Marie Josèphe Eugénie Séraphine van Outryve d’Ydewalle (Brugge, 2 mei 1827- Ruddervoorde, 15 augustus 1869) was een adellijke dame die het ambachtelijke kantwerk in Brugge in de negentiende eeuw opwaardeerde. Daarnaast was ze professioneel betrokken bij textiel- en borduuropdrachten binnen de neogotische onderneming van haar zus Emilie van Outryve d'Ydewalle (1826-1894) en Jean-Baptiste Bethune (1821-1894).

Jeugd Marie van Outryve d'Ydewalle werd geboren op 2 mei 1827 als dochter van Clémence van Severen (1801- 1873) en Eugène-Augustin van Outryve d’Ydewalle (1797- 1854). Samen met haar 7 broers en zussen kreeg ze een strenge ultramontaanse katholieke opvoeding van haar ouders. In de jaren 1840 kwam ze, samen met haar zus Emilie van Outryve d'Ydewalle, terecht bij de Dames Anglaises in Brugge en het Couvent des Dames de Berlaymont in Brussel. Daar bouwden ze een netwerk op van gelijkgestemde katholieke vriendinnen.

Kantnijverheid in Brugge In de negentiende eeuw teisterden verschillende cholera-epidemieën Brugge. Daarnaast was er veel hongersnood doordat de bevolking steeg en er in Brugge weinig industriële nijverheid was die extra werkgelegenheid kon creëren. Daardoor was voor veel arme gezinnen huisnijverheid de enige oplossing om extra geld bij te verdienen. Marie van Outryve d'Ydewalle onderzocht in deze context hoe ze de onzekere en slechte reputatie van de Brugse kantnijverheid kon opwaarderen om arme gezinnen een extra inkomen te bezorgen.

Daarvoor wilde ze de guipure (een soort kant met een open structuur) nieuw leven inblazen. Daarvoor deed ze vanaf 19-jarige leeftijd onderzoek naar verschillende oude authentieke technieken en ontwierp ze zelf nieuwe patronen. Om de kantnijverheid opnieuw een plaats te geven in de omgeving van Brugge werkte ze eerst samen met de religieuzen van de parochieschool in Ruddervoorde en kon ze daarna de zusters apostolinnen uit Brugge voor haar project winnen. Zo zorgde ze voor een heropleving van het Brugse kantonderwijs en kantproductie in de streek. Maar ook internationaal kwam het Brugse kant opnieuw in de aandacht. Daardoor was er op de wereldtentoonstelling in Londen in 1851 Brugs kant aanwezig.

Neogotische textiel- en borduurkunst Haar zus Emilie van Outryve d'Ydewalle en schoonbroer Jean-Baptiste Bethune waren bekend voor hun neogotische kunst. Binnen hun onderneming was ook Marie van Outryve d'Ydewalle professioneel betrokken. Emilie en Marie overzagen het hele proces dat te maken had met textiel- en borduuropdrachten. Marie stond vooral in voor de aankoop van de stoffen, overzag de samenwerkingen met de ateliers in Brugge en Gent en hield haar zus op de hoogte van mogelijke concurrenten. Daarnaast voerden ze sommige borduuropdrachten zelf uit tegen betaling, maar veel vaker gaven ze deze borduurwerken als geschenk aan klanten of voor liefdadigheid.

Overlijden Marie van Outryve d'Ydewalle stierf onverwacht op 15 augustus 1869. Ze bleef haar hele leven ongehuwd en woonde samen met haar broer Emmanuel-Henri van Outryve d'Ydewalle (1829- 1902) afwisselend in Brugge en in hun ouderlijk kasteel in Ruddervoorde.

Categorie:Neogotiek Categorie:Kant (textiel) Categorie:Brugge Categorie:Borduren Categorie:Textielkunst