Hindoe Raad Nederland (HRN) is een landelijke koepel- en vertegenwoordigingsorganisatie van hindoes en hindoe-organisaties in Nederland. De raad fungeert als gesprekspartner van de Nederlandse overheid voor aangelegenheden die betrekking hebben op het hindoeïsme en de hindoegemeenschap in Nederland.

De HRN werd op 5 juni 2001 officieel geïnstalleerd in Den Haag, na een meerjarig proces om verschillende landelijke hindoe-organisaties in één representatief overlegorgaan samen te brengen. De organisatorische voorgeschiedenis van de raad gaat terug tot de jaren negentig.

Naast haar vertegenwoordigende functie vervult de HRN een formele institutionele rol als zogenoemde zendende instantie voor hindoeïstische geestelijke verzorging, hoewel het hindoeïsme vanuit de basisbeginselen niet zendend is, noch het begrip zending kent in hun geschriften en leer. De raad is onder meer betrokken bij de geestelijke verzorging binnen de Nederlandse krijgsmacht en het gevangeniswezen. Ook speelt de HRN een rol bij het hindoeïstisch vormingsonderwijs en werkt zij met de Vrije Universiteit Amsterdam samen op het gebied van academisch onderwijs, onderzoek en de opleiding van hindoe geestelijk verzorgers.

Geschiedenis

Totstandkoming van een landelijke vertegenwoordiging De totstandkoming van de Hindoe Raad Nederland moet worden gezien tegen de achtergrond van de verdere institutionalisering van het hindoeïsme in Nederland in de tweede helft van de twintigste eeuw. Na de migratie van grote groepen Hindoestanen vanuit Suriname naar Nederland ontstonden plaatselijke en landelijke religieuze organisaties, mandirs, hindoeïstische basisscholen en voorzieningen op het gebied van geestelijke verzorging en maatschappelijk werk.

De Nederlandse overheid zocht in de jaren negentig naar een representatief landelijk orgaan waarmee zij kon overleggen over onder meer de positie van hindoes en de inrichting van hindoeïstische geestelijke verzorging bij overheidsinstellingen. In een Kamerstuk uit die periode werd expliciet gewezen op de noodzaak van een representatieve gesprekspartner die tevens als zendende instantie zou kunnen optreden voor hindoe geestelijk verzorgers.

Een eerste samenwerkingsverband onder de naam Hindoe Raad Nederland bestond reeds in de jaren negentig. In 2001 slaagden verschillende landelijke hindoekoepels erin een bredere gezamenlijke raad te formeren. Minister Roger van Boxtel, destijds verantwoordelijk voor het integratiebeleid, erkende de HRN in mei 2001 officieel als gesprekspartner van de overheid. Op 5 juni 2001 werd de raad in Den Haag officieel gepresenteerd en geïnstalleerd.

De vorming van de HRN betekende dat de overheid voor het eerst op structurele basis over een breed landelijk aanspreekpunt beschikte voor onderwerpen die het hindoeïsme en hindoes in Nederland betroffen. Een contemporaine academische beschrijving karakteriseerde de totstandkoming van de raad als het resultaat van jarenlange pogingen van landelijke hindoekoepels om tot één gezamenlijke spreekbuis te komen.

Representativiteit De HRN bracht organisaties uit verschillende tradities binnen het Nederlandse hindoeïsme bijeen. Hieronder bevonden zich organisaties uit de Sanatan Dharm, de Arya Samaj en vaishnavistische tradities. Volgens de eigen geschiedschrijving van de HRN werd de raad gevormd door negen landelijke koepelorganisaties.

In 2006 liet het Ministerie van Justitie door KPMG een representativiteitstoets uitvoeren. Het onderzoek concludeerde dat de belangrijkste religieuze hoofdstromingen binnen het Nederlandse hindoeïsme in de HRN vertegenwoordigd waren en dat daarmee de kwalitatieve representativiteit van de raad wat betreft religieuze stromingen was gewaarborgd.

Het rapport signaleerde tegelijkertijd dat de bekendheid van de HRN bij delen van de hindoegemeenschap beperkt was en adviseerde onder meer meer zichtbaarheid, transparantie en een sterkere verbinding met hindoes die niet bij een specifieke religieuze organisatie waren aangesloten. De maatschappelijke zichtbaarheid en verbreding van de vertegenwoordiging zijn sindsdien terugkerende thema's binnen de ontwikkeling van de organisatie.

