Hans Louis Heg (MaartensdijkHeg is geboren in Tuindorp, sinds 1 januari 1954 een wijk in Utrecht, maar destijds nog behorende tot de gemeente Maartensdijk., 11 oktober 1936)https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=%22R.G.M.A.+Heg%22&coll=ddd&sortfield=date&page=44&identifier=ddd:011172374:mpeg21:a0220&resultsidentifier=ddd:011172374:mpeg21:a0220&rowid=4 is een Nederlandse muziekjournalist, documentairemaker, drijvende kracht achter muzikaal talent als Lavinia Meijer en pleitbezorger van (destijds in Nederland) nog onbekende musici als Philip Glass. Hij was recensent klassieke muziek bij uiteenlopende dagbladen en tijdschriften, drie decennia muziekredacteur bij de Volkskrant, medewerker van muziekprogramma’s van de Nederlandse Omroep Stichting (NOS), bijna een kwart eeuw panellid van het NTR-radioprogramma Diskotabel en maker van muziekdocumentaires voor de NOS over onder anderen Bruno Maderna.

Heg schreef als muziekjournalist niet alleen recensies, maar maakte ook interviews, reportages en nieuwsberichten, vaak primeurs over de muziek- en kunstsector.Pieter Broertjes, ‘Dominante rol vanuit de coulissen’, in: Hans Heg, U komt er niet meer in (Amsterdam 2002), p. 3. Hij schuwde de controverse niet, had uitgesproken standpunten die hem niet altijd in dank werden afgenomen en soms tot conflict leidden met zijn werkgevers, zoals PCM, of musici, zoals Peter Schat.

Opleiding Na de lagere school in Tuindorp ging Heg naar de ‘bijzondere’ en enigszins deftigehttps://ridderschapkwartier.blogspot.com/2010/11/bijzonder-voortgezet-onderwijs-op-stand.html Hogereburgerschool (HBS) aan de Plompetorengracht 9-13 in Utrecht. De school stond ook bekend als ‘HBS De Munnik’ naar haar eerste directeur Frans de Munnikhttps://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=%22Frans+de+Munnik%22&coll=ddd&sortfield=date&page=1&facets%5Bperiode%5D%5B%5D=0%7C20e_eeuw%7C&identifier=MMKB32:164691018:mpeg21:a00163&resultsidentifier=MMKB32:164691018:mpeg21:a00163&rowid=3 (1871-1937) en leidde alleen op voor het HBS-b diploma, een vijfjarige cursus. Doordat hij in de vijfde klas tbc (‘vliegende tering’) kreeg en lang moest herstellen, miste Heg het examenjaar.Hans Smit, Panorama Zondag (KRO-NCRV-radio), 2 januari 2020.https://www.npoklassiek.nl/klassiek/panorama-zondag/595639d0-6332-4e05-96f5-02ee96fda056/het-culturele-landschap-van-hans-heg Hij pakte de draad in januari 1955 weer op, ditmaal in de vierde klas van het Gemeentelijk Lyceum aan de Van Asch van Wijckskade 20 in Utrecht, waar hij zijn HBS-a diploma behaalde.

Vanwege zijn tbc-verleden werd hij afgekeurd voor militaire dienst en kon hij direct na zijn middelbare schoolopleiding verder studeren. Hij speelde net als zijn moeder piano en klavecimbelKlassieke Zaken, april 2001. en had les gekregen van de in Wenen opgeleide Elly Kautetzkyhttps://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=Kautetzky&coll=ddd&sortfield=date&identifier=MMKB27:017796072:mpeg21:a00037&resultsidentifier=MMKB27:017796072:mpeg21:a00037&rowid=1, maar het conservatorium lag niet voor de hand, want ondanks een goed auditief geheugen kon hij geen stukken uit zijn hoofd spelen.Lavinia Meijer (2024), Vleugels van papier, Amsterdam: Prometheus: p. 92. Wel had hij een grote kennis van het klassiek repertoire, aangezien hij de periode dat hij met tbc ziek op bed lag constant luisterde naar de muziek op zijn Erres-radio.

