thumb|Kaart van het Suezkanaal Het Suezkanaal (Arabisch: قناة السويس Qanâ el Suweis) is een 193 km lang kanaal in de Landengte van Suez in Egypte, officieel geopend in 1869. Het verbindt Port Said (Bûr Sa' îd) aan de Middellandse Zee en Suez aan de Rode Zee en begrenst het schiereiland Sinaï, dat ten oosten ervan ligt. Het is tevens de scheiding tussen Afrika en Azië.
Het kanaal heeft geen sluizen omdat geen hoogteverschil overwonnen hoeft te worden. Het kanaal bestaat uit een noordelijk deel en een zuidelijk deel, die door de Bittermeren met elkaar worden verbonden. Er zijn verschillende passeermogelijkheden en aanlegplaatsen. Ieder jaar ondernemen ongeveer 17.000 schepen de elf tot zestien uur durende tocht door het Suezkanaal. Dat was in 2000 ongeveer 14% van het totale tonnage van de wereldscheepvaart.
Het belang van het kanaal is zeer groot. Schepen tussen de noordelijke Atlantische Oceaan en de Indische Oceaan moesten voorheen om het continent Afrika heenvaren en zo de Kaaproute via Kaap de Goede Hoop nemen. Sinds het Suezkanaal bestaat is dat niet meer nodig, behalve wanneer het kanaal gesloten is; de langste periode dat dat het geval was, was van 1967 tot 1975.
Ontwerp en bouw De Perzen onder Darius de Grote begonnen in 500 v.Chr. aan het graven van een kanaal tussen de beide zeeën. Darius liet een kanaal graven van de Nijl tot de Rode Zee, zodat Perzische handelaars van Persis tot de Middellandse Zee konden varen. Door dit kanaal kon hij relaties met Carthago onderhouden en de kusten van Sicilië en Italië verkennen. Volgens het verslag van Herodotos (Boek 2 par.158), was het echter farao Necho II die begon met de aanleg van het kanaal en werd het project voltooid door koning Darius.
Aan het graven van het nieuwe kanaal is onverbrekelijk de naam van Ferdinand de Lesseps verbonden. Een eerste ontwerp van de doorgraving is gemaakt door de Egyptische ingenieur Linant Bey. De Lesseps heeft dit verder gestimuleerd. De heerser van Egypte (Kedive), onderkoning Said van Egypte (Mohammed Said Pasja), stelde in 1854 een reviewcommissie onder voorzitterschap van ir. Frederik Willem Conrad in. Deze Internationale Commissie voor de doorgraving van de landengte van Suez deed twee veldonderzoeken, waarover door Conrad uitgebreid verslag werd gedaan. Reizen naar de landengte van Suez (Nijhof, 1859) Uit de onderzoeken volgde dat zowel geotechnisch als hydraulisch de beste oplossing een kanaal direct noordwaarts was. De enige wijziging ten opzichte van het ontwerp van Linant Bey was om de noordelijke haven niet bij Bi'r ar Rummânah te leggen, maar bij de speciaal hiervoor nieuw gebouwde stad Port Said (genoemd naar Conrads opdrachtgever).
Om geld bijeen te krijgen had De Lesseps de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez (1858) opgericht. Het definitieve ontwerp was van Alois Negrelli, een Oostenrijkse ingenieur. Het kanaal heeft geen sluizen. Het hoogteverschil tussen eb en vloed is slechts 65 centimeter in het noorden van het kanaal en 1,9 meter in het zuiden. Het kanaal was aanvankelijk in bezit van de Egyptische en Franse overheid. Naar schatting hebben 1,5 miljoen Egyptische boeren als betaalde dwangarbeiders meegewerkt aan dit project. 30.000 arbeiders stierven tijdens het project, grotendeels als gevolg van cholera.