Institutionele rol

Geestelijke verzorging bij Defensie Een belangrijk onderdeel van de institutionele positie van de HRN is haar rol in de hindoeïstische geestelijke verzorging binnen de Nederlandse overheid.

Op 5 maart 2003 werd binnen de Nederlandse krijgsmacht de Dienst Hindoe Geestelijke Verzorging ingesteld. De HRN werd daarbij door het Ministerie van Defensie erkend als zendende instantie voor hindoe geestelijk verzorgers, de zogenoemde krijgsmachtpandits. De aanstelling van hindoe geestelijk verzorgers bij Defensie vormde een belangrijke stap in de structurele erkenning van het hindoeïsme binnen de Nederlandse krijgsmacht.

De HRN behoort naast onder andere katholieke, protestantse, joodse, islamitische, humanistische en boeddhistische organisaties tot de door Defensie erkende zendende instanties. Een zendende instantie draagt de levensbeschouwelijke verantwoordelijkheid voor geestelijk verzorgers van de betreffende traditie en speelt een rol bij hun voordracht en erkenning.

Justitiële geestelijke verzorging Ook binnen justitiële instellingen werd hindoe geestelijke verzorging geleidelijk geïnstitutionaliseerd. Hindoeïstische pandits waren al eerder werkzaam binnen het gevangeniswezen. In 2009 maakte het Ministerie van Justitie bekend dat de Hindoe Raad Nederland formele verantwoordelijkheid zou krijgen voor de zending van hindoe geestelijk verzorgers in onder andere penitentiaire inrichtingen, tbs-klinieken, justitiële jeugdinrichtingen en vreemdelingendetentie.

De Dienst Justitiële Inrichtingen vermeldt 2012 als het jaar waarin de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de HRN officieel als zendende instantie voor de hindoe geestelijke verzorging binnen DJI erkende. Hindoe geestelijk verzorgers binnen justitiële instellingen werken daarbij stromingsoverstijgend en verlenen geestelijke ondersteuning aan ingeslotenen met verschillende achtergronden binnen het hindoeïsme.

Hiermee kreeg de HRN een structurele verantwoordelijkheid voor de levensbeschouwelijke kwaliteit en legitimatie van hindoe geestelijke verzorging binnen een belangrijk deel van de Nederlandse publieke sector.

Onderwijs en wetenschap

Hindoeïstisch vormingsonderwijs De HRN is tevens betrokken bij het godsdienstig vormingsonderwijs op openbare basisscholen. Binnen het Nederlandse stelsel van godsdienstig en humanistisch vormingsonderwijs behoort de HRN tot de landelijk erkende zendende instanties die verantwoordelijk zijn voor het hindoeïstische vormingsonderwijs.

Hiermee heeft de raad naast haar vertegenwoordigende functie ook een structurele positie binnen de organisatie van levensbeschouwelijk onderwijs in Nederland.

Vrije Universiteit Amsterdam Vanaf 2019 kreeg de academische inbedding van het hindoeïsme in Nederland een nieuwe impuls. In samenwerking met de Hindoe Raad Nederland ontwikkelde de Faculteit Religie en Theologie van de Vrije Universiteit Amsterdam onderwijs en onderzoek rond hindoe-spiritualiteit en samenleving. In dat jaar werd Sharda Nandram benoemd tot hoogleraar Hindoe-spiritualiteit en samenleving.

De samenwerking ontwikkelde zich verder tot het Hindoe Seminarium van de Vrije Universiteit. Het seminarium verzorgt in samenwerking met de HRN academische programma's op het gebied van onder meer hindoeïstische spiritualiteit, geestelijke verzorging, yoga, leiderschap en maatschappelijke toepassing van hindoeïstische filosofie.

Onderdeel hiervan is een postacademische ambtsopleiding voor hindoe geestelijk verzorgers. Kandidaten die als hindoe geestelijk verzorger willen worden gezonden kunnen in het kader van hun beroepsopleiding een valideringstraject bij de Hindoe Raad Nederland doorlopen.

Deze ontwikkeling verbond de institutionele rol van de HRN als zendende instantie met universitair onderwijs en wetenschappelijk onderzoek naar hindoeïstische spiritualiteit en geestelijke verzorging.

