De Central Intelligence Agency (CIA) is de buitenlandse inlichtingendienst van de Verenigde Staten. Deze instelling is verantwoordelijk voor het verkrijgen en analyseren van informatie over regeringen, bedrijven en personen, waarna ze deze informatie doorgeeft aan de verschillende onderdelen van de Amerikaanse overheid.

De CIA is een van de 17 Amerikaanse inlichtingendiensten die gecoördineerd worden door de Director of National Intelligence (DNI), een functie die voorheen door de Directeur van de Central Intelligence Agency werd uitgeoefend.

De CIA bezit daarnaast een uitgebreid geheim militair apparaat, dat gedurende de Koude Oorlog verantwoordelijk was voor de vele pogingen om regeringen omver te werpen die als pro-Sovjet en tegengesteld aan Amerikaanse belangen gezien werden, zoals die van Jacobo Árbenz in Guatemala, Soekarno in Indonesië, Patrice Lumumba in de Democratische Republiek Congo en Salvador Allende in Chili.

De CIA was tevens de drijvende kracht achter het oprichten van stay-behindnetwerken in Europa die actief zouden moeten worden na een eventuele Sovjet-invasie aldaar. Dit stond ook bekend als de Operatie Gladio. Daarnaast heeft de CIA ook geheime contacten met het Vaticaan, dit is in oktober 2006 bevestigd door Richard Allen, voormalig veiligheidsadviseur van president Ronald Reagan.

Het hoofdkantoor van de CIA bevindt zich in Langley, in de staat Virginia alwaar ook het credo van de CIA afgebeeld staat: And ye shall know the truth, and the truth shall make you free (Johannes 8:32). Het hoofdkwartier werd in 1999 formeel hernoemd tot het George Bush Center for Intelligence.

Geschiedenis De CIA werd op 18 september 1947 opgericht door president Harry S. Truman, als opvolger van de op 22 januari 1946 opgerichte Central Intelligence Group (CIG). Het doel was om een inlichtingendienst op te richten die een ramp, zoals de aanval op Pearl Harbor zou kunnen voorkomen. De Central Intelligence Agency werd een soort doorstart van de Office of Strategic Services (OSS), een dienst die zich tijdens de Tweede Wereldoorlog bezig had gehouden met het verzamelen van inlichtingen in het bezette Europa.

Een van de eerste opdrachten van de nieuw geformeerde CIA was het rekruteren van voormalig nazi's die een rol konden spelen in het vergaren van inlichtingen over de Sovjet-Unie. Dat er tussen deze nieuwe rekruten ook doorgewinterde oorlogsmisdadigers zaten, was van secundair belang. Generaal-majoor Reinhard Gehlen liep met zijn hele spionagegroep over naar de CIA en zou een belangrijke rol spelen in de jaren vijftig (de groep rond Gehlen werd in 1956 omgevormd tot de Bundesnachrichtendienst).

Begin 1951 sprak CIA-directeur Walter Bedell Smith met de hoofden van geheime diensten uit Groot-Brittannië, Frankrijk, Italië, Nederland, Griekenland, Turkije en wellicht ook de Scandinavische landen af dat deze zouden meehelpen bij het uitvoeren van geheime missies in de communistische landen Bulgarije, Roemenië, Polen, Joegoslavië en Albanië. Verantwoordelijk hiervoor waren twee afdelingen die elkaar hevig beconcurreerden, namelijk het Office of Special Operations (OSO) dat zich onder leiding van Richard Helms meer op het vergaren van inlichtingen richtte, en het Office of Policy Coordination (OPC), dat zich onder leiding van Frank Wisner vooral bezighield met sabotage-operaties. Per 1 augustus 1952 werden beide afdelingen samengevoegd tot het Directorate of Plans (DP), dat in 1973 werd opgedoopt tot Directorate of Operations (DO).Wiebes, Samen met de CIA, p. 19-21, 80 e.v.

Bij deze missies werden agenten achter het IJzeren Gordijn gedropt, zowel om inlichtingen te vergaren als om het anti-communistische verzet te ondersteunen, maar zij werden in bijna alle gevallen door de communistische geheime diensten opgepakt of zelfs ter dood gebracht. Gezien de vaak amateuristische opzet en de slechte samenwerking met de Britse MI6 waren deze missies doorgaans al bij voorbaat gedoemd te mislukken. Desondanks werden deze operaties, onder de codenaam Redsox, pas in 1955 volledig gestaakt.Wiebes, Samen met de CIA, p. 148 e.v.

