De Zuidelijke Liang-dynastie (397-414) was een niet-Chinese dynastie die regeerde over een deel van Noord-China tijdens de periode van de Zestien Koninkrijken (304-439). Destijds was dat gebied verdeeld in staten die voor het merendeel door niet-Chinese ruiternomaden waren gevormd. Zuidelijke Liang wordt door Cui Hong (478 – 525) in zijn Lente- en herfstannalen van de Zestien Koninkrijken gerekend tot de Zestien Koninkrijken.

Samenvattend overzicht De dynastie werd in 397 gesticht door Tufa Wugu (禿髮烏孤, r.397-399) van de Tuoba, een tak van de Xianbei. Hij was een vazal van Latere Liang voordat hij zich onafhankelijk verklaarde door het aannemen van de titel "Koning van Xiping" (西平王). Zuidelijke Liang omvatte het huidige Qinghai, het westen van Gansu en delen van Ningxia. De drie opeenvolgende heersers waren broers van elkaar. De laatste heerser, Tufa Rutan (禿髮傉檀, r.402-414) was tussen 404 en 408 een vazal van Latere Qin (384-417), waarna hij zijn onafhankelijkheid als "Koning van Liang"(涼王) herstelde. In 414 werd Zuidelijke Liang aangevallen door Qifu Chipan (乞伏熾磐, r.412-428), heerser van de Westelijke Qin (385-431). Uiteindelijk werd Tufa Rutan gedwongen zich aan hem te onderwerpen.

Hoewel de Tufa enkele Chinese instituties overnamen zoals jaartitels en een school voor het opleiden van regeringsfunctionarissen, bleven zij de enigen die belangrijke militaire functies mochten vervullen en zo militaire beslissingen konden nemen. De aan hen onderworpen Han-Chinezen dienden zich in vastgelegde woonplaatsen bezig te houden met landbouw en zijdeteelt. Ook werden zij na te zijn gedeporteerd uit veroverde gebieden gedwongen voedsel voor de hoofdstad te verbouwen en het leger van voetvolk te voorzien.

Politieke geschiedenis Voorgeschiedenis De Tufa vormden een tak van de Tuoba, zelf weer een deel van de Xianbei. Rond 250 leidde Tuoba Pigu (拓跋匹孤), de oudste zoon van stamleider Tuoba Jiefen (拓跋詰汾). zijn clan wegens een opvolgingsgeschil vanuit het Yin-gebergte in de oostelijke Gobi naar de Hexicorridor in het westen. Zijn Tuoba-stam nam allengs de naam Tufa (禿髮) aan, die zou zijn gebaseerd op uitspraakverschillen binnen de Xianbei-taal. Het Boek van de Wei vermeldt een stamlegende die de naam verbindt met een stamleider die geboren zou zijn op een deken. In de Xianbei-taal werd een deken tufa (禿髮) genoemd.

Toen Lü Guang in 387 zijn staat Latere Liang vestigde, bewoonden de Tufa het gebied rond de commanderij Guangwu (廣武郡, in het huidige Yongdeng bij Lanzhou in Gansu. Zij stonden onder leiding van Tufa Sifujian (禿髮思復鞬, †394?), die werd opgevolgd door zijn zoon Tufa Wugu (禿髮烏孤, †399). Hij was een vazal van Lü Guang, die hem tot "Hertog van Guangwu" (廣武郡公) benoemde. Zijn residentie werd Lianchuan (廉川堡, in de huidige prefectuur Haidong van de provincie Qinghai). Hij onderwierp de naburige stammen van de Yifu (乙弗) en Zhejue (折掘). Toen in 396 Lü Guang zich tot Da Liang tianwang (大涼天王, "Hemelse koning van Groot-Liang") proclameerde, weigerde Tufa Wugu hem te erkennen, hoewel hij de als gift meestuurde musici en ambachtslieden behield. Nadat Lü Guang in 397 een zware nederlaag tegen Westelijke Qin (385–400, 409–431) had geleden, verklaarde Tufa Wugu zich tot "Koning van Xiping" (西平王) en nam een eigen jaartitel aan (太初, Tai chu, 397-399). Daarmee maakte Zuidelijke Liang zich onafhankelijk van Latere Liang.

Tufa Wugu (397-399) Het belangrijkste doel van Tufa Wugu was een verzwakking van Latere Liang. Hij veroverde de stad Jincheng (金城, in het huidige Lanzhou, provincie Gansu), die de Latere Liang slechts een jaar eerder op de Westelijke Qin hadden veroverd. Lü Guang stuurde een strafexpeditie onder leiding van generaal Dou Gou (竇苟) op Tufa Wugu af, maar die wist hem te verslaan. Eveneens in 397 ondersteunde Tufa Wugu een opstand van generaal Yang Gui (楊軌) in Guzang, de hoofdstad van Latere Liang, die echter door Lü Guang werd neergeslagen. Yang Gui vluchtte daarop naar de Zuidelijke Liang.

