Xia of Da Xia (407 - 431) was een niet-Chinese dynastie die regeerde over een deel van Noord-China tijdens de periode van de Zestien Koninkrijken (304-439). Toen was dat gebied verdeeld in staten die voor het merendeel door niet-Chinese ruiternomaden waren gevormd. Xia wordt door Cui Hong (478 – 525) in zijn Lente- en herfstannalen van de Zestien Koninkrijken gerekend tot de laatste van de Zestien Koninkrijken.

Samenvattend overzicht De dynastie werd in 407 gesticht door Liu Bobo (, 381-425) van de Tiefu, een stam van de Zuidelijke Xiongnu. Hij benoemde zich tot "Hemelse Koning" , Tianwang). De staat Da Xia omvatte het noordelijke gedeelte van de huidige provincie Shaanxi en delen van Gansu en Binnen-Mongolië. Kern vormde het Ordos-gebied. Er was eerst geen hoofdstad, Liu Bobo trok van slagveld naar slagveld. Pas in 413 werd een hoofdstad, Tongwan () gebouwd. Tevens veranderde Liu Bobo zijn familienaam Liu in Helian (). In 418 werd Chang'an veroverd en riep Helian Bobo zich uit tot keizer. Omdat hij zich vooral bezig hield met militaire campagnes en plunderingen, hebben staatsinstellingen zich nauwelijks kunnen ontwikkelen. Xia werd in 431 veroverd door de Noordelijke Wei-dynastie.

Politieke geschiedenis Voorgeschiedenis

Helian Bobo werd in 381 geboren als Liu Bobo (). Hij was afkomstig uit een familie van stamhoofden van de Tiefu, een stam van de (Zuidelijke) Xiongnu. Zijn vader, Liu Weichen (, r.359-391) was een vazal van Fu Jian (, r.357–385), heerser over Vroegere Qin en voerde voortdurend een strijd met Dai (315-376), de staat van de Tuoba, een stam van de Xianbei. In 376 veroverde Fu Jian de staat Dai en verdeelde dat rijk. Liu Weichen ontving het gebied ten westen van de Gele Rivier en werd benoemd tot Westelijke Chanyu (). Na de nederlaag bij de Slag aan de Fei-rivier in 383 viel Vroegere Qin uiteen en kon de Noordelijke Wei-dynastie hun Tuoba-staat Dai herstellen. In 391 vielen de Tiefu hen aan, maar werden verslagen. Liu Weichen werd tijdens de achtervolging gedood en de Wei brachten uiteindelijk meer dan 5.000 van zijn clan-leden om het leven. Slechts de jongste zoon van Liu Weichen, de op dat moment tienjarige Liu Bobo wist aan het bloedbad te ontkomen.

Liu Bobo vluchtte naar Tai Xifu (), stamleider van de Xuegan (), die hem weigerde uit te leveren aan Wei en doorstuurde naar Moyigan (, Meiyigan), stamleider van de Xianbei-Poduolan () in Gaoping (, het huidige Guyuan in Ningxia) en een vazal van Latere Qin (384-417). Hij verschafte Liu Bobo onderdak en gaf hem een van zijn dochters, dame Poduolan () tot echtgenote. Liu Bobo kwam in contact met Yao Xing (r.394-416), tweede heerser van Latere Qin (384-417). Die was in een voortdurende strijd verwikkeld met de Tuoba van de Wei-dynastie. Yao Xing raakte onder de indruk van de kwaliteiten van Liu Bobo en benoemde hem tot hertog van Wuyuan (). Verder maakte hij hem als Anbei-generaal (, de "generaal die vrede brengt in het noorden") verantwoordelijk voor de verdediging van de commanderij Shuofang (, nabij het huidige Baotou) in het noordelijke Ordos-gebied tegen de Noordelijke Wei en aartsvijand van Liu Bobo.

Toen Yao Xing in 407 vredesonderhandelingen met de Tuoba begon, verzette Liu Bobo zich hiertegen. Hij wilde uit wraak voor de moord op zijn vader de Tuoba (Noordelijke Wei) blijven bestrijden en kwam in opstand tegen Yao Xing. Hij versterkte zijn leger door 8.000 paarden te roven die de khan van de Rouran als tribuut naar Yao Xing had gestuurd. Daarna overviel hij zijn eigen schoonvader Moyigan, die op dat moment generaal was in dienst van Yao Xing. Moyigan werd gedood en zijn leger werd ingelijfd bij het leger van Liu Bobo. Over het lot van de dochter van Moyigan, de vrouw van Liu Bobo, staat in de bronnen niets vermeld.

