miniatuur|Officieren van de Royal Navy op de brug van een torpedobootjager die een konvooi begeleidt kijken uit naar U-boten tijdens de Slag om de Atlantische Oceaan in oktober 1941.
Onderzeebootbestrijding (Engels: Anti-submarine warfare, ASW) is een militaire actie om vijandelijke onderzeeboten te detecteren en te vernietigen vanaf vliegtuigen, helikopters, oppervlakteschepen of onderzeeboten.https://historylearning.com/world-war-one/naval-warfare-world-war-one/british-submarines-in-world-war/british-submarines-in-world/anti-submarine-developments/https://books.google.be/books?id=M9gDAAAAMBAJ&pg=PA114&redir_esc=y#v=onepage&q&f=false
Eerste Wereldoorlog miniatuur|Een net tegen onderzeeboten in de haven van Halifax, Canada.
In de Eerste Wereldoorlog waren duikboten actief in de Oostzee, de Noordzee, de Zwarte Zee, de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Kleine, snelle schepen bestreden ze met hun kanonnen. De duikboten voeren de grootste tijd aan de oppervlakte om grote afstanden af te leggen en met hun dieselmotoren hun batterijen op te laden.
Slagschepen maakten netten aan hun zijkanten vast tegen torpedo’s. Ook havens werden voorzien van netten tegen duikboten of torpedo’s.
Britse oorlogsschepen kregen een ram en in augustus 1914 werd U 15 ermee tot zinken gebracht.
In juni 1915 testte de Royal Navy de Type D dieptebom met 140 kg 2,4,6-trinitrotolueen (amatol en een hydrostatisch pistool dat afging op 12 of 24 m en werkzaam was op 43 m. Voor kleinere schepen was er een Type D* met 54 kg.
In juli 1915 richtte de Admiraliteit van Engeland een Board of Invention and Research (BIR) op die 14.000 suggesties van het publiek kreeg hoe duikboten te bestrijden. In december 1916 richtte de Royal Navy een eigen Anti-Submarine Division (ASD) op. De Verenigde Staten richtten in 1915 een Naval Consulting Board op. Toen de Verenigde Staten in 1917 in oorlog kwamen, werkte die op detectie van duikboten.
De United States National Research Council haalde in juni 1917 Britse en Franse experts in geluid onder water naar de Verenigde Staten. In oktober 1918 was er te Parijs een vergadering over "supersonics", toen de term voor echolocatie.
miniatuur|11-inch houwitser Mk. I met 550 m bereik op het Britse bewapende vrachtschip HMS Patia in 1918
Op 22 maart 1916 werd de eerste U-boot U 68 tot zinken gebracht door een dieptebom van Q-ship HMS Farnborough bij County Kerry, Ierland.
Begin 1917 had de Royal Navy Anti-submarine indicator loops op de zeebodem gelegd: lange kabels die met een galvanometer het magnetisch veld van de duikboten detecteerden als ze erover voeren.https://indicatorloops.com/loops.htm Dan werd daar vanaf de wal een zeemijn tot ontploffing gebracht.
In juli 1917 konden dieptebommen tussen 15 en 61 m diepte afgesteld worden. Tegen het einde van de oorlog kwamen hydrofoons op: passieve sonar.
Watervliegtuigen en luchtschepen zochten naar duikboten, waarop die meestal onderdoken. Een Oostenrijks vliegtuig bracht op 15 september 1915 met bommen de Franse Foucault tot zinken. Op 9 augustus 1916 bracht een Oostenrijks vliegtuig een afgemeerde Britse B 10 tot zinken. Op 22 september 1917 bracht een RNAS watervliegtuig de Duitse UC 32 met bommen tot zinken. Een Frans luchtschip bombardeerde bij vergissing de Britse D 3 op 12 maart 1918.
De meest werkzame maatregel was om konvooien van vrachtschepen te escorteren. Dit verminderde het verlies aan vrachtschepen van 25% naar 1%. Volgens de Britse historicus Paul E. Fontenoy was het konvooisysteem het effectieve antwoord op de Duitse U-boot campagne in de Eerste Wereldoorlog. De onderschepping van radiosignalen van en naar de U-boten en het feit dat Room 40 van de Admiraliteit van Engeland hun code gekraakt had droeg daaraan bij.
Om ondergedoken U-boten aan te vallen wierpen vliegtuigen zeemijnen met contactontsteking in het water. Schepen rolden dieptebommen in het water langs hun achtersteven.
Het Q-ship was een oorlogsschip dat eruit zag als een vrachtschip om U-boten aan de oppervlakte aan te vallen.
