De Nationaal-Democratische Partij (Georgisch: , , afgekort als EDP en NDP) is een centrum-rechtse en christendemocratische politieke partij in Georgië. Het is een van de oudste politieke partijen in het land. Ze beschouwt zich als de opvolger van de gelijknamige partij in de Democratische Republiek Georgië, maar heeft er geen directe relatie mee. De partij beleefde in de jaren 90 van de 20e eeuw haar hoogtepunt van politieke invloed, maar speelde daarna een kleine rol.

Geschiedenis De Nationaal-Democratische Partij was oorspronkelijk een rechtse partij in de mensjewistisch georiënteerde Democratische Republiek Georgië. Ze was ideologisch geworteld in het liberaal-nationalistische gedachtegoed van Ilia Tsjavtsjavadze, de denker die een grote invloed had op het nationale zelfbewustzijn in Georgië. Deze partij zat in het eerste democratisch verkozen parlement van Georgië, maar werd na de sovjetisering door de communistische autoriteiten in 1923 opgeheven. De partij was daarna decennialang in ballingschap ondergronds actief, maar doofde uit toen de laatste direct betrokken ballingen overleden waren.

Heroprichting en anti-Sovjetverzet miniatuur|Buste van Giorgi Tsjantoeria in het 9 Aprilpark achter de nationale kunstgalerie in Tbilisi aan de Roestavelilaan. Giorgi Tsjantoeria en geestverwanten richtten op 8 februari 1981 in de Georgische sovjetrepubliek een nieuwe Nationaal-Democratische Partij (NDP) op, met Tsjantoeria als voorzitter. Belangrijkste doelstelling was de Georgische onafhankelijkheid te herstellen en de afschaffing van het socialistische regime in Georgië te bewerkstelligen. De partij werd pas in 1992 wettelijk geregistreerd, toen Georgië onafhankelijk was.

De NDP was meteen een actieve factor in het groeiende maatschappelijke verzet tegen het communistische regime. Ze verspreidde proclamaties en verboden literatuur in steden als Tbilisi, Koetaisi, Zestafoni en Soechoemi. Tijdens de 200-jarige viering van het verdrag van Georgijevsk in 1983 werden op initiatief van Tsjantoeria demonstraties hiertegen georganiseerd. Het verdrag maakte in 1783 van Georgië een Russisch protectoraat en was de opmaat voor de tsaristisch Russische annexatie van Georgië in de 19e eeuw. Het stond daarmee symbool voor de Russische overheersing. Tsjantoeria werd vanwege het protest gearresteerd en werd twee jaar naar Rusland verbannen.

Na zijn terugkeer zette de partij haar activiteiten ondergronds voort. In november 1988, vlak voor het eerste partijcongres, organiseerde de partij een manifestatie voor het Georgische parlement, waar voor het eerst de eis voor onafhankelijkheid van Georgië openlijk geuit werd. De manifestatie liep uit op een massahongerstaking, waar ook andere dissidente leiders aan meededen, waaronder Merab Kostava en Zviad Gamsachoerdia. Het was de opmaat naar grootschalige anti-Sovjet demonstraties in april 1989, waar dezelfde leiders bij betrokken waren, die eindigden in een gewelddadige ingreep van Sovjettroepen.

De partij geloofde in een geweldloze nationalistische strijd voor onafhankelijkheid en stond daarmee tegenover de revolutionaire nationale beweging van Zviad Gamsachoerdia, die de confrontatie zocht met andere etnische groepen in Georgië, zoals de Osseten en Abchaziërs. De NDP geloofde niet in deelname aan de door de Sovjets georganiseerde eerste meerpartijenverkiezing in 1990, in tegenstelling tot Gamsachoerdia, die met zijn Ronde Tafel — Vrij Georgië de macht naar zich toe kon trekken. De NDP en andere oppositiepartijen organiseerden een parallelle verkiezing voor een Nationaal Congres. De partij zou bijna een derde van de stemmen hebben gekregen, maar het congres kwam niet van de grond, waardoor de NDP politiek buitenspel kwam te staan.

