miniatuur|px|Het concept dubbelevenredigheid uitgebeeld: zowel elke partij als elke regio krijgt het evenredige aandeel van de zetels dan wel mandaten toegekend.
Dubbelevenredigheid is een principe binnen het ontwerp van kiesstelsels waarbij zetels tegelijkertijd evenredig over partijen als evenredig over territoriale eenheden worden verdeeld. Het doel is om een balans te vinden tussen partijpolitieke en geografische representatie. Het is geen vastomlijnd systeem, maar eerder een ideaal of streven dat op verschillende manieren toegepast en vormgegeven kan worden.
Historie Het woord dubbelevenredigheid (double proportionality) is als eerste genoemd door Michael Balinski en Gabrielle Demange in 1989. Het concept is in 2006 in praktijk gebracht in Zwitserland door de Duitse wiskundige Friedrich Pukelsheim. Het evenredig behandelen van zowel partijen als regio's is echter al sinds het begin van de 20e eeuw gebruikelijk in Scandinavische landen onder de benaming van vereffeningszetels.
Uitgangspunten Het begrip dubbelevenredigheid kent een onderverdeling in de volgende begrippen.
De 'bovenste verdeling' (Oberzuteilung) bepaalt vanuit overkoepelend niveau hoeveel zetels elke partij en regio toegewezen krijgt. Hierbij gelden de volgende uitgangspunten: Partijpolitieke evenredigheid: 10% van de stemmen op een partij = 10% van de zetels voor die partij. Geografische evenredigheid: 10% van de stemmen uit een regio = 10% van de mandaten voor die regio. De 'onderste verdeling' (Unterzuteilung) is de manier waarop de vastgestelde zetels daadwerkelijk toegewezen worden aan partijen en kandidaten. Deze invulling kent grote verschillen per land.
Doel en toepassing Dubbelevenredigheid tracht te voorkomen dat grote partijen of regio's onevenredig veel invloed krijgen, terwijl kleine partijen of regio’s worden gemarginaliseerd. Of omgekeerd, dat kleine partijen of dunbevolkte regio’s structureel oververtegenwoordigd zijn. Het wordt vooral toegepast bij de samenstelling van parlementen in landen waar er oog is voor zowel politieke diversiteit als geografische spreiding.
Voorbeelden van dubbelevenredigheid in de praktijk Zolang de 'bovenste verdeling' gehandhaafd blijft, bestaan er in de 'onderste verdeling' meerdere manieren om het principe van dubbelevenredigheid in de praktijk te brengen. Elk land kent daarin een eigen aanpak. Hier volgen drie concrete voorbeelden:
Zwitserse kantons: de Pukelsheim-methode In Zwitserland wordt een wiskundige methode gebruikt die is gebaseerd op het werk van Friedrich Pukelsheim. Zijn aanpak, ook wel bekend als de dubbelevenredige zetelverdeling, heeft als uitgangspunt dat de uiteindelijke zetelverdeling dubbelevenredig is: zowel geografisch als partijpolitiek evenredig. Eerst wordt de 'bovenste verdeling' vastgesteld: het evenredige aandeel van elke partij en regio. Vervolgens stelt een rekenmethode de 'onderste verdeling' vast door kiesdelers dusdanig aan te passen dat alle zetels tegelijkertijd evenredig over partijen en regio's verdeeld worden.
Het Scandinavische model met vereffeningszetels In landen zoals Zweden, Noorwegen en Denemarken wordt het systeem van vereffeningszetels gebruikt. Kiezers stemmen op partijen binnen kiesdistricten, maar een deel van de zetels wordt landelijk herverdeeld om alsnog de algemene proportionaliteit van de stemmen te garanderen. Dit komt in de buurt van het ideaal van dubbelevenredigheid, omdat het systeem zowel regionale als partijpolitieke stemmenbalans nastreeft. Zweden en Denemarken kennen een procedure en berekeningswijze om deze landelijke vereffeningszetels toe te wijzen aan de regio's. Noorwegen verdeelt (voor de verkiezingen) alle zetels over alle regio's en wijst elke regio 1 vereffeningszetel toe.
Duitsland: waarborging van landelijke evenredigheid In het Duitse Bundestag-systeem is lange tijd gewerkt met overhangmandaten: zetels die ontstaan wanneer een partij in een deelstaat meer districten wint dan haar proportionele stemaandeel zou rechtvaardigen. Om dat te compenseren werden extra zetels toegekend aan andere partijen; de zogenaamde Ausgleichsmandate. Vanaf 2025 is de landelijke partijpolitieke evenredigheid echter volledig gegarandeerd door de zogenaamde Zweitstimmendeckung. Dit houdt in dat elke zetel die door een kandidaatsstem behaald is, gedekt moet worden door een partijstem. Dit is een technische benadering van dubbelevenredigheid, waarbij zowel elke deelstaat als elke partij altijd een evenredig aandeel van de zetels toegewezen krijgt.
Referenties
Categorie:Kiessysteem