De Hooihandel is een Nederlands motorschip uit 1913 dat als varend erfgoed ingeschreven is in het Register Varend Erfgoed Nederland. Voor zover bekend heeft het schip in de beroepsvaart meegewerkt aan de bouw van de Afsluitdijk. Na de watersnoodramp van 1953 werden tot pakweg 1961 grote hoeveelheden rijshout vervoerd. Daarna is het meerdere keren van eigenaar gewisseld en werd het en gerestaureerd. In de 21e eeuw is het in gebruik als woonschip
Geschiedenis alt=Foto van stuurhut, roef en anker|miniatuur|Stuurhut, roef en anker, juni 2013 alt=Foto: aangemeerd in Gouda|miniatuur|Voor de wal in Gouda, juni 2013
1913 – 1921 Schipper Simon Boelhouwer, geboren te Giessendam op 24 februari 1882, was een handelaar in hooi. Hij liet het schip in het aangrenzende Sliedrecht bouwen door scheepswerf A. Baars & Zonen. Boelhouwer was getrouwd met Elizabeth Baars, de dochter van de scheepsbouwer Arie Baars. Het type is een Katwijker, herkenbaar aan het brede berghout en de zelflosmast. Doorgaans hebben Katwijkers geen roef, maar het brandmerk op de roef van de Hooihandel laat zien dat deze gebouwd is met roef.
Brand aan boord Op 30 juli 1914 brak er op de Merwede ten westen van Gorcum brand uit op het schip, dat geladen was met 25 ton hooi. Het schip werd naar de kant gesleept en de aanzienlijke schade werd gerepareerd.
1921 – 1933 In 1921 kwam het schip op naam te staan van de Sliedrechtse familie Blokland. Het kreeg de naam ‘’Jonge Reijer’’.
Gronding op de Zuiderzee Tijdens een reis van Breezand naar Amsterdam raakte het schip op een mistige dag in februari 1932 uit koers en liep het voor de haven van Hindeloopen aan de grond. Geholpen door ‘eenige rappe handen’ konden ze de haven binnenlopen. Dat was toen nog een getijdehaven en bij hoogwater konden ze verder. Kort daarna, op 28 mei 1932, werd het gat in de Afsluitdijk gedicht en werd de Zuiderzee het IJsselmeer.
Lastige tijden in Sliedrecht Nadat de Zuiderzeewerken waren afgerond lag de Jonge Reijer zonder werk in de haven van Sliedrecht. Toen de familie Blokland haar hypothecaire schuld niet meer kon aflossen moest het schip openbaar geveild worden. Het lag ter bezichtiging in de Binnen Kalkhaven te Dordrecht en werd ten behoeve van de schuldeisers op 22 maart 1933 verkocht door notaris A. E. Gomm, inclusief de complete scheepsinventaris. Het mat toen 48 ton en had een Kromhoutmotor van 30 paardenkrachten.
1933 – 1948 De kopers waren de gebroeders Klaas en Tijs Wouter Volker en op 24 maart 1933 werden zij ingeschreven in de scheepsliggers met elk een ½ aandeel. Klaas was aannemer, geboren te Sliedrecht op 1 maart 1881, overleden aldaar op 30 juni 1952. Hij trouwde met Joosje Dekker. Zijn broer Tijs Wouter, geboren te Sliedrecht op 8 juli 1883 en aldaar overleden op 25 februari 1958, trouwde op 18 juni 1908 met Bastiaantje Prins, geboren te Sliedrecht 16 januari 1885, overleden aldaar 10 maart 1953.
Het schip werd aangekocht voor het vervoer van rijshout in de door Tijs gepachte grienden, om een werkloos schipper aan het werk te helpen.
Rijshandel Uit de liggers blijkt dat de Gebroeders Volker de naam van het schip veranderden in Rijshandel. Het laadvermogen verminderde met ongeveer 5 ton, doordat in 1933 het toezicht op de schepen intensiveerde en de schepen werden hermeten. Om alsnog hetzelfde of meer laadvermogen te krijgen en aan de voorschriften te voldoen werden de gangboorden verhoogd tot zogenoemde kalffdekken.
De naam Rijshandel verwijst naar het rijshout dat vervoerd werd. Dit werd veel gebruikt in de waterbouw om zinkstukken te maken waarop puin gestort werd als fundering voor dijken en dammen.
Rechtszaak evenredige vrachtverdeling Een aantal maanden na de overname van het schip in 1933 tekende schipper T.W. Volker beroep aan bij de Raad van Beroep voor Bevrachtingszaken tegen een beslissing van de bevrachtingscommissie over de evenredige vrachtverdeling. Volker kon aannemelijk maken dat dit schip als vervanging diende voor de kleine sleepschuiten die hij voorheen had en won de zaak.