Jaren van invloed miniatuur|De autoritaire president Zviad Gamsachoerdia werd op 6 januari 1992 verjaagd door een staatsgreep. Het was het kantelpunt voor de politieke invloed van de NDP. De NDP ging in oppositie tegen de regering van Gamsachoerdia, die Georgië naar de onafhankelijkheid had geleid, met name vanwege het ondemocratische karakter van de regering. Op 2 september 1991 organiseerde de NDP een anti-regeringsdemonstratie, die hardhandig door de autoriteiten werd onderdrukt. Dit lokte meer anti-regeringsdemonstraties uit in Tbilisi en elders in Georgië tegen het toenemend autoritaire bewind van Gamsachoerdia.

Tsjantoeria en zijn vrouw werden midden september gearresteerd, toen zij op weg waren naar Moskou en het vliegtuig op last van de autoriteiten na twintig minuten terugkeerde naar Tbilisi. Tsjantoeria werd aangeklaagd voor deelname aan een samenzwering met Moskou om Gamsachoerdia af te zetten. Hij werd als de hoofdverantwoordelijke gezien voor de gespannen situatie in Tbilisi. Tsjantoeria waarschuwde vanuit de gevangenis er juist voor dat er een staatsgreep werd voorbereid door Russische infiltranten in de regering en riep zijn partijleden op zich niet te laten provoceren. Enkele maanden later werd Gamsachoerdia door een gewapende staatsgreep afgezet.

De NDP nam in maart 1992 zitting in de Staatsraad, die het parlement tijdelijk verving en die geleid werd door Edoeard Sjevardnadze. De partij had succes in de verkiezingen van oktober 1992 en regeerde vervolgens mee. In deze periode werd onder leiding van Sjevardnadze een nieuwe grondwet gemaakt. De NDP leverde niet alleen ministers, maar ook de voorzitter van de juridische parlementscommissie, Sjalva Natelasjvili, die later de Georgische Arbeiderspartij zou oprichten. De partij was op het hoogtepunt van haar invloed, maar trok zich begin 1994 terug uit de regering, toen Sjevardnadze Georgië lid had gemaakt van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten. Dit was voor de NDP onacceptabel. Sjevardnadze had in het najaar van 1993 de hulp ingeroepen van Rusland om in Mingrelië het hoofd te bieden aan de rebellie van Zviadisten, sympathisanten van de verjaagde Gamsachoerdia. Het GOS-lidmaatschap was de prijs die Georgië moest betalen voor de Russische steun.

In het najaar van 1994 werd Tsjantoeria benoemd tot secretaris-generaal van de Oost-Europese tak van de Christen-Democratische Internationale. Op 3 december 1994, de derde en afsluitende dag van het partijcongres van de NDP, werd hij vermoord. Ook zijn lijfwacht kwam bij de aanslag om het leven en zijn echtgenote Irina Sarisjvili raakte ernstig gewond. Het motief noch de daad zelf werd ooit opgehelderd, maar hij werd destijds gezien als mogelijke concurrent voor Sjevardnadze voor het presidentschap. De aanslag zou door leden van de Mchedrioni gepleegd zijn. Betrokkenen vermoedden een plot van de Russische veiligheidsdiensten en Georgische regeringsfunctionarissen.

Tijdperk Sarisjvili (1994-2003) Irina Sarisjvili leidde na de dood van Tsjantoeria de NDP, maar zij kon interne meningsverschillen en persoonlijke conflicten niet voorkomen. In mei 1996 scheurde de partij, toen het grootste deel van de parlementsfractie zich afsplitste en met weggelopen leden de Volkspartij begonnen. Ondanks de scheuring wist de NDP zich in de lokale verkiezingen van 1998 nog te handhaven met ruim zeven procent van de stemmen, maar in de parlementsverkiezingen van 1999 verloor de partij al haar zetels, doordat ze ruim onder de kiesdrempel zakte. De partij was zelf initiator van de verhoging van de kiesdrempel van vijf naar zeven procent, terwijl de regerende Burgerunie juist een verlaging naar drie procent had voorgesteld.

