miniatuur|De voorpagina van an Essay Towards a Real Character, and a Philosophical Language (1668) An Essay towards a Real Character, and a Philosophical Language (1668) geldt als het baanbrekende werk van de Engelse theoloog en wetenschapper John Wilkins. In dit ruim 600 pagina’s tellende boek presenteert Wilkins een ambitieuze poging tot het creëren van een universele, kunstmatig geconstrueerde en strikt logische taal. Wilkins beoogde met dit systeem taal en logica te verenigen en zo een communicatievorm te ontwikkelen die wereldwijd begrijpelijk zou zijn. Hij had als doel om universeel begrip, vrede en samenwerking te bevorderen.

Achtergrond miniatuur|Portret van John Wilkins (1614–1672), theoloog en wetenschapper, maker van het universale taalsysteem. John Wilkins (1614–1672) bekleedde uiteenlopende invloedrijke functies binnen zowel de academische als de religieuze wereld. Hij was onder andere de Warden van Wadham College in Oxford, waar hij een belangrijke rol speelde in het verbeteren van wetenschappelijk onderzoek.Henderson, P. A. W. (2008, september 20). The Life And Times Of John Wilkins. https://www.gutenberg.org/cache/epub/26674/pg26674-images.html P. 31 Later werd hij benoemd tot bisschop van Chester, wat hem aanzienlijke invloed gaf binnen de Anglicaanse Kerk.Henderson, P. A. W. (2008, september 20). The Life And Times Of John Wilkins. https://www.gutenberg.org/cache/epub/26674/pg26674-images.html P. 114 Daarnaast was Wilkins een van de medeoprichters en een actief lid van de Royal Society, een invloedrijk genootschap van naturalistische filosofen dat een belangrijke rol speelde in de vroege ontwikkeling van de moderne wetenschap.Henderson, P. A. W. (2008, september 20). The Life And Times Of John Wilkins. https://www.gutenberg.org/cache/epub/26674/pg26674-images.html P. 38

Wilkins combineerde zijn religieuze overtuigingen met een grote interesse in wetenschap, rationaliteit en universele kennis. Deze idealen werden systematisch uitgewerkt in zijn plantaalproject. Wilkins werkte aan zijn Essay towards a Real Character and a Philosophical Language in de jaren 1650 en 1660. Het boek werd uiteindelijk gepubliceerd in 1668, nadat een groot deel van zijn manuscripten verloren was gegaan tijdens de Grote Brand van Londen.Wadham College Library. John Wilkins’ Essay towards a Real Character. Geraadpleegd op 14 mei 2025, van https://library.wadham.ox.ac.uk/wilkinsbook1.html

Ontstaan van de universele taal Wilkins begon zijn taalproject in opdracht van de Royal Society.Henderson, P. A. W. (2008, september 20). The Life And Times Of John Wilkins. https://www.gutenberg.org/cache/epub/26674/pg26674-images.html P. 85 In de zeventiende eeuw was Latijn de lingua franca van de wetenschap en religie, maar Wilkins vond deze taal te complex en moeilijk om te leren. Hij stelde daarom een alternatief voor: een kunstmatige, logisch opgebouwde taal met ongeveer 3000 basiswoorden, die naar eigen zeggen binnen een maand te leren zou zijn.Henderson, P. A. W. (2008, september 20). The Life And Times Of John Wilkins. https://www.gutenberg.org/cache/epub/26674/pg26674-images.html P.86 De taal was bedoeld voor geleerden en wetenschappers, als aanvulling op natuurlijke talen.History of Information. (z.d.). John Wilkins Creates A Universal Language. https://historyofinformation.com/detail.php?id=1553

Voor de samenstelling van het boek werkte Wilkins samen met andere leden van de Royal Society, waaronder John Ray, die zelfs een Latijnse vertaling van het werk zou gaan maken,Fleming, J. D. (2017). The Mirror of Information in Early Modern England. Springer. p. 209 en William Lloyd, die het alfabetische woordenboek samenstelde. Het project werd ook beïnvloed door eerdere werken van George Dalgarno (Ars Signorum, 1661) en Francis Lodwick (The Ground-Work, 1652), die ook voorstellen deden voor kunstmatig geconstrueerde talen, of kunsttalen.Maat, J. (2004). Philosophical Languages in the Seventeenth Century: Daldarno, Wilkins, Leibniz.

