De Nieuwe Rechtsen (Georgisch: , ), was een rechts-conservatieve politieke partij in Georgië. De partij werd in 2001 opgericht en speelde in de eerste tien jaar van haar bestaan een rol in de Georgische politiek. Ze ging in 2019 op in het nieuw opgerichte Lelo voor Georgië.
Geschiedenis Regeringspartij Burgerunie van president Edoeard Sjevardnadze had het electoraal moeilijk eind jaren 1990, onder andere door de maar moeizaam herstellende economie en de corruptie. Om de kiezersgunst te herwinnen trok de partij nieuwe personen aan, de zogenaamde 'nieuwe gezichten', die op de kieslijst voor de parlementsverkiezingen van 1999 werden gezet. Met dit nieuwe elan werd campagne gevoerd, waarbij Sjevardnadze en zijn rechterhand, parlementsvoorzitter Zoerab Zjvania, gepresenteerd werden als de politieke en economische hervormers die het land uit de crisis konden halen.
Oprichting partij en oppositie tegen Sjevardnadze miniatuur|Oprichter Levan Gatsjetsjiladze. Hier in 2009 tijdens anti-regeringsprotesten. Links Salome Zoerabisjvili, rechts Eka Beselia. Kort na de verkiezingen realiseerden de 'nieuwe gezichten' zich dat van hen alleen maar gehoorzaamheid verwacht werd en dat de in het vooruitzicht gestelde economische hervormingen niet zouden komen. Een groot deel van hen kwam uit het bedrijfsleven en van hen werd slechts een financiële bijdrage aan de partij verwacht. Ondertussen weigerde Sjevardnadze te verantwoorden waarom de begroting met 300 miljoen dollar was overschreden, tot ontevredenheid van de 'nieuwe gezichten', die een parlementair onderzoek instelden onder leiding van Davit Gamkrelidze.
In september 2000 werd de burgerbeweging Nieuwe Beweging opgericht door de 'nieuwe gezichten' en splitsen een tiental van hen in het parlement af als Nieuwe Factie met Gamkrelidze als fractievoorzitter. De fractie had ook enkele leden van Industrie Zal Georgië Redden overgenomen. Ze steunde de president en positioneerde zich tegenover de jonge hervormingsgezinde vleugel binnen de Burgerunie, die onder leiding stond van Zjvania. Op 15 juni 2001 werd de politieke partij Nieuwe Rechtsen opgericht vanuit de Nieuwe Factie, Nieuwe Beweging en de Nieuwe Conservatieven, met Levan Gatsjetsjiladze als voorzitter en Gamkrelidze als vice-voorzitter.
Na anti-regeringsdemonstraties in november 2001 keerde de Nieuwe Rechtsen zich tegen de regering en werkte samen met de nieuwe hervormingsgezinde oppositiepartijen van Zjvania en Micheil Saakasjvili, die beiden uit de Burgerunie waren gestapt. Een jaar na de oprichting behaalde de partij in de gemeenteraadsverkiezingen goede resultaten. Ze wist van alle partijen de meeste zetels te winnen. In hoofdstad Tbilisi werd de partij met elf procent van de stemmen derde achter de Arbeiderspartij en de Nationale Beweging.
In februari 2003 werd het partijbureau door ruim twintig zwaar bewapende mannen overvallen, waarbij Gamkrelidze uitdrukkelijk doelwit was. De autoriteiten deden dit af als een intern partijconflict. Voormalig vice-voorzitter Irakli Batiasjvili had de partij kort daarvoor verlaten omdat hij tegen de partijkoers in de begroting van de regering Sjevardnadze wilde steunen. De regering wankelde over het aannemen van de begroting, waarbij de stem van Batiasjvili niet beslissend was, maar wel bijdroeg het lot van de minister en de regering te redden. Volgens oppositieleiders, waaronder Zjvania, kon deze operatie gezien de locatie niet zonder medeweten van de regering hebben plaatsgevonden. Men vergeleek het incident met de moord op de leider van de Nationaal-Democratische Partij in 1994.