Operaties in de jaren vijftig De dienst kwam pas echt op stoom toen Allen Dulles in 1952 directeur van de CIA werd. Onder zijn leiding kwamen er spionagemissies in Oost-Europa, de Sovjet-Unie en China, in een poging om daar informanten te werven en inlichtingen te vergaren. Tijdens de Koude Oorlog spande de CIA zich ook in om de Russische propaganda in het Westen tegen te gaan. De organisatie was op vele terreinen actief: van de filmindustrie tot en met de beeldende kunst. Zo kocht de CIA de filmrechten op van twee boeken van George Orwell (Animal Farm en 1984).

Zo was de CIA in 1954 nauw betrokken bij de staatsgreep in Guatemala om daar een rechtse regering te steunen en Amerikaanse handelsbelangen te beschermen. De dienst begon zich gaandeweg meer en meer met dit soort werkzaamheden te bemoeien. Een jaar eerder had de CIA een coup gesteund in Iran om Mohammad Mossadeq af te zetten. De dienst verwaarloosde daarbij de taak waar hij eigenlijk voor opgericht was, namelijk het verzamelen van informatie. Ondanks waarschuwingen en duidelijke aanwijzingen, verzaakte de CIA het bijvoorbeeld om de Chinese interventie in de Koreaanse Oorlog te voorzien. Op 30 oktober 1950 had de CIA gegarandeerd dat Chinese interventie hoogst onwaarschijnlijk was. Twee dagen later viel China echter aan met 300.000 man en werden de Amerikanen bijna de zee in gedreven.

Het gebrek aan informanten bleef een probleem voor de CIA tijdens de Koude Oorlog. Vaak was het voor de dienst moeilijk om een risico in te schatten. Ook de organisatiestructuur was een probleem, hoewel meerdere presidenten hebben geprobeerd om de macht van de CIA in te perken. Desondanks kon de instelling in hoge mate haar eigen agenda bepalen.

De Cuba-operaties Een volgende test tijdens de Koude Oorlog was de kwestie Cuba. Fidel Castro was hier in 1959 aan de macht gekomen. Hij was geen echte communist, maar het beleid van de VS ten aanzien van Cuba dreef Castro richting de Sovjet-Unie. John F. Kennedy werd in 1961 president en erfde het plan om een invasie in de Varkensbaai te organiseren. De CIA had jaren aan het plan gewerkt, dat in de basis door Eisenhower was goedgekeurd. Hoewel deze niet de details wist van het plan. Het was een operatie waar duizenden mensen en miljoenen dollars bij betrokken waren.

Het idee was dat een groep van Cubaanse bannelingen zou landen in de Varkensbaai om vervolgens Fidel Castro af te zetten. Steun van het volk was cruciaal in het plan. Maar een gebrek aan informanten zorgde ervoor dat de CIA niet goed op de hoogte was van de stemming die onder het Cubaanse volk leefde. Op 16 april 1961 begon de operatie, maar deze liep al snel uit op een calamiteuze mislukking. Het enige wat de operatie had kunnen redden was grootschalige inzet van de Amerikaanse marine en luchtmacht. Kennedy wilde echter geen directe Amerikaanse inmenging en weigerde de inzet van bommenwerpers en mariniers. Kennedy was woedend op Dulles en de CIA, maar nam wel openbaar de verantwoordelijkheid voor de mislukking.

Om Cuba te beschermen begonnen de Sovjets in 1962 aan de bouw van een raketbasis op Cuba. Deze werd in oktober 1962 opgemerkt door een U2-vliegtuig, hetgeen leidde tot de Cubacrisis. De nieuwe directeur van de CIA, John McCone, had al eerder gewaarschuwd voor de dreiging, maar Kennedy was hier niet op ingegaan. De werkelijke bedoelingen van de Sovjets waren niet bekend bij de VS. Ook hier kon de CIA geen uitsluitsel geven. Geheime onderhandelingen zorgden uiteindelijk voor een oplossing waar beide landen mee konden leven.

Operaties elders in de wereld Eveneens in 1962 was het een CIA-agent die aan de Zuid-Afrikaanse (apartheids)regering de tip gaf die leidde tot de arrestatie van Nelson Mandela.Arrestatie Mandela gevolg van een tip van CIA-agent. Gearchiveerd op 11 maart 2023.