Het bleek een strategische inschattingsfout van de NDP, die had gehoopt dat ze door de kiesdrempel de rechts-conservatieve oppositie kon verenigen voor genoeg massa in de polaire strijd tussen Sjevardnadze's Burgerunie en Abasjidze's Wedergeboorte van Georgië. De NDP had met name de nieuwe Industrie Zal Georgië Redden van industrieel Gogi Topadze op het oog, maar deze was niet geïnteresseerd. In de coalitie Nationaal-Democratische Alliantie van de NDP zaten uiteindelijk alleen de Republikeinse Partij en een splinterpartij van ondernemers. Veel andere kleine partijen kozen voor aansluiting bij de Burgerunie of Wedergeboorte. Ook de scheuring was voor zowel de NDP als Volkspartij een verlies. Samen zouden ze genoeg stemmen hebben gekregen om zich te handhaven in het parlement. De NDP raakte daarna uit de gratie door strategische blunders en een wispelturige koers.

miniatuur|De NDP isoleerde zichzelf onder partijleider Sarisjvili door het wispelturige karakter en door op cruciale momenten de loyaliteit bij de impopulaire president Sjevardnadze te leggen (afgebeeld Sjevardnadze in 2001). In oktober 2001 stond Sarisjvili voor de NDP kandidaat voor een parlementszetel tijdens een tussentijdse verkiezing in het kiesdistrict Vake van Tbilisi. Ze werd daarbij gesteund door Sjevardnadze en stond tegenover de activistische hervormer Micheil Saakasjvili, die ontslag had genomen uit het kabinet van Sjevardnadze. In dezelfde maand viel de politie kantoren van tv-zender Rustavi2 binnen, waarna duizenden bij het parlement demonstreerden voor het ontslag van ministers. De NDP isoleerde zichzelf van de rest van de oppositie door de regering te verdedigen en de opwinding een verzinsel te noemen. Ze beschuldigde zowel Saakasjvili als parlementsvoorzitter Zoerab Zjvania van het organiseren van de protesten.

In de zomer van 2002 probeerde de NDP de oppositie te consolideren als voorbereiding op de verkiezingen in 2003, en wist daarbij de Traditionalisten en de Verenigde Democraten van Zjvania aan zich te binden. In februari 2003 volgde een verdere consolidatiepoging onder regie van de Nieuwe Rechtsen, maar in april 2003 verraste de NDP haar gesprekspartners door met de electorale alliantie 'Voor een Nieuw Georgië' van Sjevardnadze in zee te gaan. Na de frauduleus verlopen parlementsverkiezingen van november 2003 braken grootschalige protesten uit. Sarisjvili eiste als woordvoerder van de alliantie dat de autoriteiten niet moesten buigen voor deze "chantage" van de oppositie.

Drie dagen na het aftreden van Sjevardnadze als gevolg van de Rozenrevolutie werd Sarisjvili uit haar functie van partijleider gezet. Batsjoeki Kardava nam het voorzitterschap van haar over. Hij was al sinds 1989 lid van de partij en had sindsdien verschillende functies in het leiderschap vervuld, waaronder assistent van partijleider Tsjantoeria en de eerste voorzitter van de jongerentak van de NDP, de eerste politieke jongerenafdeling in Georgië.

Rechts-conservatieve oppositiebondjes Na de Rozenrevolutie werden de verkiezingsresultaten van de 150 evenredig verkozen zetels van het parlement geannuleerd en werden in het voorjaar van 2004 hiervoor nieuwe verkiezingen uitgeschreven. De NDP en andere conservatieve partijen zochten elkaar op voor een nieuwe alliantie, in oppositie tegen de revolutionaire wind van president Saakasjvili en premier Zjvania. De NDP wist geen aansluiting te krijgen bij de combinatie van de Nieuwe Rechtsen en Industrie Zal Georgië Redden en was veroordeeld tot samenwerking met de kleinere Traditionalisten. Het gezamenlijke programma was nauwelijks te onderscheiden van de belangrijkste concurrenten in de oppositie en de inmiddels regerende Verenigde Nationale Beweging van president Saakasjvili. De alliantie kreeg ruim twee procent van de stemmen en bleef daarmee buiten het parlement.

De afgenomen populariteit maakte ook dat de partij niet meer betrokken werd bij nieuwe coalitievorming in oppositiekringen. In oktober 2005 vonden in vijf districten tussentijdse verkiezingen plaats voor parlementszetels. De NDP werd vanwege haar recente gebrek aan electoraal succes buiten een oppositieverbond gehouden van de Arbeiderspartij, Nieuwe Rechtsen, 'Conservatieven' en 'Vrijheid'. De partij deed zonder succes alleen in het district Isani van Tbilisi mee met een eigen kandidaat. Een jaar later boycotten de NDP en de Nieuwe Rechtsen de gemeenteraadsverkiezingen, omdat ze in hun ogen toch oneerlijk zouden verlopen.