Helene Stöcker (Elberfeld, 13 november 1869 – New York, 24 februari 1943) was een Duits seksueel hervormster, pacifiste, filosofe, publiciste, auteur en radicaal vrouwenrechtenactiviste.

In 1901 was ze een van de eerste Duitse vrouwen die een doctoraat behaalde. Reeds voor en tijdens haar studie zette ze zich in voor vrouwenrechten en in 1902 was ze een van de oprichtsters van de Duitse vereniging voor vrouwenkiesrecht. Drie jaar later was ze de belangrijkste initiatiefneemster bij de oprichting van de , waar ze zich inzette voor de rechten van ongehuwde moeders, algemene toegang tot anticonceptie, seksuele voorlichting en de decriminalisering van abortus.

Vanaf 1908 werkte ze als hoofdredactrice bij . Ze publiceerde kritische stukken over onder andere genderverhoudingen en seksuele hervorming. Als grondlegster van de pleitte ze voor een herdefiniëring van de seksuele moraal waarbij liefde aan de basis stond van seksuele vrijheid, zowel binnen als buiten het huwelijk.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog en het interbellum begon ze zich te richten op het radicaal pacifisme. Ze was betrokken bij de oprichting van onder meer de en de . Na de Rijksdagverkiezingen van maart 1933 vluchtte ze voor het nazistische regime. Ze overleed in ballingschap in New York op 24 februari 1943.

Jeugd Hulda Caroline Emilie Helene Stöcker werd geboren in Elberfeld op 13 november 1869. Ze was de oudste dochter van Peter Heinrich Ludwig Stöcker en Hulda Bergmann in een gezin met acht kinderen.Sommige bronnen spreken van vijf kinderen. Mogelijk worden de drie kinderen die op jonge leeftijd stierven hier niet meegerekend. Ze was afkomstig uit een familie van textielfabrikanten en groeide op in een welgesteld burgerlijk milieu. Haar vader had een fourniturenhandel met een eigen werkplaats in het nabijgelegen Wuppertal.

Haar ouders waren zeer religieus en met name haar vader, die presbyter, raadslid en ouderling was bij de stadskerk, leefde de religieuze regels van het door het calvinisme beïnvloedde christendom strikt na. Dagelijks las hij zijn vrouw en kinderen drie keer voor uit de Bijbel. Stöcker had vaak moeite met de orthodox-religieuze levensstijl van haar ouders, maar schreef haar latere gevoel voor barmhartigheid en rechtvaardigheid toe aan haar opvoeding. Hoewel haar moeder volgens Stöcker altijd mopperde, was de relatie met haar ouders liefdevol. Naar eigen zeggen wensten zij en haar zussen ooit te trouwen met een man die net als hun vader was.

Als oudste dochter kreeg Stöcker de taak haar moeder te helpen bij het huishouden, waardoor er weinig tijd overbleef voor haar eigen vrijetijdsbestedingen. Ze bleek reeds als jong meisje een talent te bezitten voor schrijven en ze hield daarnaast erg van lezen. In haar onvoltooide autobiografie omschreef ze zichzelf als een 'verlegen en gereserveerd kind' tegenover haar klasgenoten.

Drang naar onafhankelijkheid Nadat ze de lagere school had afgerond, ging ze in 1879 naar de .Een Höhere Töchterschule was een Duitse meisjesschool in de negentiende en vroege twintigste eeuw, bedoeld voor meisjes uit de hogere burgerij.

De opleiding was vooral gericht op algemene vorming, etiquette en voorbereiding op het leven als echtgenote en moeder, niet op een beroepsopleiding of universitaire studie. Als tiener begon ze zich af te zetten tegen religieuze en culturele beperkingen. Ze hekelde dat een verlangen naar liefde en intimiteit werd beschouwd als immoreel, maar vond in haar boeken bevestiging van haar opvatting dat liefde geen 'zonde' hoefde te zijn. Het boek Faust, een werk van Goethe dat gaat over een jong meisje dat buitenechtelijk zwanger raakt en haar pasgeboren kind verdrinkt, maakte grote indruk op haar. Met name de ongelijke genderverhoudingen en de kwetsbaarheid van vrouwen in liefdesrelaties maakten haar naar eigen zeggen woedend.

In 1889 rondde ze de af en wilde ze een lerarenopleiding volgen. Ze had niet de wens om lerares te worden, ze droomde ervan schrijfster te worden, maar dit leek voor haar de enige mogelijkheid om een vervolgopleiding te doen.

