Antonius Augustinus Benedictus (Benoît) Hovyn (gedoopt te Menen op 29 april 1753 - overleden te Yverdon-les-Bains (Zwitserland) op november 1828Archives de Vaud, CH - Yverdon-les-Bains) was schepen van Kortrijk in 1794 en lakenhandelaar.

Hij was een zoon van Livinus Josephus, schepen van Menen en Julia Melania Sophia van Ruymbeke.Akten Rijksarchief België Hij huwde op 30 juni 1778 te Kortrijk met Jeanne Rose La Violette (+ Duinkerke, 3 oktober 1803) (dochter van Augustinus Josephus en Joanna Vantieghem). Op de overlijdensakte van Jeanne Rose stond dat haar echtgenoot te Parijs verbleef.

Hij bracht de familie binnen in het hart van de Parijse hogere middenklasse. Dankzij de terugtrekking van de grenzen tijdens de Franse Revolutie had hij, om de moeilijkheden bij het verschepen van goederen uit de Levant en Amerika te compenseren, een belangrijke linnenhandel ontwikkeld tussen de verenigde departementen en de belangrijkste Franse steden. Gevestigd in Kortrijk als linnenhandelaar, vermeerderde hij de handelsrelaties met Bordeaux en Parijs, waar hij zich in 1797 vestigde na de aankoop van Hôtel Girac in Faubourg Saint-Honoré. In hetzelfde jaar huurde hij het Elysée-paleis van de hertogin van Bourbon voor 21.200 francs per jaar, dat hij omtoverde tot een plek van plezier en spel waar de bourgeoisie naartoe stroomde, de smaak weer gevonden voor feesten en bals. Na de emigratie van de hertogin werd het paleis werd het paleis door Antoine Benoît samen met vier partners gekocht en geëxploiteerd tot 1801; in dat jaar kocht hij zijn partners uit voor 261.000 francs. Hij bleef het paleis uitbaten met een poppentheater, baden en een bibliotheek. In 1805 werd het gebouw verkocht aan Maarschalk Joachim Murat voor 800.000 francs.

"Nadat de revolutie over haar hoogtepunt was, kreeg Bathilde d’Orléans haar hôtel terug, maar door gebrek aan middelen verhuurde ze de benedenétage aan Benoît Hovyn. Deze Vlaamse zakenman, geboren in Menen en aanvankelijk lakenhandelaar in Kortrijk, had goede zaken gedaan na de aanhechting van de Zuidelijke Nederlanden bij Frankrijk. Hovyn werd een “entrepreneur de plaisirs”: hij verhuurde de zalen van het Élysée voor bals, feesten, concerten en lezingen… terwijl koppels er een kamer konden huren voor een nacht of korter. Dat gebeurde in 1797. De eigenares, die op de verdieping woonde, werd na een mislukte royalistische staatsgreep later dat jaar gedwongen Frankrijk te verlaten. Het Élysée werd opnieuw onteigend en verkocht aan Hovyn, die het verder tot één groot centrum van amusement uitbouwde. Er werden uitbundige feesten gegeven. Later kwamen er ook winkels en werd de eerste verdieping in appartementen opgedeeld."

Bepaalde bronnen geven aan dat Antonius Augustinus Benedictus een relatie had met Bathilde d'Orleans, maar dat valt niet aan te tonen of te verwerpen.

Categorie:Zuid-Nederlands ondernemer (voor 1830) Categorie:Zuid-Nederlands schepen (voor 1830) Categorie:Schepen van Kortrijk