschrift De Vrouw, dat zowel in Nederland als in België wordt uitgegeven.De Vrouw, digitale collectie AMSAB-ISG, geraadpleegd op 21 maart 2025 1897: oprichting van de Société belge pour l'amélioration du sort de la femme (Belgische vereniging voor het verbeteren van het lot van de vrouw), met de Brusselse journaliste Élise Beeckman (1868-1945) als eerste voorzitter. 1897: de Belgische Liga voor Vrouwenrechten organiseert het eerste Internationaal Feministisch Congres in Brussel en nodigt de Internationale Vrouwenraad uit. 1899: oprichting van de Union des femmes belges contre l'alcoolisme (Unie van Belgische vrouwen tegen alcoholisme) door Joséphine Nyssens-Keelhof samen met haar nicht Marguerite Nyssens. De strijd tegen alcoholmisbruik is een van de thema’s waarvoor feministen zich inzetten aangezien alcohol vaak de oorzaak is van huiselijk geweld. 1900: de wet erkent het recht van gehuwde vrouwen om te sparen, evenals het recht om een arbeidsovereenkomst te sluiten en hun eigen salaris te innen (met een maximum van 3000 frank per jaar).

20e eeuw miniatuur|Léonie de Waha miniatuur|Marguerite De Riemaecker-Legot, de eerste Belgische vrouwelijke minister 1902: oprichting van de Union féministe belge (Belgische Feministische Unie) en het Féminisme chrétien de Belgique (Belgisch Christelijk Feminisme) door Louise Van den Plas (1877–1967). 1905: oprichting van de Nationale Vrouwenraad van België (Conseil national des femmes de Belgique) door Marie Popelin. De organisatie is lid van de Internationale Vrouwenraad en groepeert tientallen vrouwelijke en/of feministische verenigingen zoals de Union des femmes belges contre l'alcoolisme, de Ligue belge du droit des femmes en de Société belge pour l'amélioration du sort de la femme. 1907: in Gent wordt het eerste atheneum voor meisjes opgericht. Omdat er ook voortgezet onderwijs wordt aangeboden, krijgen meisjes gemakkelijker toegang tot de universiteit. 1912: oprichting van de Union des femmes de Wallonie (Waalse vrouwenunie) door Léonie de Waha en Marguerite Delchef.L’Union des Femmes de Wallonie, entre revendications féministes et maintien du rôle traditionnel de la femme dans l’entre-deux-guerres, Analyse de l’IHOES, n°185 (pdf), 21 juni 2018 1912: oprichting van de Ligue Catholique du Suffrage Féminin die strijdt voor het vrouwenkiesrecht, door Louise Van den Plas, Marie-Elisabeth Belpaire (1853–1948) en parlementslid Cyrille Van Overberghe. In 1913 wordt deze onder impuls van Jane Brigode (1870-1952) en Louise Van den Plas omgevormd tot de Fédération Belge pour le suffrage des femmes met als centrale thema van die tijd: het vrouwenkiesrecht. 1914: door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog komt de feministische strijd op de achtergrond te staan en wordt de Union patriotique des femmes belges opgericht door Jane Brigode, Louise Van den Plas en Marie Parent, de belangrijkste vrouwenorganisatie tijdens de oorlog. 1919: een beperkt aantal vrouwen kreeg stemrecht: moeders en weduwen van soldaten en burgers die tijdens de Eerste Wereldoorlog door de vijand waren gedood, maar ook vrouwen die door de bezetter gevangen waren genomen of veroordeeld. 1920: nu pas worden ook vrouwen toegelaten aan de Universiteit van Leuven. 1920: de wet van 15 april geeft vrouwen het recht om te stemmen en zich te laten verkiezen bij gemeenteraadsverkiezingen (met uitzondering van prostituees en overspelige vrouwen). Vrouwen hebben ook het recht om gekozen te worden in de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat, hoewel ze niet mogen stemmen bij parlementsverkiezingen. (universeel kiesrecht voor mannen). 