Wetenschappers en filosofen uit het oude Griekenland speelden een belangrijke rol in de ontwikkeling van diverse wetenschappen. De huidige wetenschappelijke terminologie is dan ook aan het Grieks schatplichtig.
Geneeskunde Ontstaan De geneeskundige praktijken van bijvoorbeeld de Egyptenaren en de Babyloniërs werden slechts fragmentarisch overgenomen door de Grieken. In het tweede millennium voor Christus ontwikkelde de geneeskunde zich in Kreta. Deze Minoïsche beschaving werd door de Dorische invallen verwoest, waarna de duistere eeuwen aanbraken. Pas in de tijd van Pericles en bij de opkomst van de polis, in de archaïsche periode, werd dit terrein opnieuw herwonnen.
Hippocrates wordt gezien als de grondlegger van de Griekse geneeskunde. Hij kon inspiratie putten uit de overgeleverde werken van de Minoïsche beschaving voor de fundamenten van zijn leer. Op die manier was de leer van Hippocrates een herwerking (en herleving) van een wetenschap die al zo’n 700 jaar eerder gestart was. Hippocrates werd geboren in 460 voor Christus op het Griekse eiland Kos. Op dat moment werd Kos al bewoond door de kolonisten uit Epidaurus, die Asclepius als belangrijke godheid vereerden. Kos had met andere woorden al een tempel gewijd aan Asclepius waar de zieken offers aan de godheid konden brengen in de hoop van hun kwaaltjes verlost te worden. Dit hoeft niet te verwonderen, aangezien Asclepius gezien wordt als de vader (weliswaar op mythologisch vlak) van de geneeskunde. Hij was de zoon van Apollo, maar werd door Zeus gedood, omdat hij door zijn genezende krachten mensen onsterfelijk wist te maken.
Na zijn passage op Kos, studeerde Hippocrates verder in Athene en reisde rond om de effecten van het klimaat op de gezondheid van bewoners te observeren. Later keerde hij terug naar Kos om zijn verdere leven aan de geneeskunde te wijden. Hij bestudeerde de geneeskunde door middel van observaties en beschouwde een ziekte niet langer, zoals de Asclepiaden deden, als een fysische entiteit die door offers beteugeld moest worden. Daarom wordt Hippocrates de grondlegger van de klinische geneeskunde genoemd, ondanks het feit dat hij zich ook nog bezig hield met meer filosofische aspecten, zoals de leer van de vier elementen.
Evolutie van medische taal Wetenschappers stelden een lijst op van 120 woorden die door de Oude Grieken van Pre-Griekse beschavingen werden overgenomen en via hun geschriften tot in de moderne tijd zijn overgeleverd. Een voorbeeld hiervan is het Griekse woord (olie).
Hippocrates was de eerste die een precieze en functionele taal gebruikte om medische concepten te beschrijven. Zijn ideeën waren door de filosofie van Empedocles beïnvloed, voor door diens leer van de vier elementen. Hippocrates schreef regelmatig remedies voor zoals 'frisse lucht' en 'lichaamsbeweging' voor diverse aandoeningen, en maakte zelden gebruik van specifieke medicijnen. De basis van de relatie tussen de oude Griekse en de moderne geneeskunde begon vorm te krijgen in de tijd van Hippocrates. Veel van de door hem gebruikte namen zijn nog steeds terug te vinden in het hedendaagse medische vocabularium, hoewel sommige woorden in de loop der tijd zijn verdwenen of van betekenis zijn veranderd. De geschriften van Hippocrates werden wijdverspreid in het Romeinse Rijk. Omdat de Romeinen geen vergelijkbare eigen medische traditie hadden, bleven Griekse bronnen dominant. Bovendien waren de meeste artsen in het oude Italië van Griekse afkomst, wat de overdracht van Griekse medische kennis vergemakkelijkte. Hierdoor bevatten Latijnse medische teksten vaak begrippen van Griekse oorsprong, die via de Latijnse geschriften verder werden verspreid.