Motieven Communicatie verbeteren Wilkins wilde communicatie over lange afstanden en in geheime contexten vergemakkelijken.Fleming, J. D. (2017). The Mirror of Information. p. 31 Zijn taal moest taalbarrières overstijgen en verwarring voorkomen, zodat handel, diplomatie en wetenschap efficiënter zouden verlopen.

Religie Wilkins’ religieuze overtuiging speelde een belangrijke rol. Hij zag zijn project als een poging om de taalverwarring van de Toren van Babel ongedaan te maken.Fleming, J. D. (2017). The Mirror of Information. p. 23 God strafte de mensheid met het ontstaan van verschillende talen en Wilkins zag het als zijn taak om de verloren eenheid in communicatie te herstellen.

Algemeen welzijn Wilkins geloofde dat een universele taal zou bijdragen aan het welzijn van de mensheid, onder andere door het bevorderen van internationale samenwerking, religieuze eenheid en wetenschappelijke vooruitgang.Fleming, J. D. (2017). The Mirror of Information. p. 2 Ook tijdgenoten, zoals John Webb, prezen in 1669 het potentieel van Wilkins’ taal om menselijk begrip te verbeteren.Fleming, J. D. (2017). The Mirror of Information. p. 3

Structuur van de taal miniatuur|Voorbeeld van de Real Characters uit Wilkins’ Essay (1668)Volgens Umberto Eco is Wilkins’ taal gebaseerd op een systematische taxonomie, vergelijkbaar met een encyclopedie die ook als woordenboek dient. In tegenstelling tot veel andere systemen uit zijn tijd is Wilkins’ taal niet gebaseerd op bestaande talen of woordenboeken, maar op een empirische ordening van de natuur en objecten zelf. Eco noemt het project "de meest volledige poging tot een universele taal uit de zeventiende eeuw".Eco, U. (1995). The Search for the Perfect Language. p. 238

Wilkins’ systeem bestaat uit een hiërarchische classificatie van concepten. Deze classificatie bestaat uit drie niveaus:

40 verschillende genera 251 verschillende differentiae 2030 verschillende species

Elk woord wordt volgens het systeem opgebouwd uit een reeks van letters die deze structuur strikt volgen. Een woord bestaat uit vier elementen: de eerste twee letters geven het genus aan, de derde letter de differentia, de vierde letter de species.

Elk woord kan logisch en systematisch opgebouwd worden, zonder ambiguïteiten. Een voorbeeld uit Wilkins' boek: "Zi" betekent dier, "Zit" is een hondachtig roofdier, en "Zitα" verwijst naar hond of wolf. De betekenis van een woord is dus direct af te leiden uit zijn opbouw.

De visuele en de fonetische vorm Wilkins’ taal bestond in twee vormen: De ideografische vorm (Real Character): een visueel systeem van symbolen waarin elk teken zonder twijfel een specifiek idee representeert. Deze vorm was bedoeld om gelezen, niet uitgesproken, te worden;

De fonetische vorm (Philosophical Language): een alfabetsysteem dat bestond uit lettergrepen, en dat was wel bedoeld om uitgesproken te worden.

Het boek bevatte ook uitgebreide tabellen en een alfabetisch woordenboek als leermiddel om de taal te verwerven.Wilkins, J. (1668). An essay towards a real character, and a philosophical language by John Wilkins.

Wetenschappelijke en filosofische context Het idee van een universele taal past binnen het bredere intellectuele klimaat van de zeventiende eeuw, waarin wetenschappers en filosofen op zoek gingen naar methoden om kennis systematisch te ordenen. De wetenschappelijke revolutie zorgde voor een nieuwe nadruk op observatie, classificatie en logica. Denkers zoals Francis Bacon en René Descartes streefden naar rationele systemen voor het begrijpen van de werkelijkheid. Binnen deze context werd ook taal zelf een onderwerp van hervorming. Wilkins’ project weerspiegelt duidelijk deze ambitie: zijn taal moest niet alleen communiceren, maar ook op een systematische wijze de structuur van de werkelijkheid representeren.

