Natuurvolgend bosbeheer in brede zin is een aanduiding voor beheerconcepten die in het bosbeheer zo veel mogelijk gebruik willen maken van de natuurlijke ontwikkelingsprocessen van het bos, primair gericht op de productie van hout en daarnaast de vervulling van andere maatschappelijke functies (natuur, beleving/recreatie). Het is een algemeen gebruikt begrip dat door sommige bronnen meer specifiek wordt ingevuld. Een verwant begrip is Pro Silva uitkapbeheer, met vrijwel gelijke uitgangspunten. Daarnaast wordt het begrip natuurgericht bosbeheer gebruikt, dat primair gericht is op verhoging van de natuurwaarde in het bos. Als laatste verwante term kent men het begrip geïntegreerd bosbeheer; dit neemt een middenpositie in en is gericht op het samengaan van houtproductie, natuurwaarde en beleving/recreatie. Gezamenlijk kenmerk van deze vier benaderingen is dat ze afstand nemen van het traditionele vlaktegewijze bosbeheer dat tot ver in de twintigste eeuw gangbaar was in Nederland.

Introductie Natuurvolgend bosbeheer wordt in Duitsland vanaf 1950 gepropageerd door de Arbeitsgemeinschaft Naturgemässe Waldwirtschaft, waarbij de productie van hout voorop stond. Door ecologische en economische principes te combineren wilde men een optimale manier van bosbeheer bereiken. De ervaring die hiermee is opgedaan speelde ook een rol bij de latere ontwikkeling van de Pro Silva benadering in Europa. In 1989 werd de organisatie Pro Silva Europa opgericht, waarbij meer dan 25 landen zijn aangesloten. Pro Silva Nederland werd opgericht in 1990. Net als bij Naturgemässe Waldwirtschaft gaat de Pro Silva benadering ook uit van bosbeheer dat gebaseerd is op natuurlijke processen, maar de natuurfunctie neemt hierbij een meer prominente plaats in, vooral in Nederland.Kuper, J.H. (1992). Pro Silva en de Arbeitsgemeinschaft Naturgemaesse Waldwirtschaft, twee beheersbenaderingen voor de produktie van hout \ Nederlands bosbouwtijdschrift. https://edepot.wur.nl/114815 In Nederland wordt daarnaast een specifieke, vooral financieel gestuurde benadering van natuurvolgend bosbeheer gepropageerd door de Stichting Natuurvolgend Bosbeheer.Website Stichting Natuurvolgend Bosbeheer

Natuurgericht bosbeheer kwam in Nederland als nieuwe term in zwang na de grote stormen in de jaren 1970 en de daarop volgende discussies over het traditionele vlaktegewijze bosbeheer. De Werkgroep Kritisch Bosbeheer en anderen pleitten destijds voor een natuurlijker beheer van de bossen, waarbij houtproductie een ondergeschikte rol speelt. De discussies hebben geleid tot veranderingen in het bosbeheer, waarbij meer expliciet de natuurfunctie voorop stond.Ouden, Jan den, 14 november 2022. Een nieuwe wind - Hoe twee stormen het bos vooruit hielpen. Website Hoge Veluwe Een voorbeeld daarvan is het beheerconcept geïntegreerd bosbeheer.

Geïntegreerd bosbeheer streeft naar integratie van de functies houtproductie en natuurbeheer in hetzelfde stuk bos, met een voorkeur voor spontane processen. Recreatie, al dan niet natuurgericht, kan hiermee gecombineerd worden. Dit moet leiden tot bossen met specifieke natuurlijke kenmerken, zoals een substantieel aandeel dood hout, een vrij open bosstructuur en gemengd bos met ten minste een deel inheemse boomsoorten.Ouden, J. den, Muys, B., Mohren, F. & Verheyen, K. (2010). Bosecologie en bosbeheer. Leuven, België: Acco. 674 p.

Wat de genoemde benaderingen gemeenschappelijk hebben is dat zij streven naar integratie van de duurzame productie van hout met het duurzaam voortbestaan van het boskarakter en het bosklimaat in het bos op zo klein mogelijke schaal. Geïntegreerd bosbeheer en Pro Silva uitkapbeheer kiezen beide expliciet voor de verweving en integratie van houtproductie en natuurbeheer.Ouden, J. den, Muys, B.,Mohren, F. & Verheyen, K. (2010). Bosecologie en bosbeheer. Leuven, België: Acco. 674 p., p 581 Natuurgericht bosbeheer is vooral gericht op de natuurfunctie.

