Georges Van der Straeten (1856-1941) was een Belgisch beeldhouwer geboren in Gent, die voornamelijk werkzaam was in Parijs. Op de Parijse Wereldtentoonstelling van 1900 kreeg hij een zilveren medaille toegewezen. In 1903 werd hij benoemd tot de Nationale orde van het Legioen van Eer. Georges Van der Straeten staat vooral bekend voor het uitbeelden van de vrouwelijke schoonheid. Zijn stijl lag in de lijn met die van Emmanuel Villanis.
Biografie Georgius Carolus Ferdinandus Van der Straeten werd geboren op 22 december 1856 in Gent. Zijn ouders, Louis Van der Straeten (1822 – 1904) en Mathilde Seth (1826 – 1906), huwden een jaar eerder in februari 1855. Georges Van der Straeten was het oudste kind van drie. Na hem volgden Albert Van der Straeten (1858 – 1946) en Alice Van der Straeten (1862 – 1947). Albert Van der Straeten werd later procureur des Konings in Gent.Elian Coussement, 2025. The Sculptor “De Fantaisie” De vrouwenbeelden in het oeuvre van Georges van der Straeten en zijn netwerk (1856-1941). BSc Thesis, Universiteit Gent, België. 68 p.
Georges Van der Straeten volgde zijn middelbare studies aan het Sint-Barbaracollege in Gent.Antoine De Schryver, Georges van der Straeten (Gent: Galerie St-John), 148. Toen hij zijn secundair studies voltooide, schreef hij zich in aan de Rijksuniversiteit Gent voor de opleiding Rechten, waar hij op 22-jarige leeftijd zijn diploma behaalde zonder grote onderscheiding. Hierdoor behaalde hij de titel advocaat, nadat hij bovendien ook een tweejarige stage doorliep bij het advocatenkantoor van zijn vader. Na amper vier jaar stopte Georges Van der Straeten in 1882 met het beroep om zich volledig te concentreren op zijn kunstenaarschap.Georges Van der Straeten, Mes memoires (Gent: Galerie St-John, 1930), 6. In die periode hield hij zich al twee jaar bezig met beeldhouwen.Xxxie Exposition Triennale De Gand. Salon De 1880. Notice Sur Les Tableaux Et Objets D'art Exposés Au Casino (Gent: Vanderhaeghen, 1880), 188.
Naast het feit dat zijn vader Louis Van der Straeten zijn zoon beïnvloedde advocaat te worden, kreeg hij door hem zijn liefde voor de kunst. Vader Van der Straeten hield zich tijdens zijn beroep als advocaat bezig met schilderen, vooral van kustlandschappen. Louis Van der Straeten wilde dat zijn zoon, naast een juridische opleiding, ook een artistieke opleiding zou doorlopen. Daarvoor richtte hij op de tweede verdieping van hun woning een kamer in zodat zijn zoon artistiek bezig kon zijn.Van der Straeten, Mes memoires, 4-7. Théo van Rysselberghe schilderde er het portret van de beginnende beeldhouwer.Robert Hozee, Jane Block en Helke Lauwaert, Theo Van Rysselberghe, neo-impressionist (Antwerpen: Petraco-Pandora, 1993), 6.
Gustave Kastelyn leerde Georges Van der Straeten het vak. Onder Kastelyns hoede maakte hij ornamenten, iets waar hij zich al snel van zal distantiëren, omdat hij interessantere sculpturen wilde maken. Van der Straeten richtte zijn aandacht op de portretkunst. Hiervoor portretteerde hij enkele leden van zijn familie om te oefenen. In het vroege begin van zijn carrière als beeldhouwer maakte hij kleimodellen van bedelaars, vreemde figuren die op straat te zien waren en kleine beelden die leken op figuren uit de schetsen van Honoré Daumier. De onderwerpen van Georges Van der Straetens werken maakten twee grote veranderingen door: eerst vervingen danseressen en circusartiesten zijn figuren uit de laagste lagen van de maatschappij.Frederic Lees, ‘A Belgian Sculptor and His Art.’, The Architectural Record 13, nr. 2 (1903): 141-142. Daarna legde hij zijn focus op kleinere beelden en groepen waarin een duidelijke invloed van onderwerpen uit de schilderijen van Antoine Watteau, François Boucher of Jean-Honoré Fragonard te zien zijn.Gaston Migeon, ‘Le Sculpteur Georges Van der Straeten’, Musée des familles 4, nr. 24 (1895): 382. Hij legde meer de nadruk op de vrouwelijke schoonheid in zijn beelden, die sindsdien een kwaliteit van zijn werk werd en waarmee hij later succes kende in Parijs.Marion Spielmann, ‘Georges Van der Straeten: The sculptor “de fantaisie”’, The Magazine of Art 15, nr. 1 (1892): 311.
Jan Van Beers raadde Georges Van der Straeten een opleiding bij Jef Lambeaux aan.Cor Engelen en Mieke Marx, Beeldhouwkunst in België vanaf 1830 (Algemeen rijksarchief, 2002), 1610. Door Van Beers' advies - alsook dat van Georges Rodenbach, goede vriend en studiegenoot, verliet hij Gent voor Parijs. Naast zijn passie voor beeldhouwen had hij in zijn jeugd nog drie andere bezigheden: pianospelen, zingen en voordragen. In zijn jonge jaren combineerde hij pianolessen met zingen, iets waarin hij zo goed bleek te zijn dat hij zelf de solopartijen mocht zingen in het koor van het Sint-Barbaracollege. Daarnaast behaalde hij geregeld de eerste prijs in het vak voordragen op diezelfde school.Anoniem, ‘Distribution des prix aux élèves du College Sainte-Barbe, à Gand.’, Le Bien Public, 11 augustus 1871, 1.; Anoniem, ‘Distribution des prix aux élèves du College Ste-Barbe, à Gand.’, Le Bien Public, 13 augustus 1869, 2.; Anoniem, ‘Distribution des prix aux élèves du College Sainte-Barbe, à Gand.’, Le Bien Public, 13 augustus 1870, 2.