De CIA was ook actief betrokken in de oorlog in Vietnam, waar de instantie geheime operaties uitvoerde in Laos en Cambodja. Een van de minst glorieuze pagina's in de geschiedenis van de CIA, want hier was de dienst betrokken bij de handel in heroïne, waarvan een groot deel rechtstreeks naar de Amerikaanse soldaten in Zuid-Vietnam ging.

Maar ook elders in de wereld bleef de CIA erg actief. De staatsgreep in Chili op 11 september 1973 werd gesteund door de CIA, die de linkse regering van Salvador Allende wilde vervangen door de rechtse Augusto Pinochet. De betrokkenheid van de CIA lekte echter uit, waarna het Amerikaanse Congres een onderzoek startte. De toenmalige directeur Richard Helms loog onder ede tegen het Congres en werd hiervoor veroordeeld. Helms trad uiteindelijk af na het Watergateschandaal, waar ook CIA-agenten bij betrokken waren, in opdracht van president Richard Nixon.

Volgens een aantal bronnen blijkt de CIA in 1963 de Iraakse militaire coup en het latere Saddam Hoessein-regime in Irak te hebben gesteund tot de Iraakse invasie van Koeweit. De steun werd gerechtvaardigd door de waarneming dat Irak een belangrijke bufferstaat was in de relatie met de Sovjet-Unie.

In 2002 zei president Bush in The Washington Post dat de CIA toestemming had om geheime operaties uit te voeren als voorbereiding op een militaire aanval op Irak.

Aankoop van Crypto AG In 1970 kocht de CIA samen met de Duitse inlichtingendienst BND via een tussenpersoon en in het diepste geheim de Zwitserse fabrikant van cryptografische apparatuur Crypto AG (intern aangeduid als operatie RUBICON). De CIA en de BND installeerden niet zomaar eenvoudige "backdoors" in deze apparaten, maar pasten alleen de cryptografische algoritmes zodanig aan dat het achteraf kraken van de ermee versleutelde berichten veel sneller verliep, wat het zeer moeilijk maakte om deze manipulatie te ontdekken.

Alleen een select aantal bevriende landen kregen apparatuur die wel veilig was, alle andere landen (waaronder ook Europese landen als Spanje, Italië en Griekenland) de verzwakte versie. Naast de VS en Duitsland werden ook Denemarken, Frankrijk, Groot-Brittannië, Israël, Nederland en Zweden op de hoogte gebracht van de verzwakte algoritmes, zodat ook de geheime diensten van die landen de betreffende berichten konden ontcijferen. Hoewel er altijd wel geruchten waren over de onbetrouwbaarheid van Crypto AG, kwam deze CIA/BND-operatie pas in februari 2020 aan het licht.The Washington Post: ‘The intelligence coup of the century’ , 11 februari 2020; Crypto Museum: Operation RUBICON. Gearchiveerd op 12 april 2023.

Afghanistan en jihadistisch terrorisme In de late Koude Oorlog bleef de CIA zich bezighouden met geheime operaties overal ter wereld, met wisselend succes. Zo had de dienst de Sovjet-interventie in Afghanistan niet zien aankomen. De CIA leverde op grote schaal wapens en financiële middelen aan de rebellen, om tegen de Sovjets te vechten, maar een goed beleid om uit het conflict te stappen was er niet. Na de oorlog vertrok de CIA ook en liet de grote hoeveelheden wapens achter, hetgeen op de langere termijn problemen zou opleveren. Ook wapenleveranties aan Irak en Iran vonden plaats. Dat laatste kwam ook aan het licht en werd bekend als de Iran-Contra-affaire. Hierbij waren enorme hoeveelheden wapens en geld betrokken.

In de jaren tachtig en negentig bleek de dienst nog niet in staat om terrorisme aan te pakken. Men had de aanslagen in Jemen en Tanzania niet aan zien komen, evenals de bomaanslag in het World Trade Center van New York in 1993. Aanwijzingen leidden naar de Saoedische terrorist Osama bin Laden. De CIA kon hem echter niet vinden. Zo kon deze opnieuw toeslaan op 11 september 2001, met grootschalige aanslagen in Washington D.C. en New York. Aanslagen waarbij de CIA opnieuw faalde om ze aan te zien komen, ondanks enkele sterke aanwijzingen. Oorlogen in Afghanistan en Irak gaven de CIA weer nieuwe gelegenheden om clandestiene operaties uit te voeren en om inlichtingen te verzamelen.

Huidige situatie