Lange tijd is de mogelijkheid overwogen om een kanaal te graven van de Rode Zee naar de Nijl, bij de 26e breedtegraad. De door te graven afstand is ongeveer gelijk. Er bestond een kanaal van Caïro naar Alexandrië, dus zou er aan de Middellandse Zee geen nieuwe haven nodig zijn. De kruising van het kanaal met de Nijl levert echter een onoverkomelijk probleem op, zoals in detail uitgewerkt in het missieverslag van Conrad. Mede daarom heeft De Lesseps hiervan afgezien, ook al omdat met deze oplossing Caïro (en dus de Egyptische staat) relatief veel invloed zou krijgen. In plaats daarvan werd het kanaal gegraven in de woestijn, ten noorden van de Golf van Suez. Om de honderdduizenden arbeiders te kunnen verzorgen werd eerst een zoetwaterkanaal aangelegd vanaf de Nijl.
Na de dood van Saïd Pasja in 1863 werd corvee-arbeid een probleem, omdat de kedive Ismaïl Pasja deze onpopulaire maatregel niet genegen was.David Abulafia, The Boundless Sea. A Human History of the Oceans, 2019, p. 849 De oplossing was de inzet van graafmachines op stoomkracht. Een Frans bedrijf ontwierp en bouwde een waaier aan machines, waarbij het totale vermogen bijna 18.000 pk bedroeg. Voor de bediening van de machinerie waren 15.000 arbeiders uit Frankrijk, Italië en van de Balkan aangesteld. Bij het baggeren werden 60 drijvende stoommachines ingezet, voor de afvoer van het slib zijn stoomelevators gebruikt. Waar geen water was werden stoomexcavateurs toegepast, een nieuw werktuig waarmee een sleuf kon worden gegraven in de zandbodem van de woestijn. Al deze werktuigen waren speciaal voor het project ontworpen. De bodembreedte van het nieuwe kanaal was bij de opening 22 meter.
De Franse beeldhouwer Frédéric Auguste Bartholdi deed in 1867 een voorstel voor een indrukwekkende vuurtoren in de vorm van een beeld. Deze zou op de noordelijke ingang van het kanaal komen. De toenmallige Pasja van Egypte keurde dit voorstel echter af om financiële redenen. Het beeld werd alsnog gemaakt, maar werd door Frankrijk aan de Verenigde Staten van Amerika geschonken, ter herinnering aan het eeuwfeest van de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring en de vriendschap tussen de beide landen. Het beeld staat nu bekend als het Vrijheidsbeeld in de New York Bay.
Het eerste schip voer op 17 februari 1867 door het kanaal. De hele reis nam ongeveer twee dagen in beslag. Met de opening van het kanaal werd de afstand tussen Jeddah en Rotterdam met 41% verkort; via het Suezkanaal is de afstand 6337 zeemijl in vergelijking tot 10.743 mijl via Kaap de Goede Hoop.
Het kanaal werd officieel geopend op 17 november 1869 met een stoet van bijna 50 jachten, vrachtschepen en oorlogsschepen die vanuit Port Said naar het zuiden trokken. Voorop voer het jacht l'Aigle van de Franse keizerin Eugénie de Montijo met aan boord ook haar bloedverwant Ferdinand de Lesseps (zijn moeder was een zus van Eugénies grootmoeder). Achter hen voeren keizer Frans Jozef I van Oostenrijk aan boord van de Greif en andere Europese prominenten. De tocht duurde 3 dagen, met inbegrip van een uitgebreid feest in de nieuwe stad Ismaïlia op de noordwestelijke oever van het Timsahmeer.
Een hardnekkige mythe is dat bij de opening Giuseppe Verdi's opera Aida in première zou zijn gegaan. In werkelijkheid was er muziek van Jacques Offenbach te horen en vond de première van Aida pas twee jaar later plaats.L. Senelick, Jacques Offenbach and the making of modern culture, Cambridge university press, 2017.
Koloniale tijd De opening van het kanaal bleef onder de verwachtingen. De vijfhonderd schepen die er in het eerste volledige jaar 1870 passeerden, waren minder dan 10% van wat was vooropgesteld. Zeeroutes bleken zich niet van de ene dag op de andere te verleggen. Tegen 1885 bleek het Suezkanaal dan toch een succes te zijn, met tien schepen per dag en een tonnage ruim boven de 5 miljoen.David Abulafia, The Boundless Sea. A Human History of the Oceans, 2019, p. 849-850 Het effect op de wereldhandel kwam vooral de Britten ten goede. Ook droeg het kanaal in belangrijke mate bij tot het verder doordringen van de Europese koloniale machten in Afrika. Met name het oosten van Afrika werd dankzij het Suezkanaal snel door hen ingepalmd.
