Kanunnikencour is een verkeersvrije, pleinachtige straat in het centrum van de Nederlandse stad Maastricht, gelegen in de buurt Binnenstad. De omstreeks 1998 aangelegde straat is vernoemd naar de kanunniken van het Sint-Servaaskapittel, die eeuwenlang in deze omgeving woonden. Kanunnikencour is tevens de naam van een gebouwenensemble, dat nagenoeg de gehele straat omvat. Het postmodernistische wooncomplex van de Belgische architect Charles Vandenhove bestaat uit een ondergrondse parkeergarage met daarboven een beschutte binnenhof ('cour') met 25 eengezinswoningen en appartementen.

Geschiedenis Kanunnikenhuis Het terrein dat vanaf 1995 bekend staat als Kanunnikencour, lag tot eind achttiende eeuw binnen de claustrale singel (of bijvank) van het Sint-Servaaskapittel. Hier bouwden de kanunniken vanaf de twaalfde of dertiende eeuw, toen ze het gemeenschappelijk kloosterleven opgaven, hun kanunnikenhuizen. Zij en hun personeel genoten er immuniteit ten opzichte van de stedelijke rechtspraak en belastingen, maar waren wel onderworpen aan de rechtsmacht van het kapittel en van de Kamerhof. In totaal waren er binnen de claustrale singel van het Sint-Servaaskapittel 18⅔ kanunnikenhuizen, te beginnen bij het zogenoemde Spaans Gouvernement aan het Vrijthof, daarna westwaarts oplopend langs de zuidzijde van Vrijthof en Henric van Veledekeplein, en vervolgens in noordelijke richting langs het tegenwoordige Sint Servaasklooster tot aan de Tweebergenpoort.Vriendelijke mededeling mr.dr. Th.J. van Rensch te Maastricht, 16 juli 2025.

In de loop van de achttiende eeuw werden veel kapittelhuizen vernieuwd, veelal in de stijl van de Luiks-Akense barok. Enkele kregen het aanzien van stadspaleisjes, hôtels particuliers. Het fraaiste was Henric van Veldekeplein 29-31, gebouwd in klassieke U-vorm rondom een afgesloten cour. Dit later zogenoemde Paleis van de hoogproost grensde aan de zuidzijde aan de latere Kanunnikencour. Architecten en opdrachtgevers zijn in de meeste gevallen onbekend gebleven. Mogelijke opdrachtgevers van de twee laatstgenoemde panden, het huidige Henric van Veldekeplein 29-31 en Kanunnikencour 1, zijn Johannes Henricus en Godefridus Cruts, in 1754 genoemd als kanunniken van Sint-Servaas. Vanaf 1765 was kanunnik Johannes Henricus Cruts vermoedelijk de enige eigenaar van het pand cq. de panden. Vanaf 1772 verhuurde hij een gedeelte aan Johannes Godefridus Veugen en Maria Helena Lousberg. Cruts woonde zelf als eigenaar in het pand ter linkerzijde (Kanunnikencour 1?). Hij verkocht het pand in 1775 aan zijn huurder Joannes Godefridus Veugen, die in 1790 overleed. Het huis vererfde op zijn echtgenote en zijn drie nog in leven zijnde kinderen. De ongehuwde zoon Eustachius Servatius Veugen schijnt daarna het meest in het pand gewoond te hebben.

In 1797 werd het kapittel opgeheven, nadat het door de Franse overheid van alle bezittingen was beroofd.Ubachs/Evers (2005), pp. 243-244: 'immuniteit, geestelijke'; p. 267: 'kapittel, territorium'; pp. 477-478: 'Servaaskapittel, Sint-, algemeen'. De proost, deken en kanunniken verloren hun inkomsten, privileges en in sommige gevallen hun vrijheid. Kanunnikenhuizen waren privé-eigendom en konden dus niet worden geconfisqueerd.

Op de achttiende-eeuwse Franse maquette van Maastricht – en de bijbehorende gedetailleerde stadsplattegrond van vestingingenieur Larcher d'Aubencourt – is te zien dat destijds op het perceel grenzend aan de vermeende proostenresidentie een gevarieerde bebouwing aanwezig was, bestaande uit een groot bouwblok, mogelijk met meerdere woningen, en enkele kleinere bouwwerken. Het perceel liep waarschijnlijk door tot aan de Papenstraat en was grotendeels ingericht als tuin, hoewel er ook bebouwing aan de Papenstraat was. Welke kanunniken hier gewoond hebben is niet bekend.