In 398 versloeg Tufa Wugu de Qiang-leider Liang Ji (梁饑), waarna de Qiang en Xiongnu ten zuiden van het Wushao-gebergte (nabij de huidige stad Wuwei) zich aan hem overgaven. Hij veranderde daarop zijn titel van "Koning van Xiping" naar "Koning van Wuwei" (武威王). Toen Lü Shao en Lü Zuan van Latere Liang in 399 Noordelijk Liang aanvielen, ondersteunde Tufa Wugu Noordelijke Liang om de aanval af te slaan. Eveneens in 399 verplaatste hij zijn hoofdstad naar Ledu (樂都, dat net als de vorige residentie Lianchuan in de huidige prefectuur Haidong van de provincie Qinghai lag). Later dat jaar overleed Tufa Wugu nadat hij dronken van zijn paard was gevallen. Hij staat postuum bekend als Nanliang Wuwang (南涼武王, "koning Wu van Zuidelijke Liang"). Overeenkomstig zijn wens dat een volwassene de nieuwe heerser moest worden, werd hij niet opgevolgd door een van zijn zonen (Tufa Fudan, 禿髮赴單 of Tufa Fanni, 禿髮樊泥), maar door zijn jongere broer Tufa Lilugu (禿髮利鹿孤, †402). Een andere broer, Tufa Rutan (禿髮傉檀, 365–415) bleef een belangrijke rol bij militaire zaken spelen.

Tufa Lilugu (399-402) thumb|De positie van Zuidelijke Liang na de annexatie van Latere Liang. Tufa Lilugu verplaatste zijn hoofdkwartier van Ledu naar Xiping (西平, het huidige Huangzhong in Xining, de hoofdstad van Qinghai). Een aanval op Zuidelijke Liang door Lü Zuan (呂纂, r.399-400), heerser van Latere Liang, kon worden afgeslagen. Toen Lü Zuan daarop Noordelijke Liang aanviel, liet Tufa Lilugu in 400 zijn broer Tufa Rutan Guzang, de hoofdstad van Latere Liang, aanvallen. De stad werd geplunderd en 8000 families werden gedeporteerd naar Zuidelijk Liang.

In het voorjaar van 401 drongen hovelingen er bij Tufa Lilugu op aan om zichzelf tot keizer uit te roepen. Hij weigerde dat, wel veranderde hij zijn titel "Koning van Wuwei" in "Koning van Hexi" (河西王). Zo verduidelijkte hij zijn aanspraken op de gehele Hexi-regio (de gebieden ten westen van de Gele Rivier).

In de herfst van 401 probeerde Juqu Mengxun (沮渠蒙遜, r.401–433), de nieuwe heerser van Noordelijke Liang vrede te sluiten met Tufa Lilugu. Hij was daarvoor bereid zijn zoon, Juqu Xi'nian (沮渠奚念) naar het hof van Zuidelijke Liang te sturen. Tufa Lilugu weigerde dit, hij vond de gijzelaar te jong en eiste dat Juqu Ru (沮渠挐, †411), generaal, belangrijke strateeg en jongere broer van Juqu Mengxun, als gijzelaar naar zijn hof werd gestuurd. Dit werd geweigerd, waarop Tufa Lilugu Noordelijke Liang aanviel en Juqu Mengxun een nederlaag toebracht. Juqu Ru moest alsnog naar het hof van Zuidelijke Liang.

Van de andere kant moest Tufa Lilugu in 401 de suzereiniteit erkennen van Yao Xing (姚興, r.394-416), heerser van Latere Qin. Toen die in de zomer van 401 Latere Liang aanviel, trok Tufa Lilugu zijn troepen terug uit Latere Liang om zo de weg vrij te maken voor de troepen van Latere Qin. Begin 402 brak in Guzang, de hoofdstad van Latere Liang, een opstand uit. Tufa Lilugu stuurde zijn broer, Tufa Rutan, om de opstandelingen te ondersteunen. Zijn aanval op Guzang bracht Latere Liang in grote moeilijkheden. Toen echter Latere Liang in het voorjaar van 402 door Noord-Liang werd aangevallen, stuurde Tufa Lilugu zijn broer om Latere Liang juist te helpen. Al die aanvallen veroorzaakten in Guzang een hongersnood, die zo nijpend werd dat Lü Long (r.400-403), de laatste heerser van Latere Liang in 403 zijn gebied volledig overdroeg aan Latere Qin.

Ondertussen was in het voorjaar van 402 Tufa Lilugu aan een ziekte overleden. Hij staat postuum bekend als Nan liang Kangwang (南涼康王, "koning Kang van Zuidelijke Liang"). Zoals beschreven in zijn testament volgde zijn jongere broer, Tufa Rutan hem op.