In de vroege 1e eeuw schreef de Romeinse aristocraat Aulus Cornelius Celsus het werk De Medicina. Dit werk biedt een overzicht van de medische kennis van die tijd, voor het grote deel gebaseerd op Griekse bronnen. Celsus ondervond, net als eerdere Romeinse auteurs, moeilijkheden bij het vertalen van Griekse medische namen, omdat veel hiervan geen direct Latijns equivalent hadden. Hij loste dit op door Griekse aanduiding rechtstreeks over te nemen of door de aandoening en remedies in het Latijn te omschrijven. Hierdoor ontstond een mengeling van Latijnse en Griekse begrippen, vaak met Griekse achtervoegsels en voorvoegsels. Celsus gaf regelmatig de voorkeur aan Griekse woordstammen boven Latijnse, omdat deze meer mogelijkheden boden voor het vormen van nieuwe namen. Dit leidde tot Grieks-Latijnse hybride woorden, zoals hypertensie in plaats van supertensie. Met De Medicina markeerde Celsus een keerpunt, omdat het een van de eerste uitgebreide medische werken was dat volledig in het Latijn werd gepubliceerd.
Tijdens de middeleeuwen werden veel klassieke Griekse medische teksten vertaald naar het Arabisch. Hoewel sommige Arabische namen in de westerse geneeskunde werden overgenomen, bleef de invloed van deze overgang beperkt.
De renaissance bracht vernieuwing op tal van gebieden, waaronder de medische terminologie. De arts Paracelsus, wiens naam suggereert dat hij zichzelf boven Celsus stelde, ontwikkelde een nieuwe medische terminologie in zijn moedertaal, het Duits. Hij introduceerde namen gebaseerd op de locatie van aandoeningen in het lichaam, zoals Hauptweh (hoofdpijn, van Haupt voor hoofd) en Halsweh (keelpijn). (Opmerkelijk is dat Hauptweh later werd vervangen door Kopfweh, terwijl Halsweh ongewijzigd bleef.) Paracelsus' vocabularium omvatte meer dan 3.000 woorden, maar zijn directe invloed op de medische terminologie bleef beperkt. In dezelfde periode droeg Simon Stevin bij aan de ontwikkeling van medische begrippen in het Nederlands, door alternatieven te bedenken voor Griekse en Latijnse woorden. Hierdoor vermengden klassieke aanduidingen met die in de volkstaal. Desondanks bleven het Latijn en Grieks tot in de 19e eeuw de basis van de medische terminologie.
In de moderne tijd werd de medische terminologie sterk beïnvloed door het Frans en later het Engels. Het Engels werd rond 1950 in de westerse geneeskunde de algemeen gebruikte taal, waardoor het Latijn als voertaal werd vervangen. Nationale volkstalen bleven in gebruik op lokaal niveau, maar voor wereldwijde communicatie tussen onderzoekers werd het Engels de standaard.
Gedurende eeuwen waren het Grieks en Latijn de internationale voertalen onder geleerden, die vaak beide talen beheersten. Dit vergemakkelijkte communicatie ondanks verschillende moedertalen. Nieuwe medische namen werden gevormd door Griekse en Latijnse stammen, voor- en achtervoegsels te combineren, een praktijk die de basis legde voor de moderne medische terminologie.
Medische taalgebruik In de hedendaagse medische terminologie zijn veel klassieke, vooral Griekse, woorden, voorvoegsels en achtervoegsels nog steeds in gebruik. Schattingen suggereren dat ongeveer 75% van de medische namen een Griekse oorsprong heeft. Zoals eerder vermeld, was Hippocrates de eerste arts wiens invloed nog duidelijk zichtbaar is in de moderne medische terminologie. Bij gebrek aan voorgangers ontwikkelde hij zijn eigen vocabularium. Hippocrates benoemde aandoeningen vaak door beschrijvende combinaties van bestaande woorden te gebruiken. Begrippen zoals artritis en nefritis, die hij introduceerde, worden nog steeds gebruikt. Daarnaast gaf hij bestaande Griekse woorden een nieuwe betekenis in een medische context. Een voorbeeld is het woord (krisis), dat in het klassiek Grieks ‘oordeel’ betekent, maar door Hippocrates werd gebruikt om een ‘waarneembare manifestatie’ van een ziekte aan te duiden. Bovendien bood het Grieks een rijke woordenschat voor lichaamsdelen en andere concepten, die Hippocrates in zijn werk gebruikte. Deze zelfstandige naamwoorden vormen nog steeds een belangrijk onderdeel van de medische terminologie. Een overzicht van veelgebruikte Griekse namen is in de onderstaande tabel opgenomen:
