Branislav 'Branko' Zebec (Zagreb, 17 mei 1929 – Zagreb, 26 september 1988) was een Joegoslavisch voetbalspeler- en trainer. Hij bracht het merendeel van zijn spelersloopbaan door in eigen land en was international van Joegoslavië, waarmee hij deelnam aan het WK 1954, het WK 1958 en het EK 1960.

Na zijn spelersloopbaan stapte Zebec het trainersvak in. Zijn grootste succes was in 1969, toen hij Bayern München leidde naar hun eerste Bundesliga-titel en dat jaar eveneens de DFB-Pokal veroverde. Tien jaar later won hij wederom de Bundesliga, ditmaal was het Hamburger SV dat onder leiding van de Joegoslavische trainer de eerste titel in de clubgeschiedenis won. Met HSV bereikte hij in 1980 de finale van de Europacup I, maar verloor deze van Nottingham Forest. Zebec had een grote bijdrage aan de ontwikkeling van Bayern tot Europese topploeg, maar zijn carrière - evenals zijn leven - eindigde vroegtijdig als gevolg van een ernstige alcoholverslaving.Zebec - harter Hund und Stratege Kicker.de. Hij is een van de succesvolste coaches in de geschiedenis van de Bundesliga. Hij heeft 413 Bundesliga-wedstrijden geleid, meer dan welke andere niet-Duitse coach dan ook.

Spelerscarrière Beginjaren Zebec werd geboren in Zagreb, in het Koninkrijk Joegoslavië. Hij begon zijn carrière bij Građanski Zagreb tijdens de Tweede Wereldoorlog en speelde van 1943 tot 1945 in de jeugdopleiding van de club. Nadat Građanski na de oorlog werd opgeheven, zette Zebec zijn carrière voort bij andere amateurclubs in Zagreb. Eerst bij Poštar, toen Lokomotiva na een fusie tussen de twee clubs en daarna bij Milicioner. Laatstgenoemde ploeg veranderde in 1950 haar naam naar Borac. Zebec was naast het voetbal een fervent schaker en studeerde wiskunde en natuurkunde in Belgrado.

Er is weinig bekend over Zebec's spelersloopbaan voordat hij bij FK Partizan arriveerde en de periodes en statistieken zijn niet met zekerheid vast te stellen. Wel is bekend dat Zebec in 1950 met Borac uitkwam op het tweede niveau. Eén wedstrijd was zonder twijfel doorslaggevend voor zijn voetbalcarrière. Als tweedeklassers speelden Borac en Sloga uit Novi Sad (het huidige FK Vojvodina) een beslissende wedstrijd om de eerste plaats. Borac won met 3–1, waarbij Branko Zebec alle drie de doelpunten scoorde, waarvan twee met een kopbal. Hierdoor werd Borac kampioen en verdiende het promotie naar de Prva Liga 1951.Zebec Branko reprezentacija.rs, z.d. Zijn goede prestaties zorgden er ook voor dat hij op 22-jarige leeftijd, als speler van Borac, voor het eerst werd opgeroepen voor het nationale elftal.

FK Partizan 200px|thumb|left|Prvoslav Mihajlović, Miloš Milutinović en Branko Zebec (1954). Het trio was in de jaren vijftig ploeggenoten bij zowel FK Partizan als het nationale elftal. In 1951 of 1952 maakte Zebec de overstap naar FK Partizan, spelend op het hoogste niveau. Partizan was destijds een van de grotere clubs in Joegoslavië en had in 1948 voor de tweede maal in de geschiedenis de landstitel veroverd. Zebec speelde op de linksbuiten positie en vormde samen met de spits Stjepan Bobek en andere aanvaller Aleksandar Atanacković de voorhoede van de club uit Belgrado. Daarnaast was Zlatko Čajkovski al jaren een vaste waarde op het middenveld.