De investeerders hadden minder voordeel, want de Compagnie Universelle du Canal Maritime de Suez kwam in financiële problemen en kon geen dividend uitkeren. Ismaïl Pasja had grote moeite om de aangegane leningen af te betalen en zag in 1875 geen andere uitweg dan zijn aandelen te verkopen. De Britse premier Benjamin Disraeli handelde snel en wist de hand te leggen op een belang van 44% voor het Verenigd Koninkrijk.
In 1882 trokken Britse troepen het gebied binnen om hun belang in het kanaal te beschermen. Zij kregen zo het land en het voor het Britse Imperium uiterst belangrijke kanaal onder controle. De gegarandeerd vrije doorgang van het kanaal werd in 1888 geregeld in de Conventie van Constantinopel. Deze toestand bleef tot 1952 gehandhaafd. Tijdens de politionele acties werden de Nederlandse troepen via het Suezkanaal naar Indonesië gevaren.
Het Suezkanaal speelde een belangrijke rol tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Groot-Brittannië, als toegangsweg naar de Arabische olievelden en Brits-Indië. Het kanaal werd beschouwd als de 'luchtpijp van het Britse Rijk'. Meer dan 200.000 Italiaanse militairen vielen op 13 september 1940 Egypte binnen waardoor de asmogendheden controle dreigden te krijgen over het Suezkanaal. Uiteindelijk slaagden de geallieerden erin om het te behouden. In de Eerste Slag bij El Alamein werd de opmars van het Afrika Korps onder leiding van Erwin Rommel gestuit, en na de Tweede Slag bij El Alamein moest het Afrika Korps terugtrekken om uiteindelijk in 1943 in Tunesië te capituleren.
Nationalisering en oorlog thumb|Het Suezkanaal aan de kant van de Middellandse Zee Op 26 juli 1956 werd het Suezkanaal genationaliseerd door de regering van president Gamal Abdel Nasser en onder beheer gebracht van de Suez Canal Authority (SCA). Dit leidde tot een oorlog tussen Egypte en een coalitie van het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en Israël. De oorlog duurde een week en het gevolg van deze Suezcrisis was dat het kanaal enige maanden gesloten was. De Verenigde Naties zegden later Egypte het alleenrecht op het kanaal toe.
Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het kanaal de grens tussen de door Israël bezette Sinaï en de rest van Egypte en als gevolg hiervan bleef het kanaal gesloten voor scheepvaart tot 5 juni 1975. Op het moment dat de Zesdaagse Oorlog begon lagen er vijftien schepen in het kanaal. Deze kwamen vast te zitten doordat Egypte beide zijden van het kanaal blokkeerde. Door de kleur die het woestijnzand veroorzaakte kwam zij bekend te staan onder de naam Gele Vloot. Een VN-vredesmacht, UNEF II, was van oktober 1973 tot juli 1979 gestationeerd op het schiereiland Sinaï. In 1979 sloten Israël en Egypte vrede. Deze vrede is vastgelegd in de akkoorden van Camp David. Als gevolg hiervan werd een vredesmacht gestationeerd in de Sinaï. Daar de VN niet in staat was deze vredesmissie samen te stellen, is op initiatief van Amerika een vredesmacht samengesteld, de Multinational Force and Observers (MFO). De vredesmacht is actief sinds begin 1982. Nederland heeft in de vorm van Verbindingsdienst- en Politietaken vanaf het begin tot 1995 een bijdrage geleverd aan de MFO.
Afmetingen van het kanaal Sinds de opening is er continu gegraven om steeds grotere schepen veilig en snel doorvaart te verlenen. In 1869 konden schepen tot een maximale tonnenmaat van 5.000 ton het kanaal passeren, een gangbare grootte voor die tijd, maar inmiddels kunnen grote tankers van 240.000 ton door het kanaal. Op circa de helft van het kanaal is uitsluitend eenrichtingsverkeer mogelijk. De aanleg van passeerlanen maakt het passeren van schepen en tweerichtingverkeer op deeltrajecten mogelijk.