Griekse zelfstandig naamwoord Vertaling Voorbeeld hart cardiologie nier nephritis maag gastritis lever hepatitis lucht, adem pneumonie wonde traumatologie mond stomatopathie
De natuur vormt een belangrijke bron voor medische terminologie. Een voorbeeld is lithiase (nierstenen), afgeleid van het Griekse ('steen'). Daarnaast worden abstracte Griekse woorden gebruikt om in de geneeskunde een verbinding te maken tussen concrete en abstracte concepten. Het woord ('vorm' of 'soort') verschijnt bijvoorbeeld in aanduidingen als reumatoïde en bacterioïde. Over het algemeen krijgen concrete namen voor lichaamsdelen echter voorrang boven abstracte begrippen bij de vorming van medische terminologie. Medische namen worden vaak gevormd door samenstellingen van Griekse wortels, voorvoegsels en achtervoegsels. Het Griekse achtervoegsel - (-itis) duidt bijvoorbeeld op een ontsteking, zoals te zien in nefritis, een combinatie van de Griekse stam (‘nier’) en het achtervoegsel -. Achtervoegsels worden aan de woordstam toegevoegd om de betekenis van het grondwoord te wijzigen. Een overzicht van veelgebruikte Griekse achtervoegsels is opgenomen in de onderstaande tabel:
Griekse achtervoegsels Transliteratie Vertaling Voorbeeld - -itis ontstekingen gastritis - -oma zwelling, tumor hematoom - -ektomi uitsnijding appendectomie - -algia pijn neuralgia - -ragia overvloedige vloeiing menorrhagia -, -, - -skopi / -grafie / -metir diagnostische methodes gastroscopie - -ia toont een pathologische staat of conditie aan manie - -ismos toont een conditie aan metabolisme Een belangrijke regel hierbij is het feit dat als een suffix begint met een medeklinker en het wordt vervolgens samengesteld met een stam die ook eindigt op een medeklinker, dat er een themavocaal wordt ingelast. Dit zorgt ervoor dat het woord gemakkelijker lees- en uitspreekbaar is.
Veelvoorkomende voorvoegsels volgen in de onderstaande tabel: Grieks voorvoegsel Vertaling Voorbeeld - overmatig hypertensie - tekort hypoglycemie - zonder anemie - rondom pericarditis - weg van apofyse - (naar) beneden catamenia - uit eczeem - na, achter, verandering metabolisme - op, weer terug aneurysma - tegen, tegengesteld antidotum Een aantal belangrijke regels hierbij zijn de volgende: wanneer een voorvoegsel eindigt op een klinker en de stam met een klinker begint, dan valt de laatste klinker van het voorvoegsel weg (vb. para-otid wordt parotid). Een tweede regel is het feit dat als het voorvoegsel een eind -n bevat, deze verandert in een l als er een l op volgt (vb. syn-logisme wordt syllogisme). Vervolgens wordt een eind -n een -m voor een b, m, p of ph (vb. em-phasis wordt enphasis). Ten slotte valt de eind -n compleet weg, wanneer de stam begint met een s (vb. syn-stema wordt system).
Naast deze samenstellingen op basis van Griekse wortels, zelfstandige naamwoorden en voor- en achtervoegsels, zijn er ook heel wat Griekse namen die door de eeuwen heen een betekenisverschuiving ondergaan. Een aantal frequente voorbeelden hiervan staan opgesomd in onderstaande tabel (ndrews, 1928): Griekse zelfstandig naamwoord Voormalige betekenis Huidige betekenis steenpuist huidziekte cataract hypofyse
De dominantie van het Grieks in de medische terminologie vloeit voort uit de flexibiliteit van het Grieks bij het vormen van samenstellingen. Dit wordt geïllustreerd door de vele voorbeelden in de bijbehorende tabellen. Hoewel het Engels de internationale voertaal is geworden voor medische communicatie, blijven Griekse en Latijnse namen prominent in de hedendaagse medische terminologie aanwezig.
Griekse woorden werden via het Latijn overgenomen in moderne talen, zoals het Engels. Omdat deze talen gebruikmaken van het Latijns alfabet in plaats van het Griekse alfabet, ondergingen Griekse woorden syntactische aanpassingen. Een overzicht van deze veranderingen is opgenomen in de onderstaande tabel: Grieks Latijn Voorbeeld c → cranium ae oe → diaeta → amoeba y → hyper
Scheikunde Ontstaan