Tegen de Rozenrevolutie In aanloop naar de parlementsverkiezingen van 2003 werd Gamkrelidze tot voorzitter gekozen. De partij behaalde nipt de hoge kiesdrempel van zeven procent. Paralleltellingen en conclusies van waarnemers duidden op verkiezingsfraude, die met name de oppositiepartijen Nationale Beweging en Arbeiderspartij benadeelden. Er volgden wekenlange protesten tegen de uitslag en voor het ontslag van Sjevardnadze. De Nieuwe Rechtsen wezen deze protesten af en steunden ze niet, net als de Arbeiderspartij en Industrie Zal Georgië Redden. De partij stelde dat ze het "niet gepast vindt om de regering via de straat te veranderen" en noemde dat "ongrondwettelijk". Op 23 november 2003 nam Sjevardnadze onder druk van de oppositie en protesten ontslag en was de Rozenrevolutie een feit. Mede-oprichter en oud-voorzitter Gatsjetsjiladze was het niet eens met de koers van de partij en verliet later dat jaar de Nieuwe Rechtsen.
De verkiezingsuitslag van het evenredig gekozen deel van het parlement werd ongeldig verklaard en daarmee ook de twaalf zetels die de Nieuwe Rechtsen waren toegekend. De vier districtszetels die de partij had gewonnen bleven wel geldig. Tijdens de herhalingsverkiezing van maart 2004 ging de partij een lijstcombinatie aan met Industrie Zal Georgië Redden onder de noemer Rechtse Oppositie. De combinatie kreeg ruim zeven procent van de stemmen, iets meer dan de Nieuwe Rechtsen vijf maanden eerder op eigen houtje hadden gehaald. De twee partijen kregen daarmee vijftien zetels voor het evenredig verkozen deel, plus de acht districtszetels die nog stonden. De combinatie ging in oppositie tegen de nieuwe regering van president Saakasjvili. De Nieuwe Rechtsen hadden veel aanhang en leden verloren door zich tegen de Rozenrevolutie te keren, maar de partij wist zich als oppositiekracht tegen de regering te herstellen.
Oppositie tegen Saakasjvili miniatuur|Voorzitter en mede-oprichter Davit Gamkrelidze bij protesten in 2009, met voormalig parlementsvoorzitter Nino Boerdzjanadze en de latere president Salome Zoerabisjvili. De Nieuwe Rechtsen en Industriëlen leidden vanuit het parlement de oppositie tegen Saakasjvili. In 2006 kwam er een einde aan hun gezamenlijke fractie, toen de Industriëlen eruit stapten en een eigen fractie oprichtten. De twee partijen hadden onder andere verschillende opvattingen over een boycot van het parlement als drukmiddel voor het ontslag van minister van Binnenlandse Zaken Vano Merabisjvili en hervormingen in het kiesstelsel voor de gemeenteraadsverkiezingen. Ten aanzien van de conflictgebieden steunde de partij de regering in het installeren van een "tijdelijke autoriteit" in Zuid-Ossetië in het gebied dat Georgië hier nog controleerde, die parallel opereerde naast de niet-erkende separatistische autoriteiten. Ze riep daarnaast op tot dialoog met de separatistische leider Edoeard Kokojti.
Gamkrelidze werd door de partij genomineerd voor de vervroegde presidentsverkiezingen van januari 2008, die president Saakasjvili had uitgeschreven na het neerslaan van demonstraties in november 2007 en de kritiek die daarop kwam. Tijdens deze demonstraties suggereerde de partij een referendum over het vervroegen van de parlementsverkiezingen naar het voorjaar van 2008. Dit referendum werd in januari 2008 met de presidentsverkiezingen gehouden. Het was de eerste en enige keer dat de partij een kandidaat nomineerde voor het presidentschap. In zijn campagne stelde Gamkrelidze dat het presidentiële systeem gefaald had in Georgië en dat het systeem leiders aantrekt "die geobsedeerd zijn door messiaanse ideeën". Hij stelde een referendum voor met de keuze voor een constitutionele monarchie of een parlementaire republiek als staatsmodel. Zelf had hij de voorkeur voor een constitutionele monarchie. Saakasjvili werd herkozen en Gamkrelidze werd vijfde met vier procent van de stemmen. Voormalig partijleider Gatsjetsjiladze was kandidaat namens een alliantie van negen oppositiepartijen. Hij werd tweede met bijna 26 procent van de stellen.