Geheel tegen de wens van haar vader in nam ze in 1890 deel aan een seminarie waar ze in aanraking kwam met de filosofische denkbeelden van Friedrich Nietzsche. Zijn ideeën omtrent de bevrijding van conventies inspireerden haar, en ze wilde zich losmaken van haar benauwende thuissituatie. Haar ouders, met name haar moeder, wilden echter niet dat ze het huis verliet, aangezien haar hulp in het huishouden erg nodig was. Haar moeder had na een zwangerschap complicaties opgelopen, waardoor de zorg voor haar jongste broers en zussen op de schouders van Stöcker terecht kwam. Hierdoor moest ze haar plannen uitstellen tot haar broers en zussen ouder waren. Deze ervaring zette haar aan het denken over de impact van het moederschap op het leven van vrouwen en had een grote invloed op haar latere inzet voor vrouwenrechten.

Opleiding Op 2 januari 1892 verhuisde ze op 23-jarige leeftijd naar Berlijn waar ze begon met een lerarenopleiding om lerares op een te worden. Ze ervaarde het verlaten van het ouderlijk huis als een grote bevrijding en ze kreeg naar eigen zeggen eindelijk de kans in contact te komen met mensen die dezelfde doelen voor vrouwenemancipatie nastreefden als zijzelf. Tijdens haar studie las ze het boek (1889) van Bertha von Suttner waardoor ze voor het eerst in aanraking kwam met het pacifisme. In 1892 sloot ze zich aan bij het dat datzelfde jaar door Suttner was opgericht.Sommige bronnen noemen Stöcker als een van de stichtende leden.

In 1893 werd haar essay in het tijdschrift gepubliceerd. Hierin schreef ze dat de moderne vrouw er niet naar streefde om 'absoluut gelijk' te worden aan de man, maar om een gelukkig mens te zijn door autonomie en de mogelijkheid te hebben zich te ontwikkelen. In haar stuk pleitte ze voor financiële onafhankelijkheid van beide partners binnen een relatie. Volgens Stöcker was dit een voorwaarde voor een 'vervuld en vrij leven voor vrouwen'. Daarnaast zou het leiden tot een op partnerschap gebaseerde relatie.

In 1893 behaalde ze haar leraarsdiploma en vanaf 1894 volgde ze een , een voorbereidend opleidingstraject voor een hogere studie, bij onderwijzeres en vrouwenrechtenactiviste Helene Lange. Lange zette zich in voor betere onderwijskansen voor vrouwen en gelijke toegang tot het hoger onderwijs. In dezelfde periode leerde Stöcker enkele vertegenwoordigers van de radicale vrouwenbeweging kennen, waaronder onderwijzeres en journaliste Minna Cauer. Cauer was uitgeefster en redactrice van het in 1895 opgerichte tijdschrift . Stöcker schreef enkele korte novellen, gedichten en recensies voor het blad. Activisme miniatuur|, thans Humboldtuniversiteit van Berlijn (circa 1900).In 1896 startte Stöcker met lessen filosofie, nationale economie en Duitse literatuur aan de in Berlijn waar ze een van de eerste veertig vrouwelijke studenten was. Ze kreeg les van onder meer Wilhelm Dilthey, Gustav Schmoller, Georg Simmel, Werner Sombart en Adolph Wagner.

Tijdens haar studie begon ze zich in te zetten voor vrouwelijke studenten. In 1896 richtte ze de op, een vereniging voor studerende vrouwen, waar mannen en vrouwen tweemaandelijks lezingen konden volgen. De aanspreekvorm werd door de vrouwelijke leden gezien als ongewenst en zij pleitten voor het gebruik van de aanspreekvorm .De term Fräulein (vergelijkbaar met 'jonge dame') werd destijds gebruikt voor ongehuwde vrouwen en benadrukte hun maatschappelijke status. Frau was een aanspreekvorm die traditioneel voorbehouden was aan gehuwde vrouwen.

Vanaf 1919 mochten ongehuwde vrouwen zich officieel in het dagelijks leven en in officiële documenten als Frau laten aanspreken. Sinds 1972 wordt het gebruik van de term Fräulein door federale overheden in Duitsland volledig vermeden, in lijn met richtlijnen voor gelijke behandeling. Stöcker beschouwde zichzelf als onderdeel van een nieuwe generatie vrouwen. In 1898 richtte ze samen met Anita Augspurg en Lida Gustava Heymann het (VfFV) op, de radicale tegenhanger van de , dat zich inzette voor gelijke rechten voor vrouwen. Bij een protest van de op 18 mei 1898 hield ze voor het eerst een openbare toespraak waarin ze opriep tot vrije toegang tot onderwijsinstellingen en burgerlijke gelijkheid voor vrouwen.