Parijs Na de terugkeer van Georges Rodenbach zijn stage in Parijs naar België, spoorde hij Van der Straeten aan om Gent te verlaten, zijn carrière als advocaat op te geven en zich in de Franse hoofdstad te vestigen.Van der Straeten, Mes memoires, 16. Een tweede invloedrijke figuur in Georges Van der Straetens beslissing om zijn carrière als advocaat op te geven en Gent te verlaten, was Jan Van Beers. In 1883 exposeerde Van der Straeten op de Gentse Salon een terracottagroep genaamd L’amant de cœur.Xxxiie Exposition Triennale De Gand. Salon De 1883. Notice Sur Les Tableaux Et Objets D'art Exposées Au Casino (Gent: Vanderhaeghen, 1883), 198. Enkele dagen voor de opening van de tentoonstelling betrad de kunstschilder de zaal, waar hij gefascineerd zou geweest zijn door Van der Straetens groep. Volgens de memoires van Van der Straeten zou Jan Van Beers de beeldhouwer gefeliciteerd hebben en voerden ze een diepgaand artistiek gesprek. Tijdens deze discussie zou Van Beers de jonge kunstenaar aangemoedigd hebben om zich in Parijs te vestigen, waar hij volgens de Lierse kunstschilder het beste onderwijs en de snelste roem zou vinden. Dat advies markeerde een keerpunt in de carrière van Georges Van der Straeten.Lees, ‘A Belgian Sculptor and His Art.’, 135-142. Overigens waren Georges Rodenbach en Jan Van Beers geen onbekenden voor elkaar. Ze werkten nauw samen bij het boek L’Hiver mondain van Rodenbach waarvoor Jan Van Beers de illustraties verzorgde.
Bij zijn aankomst in Parijs vestigde Georges Van der Straeten zich aanvankelijk in een hotelkamer, in afwachting van een geschikte woonruimte met atelier. Zijn eerste onderkomen bestond uit twee zolderkamers in de rue Jean-Jacques Rousseau, vlak bij het Louvre. Vervolgens betrok hij zijn eerste langdurige verblijf in de rue de Vintimille, waar hij op nummer 20 over zowel een atelier als een woonruimte op de begane grond beschikte. Enkele jaren eerder had Claude Monet in datzelfde gebouw een tijdelijke verblijfplaats.Jean-Jacques Lévêque, Les années impressionistes: 1870-1889 (Courbevoie: ACR Edition, 1990), 608. Later verhuisde Van der Straeten naar een ruimer pand in de rue Bayen 31, een residentie waar uitsluitend artiesten woonden. Daarna verbleef hij ook nog in de rue des Acacias en tegen het einde van zijn Parijse carrière beschikte hij over een atelier aan de Avenue Hoche in combinatie met een appartement in de rue de Tocqueville. Zijn atelier in de rue des Acacias bestond uit een ontvangstruimte en een werkruimte, die gescheiden konden worden van elkaar met een gordijn.
Parijse uitgevers Met een aanbevelingsbrief van Van Mons, een Brusselse collega-advocaat, en een kleine buste in zijn bezit, stelde Georges Van der Straeten zich voor bij de Société des Bronzes de Paris. Volgens de beeldhouwer oordeelden de directeur van de zaak en diens echtgenote aanvankelijk dat zijn werk niet aansloot bij de stijl van het huis. Toch besloten ze het aangeboden beeld in verkoop te nemen. Die bleek succesvol, waarop Van der Straeten de gelegenheid kreeg een tweede werk in dezelfde stijl te vervaardigen. Dit markeerde het begin van een samenwerking, die uiteindelijk zou resulteren in ongeveer 40 bustes en verscheidene kleinere beeldhouwwerken.
Naast zijn samenwerking met de Société des Bronzes de Paris vond Georges Van der Straeten in Eugène Blot nog een waardevolle handelspartner, die eveneens optrad als uitgever van zijn werk. De beeldhouwer waakte nauwgezet over de verspreiding en reproductie van zijn oeuvre, ook al werden zijn beelden op grote schaal geproduceerd. Zijn toewijding ging zelfs zo ver dat hij juridische stappen ondernam tegen Pierre Decam, een Parijse kunsthandelaar die zonder de toestemming van Van der Straeten de beeldengroep La Pierrette zou hebben gereproduceerd. Decam zei in zijn verdediging dat hij eigenaar was van het originele beeld en aldus het reproductierecht bezat. Bovendien beschuldigde hij Van der Straeten ervan het werk twee keer aan hem te hebben verkocht. De rechter verwierp deze beweringen en veroordeelde Decam tot een boete van vijf frank, alsook tot het betalen van een schadevergoeding van 500 frank.Anoniem, ‘La propriété artistique en justice de paix’, La Cocarde, 21 december 1888, 3. Van der Straetens juridische achtergrond stelde hem in staat goed geïnformeerd te zijn over zijn rechten en belangen. In de beginfase van zijn carrière in Parijs verkocht hij echter geregeld de auteursrechten samen met het kunstwerk, in de overtuiging dat hij via royalty’s zou kunnen profiteren van toekomstige verkopen.
Parijse Salons