Doelstellingen van het beheer Naturgemässe Waldwirtschaft is erop gericht het bos als ecosysteem gezond te houden en zo te beheren, dat het zijn diverse functies blijvend goed kan vervullen. De productie van hout staat daarbij voorop. De natuurlijke groeikrachten van het bos staan ten dienste van het bedrijfsresultaat. Dit probeert men te bereiken door consequent voorraadbeheer en toepassing van uitkapbeheer, gericht op ongelijkvormige en na verloop van tijd ook ongelijkjarige gemengde bossen die afgestemd zijn op de groeiplaats.

Pro Silva bosbeheer is een natuurvolgend beheer van bos gericht op de teelt van kwaliteitshout binnen een gemengd, kleinschalig, ongelijkvormig en ongelijkjarig bosecosysteem. Pro Silva streeft naar goed functionerende, flexibele, weerbare bosecosystemen met continue houtoogstmogelijkheden, met aandacht voor de bodem als basis van de ecosysteemproductiviteit en met respect voor de natuurwaarde.Boosten, M., & Thomassen, E. (2018). Omgaan met Amerikaanse vogelkers binnen natuurvolgend bosbeheer. Vakblad Natuur Bos Landschap, oktober 2018, pp 28–29. https://edepot.wur.nl/465087 Jansen, P., Boosten, M., Cassaert, M., Cornelis, J., Thomassen, E., & Winnock, M. (2022). Praktijkboek Bosbeheer, 2e druk. Wageningen, Nederland: Stichting Probos en Inverde. 560 p. Pro Silva hanteert uitkapbeheer als uitgangspunt, waarbij de waarde van de individuele boom bij elke beslissing centraal staat, met respect voor de kernwaarden van het bos. Het gaat niet alleen om de financiële waarde, maar ook om de natuur- en belevingswaarde en de ecologische relaties in het bos. Het bos als geheel, inclusief de bosbodem, wordt gezien als productiemiddel waarmee zo verstandig mogelijk moet worden omgesprongen. Met betrekking tot de oogst van bomen zijn doeldiameters een belangrijk uitgangspunt.Olthof, R. (2021). Pro Silva Bosbeheer – Richtlijnen voor natuurvolgend bosbeheer. Vakblad Natuur Bos Landschap, april 2021, pp 28-29. https://edepot.wur.nl/546059 De doeldiameter is de diameter die het optimale kapmoment voor een boom aangeeft, op basis van de financiële doelstelling.

Natuurvolgend bosbeheer in engere zin, volgens de gelijknamige stichting, is beheer van bos waar zo min mogelijk wordt ingegrepen en waar de natuurlijke processen zo veel mogelijk hun gang kunnen gaan. Wel kunnen af en toe verspreid bomen geoogst worden tegen minimale kosten. Eventuele ingrepen moeten weloverwogen, rendabel en uitvoerbaar zijn. Het bos wordt hierdoor natuurlijker en heeft een hogere biodiversiteit. Het bos wordt ook mooier en vormt een permanente opslag van koolstof.Koolstofbinding in bos, stap 9 Website Stichting Natuurvolgend Bosbeheer, geraadpleegd 5 augustus 2025.

Uitvoering van beheer Pro Silva beheer Pro Silva bosbeheer gaat primair uit van kleinschalig en geleidelijk ingrijpen in het bos. Groepenkap en uitkap worden het meest toegepast. Verjonging vindt spontaan plaats als gevolg van deze kleinschalige oogstmethoden. Bij uitzondering kan plaatselijk de bodem worden voorbereid om een goed zaaibed te creëren of kan er worden aangeplant. Het beheer is gericht op de kap van doeldiameters. Tijdens de dunning kunnen toekomstbomen worden vrijgesteld. Door deze aanpak ontstaat vanzelf meer variatie in de bosstructuur. Bij oogst en dunning wordt schade aan bodem en opstand zo veel mogelijk voorkomen. Door achterlaten van tak- en tophout blijft de bodemvruchtbaarheid in stand. Voor het behoud van natuurwaarden wordt ruimte gelaten aan dood hout en oude bomen. Ook is er aandacht voor het instellen van beschermde gebieden en bosreservaten en de bescherming van bijzondere biotopen. Met het oog op recreatie en natuurbeleving is het beheer ook gericht op een afwisselende bosstructuur, met aandacht voor markante bomen en andere objecten.

