Bristol-Myers Squibb Company (afgekort tot BMS) is een Amerikaans farmaceutisch bedrijf met het hoofdkantoor in Princeton, New Jersey. Het ontstond in 1989 uit een fusie tussen Bristol-Myers Company (opgericht in 1887) en Squibb Corporation (opgericht in 1858). BMS behoort tot de grootste biofarmaceutische bedrijven ter wereld en staat sinds jaren op de Fortune 500-lijst van grootste Amerikaanse ondernemingen.
Activiteiten Het bedrijf ontwikkelt en produceert geneesmiddelen voor diverse therapeutische domeinen, waaronder kanker, hiv/aids, cardiovasculaire aandoeningen, diabetes, reumatoïde artritis en psychiatrische stoornissen. Belangrijke producten zijn onder meer Opdivo (nivolumab), Eliquis (apixaban) en Revlimid (lenalidomide).
BMS heeft wereldwijd onderzoeksfaciliteiten, waaronder in de Verenigde Staten, België, India, Japan, Spanje en het Verenigd Koninkrijk. Het bedrijf is sinds 2000 sterk gericht op biofarmacie, met de overname van bedrijven als Medarex (2009), Celgene (2019) en Karuna Therapeutics (2024).
In 2025 boekte BMS een omzet van US$ 48,3 miljard en een winst van US$ 7,1 miljard. Het bedrijf telde dat jaar circa 32.500 medewerkers wereldwijd.
Op 2 juni 2025 sloot het bedrijf met BioNTech een samenwerkingsovereenkomst voor de ontwikkeling en marketing van antistoffen ter bestrijding van diverse tumoren. De transactie heeft een waarde van US$ 11 miljard, waarvan US$ 3,5 miljard zonder meer wordt betaald aan BioNTech en de rest is afhankelijk van onderzoeks- en verkoopsuccessen. De twee willen een concurrent op de markt zetten voor het Keytruda van MSD.
Aanwezigheid in Nederland BMS beschikt over een geavanceerde productiefaciliteit in Leiden. Deze vestiging richt zich op de productie van celtherapieën, waaronder CAR-T-behandelingen, die worden ingezet bij bepaalde vormen van bloedkanker zoals multiple myeloom en lymfomen. De locatie in Leiden maakt deel uit van het Bio Science Park, een belangrijk cluster voor life sciences in Europa.
De bouw van de faciliteit begon in 2021 en kwam in 2023 gereed. Het is de eerste celtherapiefabriek van BMS buiten de Verenigde Staten. Met deze uitbreiding wil het bedrijf zijn Europese distributienetwerk versterken en patiënten in de regio sneller toegang geven tot gepersonaliseerde therapieën. De fabriek voldoet aan strenge eisen op het gebied van kwaliteitscontrole en Good Manufacturing Practice (GMP).
Geschiedenis De Squibb Corporation werd in 1858 opgericht door Edward Robinson Squibb (1819-1900) in New York. Squibb stond al vroeg in de farmaceutische industrie bekend als een voorstander van kwaliteitscontrole en hoge zuiverheidsnormen. Vanaf 1882 geeft hij een tweemaandelijks tijdschrift uit genaamd Ephemeris. Het tijdschrift, geschreven voor artsen, biedt informatie over nieuwe farmaceutische ontwikkelingen en ageert tegen kwakzalverij. In 1892 komen zijn zonen bij het bedrijf en de naam wordt gewijzigd in E.R. Squibb & Sons. Vijf jaar na de dood van hun vader verkochten de zonen het bedrijf in 1905 aan Lowell M. Palmer en Theodore Weicker. Rond deze tijd werd het Squibb-logo ontwikkeld, dat de producten van het bedrijf vertegenwoordigde: "uniformiteit, zuiverheid, werkzaamheid en betrouwbaarheid gebaseerd op onderzoek".
In 1887 kochten William McLaren Bristol (1860-1935) en John Ripley Myers (1864-1899) de Clinton Pharmaceutical Company in Clinton in de staat New York. In de 1888 catalogus van het bedrijf staan 1800 producten die te bestellen zijn bij Clinton. In mei 1898 besloten ze de naam te veranderen in Bristol, Myers and Company. Na het overlijden van Myers in 1899 veranderde Bristol de naam in Bristol-Myers Corporation. In 1929 kregen de aandelen een notering aan de New York Stock Exchange.
In 1943 werd Cheplin Laboratories aangekocht, een producent van lactobacillus acidophilusmelk ook in New York. In 1944 kwam een grote fabriek gereed voor de productie van penicilline voor de geallieerde strijdkrachten in de Tweede Wereldoorlog. Na de oorlog hernoemde het bedrijf de fabriek in 1945 tot Bristol Laboratories en betrad het de markt voor antibiotica met Squibb als concurrent. In 1967 werd Mead Johnson gekocht, een fabrikant van babyvoeding.
In 1989 fuseerden Bristol-Myers en Squibb en ging de combinatie verder als Bristol-Myers Squibb (BMS).
Eind 2009 werd het belang in Mead Johnson Nutrition Co afgestoten. In februari 2009 was een klein deel al naar de beurs gebracht, maar BMS had nog altijd 83% van de aandelen Mead Johnson in handen. Aandeelhouders van BMS krijgen naar rato van hun aandelenbezit een vergelijkbaar aantal aandelen Mead Johnson. Op basis van de laatste bekende beurskoers van Mead Johnston heeft BMS voor US$ 7,7 miljard aan aandelen Mead Johnston weggegeven aan de eigen aandeelhouders.
In 2019 deed BMS een succesvolle overname van Celgene. Het bod op de aandelen Celgene had een waarde van US$ 74 miljard en het was daarmee een van de grootste overnames in deze sector. Het bod was deels in aandelen BMS en na de overname hadden de oud-aandeelhouders van BMS 69% van de combinatie in handen en de oud-Celgene aandeelhouders de overige 31%.
Categorie:Farmaceutisch bedrijf Categorie:Amerikaanse multinational Categorie:Bedrijf genoteerd aan de New York Stock Exchange