thumb|Student Sylvio Lazzari in 1876 bij het Corps Gothia Innsbruck Josef Fortunat Silvester (Sylvio) Lazzari (Bozen/Bolzano, 30 december 1857 - Suresnes, 10 juni 1944) was een Frans componist, geboren in het toen tot het Keizerrijk Oostenrijk behorende Zuid-Tirol. Hij verkreeg de Franse nationaliteit in 1896.

Leven en werk Lazzari's vader kwam uit Italië, zijn moeder was Oostenrijks. Hij viel op door zijn uitzonderlijk lange, pezige gestalte, waardoor hij soms werd aangezien voor een zeeman uit Bretagne, de landstreek waarmee hij zich later (ook muzikaal) verwant ging voelen. Hij speelde al vroeg viool en trad als achtjarige op bij de Bozener Sinfoniekonzerte in zijn geboortestad. Hij componeerde liederen die bij de muziekuitgeverij Breitkopf & Härtel verschenen. Op aandringen van zijn ouders, die geen toekomst zagen in een muzikale carrière voor hem, studeerde hij rechten aan de Universiteit van Innsbruck en promoveerde aan de Universiteit van Wenen.

Hij besloot toch de wensen van zijn ouders te trotseren door zijn leven aan de muziek te wijden. Hij volgde muzieklessen in Wenen en München alvorens in 1882 naar Parijs te trekken. Daar werd hij op het Conservatoire de musique et de déclamation toegelaten met steun van Charles Gounod, die van mening was "dat zo'n creatieve belofte niet verloren mocht gaan".Davies, 1970, p. 276. Hij werd student van Gounod en van Ernest Guiraud, in wiens compositieklas hij Claude Debussy, Paul Dukas, André Gedalge en Maurice Emmanuel leerde kennen. Onofficieel was hij ook leerling van César Franck. Vooral die had grote invloed op zijn eigen componeren. Hij ging behoren tot de école franckiste, ook bekend als de bande à Franck. Deze informele groep componisten met onder anderen Vincent d'Indy, Ernest Chausson en Joseph Guy Ropartz bleef Francks ideeën ook na diens dood uitdragen, maar Lazzari stelde zich later ook open voor het muzikale impressionisme van Debussy.

Door zijn ietwat hoekig optreden slaagde hij er niet altijd in anderen voor zich in te nemen, waardoor zijn muziek minder succes had dan deze verdiende. Toch werd hij aangemoedigd door invloedrijke componisten als Gounod, Chausson en Franck. Hij vestigde zich permanent in Frankrijk en was enige tijd koordirigent bij de Opera van Monte Carlo. Als componist wist hij nog tijdens zijn conservatoriumstudie naam te maken met kamermuziek. Naast werken voor solopiano schreef hij een strijkkwartet (1888). Volgens sommigen vormde het de inspiratie voor het twee jaar jongere strijkkwartet van zijn leermeester Franck. Verder ontstonden een pianotrio (1889) en een veelgeprezen octet voor blazers (1889).

Zijn sonate voor viool en piano droeg hij in 1894 op aan het befaamde duo Eugène Ysaÿe & Raoul Pugno, dat pas een seizoen later aan dit werk toekwam. De ontvangst was aanvankelijk lauw ondanks lof voor de uitvoering, maar Ysaÿe nam de sonate mee op tournee en handhaafde deze jarenlang in zijn vaste repertoire, zodat Lazzari toch internationale aandacht trok.Stockhem, 1990, p. 158. In stijl en structuur is er verwantschap met de ook aan Ysäye opgedragen vioolsonate van Franck. In december 1897 maakte Nederland kennis met Lazzari's sonate door een uitvoering in Odeon (Amsterdam) van Alex. A. Polak (viool) en Ary Belinfante (piano). De recensent van het Algemeen Handelsblad zou "hier en daar meer logiek en ontwikkeling wenschen", en "dat de componist meer dramatiseert dan wel verwerkt en ontwikkelt, ligt in den aard van zijne "tendances musicales", maar "toch geeft het geheel een weldadig-muzikalen indruk. Vooral de nobele motieven en harmoniek trekken voortdurend de aandacht".Recensent v.M., Kunst en Wetenschappen: Odéon. 2e Kamermuziek-soirée van de heeren A.A. Polak (violist) en Ary Belinfante (pianist) Algemeen Handelsblad, 12 december 1897, Delpher.