Op de universiteiten heerste volgens Stöcker een misogyn klimaat waar vrouwelijke studenten moesten vechten tegen vooroordelen. Zij werden veelal genegeerd en in sommige gevallen publiek vernederd. Docenten waren van mening dat vrouwen niet aan de universiteit hoorden te studeren, aangezien zij volgens hen niet in staat waren tot wetenschappelijk denken. Zij vonden dat enkel mannen logisch en zelfstandig konden nadenken en handelen, en dat vrouwen geen prestatie- en oordeelsvermogen, originaliteit, creativiteit en productiviteit bezaten. Historicus Heinrich von Treitschke liet Stöcker niet toe tot zijn collegezaal. Hij stelde dat de Duitse universiteiten al vijfhonderd jaar aan mannen waren voorbehouden en dat hij niet wilde bijdragen aan hun ondergang. Een uitzondering was haar docent Wilhelm Dilthey. In 1897 hield ze tijdens een van zijn seminars een presentatie waarmee ze grote indruk op hem maakte. Hij nodigde haar vervolgens uit om hem te assisteren bij het ordenen van de nalatenschap van de Duitse filosoof Friedrich Schleiermacher, in het kader van het schrijven van een biografie. Afstuderen Hoewel vrouwen sinds 1896 als ('gaststudenten') tot de universiteit werden toegelaten, was het voor vrouwen niet mogelijk om aan een Duitse universiteit een diploma te behalen. In 1898 vertrok ze samen met germanist Alexander Tille voor een semester naar Glasgow, Schotland, waar ze haar studie voortzette. Ze was sinds 1897 goed bevriend met Tille en ondanks dat hij getrouwd was, ontwikkelden de twee een liefdesrelatie. Ze voelde zich zowel geestelijk als lichamelijk tot hem aangetrokken en ze hadden veel gemeenschappelijke interesses, waaronder de filosofie van Nietzsche, het socialisme en Duitse poëzie. Na het plotselinge overlijden van zijn vrouw in 1898 deed hij Stöcker een huwelijksaanzoek, dat zij afwees. Ze was teleurgesteld dat hij verwachtte dat zij huisvrouw en een moeder voor zijn kinderen zou worden, terwijl zij verlangde naar een relatie waarin intellectuele uitwisseling centraal stond. Ze schreef over haar ervaring met het moeten kiezen tussen liefde en roeping in haar essay (1906). Haar veelgeprezen roman die in 1922 werd gepubliceerd was tevens gebaseerd op haar relatie met Tille.

In 1900 verhuisde ze naar de Zwitserse stad Bern om verder te studeren aan de Universiteit van Bern. Ze behaalde in 1901 een doctoraat in de filosofie onder Oskar Walzel. Haar proefschrift '' was een kunsthistorisch literair werk over filosofische esthetiek. Ze was daarmee een van de eerste Duitse vrouwen die een doctoraat behaalde.

Na haar afstuderen keerde ze terug naar Berlijn waar ze startte als filosofiedocent aan de in dat jaar opgerichte particuliere hogeschool .Ook Albert Einstein, die net als haar in 1914 betrokken was bij de oprichting van de , en Lise Meitner waren hier docent. Ze gaf les over onder meer de Duitse Romantiek en de filosofische ideeën van Nietzsche, en bleef tot 1905 aan de school verbonden.Frauen der Geschichte Helene Stöcker. YouTube (in Duits). Bezocht 2025-06-24. Naast haar werk als docent was ze freelance schrijfster en gaf ze lezingen doorheen het Duitse Rijk om in haar levensonderhoud te voorzien.miniatuur| in Weimar, de voormalige woning van Nietzsche, thans het Nietzsche-archief.|links

Invloed van Nietzsche Reeds op 21-jarige leeftijd had Stöcker een interesse ontwikkeld in de denkbeelden van Nietzsche die ze gedurende haar leven bleef behouden en die haar werk sterk beïnvloedden. In 1897 bezocht ze hem in zijn woning in Weimar waar ze zijn filosofische ideeën met hem besprak.