Falende allianties De partij moest vanwege de kiesdrempel en het gemengde kiesstelsel meestal electorale allianties aangaan met andere partijen. Voor de verkiezing van mei 2008 gingen de Nieuwe Rechtsen zonder de Industriëlen een alliantie aan met acht kleine oppositiepartijen. Met lijsttrekker Gatsjetsjiladze behaalde de partij haar beste resultaat met ruim zeventien procent van de stemmen. Het blok kwam met zeventien leden in het parlement dat verkleind was van 235 naar 150 zetels en door de Verenigde Nationale Beweging gedomineerd werd. Het grootste deel van het oppositieblok, inclusief alle verkozenen van de Nieuwe Rechtsen, leverden in juni 2008 hun zetels in omdat de uitslagen volgens hen "niet de politieke wil van het Georgische volk weerspiegelen."
miniatuur|Voormalig VN-ambassadeur Irakli Alasania (2e van rechts) leidde de "Alliantie voor Georgië". Hij begon in juli 2009 zijn eigen partij Vrije Democraten, die in 2012 met Georgische Droom in zee zou gaan. De Nieuwe Rechtsen werden buitenspel gezet. Links voormalig partijleider Levan Gatsjetsjiladze, rechts Salome Zoerabisjvili. Kort daarna brak de Russisch-Georgische Oorlog uit, die Georgië pijnlijk verloor. De Nieuwe Rechtsen eisten daarop het vertrek van president Saakasjvili vanwege zijn "avonturisme" tegen Rusland, maar legden de schuld van de oorlog en het Georgische verlies van territorium vooral bij het Russische "imperialistische beleid". Een paar maanden later nam VN-ambassadeur van Georgië Irakli Alasania ontslag. Hij werd de leider van de "Alliantie voor Georgië", die op initiatief van de Nieuwe Rechtsen en de Republikeinen werd gevormd. De partij Georgische Weg van Salome Zoerabisjvili sloot zich in 2010 hierbij aan. De alliantie werd het gezicht van oppositieprotesten die van april tot juli 2009 plaatsvonden met als doel vervroegde verkiezingen af te dwingen. Alasania richtte in juli 2009 zijn eigen partij op, de Vrije Democraten.
miniatuur|Vlag van "Alliantie voor Georgië". De alliantie was het gezicht van de demonstraties in het voorjaar van 2009. De alliantie faalde in haar doelstellingen van de protesten en wist met negen procent van de stemmen ook geen overtuigende winst te behalen in de gemeenteraadsverkiezingen van mei 2010. Ze viel daarna snel uit elkaar. In 2011 presenteerden de Nieuwe Rechtsen op het 10-jarig jubileumcongres een nieuwe huisstijl en een manifest met nieuwe ideeën om de verkiezingen van 2012 in te gaan. De belangrijkste beleidsdoelstelling was de vorming van een middenklasse, door middel van het stimuleren van het midden- en kleinbedrijf, ondernemerschap in de agrarische sector en investeringen in het onderwijs. Het manifest was tot stand gekomen met assistentie van het Nederlandse NIMD en het Amerikaanse IRI. Gamkrelidze werd op het congres herkozen als partijvoorzitter. Hij gaf aan dat als gevolg van het falen van de Alliantie voor Georgië de partij met een ernstige financiële crisis te maken kreeg en dat ze politiek irrelevant dreigde te worden. De internationale steun moest de partij er bovenop helpen.
Latere jaren In 2012 was Georgië toe aan een nieuwe regering. Oligarch Bidzina Ivanisjvili zette een big tent-coalitie op rond de door hem nieuw opgerichte partij Georgische Droom. Voor de Nieuwe Rechtsen was daarin geen plaats volgens Ivanisjvili. Hij schaarde de partij onder de "pseudo-oppositie", nadat ze in 2011 een deal had gesloten met de regerende Verenigde Nationale Beweging voor de herziening van het kiesstelsel en het vergroten van het parlement. Deze hervorming kwam er niet. Georgische Droom won de verkiezingen van oktober 2012 met haar zes-partijen verbond en nam de macht over. De Nieuwe Rechtsen kregen nog geen half procent van de stemmen, waarna Gamkrelidze na negen jaar het leiderschap over de partij neerlegde.