Lazzari schreef ook voor symfonieorkest. Belangrijk zijn de Marche pour une fête joyeuse (1903), het symfonisch gedicht Effet de Nuit (1904), de Symfonie in Es (1907),Tableaux Maritimes (1920) en de Rapsodie voor viool en orkest (1922), gelanceerd door violist George Enescu. Hij schreef meer dan 50 vocale werken, waaronder liederen op gedichten van Paul Verlaine,o.a. Green (1921) en Apaisement Henry Bataille,o.a. Le nouveau Christ (1918), La Fontaine de pitié (1920) en Les Yeux / Ferme tes yeux (1916/1923) Maurice Maeterlincko.a. Elle l'enchaîna dans une grotte (1921) en o.a. L'Oubli en Berceuse triste (1927), duetten en koormuziek.

Lazzari componeerde vijf opera's: Armor (1889-94), La Lépreuse (1899-1902), Melaenis (1905-1912), Le Sauteriot (1913-17) en La Tour de Feu (1928). Ze zijn beïnvloed door Richard Wagner en diens gebruik van het leidmotief. De thematiek is vaak geïnspireerd op legenden en volksmuziek van Bretagne. De Zuid-Tiroler Lazzari had geen Bretonse wortels zoals zijn collega's Joseph Guy Ropartz, Louis Aubert, Paul le Flem en Paul Ladmirault die uit dezelfde bron putten, maar hij was gefascineerd door het landschap en de zee aan de Bretonse kust.

Geen van zijn opera's was een onmiddellijk succes en ook later zijn ze niet blijvend tot het repertoire doorgedrongen. Dat lag niet aan een gebrek aan kwaliteit, maar aan misverstanden met operadirecties, contractuele problemen, weerstand van het publiek tegen bepaalde onderwerpen (zoals lepra) en concurrentie van 'voordringende' collega-componisten die meer flair tentoonspreidden dan de wat houterige Lazzari. Daardoor moest soms vele jaren op een première gewacht worden. La Lépreuse op een libretto van Henry Bataille geldt als Lazzari's meesterwerk, maar weinigen hebben deze opera kunnen horen en zien. Le Sauteriot ging wel redelijk snel in première, maar eerst in de Verenigde Staten en pas daarna in Parijs. Alleen La Tour de Feu, op Lazzari's eigen libretto, ging in 1928 'op tijd' in première in de Opéra de Paris met een glansrol voor de sopraan Fanny Heldy. Het bijzondere van deze opera is de filmscène die Lazzari erin verwerkte, als eerste in een opera ooit.Giroud, 2010, pp. 253-254.

Lazzari, die enige tijd voorzitter was van de Parijse Wagner-Vereniging, trok zich veertig jaar lang terug aan de buitenrand van Parijs. Hij bewoonde een villa in Suresnes met uitzicht op de Seine en het Bois de Boulogne. Zijn gezichtsvermogen ging langzaam achteruit. Hij stierf op 86-jarige leeftijd aan een longembolie.

Waardebepaling In het algemeen wordt Lazzari's muziek beschouwd als individueel van stijl met een kordaat en krachtig karakter, compromisloos en vakkundig van constructie. Lazzari werd beïnvloed door het wagnerisme dat hij geleerd had in Oostenrijk en bij César Franck en zijn aanhangers, maar ook door het Franse impressionisme. Hij was niet volledig in staat om deze tegenstrijdigheden tot een synthese te brengen, waardoor zijn muziek soms twee gezichten vertoont. Daarbij heeft de richting Wagner-Franck-Chausson de overhand boven die van Debussy. Het symfonisch gedicht Effet de Nuit uit 1904, naar een literair gegeven van Verlaine, wordt Lazzari's opmerkelijkste orkestwerk genoemd. Zijn geslaagde, grote symfonie in Es uit 1907 is in veel opzichten geënt op Francks Symfonie in d, vooral in de toepassing van het cyclisch principe waarbij thema's in diverse gedaanten verwerkt zijn in meerdere delen van de compositie. In ander werk zoals de Tableaux Maritimes uit 1920 staat hij iets dichter bij Debussy, Ravel en Roussel. Daarnaast zou het volgens de Britse musicoloog Laurence Davies "een misdaad" zijn om Lazzari's ruim 50 liederen te negeren. Met name Les Yeux, Le Chevalier d'Olmedo, Berceuse triste en Le Chien de Jean Nivelle behoren volgens hem tot de beste Franse liedkunst na de dood van Fauré.Davies, 1970, p. 282.