Helian Bobo (407-424) In 407 verklaarde Liu Bobo zich onafhankelijk en benoemde zichzelf tot "Hemelse Koning" (, Tianwang) en "Grote Chanyu" (, Da Chanyu). Hij noemde zijn staat "Da Xia" () naar de Xia-dynastie, waarvan hij claimde een afstammeling te zijn. Hij nam een eigen jaartitel aan, Longsheng (, 407-412). Zijn voorouders ontvingen postume namen. Zijn over-overgrootvader Liu Gaoshengyuan (, r.272-309) werd keizer Yuan (), zijn overgrootvader Liu Hu (, 309-341) werd keizer Jing (), zijn grootvader Liu Wuhuan (, r.341-356) werd keizer Xuan () en zijn vader Liu Weichen (r.359-391) werd keizer Huan (). Die ontving tevens als tempelnaam Taizu ().

Liu Bobo concentreerde zich vooraleerst op de strijd met Latere Qin. In 408 stuurde Yao Xing een leger onder leiding van zijn generaal Qi Nan () naar Liu Bobo, die Qi Nan versloeg. Een groot deel van het noordelijk gebied van Latere Qin (dat wil zeggen het noorden van het huidige Shaanxi) kwam zo in handen van Xia. In 409 werd een legermacht onder de persoonlijke leiding van Yao Xing eveneens verslagen. Deze voortdurende oorlog putte Latere Qin steeds verder uit.

Liu Bobo had geen permanent hoofdkwartier, maar vocht steeds vanuit de plaats waar op dat moment zijn legerbasis was gevestigd. Pas in 413 gaf hij zijn generaal Chigan Ali () opdracht een hoofdstad in het noorden van het Ordos-gebied te bouwen. De muren werden zeer moeilijk doordringbaar gemaakt door de aangestampte aarde (pisé) te stomen Als bij wijze van test met een priem een gaatje in de muur kon worden geprikt dat dieper was dan van tevoren vastgesteld, werd de verantwoordelijke bouwvakker geëxecuteerd. Liu Bobo noemde zijn stad Tongwan (), de "Stad van waaruit tienduizenden worden bestuurd". De ruïnes liggen in het huidige district Jingbian () in Yulin, noordelijk Shaanxi.

Eveneens in 413 veranderde Liu Bobo zijn familienaam van Liu naar Helian (). De cultuurhistoricus Chen Sanping stelde in 1998 dat helian afkomstig was uit de taal van de Xiongnu en verwant was met qilian (), dat hemel betekende. Helian Bobo koos ook een nieuwe jaartitel, Fengxiang (, 413-417). Zijn vrouw kreeg in 413 of 414 de titel "Hemelse prinses" en werd in 418 benoemd tot keizerin Liang (). Zijn zoon Helian Gui () werd tot kroonprins benoemd, de andere zonen ontvingen de adellijke titel gong (, hertog).

In 416 overleed Yao Xing en werd als heerser van Latere Qin opgevolgd door zijn zoon Yao Hong (, r.416-417). Er volgde een troonstrijd. De Jin-generaal Liu Yu maakte hiervan gebruik en begon een offensief tegen Latere Qin. Nog in 416 veroverde hij de oostelijke helft, waaronder de stad Luoyang en in 417 nam hij de hoofdstad Chang'an in. Yao Hong gaf zich over en werd met zijn familieleden geëxecuteerd. Dit betekende het einde van de staat Latere Qin. Liu Yu keerde terug naar de Jin-hoofdstad Jiankang om daar in 420 de Liu Song-dynastie te gaan vestigen. Hij liet de verdediging van Chang'an nominaal over aan zijn elfjarige zoon Liu Yizhen (, 407–424). Daar brak prompt onenigheid uit tussen de verschillende generaals. Helian Bobo profiteerde hiervan en zond een troepenmacht richting Chang'an onder leiding van kroonprins Helian Gui, Helian Chang (, een andere zoon) en generaal Wang Maide (). Het Jin-leger werd verslagen en de stad ingenomen. Helian Bobo gaf bij zijn aankomst in Chang'an een groot banket voor zijn soldaten, bouwde een altaar in Bashang (, het huidige Lantian in het zuidoosten van Xi'an) en riep zichzelf uit tot keizer (, cheng di). Hij koos als nieuwe jaartitel Zhenxing ( 419-424). De hoofdstad werd echter niet verplaatst naar Chang'an, omdat Tongwan beter verdedigbaar was tegen de Noordelijke Wei. Kroonprins Helian Gui werd gouverneur van Chang'an.