Tufa Rutan (402-414) Vazal van Latere Qin 404-408 Tufa Rutan verplaatste zijn residentie van Xiping terug naar Ledu. Nadat in 403 Latere Liang zich volledig had overgegeven aan Latere Qin, verklaarde ook Tufa Rutan zich tot een vazal van Yao Xin, de heerser van Latere Qin. Hij gaf nominaal (maar zeker niet de facto!) zijn onafhankelijkheid op toen hij in 404 overschakelde op de kalender van Latere Qin. Bovendien stopte hij met het gebruik van de titel "Koning van Hexi" en verving die door de in 402 van Yao Xin ontvangen titel "Hertog van Guangwu" (廣武公, Guangwu Gong). In 406 zond Tufa Rutan een tribuut van 3.000 paarden en 30.000 schapen aan Yao Xin en werd daarvoor beloond met de titel "gouverneur van de provincie Liangzhou" (涼州刺史, Liangzhou cishi). Bovendien ontving Tufa Rutan van hem de stad Guzang, de voormalige hoofdstad van Latere Liang, die hij vervolgens tot zijn eigen residentie maakte.

Herstel van de onafhankelijkheid in 408 thumb|Zuidelijke Liang in 406. Tufa Rutan bleek geen trouwe bondgenoot van Yao Xin. In 407 zocht hij contact met Qifu Chipan (tot aan de annexatie door Latere Qin in 400 de kroonprins van Westelijke Qin) om gezamenlijk Latere Qin aan te vallen. Qifu Chipan liet het gezantschap echter executeren en stuurde de afgehakte hoofden naar Yao Xin, om zo zijn trouw aan Latere Qin aan te tonen. Eveneens in 407 kwam Tufa Rutan in conflict met Liu Bobo (劉勃勃, r.407-424), heerser van de net opgerichte staat Xia (407-431). Toen zijn verzoek om een dochter van Tufa Rutan te mogen huwen door hem werd geweigerd, begon Liu Bobo uit wraak een veldtocht tegen Zuidelijke Liang. Hij trok zich na korte tijd weer terug. Tufa Rutan zette de achtervolging in, maar leed, na in een kloof in een hinderlaag te zijn gelokt een verpletterende nederlaag tijdens de "Slag bij Yangwu" (陽武之戰, Yangwu zhizhan). Een groot deel van zijn troepen kwam daarbij om het leven, Tufa Rutan zelf wist ternauwernood te ontsnappen. Yao Xin maakte gebruik van deze militaire verzwakking van Zuidelijke Liang door in 408 zijn zoon Yao Bi (姚弼, †416) opdracht te geven om Guzang aan te vallen. Tegelijkertijd kreeg Tufa Rutan te maken met een opstand in Guzang, zijn eigen residentie. Die sloeg hij eerst met harde hand neer, waarbij hij 5000 opstandelingen levend liet begraven. Vervolgens versloeg hij het oprukkende leger van Yao Bi.

Na deze overwinning op Latere Qin herstelde Tufa Rutan in de winter van 408 de onafhankelijkheid van Zuidelijke Liang. Hij nam de titel "Koning van Liang" (涼王) aan en kondigde weer een eigen jaartitel af, Jiaping (嘉平, 408-414). Zijn echtgenote werd benoemd tot Zhejue wanghou (折掘王后, "Koningin Zhejue") en zijn zoon, Tufa Hutai (禿髮虎台, †423) tot kroonprins.

Relatie met Noordelijke Liang Tufa Rutan sloot vrede met Latere Qin, maar bond tegelijkertijd de strijd aan met Noordelijke Liang. In 410 deporteerde hij 1000 huishoudens uit Noordelijke Liang naar Zuidelijke Liang. Juqu Mengxun, heerser van Noordelijke Liang nam wraak. Hij bracht Tufa Rutan een nederlaag toe tijdens de "Slag bij Qiongquan" (窮泉之戰, Qiongquan zhizhan) en belegerde vervolgens Guzang. Toen daar een rebellie uitbrak, trok Tufa Rutan zich terug uit de stad en verplaatste zijn residentie naar Ledu, de oude hoofdstad. Guzang werd in 411 ingenomen door Juqu Mengxun, waarop hij doorstootte en ook Ledu belegerde. Die strijd werd pas gestaakt toen Tufa Rutan zijn zoon Tufa Anzhou (禿髮安周) als gijzelaar overhandigde en Juqu Mengxun zijn troepen terugtrok. Later in dat jaar 411 viel Tufa Rutan Noordelijke Liang opnieuw aan. Hij werd verslagen en Ledu werd opnieuw belegerd. Tufa Rutan stuurde nu zijn zoon Tufa Rangan (禿髮染干) als gijzelaar om verzoening te vragen, waarop Juqu Mengxun zijn troepen weer terugtrok. In 413 viel Tufa Rutan hem nogmaals aan. Ook nu leed hij een nederlaag. Pas toen hij zijn broer, de bevelhebber Tufa Juyan (禿髮俱延) als gijzelaar had uitgeleverd, trok Juqu Mengxun zijn troepen terug.

Annexatie door Westelijke Qin thumb|Ligging van de Huangshui-rivier.