Op 29 november 1952 trad het eerste succes aan voor Zebec en zijn ploeggenoten. Op die dag speelde FK Partizan de finale van de zesde editie van de Joegoslavische voetbalbeker met als tegenstander stadsgenoot en rivaal Rode Ster. Het duel werd met 6–0 gewonnen, mede dankzij twee doelpunten van Zebec. Twee jaar later werd dit kunstje herhaalt, wederom door Rode Ster te verslaan in de finale. Naast de linksbuiten positie speelde Zebec ook regelmatig als midvoor. Zebec zou uiteindelijk tot begin 1959 spelen voor Partizan, een periode waarin de club in de competitie in de schaduw bleef staan van de twee grotere clubs van die tijd, Hajduk Split en Rode Ster Belgrado. Zo moest Partizan in 1956, net als in 1958, genoegen nemen met een eervolle tweede plaats in het kampioenschap. Tussendoor zou Zebec met Partizan wel nog een keer de Joegoslavische beker winnen, in 1957.

Met Partizan nam Zebec in het seizoen 1955/56 deel aan de allereerste editie van de Europacup I, de voorloper van de UEFA Champions League. De clubs die deelnamen aan het eerste seizoen van de Europacup waren geselecteerd door het Franse voetbaltijdschrift L'Équipe op basis van het feit dat het representatieve en prestigieuze clubs in Europa waren. Partizan overkwam de eerste ronde gemakkelijk. Eerst versloegen ze Sporting Lissabon met een totale score van 8–5 (3–3 en 5–2) en vervolgens stonden ze tegenover het toen zeer sterke Real Madrid onder leiding van Alfredo Di Stéfano en Francisco Gento. De eerste wedstrijd in Madrid, voor ruim honderdvijfduizend toeschouwers, eindigde met een 4–0 overwinning voor Real. Castaño scoorde twee doelpunten en Gento en Di Stéfano scoorden er elk één. De tweede wedstrijd, waarin Partizan hun ware kracht toonde, eindigde met een score van 3–0 voor Partizan, wat niet genoeg was om verder te gaan. Miloš Milutinović werd dat jaar de eerste topscorer van het toernooi met acht treffers.Champions' Cup 1955-56 RSSSF, z.d.

Rode Ster Belgrado 200px|thumb|right|Zebec' contract bij Partizan werd halverwege het seizoen ontbonden, naar verluidt vanwege kritiek op de Joegoslavische leider Josip Broz Tito (foto). Nadien stapte Zebec over naar Rode Ster. Halverwege het seizoen 1958/59 werd Zebec' contract bij Partizan Belgrado ontbonden. Uit een artikel van De Nieuwe Limburger daterende van mei 1959 kwam naar voren dat dit besluit was genomen omdat de voetballer een oppositionele houding had tegen het bestaande regime, onder leiding van Josip Broz Tito, de leider van de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië. Tevens werd Zebec in diezelfde periode bij de nationale ploeg uit zijn aanvoerdersfunctie gezet, vanwege "onsportief gedrag" in een oefeninterland tegen West-Duitsland een week eerder.Nieuwsblad van het Noorden 28 december 1959Sport in het kort Algemeen Dagblad, 28 december 1959

Zebec maakte voorafgaand aan het seizoen 1959/60 de overstap naar rivaal en stadsgenoot Rode Ster Belgrado, dat het voorgaande seizoen nog de landstitel in de wacht hadden gesleept door Partizan op basis van doelsaldo af te troeven.Rode Ster naar Geleen De Volkskrant, 8 juli 1959 Zebec werd bij zijn komst bij Rode Ster door coach Michel Pavić verkozen tot nieuwe aanvoerder. Aan het einde van zijn eerste seizoen bij Rode Ster had hij eindelijk het genoegen om met zijn teamgenoten de titel van Joegoslavisch kampioen te vieren, nadat de rood-witten als eerste eindigden, met één punt voorsprong op Dinamo Zagreb.Rode Ster kampioen De Volkskrant, 20 juni 1960. Gearchiveerd op 24 juni 2023. In zijn tweede en tevens laatste seizoen bij Rode Ster werden Zebec en zijn ploeg vice-kampioen, achter Partizan.

Rond het einde van dit tweede seizoen kwam Zebec, evenals Jovan Miladinović (FK Partizan) in opspraak. De twee bevonden zich na de interlandwedstrijd tussen Joegoslavië en Polen (2–1 overwinning) in een nachtclub en raakten betrokken bij een vechtpartij. Ze werden veroordeeld tot dertig dagen gevangenisstraf. Daar waar Miladinović later nog terug zou keren in het nationale elftal, zou het voor Zebec zijn laatste interland blijken. Dit kwam mede door het feit dat hij medio 1961 Joegoslavië achter zich liet om in West-Duitsland te gaan voetballen.