In 424 nam Helian Bobo om onbekende redenen de titel kroonprins af van Helian Gui en benoemde een jongere zoon, Helian Lun () tot troonopvolger. Toen Helian Gui dit vernam, kwam hij in opstand en doodde Helian Lun. Zijn verzet werd neergeslagen door een andere zoon, Helian Chang. Hij doodde op zijn beurt Helian Gui en werd tot kroonprins benoemd. In de zomer van 425 stierf Helian Bobo en Helian Chang volgde hem op. Helian Bobo ontving als postume naam "keizer Wulie van Xia" (, Xia Wuliedi) en als tempelnaam Shizu ().

Annexatie door de Noordelijke Wei thumb|Noord-China in 423. De staat Xia is aangegeven als Helian Xia. In 426 viel Qifu Chipan (, r.412-428), heerser van Westelijke Qin (385–400, 409–431), zijn noordwestelijke buurstaat Noordelijke Liang (397–439) aan. De heerser van die staat, Juqu Mengxun (, r.401-433) zocht en kreeg ondersteuning van Xia en samen brachten zij Westelijke Qin een zware nederlaag toe. Terwijl Xia militair bezig was in Westelijke Qin, stak keizer Taiwu (r.423-452) van de Noordelijke Wei de bevroren Gele Rivier over en viel tijdens de winterwende van 426 Tongwan aan. De stad kon niet worden ingenomen, wel werd de omgeving geplunderd, waarna keizer Taiwu zich weer terugtrok. Tegelijkertijd vielen nog twee Wei-legereenheden Xia binnen. Generaal Pu Ji () veroverde Shancheng (, ten westen van het huidige Sanmenxia in Henan) en trok richting Chang'an. Toen hij onderweg plotseling overleed trok zijn legereenheid zich terug. Generaal Xi Jin (, 369-448, oorspronkelijk Daxi Jin ) richtte zich op Puban (, het huidige Yuncheng in Shanxi), dat werd verdedigd door Helian Yisheng (). Toen die het onjuiste bericht ontving dat Tongwan zou zijn gevallen vluchtte hij naar Chang'an, dat werd verdedigd door Helian Zhuxing (, broer van keizer Helian Chang. Beiden vluchtten naar Anding (, het huidige Pingliang in Gansu, generaal Daxi Jin van Wei kon het zuidelijk deel van Xia veroveren en Chang'an innemen.

In het voorjaar van 427 stuurde Helian Chang zijn broer Helian Ding met een troepenmacht naar het zuiden om Chang'an op de Wei te heroveren. Keizer Taiwu van de Noordelijke Wei maakte hier gebruik van en belegerde Tongwan opnieuw. Een tegenaanval van Helian Chang om de belegering tegen te gaan mislukte, zijn broer Helian Man () en zijn neef Helian Mengxun () sneuvelden. Het Xia-leger sloeg op de vlucht. In plaats van terug te keren naar zijn hoofdstad Tongwan vluchtte Helian Chang naar Shanggui (, het huidige Tianshui in Gansu). Tongwan kon zo in handen vallen van de Noordelijke Wei.

Toen hij hoorde wat er gebeurd was, staakte Helian Ding zijn campagne tegen Chang'an en voegde zich bij zijn broer in Shanggui. Daar ontving hij van hem de titel "Prins van Pingyuan" (). In het voorjaar van 428 belegerden de troepen van de Noordelijke Wei Shanggui. Helian Chang viel de belegeraars aan, maar toen zijn paard struikelde en hij op de grond viel werd hij gevangen genomen. Helian Chang werd overgebracht naar de hoofdstad van de Noordelijke Wei, Pingcheng (, in het huidige Datong, Shanxi), waar hij hoffelijk werd ontvangen.

Helian Ding was ondertussen in 428 teruggekeerd naar Pingliang (in Oost-Gansu), waar hij zichzelf uitriep tot de nieuwe Xia-keizer. Daxi Jun zette de achtervolging in, maar Helian Ding kon hem bij een tegenaanval gevangen nemen. Generaal Qiudun Dui (, †428) van de Noordelijke Wei vluchtte na deze nederlaag naar Chang'an en besloot om samen met het garnizoen dat de stad moest verdedigen ook die stad op te geven. Helian Ding kon zo Chang'an met het omliggende Guanzhong (, het Wei-dal) heroveren.

In het najaar van 430 volgde een nieuwe aanval van de Noordelijke Wei op Pingliang, nu onder de persoonlijke leiding van keizer Taiwu. Helian Ding kon de opmars van de Noordelijk Wei niet meer stoppen. Hij leed begin 431 een zware nederlaag toen hij Pingliang wilde ontzetten en vluchtte naar Shanggui. Toen de Noordelijk Wei Pingliang en daarna ook Anding () innamen, zag Helian Ding in dat ook Shanggui niet lang meer kon worden behouden.