De British R class submarine was de eerste duikboot voor U-bootbestrijding.
De UC 44 werd op 4 augustus 1917 met een vals radiobericht in een mijnenveld gelokt.
211 van de 360 U-boten zonken in de Eerste Wereldoorlog: Zeemijnen 58 Luchtaanval 33 Dieptebommen 30 Torpedo’s 20 Kanonvuur 20 Rammen 19 Onbekend 19 Ongevallen 10 Andere 2
Interbellum De invoering van elektronica met vacuümbuizen leverde vooruitgang in het versterken, verwerken en tonen van signalen.
De range recorder sloeg de positie van het doelwit op. De scheepsschroeven van duikboten maakten veel geluid, vooral onder water. De range recorder kon uit dat geluid de afstand tot de U-boot berekenen. Dan werden zeemijnen of bommen op die plaats tot ontsteking gebracht.
Nieuwe materialen om geluid op te wekken werden ontwikkeld. In die tijd ontwikkelde de ASD de actieve sonar ASDIC, die een geluidspuls “ping” uitzond en uit de echo en de tijdsvertraging de plaats en de afstand berekend werden. De Royal Navy en de United States Navy rustten hun torpedobootjagers uit met actieve sonar. In 1928 waren plannen om ASDIC in massaproductie en werd een klein escorteschip ontworpen met ASDIC.
Het echolood werd ontwikkeld voor varende schepen. De voortplanting van geluid in de oceaan werd bestudeerd volgens temperatuur en zoutgehalte. In 1937 werd de bathythermograph uitgevonden die op alle schepen voor onderzeebootbestrijding werd geplaatst om thermoclinen te vinden die ASDIC verstoorden. Ook de radar werd ontwikkeld: ontwikkeling van de radar in Duitsland.
Tweede Wereldoorlog Slag om de Atlantische Oceaan miniatuur|Een dieptebomwerper wordt op korvet HMS Dianthus K95 geladen op 14 augustus 1942 miniatuur|Een Leigh Light op een Consolidated B-24 Liberator van de Royal Air Force Coastal Command op 26 februari 1944 om ‘s nachts U-boten aan de oppervlakte te zoeken miniatuur|Een Hedgehog op detorpedobootjager HMS Westcott D47 om dieptebommen voorwaarts over de boeg te werpen en sonarcontact te houden. miniatuur| Een Vought SB2U Vindicator van de USS Ranger CV-4 vliegt een patrouille onderzeebootbestrijding over konvooi WS12 op weg naar Kaapstad op 27 november 1941 miniatuur|De USS Mission Bay CVE-59 in augustus 1944 voor de Oostkust van de Verenigde Staten met Grumman F6F Hellcats voor U-bootbestrijding en met een radar antenne in de mast.
In de Slag om de Atlantische Oceaan trachtten de U-boten van de Kriegsmarine met een onbeperkte duikbotenoorlog vrachtschepen te doen zinken om de toevoer van grondstoffen in het bijzonder aardolie af te snijden en de Royal Navy trachtte dit met U-bootbestrijding te voorkomen. Bij het begin van de Tweede Wereldoorlog trachtten zeemachten om duikboten met sonar te detecteren en er dan dieptebommen op te werpen. Sonar was niet zo werkzaam als gedacht als de duikboot ‘s nachts aan de oppervlakte voer. Otto Kretschmer verbood U-boten om onder te duiken: onderduiken maakte veel geluid, maakte de batterijen leeg en de U-boot kon aan de oppervlakte sneller vluchten.
De Royal Navy had indicator loops verder ontwikkeld om havens te beschermen. In 1942 werkte de United States Navy dit uit en plaatste tientallen indicator loops. Bij het einde van de oorlog bleek sonar werkzamer en verdwenen de indicator loops.
Radar was belangrijk in de U-bootbestrijding. De eerste radar op vliegtuigen had een klystron en 1,7 meter golflengte. In de tweede helft van 1942 hadden U-boten het "Kruis van Biskaje" als radarverklikker om onder te duiken. In 1943 gebruikten de geallieerden een magnetron met 10 cm golflengte. De Duitsers ontwikkelden dan de "Naxos-radardetector". Tussen 1943 en 1945 werden de meeste U-boten tot zinken gebracht door vliegtuigen met radar. Het magnetron diende daarna ook om bemanningen van onderzeeboten warm eten te verschaffen.