Maatschappelijke en interlevensbeschouwelijke rol De HRN neemt namens de georganiseerde hindoegemeenschap deel aan overleg met de overheid en met andere religieuze en levensbeschouwelijke koepelorganisaties.

Tijdens de coronacrisis in Nederland nam de raad bijvoorbeeld samen met onder andere het Centraal Joods Overleg, het Contactorgaan Moslims en Overheid, de Boeddhistische Unie Nederland en het Interkerkelijk Contact in Overheidszaken deel aan overleg met de regering over religieuze bijeenkomsten en coronamaatregelen. De organisaties brachten gezamenlijk richtlijnen en communiqués uit.

De raad houdt zich daarnaast bezig met maatschappelijke participatie, religieuze vrijheid, beeldvorming over het hindoeïsme, interreligieuze samenwerking en de bestrijding van discriminatie.

Discriminatie en maatschappelijke signalering Vanaf 2024 kreeg de bestrijding en registratie van discriminatie van hindoes een prominentere plaats binnen de activiteiten van de HRN. In december 2024 organiseerde de raad in samenwerking met de Nationaal Coördinator tegen Discriminatie en Racisme (NCDR) een bijeenkomst over ervaringen met discriminatie en vooroordelen binnen de Nederlandse hindoegemeenschap.

Aanslag in Pahalgam en bedreiging

Naar aanleiding van de terreuraanslag op 23 april 2025 in Pahalgam, Kashmir, waarbij 26 mensen om het leven kwamen, kreeg de HRN meldingen en signalen van religieuze beledigingen aan het adres van Hindoes in Nederland. Vervolgens heeft de HRN diverse acties ondernomen om aandacht te vragen voor toenemende discriminatie tegen Hindoes in Nederland. Zo is in mei 2025 een meldpunt Hindoediscriminatie opgezet, met als doel informatievoorziening voor en samenwerking met de Nationaal Coördinator Discriminatie en Racisme (NCDR) en discriminatie.nl.

Aanleiding waren onder meer meldingen van beledigingen, stereotypering, bedreigingen en online haat tegen hindoes. De NOS berichtte dat het meldpunt binnen één dag ongeveer vijftig meldingen had ontvangen en dat meerdere melders overwogen aangifte te doen.

Na de bekendmaking van het opzetten van het meldpunt in diverse media, heeft de Hindoeraad zelf ook bedreigingen ontvangen, waaronder een fysieke dreigbrief.

De kwestie kreeg vervolgens landelijke politieke aandacht en leidde tot vragen in de Tweede Kamer. De overheid bevestigde later dat er over het onderwerp contact plaatsvond tussen de NCDR en de Hindoe Raad Nederland.

De belediging en discriminatie van hindoes en de dreigementen aan het adres van de Hindoeraad hebben ertoe geleid dat er in de Tweede Kamer vragen zijn gesteld door onder andere Stephan van Baerle van DENK, alsmede door Derk Boswijk en Inge van Dijk, beiden van het CDA.

Ook lokaal in steden met een grote hindoegemeenschap, zoals Den Haag, hebben gemeenteraadsleden hier aandacht voor gevraagd. Richard de Mos en Mairan Sewtahal hebben specifiek vragen gesteld over de veiligheid van hindoes in Den Haag aan burgemeester Jan van Zanen.

De HRN benadrukte daarbij dat de bestrijding van discriminatie niet gericht moest zijn tegen andere religieuze of etnische gemeenschappen en riep op tot dialoog en samenwerking met onder meer islamitische en andere levensbeschouwelijke organisaties.

Doelstellingen Volgens haar statutaire en organisatorische doelstellingen wil de Hindoe Raad Nederland onder meer:

fungeren als aanspreekpunt voor de Nederlandse overheid en andere maatschappelijke instanties bij vraagstukken die betrekking hebben op hindoes en het hindoeïsme; de maatschappelijke participatie van hindoes in Nederland bevorderen; bijdragen aan voorzieningen voor de religieuze en geestelijke ontwikkeling van hindoes; voorlichting geven over het hindoeïsme en hindoeïstische waarden en tradities; samenwerking bevorderen tussen hindoe-organisaties en tussen verschillende religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen; bijdragen aan onderwijs, onderzoek en professionele geestelijke verzorging vanuit hindoeïstisch perspectief.