Jacob Havinga (Groningen, 25 oktober 1786 - Grootegast, 2 mei 1873) was een Nederlands bakker, bestuurder en vervener. Hij was van 1820 tot 1855 burgemeester van Grootegast.

Havinga werd geboren aan de Folkingestraat in Groningen en gedoopt in de Akerk als zoon van bakker Berent Havinga en Katrina Doll. Zijn vader kwam oorspronkelijk uit Stedum. Havinga werd vernoemd naar zijn grootvader die te Stedum wedman was. Zijn grootmoeder was kokmaagd op de borg Nittersum.

Havinga ging in de leer bij zijn vader om ook bakker te worden. Hij trouwde in 1815 te Bedum met Barbara Daniëls Rijkens. Havinga was op dat moment broodbakker en woonde in Haren. Hierna verhuisden ze naar Grootegast waar hij een bakkerij begon. Samen kregen ze twee kinderen.

Na het overlijden van burgemeester I.F. Hommes werd Havinga in 1820 de tweede burgemeester van die gemeente. Daarnaast werd hij schout van de gemeente. Eind 1855 kreeg hij eervol ontslag. Hierna ging hij aan de slag als vervener, wat hij bleef doen tot zijn overlijden in 1873. Havinga werd 84 jaar oud.

Categorie:Burgemeester van Grootegast