Alemannia Aachen In 1961 was Zebec oud genoeg om als voetballer het land te verlaten, gezien de politieke omstandigheden van die tijd. Hij trok voor het seizoen 1961/62 naar Aken om te gaan voetballen bij Alemannia Aachen. De club speelde in de Oberliga West, destijds de hoogste voetbalklasse in West-Duitsland. Twee jaar later kwam er met de invoering van de Bundesliga een nationale competitie. Samen met Schalke 04 en Borussia Dortmund was Alemannia Aachen de enige club die sinds het begin van de invoering van de Oberliga altijd in de hoogste klasse speelde. De Oberliga West kreeg vijf startbewijzen voor de Bundesliga. Alemannia wist als vijfde te eindigen, maar het was Schalke 04 dat over het algemeen betere prestaties behaalde dan Aachen en zesde geworden was dat naar de Bundesliga ging. Alemannia protesteerde bij de bond en vroeg om een uitbreiding naar achttien clubs om zo toch in de Bundesliga opgenomen te worden, maar hier werd geen gehoor aan gegeven.

Hierdoor traden Zebec en zijn ploeggenoten medio 1963 aan op het tweede niveau, in de nieuw opgerichte Regionalliga. Zebec was met zijn 33 jaar de oudste speler van de ploeg en eveneens de enige selectiespeler die niet uit Aken of omgeving kwam. Aachen werd, met de Joegoslavier als vaste waarde op het middenveld, kampioen in de Regionallia West en plaatste zich dusdoende voor de eindronde om promotie naar de Bundesliga.Kampioen Alemannia hoopt Bundesliga te bereiken De Nieuwe Limburger, 4 mei 1964 In de eerste wedstrijd van deze eindronde, tegen FK Pirmasens, raakte Zebec na drie minuten geblesseerd. Zebec keerde tien minuten later weliswaar in het elftal terug, maar kwam op de linksbuiten positie weinig meer in het spel voor.Onstuimig Pirmasens gaf Aken geen kans: 3-0! Limburgsch Dagblad, 8 juni 1964 De blessure was van dusdanige aard, dat hij de rest van de eindronde niet meer in actie kwam. Aachen liep uiteindelijk promotie naar de Bundesliga mis. Het volgende seizoen werd wederom de eindronde behaald, maar zonder succes. In de DFB-Pokal bereikte Aachen als tweedeklasser de finale, waarin Borussia Dortmund uit de Bundesliga te sterk bleek. Door blessureleed miste Zebec echter de finale van het toernooi.Alemannia vecht voor de double Limburgsch Dagblad, 18 mei 1965 Medio 1965 hing Zebec zijn voetbalschoenen aan de wilgen. Hij speelde ruim honderd wedstrijden voor de club.fussballdaten.de

Interlandcarrière Zebec kwam tussen 1951 en 1961 in totaal vijfenzestig maal uit voor zijn vaderland, waarin hij zeventien maal het net deed laten bollen. Met Joegoslavië nam Zebec eenmaal deel aan de Olympische Spelen (1952), tweemaal aan het Wereldkampioenschap voetbal (1954 en 1958) en eenmaal aan het Europees kampioenschap voetbal (1960). Ondanks dat de periode waarin Zebec international was bekend staat als een van de sterkere periodes in de geschiedenis van het Joegoslavisch elftal, werden er geen prijzen gewonnen. Wel werd Zebec in 1960 met zijn land tweede in Parijs op de eerste editie van het Europees kampioenschap.

In juni 1951 werd Zebec voor het eerst opgeroepen voor het nationale elftal van Joegoslavië, voor een oefeninterland tegen Zwitserland. Hij maakte op 24 juni onder leiding van bondscoach Milorad Arsenijević zijn interlanddebuut voor Joegoslavië in Belgrado. Zebec bewees zijn waarde door twee doelpunten te maken in het met 7–3 gewonnen duel. In zijn eerste jaar als international kwam Zebec viermaal voor zijn land in actie, waarin hij evenveel doelpunten maakte. Het betrof allemaal vriendschappelijke wedstrijden.

Doorbraak op de Olympische Spelen