Natuurvolgend bosbeheer in engere zin Natuurvolgend bosbeheer volgens de gelijknamige stichting gaat ervan uit dat je niets moet doen wat niet strikt noodzakelijk is. “Laat de natuur het werk doen.” Beheeringrepen moeten een zinnig doel dienen en aantoonbaar rendabel zijn. Geleidelijk oogsten van dikke bomen levert geld op en is de belangrijkste ingreep in natuurvolgend bosbeheer. Hierdoor wordt het kronendak na verloop van tijd lichter, waardoor goede condities ontstaan voor de spontane vestiging van jonge bomen. Een boom kan geoogst worden als hij een andere boom met betere groeipotentie hindert (“dunning”). Een boom die andere bomen niet hindert kan gekapt worden als hij per jaar procentueel minder bijgroeit dan de rente die je op een andere investering kan krijgen (“eindkap”). Dit laatste is een financieel criterium. Beide vormen van oogst worden beschouwd als uitkap. Een deel van de bomen wordt niet geoogst om de natuurwaarde van het bos in stand te houden of te verbeteren.Natuurvolgend bosbeheer voor CO2 binding en natuurbeleving. Website Stichting Natuurvolgend Bobeheer, geraadpleegd 24 april 2025.

De rol van wild in het beheer In het Nederlandse bos komt in diverse regio’s veel grofwild voor. Edelhert en ree kunnen door vraat-, schil- en veeggedrag schade aan zaailingen en jonge bomen toebrengen. Wilde zwijnen zijn door hun graafgedrag schadelijk voor natuurlijke verjonging en jonge aanplant. Een hoge wildstand heeft dus een nadelig effect op de bosverjonging. De verjonging van loofhout heeft het sterkst te lijden van vraat. Jong naaldhout heeft meer te lijden van schil- en veegschade. Dit laatste lijkt minder ernstig omdat de schade aan de bast overgroeid raakt, waarna nog een redelijke stamkwaliteit bereikt kan worden.Boosten, M. (2016b). Natuurvolgend bosbeheer en een hoge wildstand: gaat dat samen? Vakblad Natuur Bos Landschap, december 2016, pp 24–25. https://edepot.wur.nl/404145

De beheerder kan wel maatregelen nemen tegen wildschade. Voor het beschermen van verjonging kan een raster met stroomdraden en zonnepaneel geplaatst worden. Dit brengt flinke extra kosten met zich mee voor aanschaf, plaatsing en onderhoud. Daardoor is het alleen bij grootschalige verjonging efficiënt toe te passen. Dit is strijdig met de uitgangspunten van Pro Silva en andere vormen van natuurvolgend bosbeheer. Ook de toepassing van boomkokers is geen aantrekkelijke optie. Andere mogelijke vormen van wildbeheer zijn (tijdelijk) verhoogd afschot of (plaatselijk) verlagen van de wildstand door verstoring.

Een te hoge wildstand past niet binnen het bosbeheerconcept van Pro Silva, omdat dit streeft naar verhoging van het aandeel inheemse boomsoorten, kleinschalig werken en vermijden van investeringen met een onzeker rendement.

De rol van exoten in het beheer Binnen natuurvolgend bosbeheer is het omgaan met exoten (uitheemse boomsoorten) een belangrijk aandachtspunt. Voorbeelden van boomsoorten die als exoten worden beschouwd zijn Amerikaanse eik, Amerikaanse vogelkers, Japanse lariks, douglasspar, fijnspar en Europese lariks.Jansen, P., Boosten, M., Cassaert, M., Cornelis, J., Thomassen, E., & Winnock, M. (2022). Praktijkboek Bosbeheer, 2e druk. Wageningen, Nederland: Stichting Probos en Inverde. 560 p., p. 408-411 Het streven naar meer natuurlijke, gevarieerde bossen die rijk zijn aan soorten kan lastig te realiseren zijn met exoten in het bos. Dat blijkt bij de omvorming van monoculturen (aangelegde bossen met slechts een boomsoort) naar gevarieerde bossen. Vanaf de jaren 1980 was het idee dat dit mogelijk was door eenmalig flinke groepen bomen te kappen en vervolgens de natuur haar gang te laten gaan. Door natuurlijke verjonging in de open plekken zou dan vanzelf meer diversiteit ontstaan in bosstructuur en soortensamenstelling. Maar dat lukt in de praktijk niet zonder regelmatig in te grijpen in de bosontwikkeling.Holtjer, L. (2008). Douglas domineert: Natuurvolgend bosbeheer werkt niet. Boomblad 2008-5, pp 24–26. https://edepot.wur.nl/4821