High Frequency radio Direction Finding (HF/DF of “huff duff”) Radiorichtingzoeker om de plaats van een onderzeeboot te bepalen die een radiobericht verzendt. De U 513 verzond op 18 juli 1943 een radiobericht, de United States Navy peilde hem uit en stuurde een vliegtuig om hem met dieptebommen te vernietigen.
Schepen Vrachtschepen werden in konvooien gerangschikt met de snelste achteraan, zodat de snelste minder lang gevaar liepen. Analyse van verliezen in konvooien in de eerste drie oorlogsjaren leerde dat de grootte van de begeleiding belangrijker was dan de grootte van het konvooi. Het was dus beter om weinig grote konvooien te begeleiden dan veel kleine. Massaproductie van goedkope, kleine korvetten en fregatten om konvooien te begeleiden. Dit maakte de grotere en duurdere torpedobootjagers vrij voor andere taken. Gewone scheepswerven voor vrachtschepen konden korvetten bouwen. Ze werkten met dieselmotoren en hadden dus geen dure stoomturbines en overbrengingen nodig. Korvetten konden in gewone scheepswerven gebouwd worden. Er werden schepen gebouwd die vliegtuigen konden meenemen: CAM-schip, merchant aircraft carrier en escort carriers. Oorlogsschepen konden opgeroepen worden ter versterking als een konvooi aangevallen werd. Die moesten niet bij het konvooi blijven, maar konden een U-boot achtervolgen tot zijn batterijen leeg waren of zijn lucht op was en hij moest bovenkomen. Hunter-killer groepen die vijandelijke U-boten zochten. Massaproductie van vrachtschepen: de Verenigde Staten bouwden meer Liberty ships dan de Kriegsmarine er torpedeerde.
Vliegtuigen Luchtbombardementen op de Duitse U-bootbunkers te Brest (Frankrijk) en La Rochelle (Charente-Maritime), onderzeebootbasis Lorient en Dora (U-bootbunker). Vluchten over lange afstand over de Air gap. Escort carriers voor luchtsteun ver van land. High Frequency Direction Finding (HF/DF) radiorichtingzoeker om de locatie van een U-boot te bepalen uit zijn radiocommunicatie. radar op schepen en vliegtuigen om ‘s nachts U-boten aan de oppervlakte te detecteren. Het Leigh Light op vliegtuigen om ‘s nachts U-boten aan de oppervlakte te zoeken De magnetische-anomaliedetector De Autolycus detector van uitlaatgassen van dieselmotoren Sonarboeien
Wapens Dieptebommen werden krachtiger, van 140 kg in de Eerste Wereldoorlog naar 270 kg. Torpex werd in 1943 ingevoerd, 50% krachtiger dan TNT. Y-guns en K-guns werden gebruikt om de dieptebommen opzij af te werpen. De Hedgehog en de Squid werden ontwikkeld om dieptebommen voorwaarts over de boeg te werpen, zodat het schip sonarcontact kon houden met de U-boot. De Mark 24 FIDO Torpedo zocht zijn doel en kon uit een vliegtuig of helikopter geworpen worden. De Kriegsmarine ontwikkelde een torpedo met akoestische doelzoeker en daarom werd de Foxer ontwikkeld als akoestische decoy.
Inlichtingen De geallieerden hadden de Enigmacode gekraakt met Ultra (decryptie)) te Bletchley Park in Engeland. Uit de onderschepte en gedecodeerde berichten konden de geallieerde konvooien omleiden: Enigma en de U-bootoorlog.
In 1943 voegden de Duitsers een vierde rotor aan hun Enigmamachine toe en waren er weer meer verliezen in konvooien. Op het einde van de oorlog hadden de geallieerden alweer alle codes gekraakt. Om te vermijden dat de Duitsers zouden weten dat hun code gekraakt was, verspreidden de Britten het gerucht dat ze een speciale infraroodcamera hadden om U-boten te vinden. De Duitsers brachten op basis van dat gerucht een speciale verf op hun U-boten aan.
Tactiek Vliegtuigen als de Lockheed Ventura, Consolidated PBY Catalina, B-24 Liberator, Short Sunderland en Vickers Wellington zochten ‘s nachts naar U-boten aan de oppervlakte. De U-boten kregen daarom een luchtafweergeschut. Voor 168 U-boten gezonken door luchtaanvallen werden 212 vliegtuigen neergehaald. De Duitsers ontwikkelden een speciale U-Flak. Op zeker moment was er een bevel “Schiet terug!” waarbij U-boten niet mochten onderduiken maar moesten terugschieten. Sommige commandanten laadden hun batterijen overdag op om vliegtuigen eerder te zien en tijd te winnen om onder te duiken.