Krap een eeuw later was de meeste bebouwing op het bewuste perceel vervangen, volgens de hiernaast afgebeelde kadasterkaart. Aan het Henric van Veldekeplein, op de kaart aangeduid als Vrede Plaats / Place de la Paix, bevonden zich twee min of meer identieke, gespiegelde vleugels, die in de tweede helft van de achttiende eeuw haaks op de rooilijn waren gebouwd. De oostelijke vleugel daarvan is het nog bestaande pand en rijksmonument Kanunnikencour 1 (foto's A. Simays, rechts). Het fraaie Lodewijk XV-stucwerk aan de zijgevel geeft aan dat hier een stadswoning op goede stand was verrezen. Op de hoek Papenstraat-Sint Servaasklooster lag een gebouwtje dat er in 1749 nog niet was geweest, mogelijk een tuinhuis. Op de interactieve versie van de kadasterkaart is te zien wie in 1842 eigenaar was van het 1765 m² grote perceel: de erfgenamen Eustachius Servatius Veugen.Zie interactieve kaart Maastricht op hisgis.nl. Selecteer bij kaartlagen: 'Kadaster 1842 percelen (rood, open)', 'Kadaster 1842 gebouwen (naar soort)' en 'Luchtfoto'. Deze Veugen bekleedde in de Franse Tijd (die in Maastricht twintig jaar duurde) diverse belangrijke posten. Begin twintigste eeuw was het perceel eigendom van mej. Agnes Leonard, die de panden aan het Sint Servaasklooster verhuurde aan de families Le Bron de Vexela en Nadaud.

Staargebouw In 1906 werd het perceel voor 33.000 gulden verkocht aan de Koninklijke Zangvereniging Mastreechter Staar. Dit mannenkoor was in 1883 opgericht en was al jaren op zoek naar een geschikt repetitielokaal. Van de twee aan het plein gelegen vleugels werd de oostelijke, destijds Sint Servaasklooster 25, bestemd tot verenigingslokaal. Het andere, nr. 23, bleef verhuurd aan de familie Le Bron de Vexela. Voor de verbouwing van nr. 25 werd een prijsvraag uitgeschreven, die gewonnen werd door de Luikse architecten Gaston Vogelaars en Clément Pirnay. De bouw werd begroot op 28.000 gulden. De oplevering vond plaats in januari 1907. Het uitgevoerde ontwerp, grotendeels van beton en met een opvallende en in de omgeving detonerende art-nouveaugevel, riep nogal wat weerstand op en stond jarenlang bekend als het "Staarmonstrum". Omdat de zaal niet alleen voor de Mastreechter Staar bedoeld was, werd gekozen voor de neutrale benaming Feestgebouw. Later werd het gebouw aangeduid als Staargebouw of Staarzaal. De grote zaal werd verhuurd voor concerten, bals, lezingen en vergaderingen. Het gebouw bevatte verder een 'Duitse' kegelbaan; later was er een rolschaatsclub gevestigd en werden er carnavals- en dansavonden georganiseerd.Evers (1983), pp. 17-22, 29-30.

thumb|Openingsconcert na de verbouwing, 2 juli 1955, m.m.v. het MSO o.l.v. André Rieu sr. De exploitatie leverde voortdurend tekorten op en in 1943 werd het gebouw vanwege niet-afgeloste schulden openbaar verkocht. Na de oorlog was het Staargebouw de gezamenlijke concertlocatie van de Maastreechter Staar en het Maastrichts Stedelijk Orkest (MSO), later Limburgs Symfonie Orkest (LSO). Bij een ingrijpende verbouwing werd de art-nouveaugevel vervangen door een functionalistische, maar beter bij de omgeving aansluitende gevel van architect Gerard Snelder. Tevens werd het interieur vernieuwd. Het naastgelegen woonhuis (nr. 23) werd verbouwd tot woning van de beheerder en kantoorruimte voor de beide gebruikers. Het vernieuwde gebouw werd op 2 juli 1955 geopend door minister Cals van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen. Vanaf 1966 was het Staargebouw, samen met de stadsschouwburg (Bonbonnière), onderdeel van de Stichting Cultureel Centrum Maastricht. De exploitatietekorten bleven echter bestaan. Al in 1977 adviseerde een gemeentelijke werkgroep tot sloop en nieuwbouw van de concertzaal.Evers (1983), pp. 41-46. Die nieuwbouw werd pas vijftien jaar later gerealiseerd in de vorm van een gecombineerde concert- en toneelaccommodatie: het Theater aan het Vrijthof, op een steenworp afstand; de sloop van het Staargebouw liet twintig jaar op zich wachten.Ubachs/Evers (2005), pp. 190-191: 'Generaalshuis'; p. 500: 'Staargebouw'.