Werkenlijst thumb|Partituur met libretto van La Tour de Feu voor een reprise in 1939 BronWerr, MGG 2003, Vol. 10, p. 1381. Orkest Lulu (voor een pantomime) (1887) Marche pour une fête joyeuse (1903) Effet de Nuit (1904) Concertstück, op. 18, piano en orkest (1887, herzien 1894) Symfonie in Es-majeur (1907) Tableaux maritimes (1920) Rapsodie, viool en orkest (1922) Suite in F-majeur, op. 23 (1922) Faust (bij Goethes toneelstuk) (1925) Au bois de Misère (1925) Salonorkest Perdu en mer (1926) Escualdune (Visions basques) (1927) Fête bretonne (1927) La Chanson du moulin (1928) Cortège nocturne (1929) Kamermuziek Pianotrio in g-mineur, op. 13 (1889) Strijkkwartet in a-mineur, op. 17a (1888) Octet in F-majeur, op. 20, fluit, hobo, althobo, klarinet, 2 fagotten en 2 hoorns (1889) Vioolsonate in E-majeur, op. 24 (1894) Barcarolle, cello en piano (1912) Scherzo, viool en piano (1931) Pianomuziek Valse brillante, op. 4 (1884) Valses caractéristiques (1888) Suite, op. 14 (1891) Trois Pièces, op. 16 (1892) Deux Miniatures (1895) Petite esquisse (1903) Rapsodie hongroise, vierhandig (1903) Romanzetta (1923) Cordace (Danse grecque) (1925) Liederen (selectie) Vieux motif (L. B.) (1884) L'Amour d'après Ninette (G. Richard) (1887) À l'absente (P. Verlaine, J. Lahor, anon.), 6 liederen (1892) L'Oiseau, Au printemps, La Jeune fille et la rose (eigen tekst), vierstemmig (1893) Trois Mélodies (P. Verlaine, L. Bowitsch, L. Benedite), op. 19 (1894) L'Automne (A. de Lamartine), driestemmig (1894) Trois Duos (eigen tekst), op. 21, sopraan en bariton (1894) Deux Poèmes (M. Dumont, P. Verlaine), op. 30 (1901) met piano of orkest Trois Poésies (E. Blémont naar Heinrich Heine) (1906) Le Cavalier d'Olmedo (naar Lope de Vega) (1918) met piano of orkest Le Nouveau Christ (Henry Bataille) (1918) voor bariton, met piano of orkest La Fontaine de pitié (Henry Bataille) (1920) met piano of orkest Opera's Armor (libretto Ernest Jaubert), drie bedrijven (1896), première Praag, 7 november 1898 La Lépreuse, "tragédie légendaire" (libretto Henry Bataille), drie bedrijven (1896), première Parijs, 7 februari 1912 Melaenis (libretto Georges Spitzmüller), vijf bedrijven (1907), première Mulhouse, 25 maart 1927 Le Sauteriot (libretto Henri Pierre Roché en Martial Périer naar E. von Keyserling), drie bedrijven (1915), première Chicago o.l.v. de componist, 19 januari 1918 La Tour de feu (libretto Lazzari), drie bedrijven (1925), première Parijs, 28 januari 1928

Literatuur Laurence Davies: César Franck and his circle. Barrie & Jenkins, London, 1970, pp. 275-283 gewijd aan Sylvio Lazzari. Michel Stockhem: Eugène Ysaÿe et la musique de chambre. Pierre Mandaga, Liège, 1990, p. 158. Sebastian Werr: "Lazzari, Sylvio", in: Die Musik in Geschichte und Gegenwart (MGG), Vol. 10. Bärenreiter, Kassel & Metzler, Stuttgart, 2003, pp. 1380–1381. Vincent Giroud, French Opera. A short History. Yale University Press, Ned Haven, London, 2010, pp. 253-254

Externe links IMSLP-profiel Discografie op Discogs Complete radio-opname van de opera La Lépreuse, uitgezonden 29 november 1957, Maison de la Radio, Parijs. Orchestre lyrique en koor van de ORTF. Solisten o.a. Jeanne Ségala (in de hoofdrol van Aliette), Jean Giraudeau, Solange Michel. Dirigent Gustave Cloëz. Ingeleid door Gustave Samazeuilh. Eerste bedrijf, Tweede bedrijf, Derde bedrijf. Op YouTube.

Categorie:19e-eeuws componist Categorie:20e-eeuws componist Categorie:Frans componist Categorie:Operacomponist