Tweede Wereldoorlog Over de oorlogsjaren is weinig bekend, maar daarna kwam het schip weer terecht, weliswaar met een grote deuk in de boeg. In 1948 waren de broers Volker rond de zeventig en verkochten zij na vijftien jaar het schip.
1948 – 1974 Nieuwe eigenaar werd de firma A. Prins Th. zn. in Sliedrecht, een grote naam in de baggerwereld. Haaf Prins, sinds 1938 president-commissaris, had de leiding bij de aankoop. De naam werd veranderd in ''Vertrouwen II''. In 1961 veranderde de tenaamstelling in Prins Aannemings Maatschappij NV, eveneens in Sliedrecht. Het schip is ingezet geweest bij de drooglegging van Zuidelijk Flevoland
1955: Een nieuwe motor In 1955 werd een nieuwe Deutz-motor geplaatst, waarmee het vermogen verdubbelde naar 60 pk. Deze maakt meer toeren en heeft door de luchtkoeling een hard en schel geluid, heel anders dan de reeks ploffen waarmee de Kromhout-langzaamloper 42 jaar zijn werk deed. Uit deze tijd stamt ook het mahoniehouten stuurhuis.
1974 - Heden In de tachtiger jaren werd gebruik gemaakt van een saneringsregeling; het schip werd voor 10.800 gulden verkocht aan Ben van der Laan (technisch ambtenaar bij de Gemeente Amsterdam) in Amsterdam. De ligplaats werd de Nieuwe Vaart (Amsterdam) tussen brouwerij 't IJ en werf 't Kromhout. De eerste jaren als opknapproject van het sterk verwaarloosde en vervuilde schip, later als woonschip met geleidelijk intimmeren van het ruim. Vele duizenden kilometers werd er mee gevaren op Waddenzee, heel Nederland door, België en Noord-Frankrijk. Het schip werd ook gebruikt als clubschip door Duikvereniging "De Meerkoeten" in Abcoude. Het schip werd met dankbaar gebruik van het nog aanwezige laadgerei door de club ingezet bij het bouwen van het onderwaterhuis "Subpub", het afzinken van een afgedankte Amsterdamse stadsbus, het plaatsen van een 12 meter hoge kerstboom (afkomstig van De Dam) en diverse andere zaken in de Vinkeveense Plassen om het sportduiken ter plaatse aantrekkelijker te maken. Ben verkocht het schip in 1994 met ligplaatsvergunning aan een Nederlandse jongeman.
1994 - Heden De volgende eigenaren waren Engelsen. Zij hebben er veel restauratiewerk aan gedaan en reisden met het schip door Frankrijk. In 2024 ging het als woonschip onder de naam Hooihandel over naar nieuwe eigenaren, B. Boerbooms en R.L. Hubens in Goedereede. alt=Hooihandel in de vaart|gecentreerd|miniatuur
Liggers Scheepmetingsdienst +Tabel metingenMeetnummerDistrict en volgnr.MeetdatumMeetplaatsLengte [m]Breedte [m]Inzinking [m]Waterverplaatsing [ton]NaamEigenaarDomicilieD2655N Dordrecht 8 juli 1913 Dordrecht 21,10 4,64 -54,746 HOOIHANDEL S. Boelhouwer en zn GiessendamD5024N Dordrecht 6 oktober 1933 Dordrecht 21,21 4,66 -48,994 RIJSHANDEL Gebr. Volker SliedrechtR16500N Rotterdam 20 november 1948 Sliedrecht 21,21 4,65 1,37 54,909 VERTROUWEN II N.V. A. Prins Th.Zn's Aanneming Mij Sliedrecht
Uit de scheepsliggers van 1913 blijkt ook dat de Hooihandel op 12 november 1913 en 19 augustus 1916 ook in Gouda werd gemeten.
21 mei 1932 stelt scheepsmeter A. Kraijenbrink in Dordrecht een getuigschrift op van de aanbrenging van een brandmerk van een "ten hypotheekkantore te boek gesteld" schip.Getuigschrift van 21 mei 1932 Naam op het getuigschrift; Jan Blokland, motorschipper te Sliedrecht. Een klein jaar later verkocht het hypotheekkantoor het schip bij een faillissementsveiling. Het merk is aangebracht achter op de roef aan stuurboord en is een eeuw later nog heel duidelijk te zien.
Zie ook Landelijke Vereniging tot Behoud van het Historisch Bedrijfsvaartuig Luxe motorschip Varend monument
Externe links Gegevens op debinnenvaart.nl Enkele foto's en gegevens op binnenvaart.eu
Categorie:Schip gebouwd in Nederland Categorie:Schip op naam Categorie:Varend monument