1921: de Belgische vrouwenrechtenliga richt een vrouwenpartij op: de Parti général des femmes belges (Algemene partij van de Belgische vrouwen). Dit initiatief was geen succes. 1921: tijdens de gemeenteraadsverkiezingen worden 181 vrouwelijke gemeenteraadsleden gekozen. 1921: er worden gelijke salarisschalen ingevoerd voor mannelijke en vrouwelijke leraren. Dit is de eerste belangrijke stap op weg naar gelijke beloning voor mannen en vrouwen. 1921: vrouwen krijgen het recht om de functies van burgemeester, wethouder, gemeentesecretaris of ontvanger te bekleden. Getrouwde vrouwen hebben echter altijd de toestemming van hun echtgenoot nodig om een ambt te aanvaarden. 1921: Marie Spaak-Janson wordt de eerste Belgische vrouwelijke senator, door coöptatie. 1922: vrouwen krijgen het recht om advocaat te worden. 1928: oprichting van de Groupement belge pour l'affranchissement de la femme (Belgische Groep voor de emancipatie van de vrouw), die het jaar daarop werd gesplitst in La porte ouverte en de BBAF. 1929: Lucie Dejardin wordt het eerste vrouwelijke lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers, via directe verkiezing. 1932: op 20 juli wordt de "wet betreffende het beginsel van gelijkheid tussen echtgenoten en het beginsel van eenheid van beheer van huishoudelijke zaken" aangenomen. 1934: alle functies in de publieke sector worden nu gereserveerd voor mannen. Na de economische crisis van 1933 werden er maatregelen genomen om de werkgelegenheid voor mannen te behouden. Zo werden in 1935 de salarissen van vrouwelijke ambtenaren verlaagd en werd er geen vrouwelijke overheidsfunctionarissen meer aangenomen, behalve voor de schoonmaak van kantoren. Na massale protesten werden deze bevelen ingetrokken. 1948: na de Tweede Wereldoorlog wordt het stemrecht van vrouwen bij parlements- en provinciale verkiezingen bij wet erkend.1948: Stemrecht voor vrouwen, RoSa, geraadpleegd op 22 maart 2025 1949: de eerste deelname van vrouwen aan parlementsverkiezingen. 1952: België ondertekent het "Verdrag 100" van de Internationale Arbeidsorganisatie, betreffende gelijke beloning.Tweede feministische golf, RoSa, geraadpleegd op 21 maart 2025 1957: België ondertekent op 25 maart het Verdrag van Rome, waarmee de Europese Economische Gemeenschap wordt opgericht. Artikel 119 van dit verdrag gaat over gelijke beloning voor mannen en vrouwen.1957: De strijd voor gelijk loon, RoSa, geraadpleegd op 22 maart 2025 1958: de wet op de gelijkheid van echtgenoten, de afschaffing van het huwelijksvermogen en de handelingsonbekwaamheid van gehuwde vrouwen. 1962: oprichting van het eerste centrum voor gezinsplanning in het Franstalige gebied, La Famille heureuse, dat zich ten doel stelt clandestiene abortussen te bestrijden 1965: eerste vrouw in de Belgische regering: Marguerite De Riemaecker-Legot wordt Minister van Gezin en Huisvesting. 1965: oprichting van de commissie "Gelijke Beloning, Gelijke Arbeid" (À Travail égal, salaire égal). 1966: ongeveer drieduizend vrouwelijke werknemers van de wapenfabriek Fabrique Nationale de Herstal gaan in staking voor gelijke beloning. De staking duurde elf weken.Historische evolutie, RoSa, geraadpleegd op 22 maart 2025

Tweede feministische golf in België (neofeminisme) miniatuur|Campagne van de Gentse Dolle Mina's op 22 januari 1973 1968: stewardess Gabrielle Defrenne spant een rechtszaak aan tegen Sabena Airlines wegens vrouwendiscriminatie. Sabena eist dat vrouwen op 40-jarige leeftijd met pensioen gaan, terwijl hun mannelijke collega's het recht hebben om door te werken tot de wettelijke pensioenleeftijd.