Zoals Umberto Eco schrijft:

“There was no longer any question of discovering the lost language of humanity; the new language was to be a new and totally artificial language, founded upon philosophic principles, and capable of realizing, by rational means, that which the various purported holy languages (always dreamt of, never really rediscovered) had sought but failed to find” .

Wilkins’ Essay towards a Real Character and a Philosophical Language is dus niet louter een taalkundig experiment, maar ook een uitdrukking van het zeventiende-eeuwse verlangen naar orde, transparantie en universele kennis.

Beperkingen en mislukking Hoewel Eco bewondering uitte over Wilkins’ werk, zag hij ook fundamentele problemen. Zo zegt hij dat Wilkins eigenlijk twee talen had ontworpen, een visuele en een fonetische, die elk afzonderlijk geleerd moesten worden .Eco, U. (1995). The Search for the Perfect Language. P. 242

Door de strikte manier waarop Wilkins’ systeem was opgebouwd, konden woorden erg op elkaar lijken wanneer ze semantisch verwant waren. Zo verschillen ze soms maar met één letter. Hoewel Wilkins’ dit opzettelijk deed om duidelijkheid te creëren, kon het ook precies verwarring met zich meebrengen. Zo merkt Eco op dat Wilkins zelf de termen Gαde (gerst) en Gαpe (tulp) door elkaar haalt.Eco, U. (1995). The Search for the Perfect Language. P.49 In het Engels zou zo'n verwarring nooit ontstaan, want hoewel er verwarring over het uiterlijk van de planten kan ontstaan, worden de woorden met totaal andere letters opgebouwd.

Ondanks lof van tijdgenoten zoals Francis Lodwick, werd de taal nooit breed gebruikt. De Royal Society voerde het project niet officieel in en er was geen onderwijs of standaardisatie. De geplande Latijnse vertaling door John Ray kwam er niet. Bovendien beperkte het feit dat het boek alleen in het Engels beschikbaar was de internationale verspreiding ervan.

Tegen het einde van de zeventiende eeuw en de Verlichting valt op dat de belangstelling voor kunsttalen aanzienlijk afneemt. In plaats daarvan werd het Frans steeds vaker beschouwd als een natuurlijke lingua franca. Rivarol beweerde in 1784 zelfs dat Frans door zijn helderheid, logica en diplomatieke prestige superieur was aan andere talen en daarom geen kunstmatige taal meer nodig was. Tegelijkertijd kwamen nationalistische ideeën steeds meer op, waarbij talen werden gezien als expressies van de nationale geest, wat het ideaal van een neutrale universele taal ondermijnde.

Vergelijking met andere taalprojecten

George Dalgarno Dalgarno’s Ars Signorum (1661) bespreekt een filosofische taal die zowel schriftelijke als mondelinge communicatie tussen sprekers van verschillende natuurlijke talen moest vergemakkelijken. Hij werkte met ongeveer duizend radicale woorden en legde nadruk op grammatica, vooral op logische partikels.Maat, J. (2004). Philosophical Languages in the Seventeenth Century: Daldarno, Wilkins, Leibniz. P. 101–129 Zelf beschouwde hij zijn eigen systeem als praktischer en toegankelijker dan dat van Wilkins. Dalgarno bekritiseerde Wilkins’ classificatie als te omslachtig en niet praktisch voor dagelijks gebruik. Zijn taal is ook gebaseerd op logische ordering, maar het heeft niet hetzelfde hiërarchische systeem van kennis. Hoewel de beide geleerden oorspronkelijk samenwerkten, ontstond er een breuk door fundamentele meningsverschillen.Maat, J. (2004). Philosophical Languages in the Seventeenth Century: Daldarno, Wilkins, Leibniz. P. 139

Gottfried Wilhelm Leibniz