Bouw Kanunnikencour Nog voor de bouw van het nieuwe theater, dat tevens de functie van concertzaal zou gaan vervullen, werd besloten het Staargebouw te slopen en het terrein in het kader van de stadsvernieuwing voor woningbouw te bestemmen. In 1988 schreven Gemeente Maastricht en Wilma Vastgoed een ontwerpwedstrijd uit voor een wooncomplex met ondergrondse parkeergarage op het smalle, langgerekte terrein tussen Henric van Veldekeplein en Papenstraat. Het winnende ontwerp was van de Belgische architect Charles Vandenhove.Nelissen/Köhlen/Reneerken (2020), pp. 191-192.Champenois (2008), Sommaire - Maastricht. De in Luik gevestigde Vandenhove (1927-2017) gold als vertegenwoordiger van het postmodernisme in de architectuur. Tegen het in 1992 gepresenteerde plan rees verzet van omwonenden en de Bond Heemschut, met name tegen de 'hoge' woontoren, maar de rechter wees de bezwaren af.Jaarboek Maastricht 1992, p. 58.Jaarboek Maastricht 1994/1995, p. 74. Op 1 augustus 1993 werd het terrein met opstallen voor 1,5 miljoen gulden verkocht aan Wilma Vastgoed. Pas in 1997 werd het Staargebouw gesloopt en nam de bouw van het woningcomplex een aanvang. De bouwkosten bedroegen 7,5 miljoen euro. De oplevering vond plaats in 1998.Kerngegevens 'Staarlokatie' op charlesvandenhove.be (gearchiveerde link).

Architectuur

Het wooncomplex Kanunnikencour is gebouwd op een licht gebogen, langgerekt en geaccidenteerd terrein in de historische binnenstad van Maastricht, hetgeen voor de architect – die in dit geval ook als stedenbouwkundige optrad – grote uitdagingen met zich mee bracht. De oplossing van Vandenhove was het 'doormidden knippen' van het perceel door middel van een centraal geplaatste woontoren, een recept dat hij ook bij zijn plan Charles toepaste. Aan de noordzijde van de toren ligt een vierkant pleintje; aan de zuidzijde een driehoekig pleintje. Deze ruimtes zijn met elkaar en met de buitenwereld verbonden door smalle straatjes (die naar de belendende straten toe aflopen). Hierdoor heeft Kanunnikencour de intieme sfeer gekregen van een al eeuwen bestaand binnenstadsgebied.

Het complex bestaat uit 25 woningen, verdeeld over een zevental volumes: drie kleinschalige appartementengebouwen en vier min of meer vrijstaande woningen. Drie andere panden maken geen deel uit van het gebouwencomplex van Vandenhove, maar behoren wel tot het onroerend erfgoed aan de straat Kanunnikencour.

Woongebouwen Het woongebouw dat grenst aan het Henric van Veldekeplein staat op de plaats van de entreehal van het Staargebouw en, daarvoor, de westelijke vleugel van het kanunnikenhuis. Het bestaat uit vier bouwlagen met een kapverdieping en bevat vijf ruime koopappartementen, per verdieping één (Kanunnikencour 2A-E), alsmede een kantoorruimte op de begane grond (nr. 4).'Adressen in Kanunnikencour, Maastricht' op planviewer.nl, geraadpleegd 4 juni 2025. Het gebouw is opgetrokken in baksteen en heeft een grotendeels glazen entreegedeelte. De wit geverfde muren, de natuurstenen plint, de grijze vensteromlijstingen en het afgeplatte mansardedak, waarvan de schuine delen gedekt zijn met zink, corresponderen met de naastgelegen kanunnikenhuizen. Een zwart geverfde halfronde uitstulping op het dak introduceert het Leitmotiv van Kanunnikencour: de zwarte ronde toren.

Centraal in het wijkje staat een rood geschilderde woontoren, een verwijzing naar de nabije Sint-Janstoren. De 'toren' telt zeven bouwlagen plus een kapverdieping. Er bevinden zich zeven appartementen (nrs. 5A-H); het bovenste appartement beslaat twee verdiepingen (inclusief de kapverdieping). Het met zink beklede tentdak heeft aan elke zijde een drievoudig samengestelde dakkapel, die op enige afstand de indruk wekt van een trapgeveltje of een hoekig fronton. Naast de rode woontoren staat een zwart geschilderde ronde 'traptoren' (die tevens de lift herbergt).Plattegrond 'Staarlokatie' op charlesvandenhove.be (gearchiveerde link).