De nabijheid van concertzaal Tivoli aan de Kruisstraat in Utrecht hielp ook bij zijn ontwikkeling tot muziekliefhebber en -kenner. Het eerste concert dat hij als tiener bijwoonde (tijdens een excursie met zijn lagere school), werd gedirigeerd door Willem van Otterloo (1907–1978), die tot 1949 de vaste dirigent was van het Utrechts Stedelijk (vanaf 1946: Symfonie) Orchest, zoals het destijds werd gespeld.Heg op 7 december 2024 in gesprek met Bruno Truyens in De Pletterij in Haarlem.In december 2024, in zijn gesprek met Bruno Truyens (zie Bronnen), wist Heg niet alleen waar hij tijdens zijn eerste concert in de zaal van Tivoli zat (op het zijbalkon) en wat er werd gespeeld (de notenkraker-suite van Tsjaikovski), maar ook dat hij niet veel later de uitvoering in Tivoli van het pianoconcert voor de linkerhand door Paul Wittgenstein maar ‘waardeloos’ vond. Dit concert had plaats op woensdag 9 februari 1949, toen Heg 12 jaar oud was. Pas later, bij een uitvoering door een andere pianist, begreep hij dat het stuk voor Wittgenstein te hoog was gegrepen.https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?query=%22Paul+Wittgenstein%22+Tivoli+Utrecht+linkerhand&coll=ddd&sortfield=date&identifier=MMKB27:017772029:mpeg21:a00073&resultsidentifier=MMKB27:017772029:mpeg21:a00073&rowid=3 De keuze om in zijn woonplaats muziekwetenschap te studeren bij Hélène Nolthenius, Herman Strategier en Eduard Reeser aan de Universiteit van Utrecht lag voor de hand, al moest hij daarvoor tevens worden onderwezen in Latijn en Grieks, die immers geen onderdeel uitmaakten van het curriculum van de HBS. https://pletterij.nl/events/documentaire-over-clara-haskil-haskil-le-mystere-de-linterprete-aansluitend-gesprek-door-hans-heg-en-bruno-truyens-over-clara-haskil/

Loopbaan Heg, zelf afkomstig uit een niet-religieus gezin, stopte na een paar jaar met zijn studie omdat hij die te conservatief en vooral te katholiek vond. Bevrijd van deze last, stortte hij zich in het kunst- en vooral het muziekleven in zijn nieuwe woonplaats Den Haag, waar hij, om zijn eigen broek op te houden, een baan had gevonden op een verzekeringskantoor, De Nederlanden van 1845. Uit De Nederlanden van 1845 ontstond in 1963 Nationale-Nederlanden. Zijn vrienden in de Haagse muziekwereld leerde hij kennen via concerten in onder meer Diligentia, destijds vooral gebruikt voor muziekuitvoeringen. Onder hen de diplomaat A.P.C ('Cees') van Karnebeek (1905-1970)Rouwadvertentie in het Algemeen Dagblad, 28 juli 1970., lid van de commissie van toezicht van het Koninklijk Conservatorium in Den HaagLevensjournaal, De Telegraaf, 26 april 1963., wiens vader en grootvader minister van Buitenlandse Zaken waren geweest.Doordat Van Karnebeek mank liep, mogelijk door kinderverlamming, was de ongehuwde diplomaat een bekende verschijning in het Haagse muziekleven.

Bureau Premsela Vonk Via zijn Haagse vriendenkring leerde de 25-jarige Heg in 1962 de zestien jaar oudere vormgever, interieurarchitect en voorvechter van homo-emancipatie Benno Premsela (1920-1997) kennen.Tijdens Koninginnedag, die destijds nog op 30 april werd gevierd, ontmoette Heg in de Leidsestraat een vriend uit Den Haag die hem meenamen naar een lunch bij Premsela op de Keizersgracht 518 in Amsterdam, aldus Bert Boelaars, Benno Premsela (Bussum, 2008), p. 204. Die haalde hem weg uit Den Haag en gaf hem niet alleen een baan op zijn eigen ontwerpbureau dat hij net was begonnen met Jan Vonk, maar stelde zijn ‘liefdespartner’Sjeng Scheijen, Gelukskind. Het leven van Hans van Manen (Amsterdam, 2023), p. 224. ook voor bij hem te komen wonen op de Keizersgracht.

Nieuwe Rotterdamsche Courant (1963-1969) Via diezelfde Haagse vriendenkring, onder wie muziekmedewerker Martinus van Doorninck van de NRC, was ook met succes contact gelegd met de verantwoordelijke muziekredacteur van die krant, Alex van Amerongen (1920–1985). Zo zette Heg zijn eerste stappen in de journalistiek. Behalve recensies voor de Rotterdamse krant, ging hij ook kritieken schrijven voor de Verenigde Noordhollandse dagbladen in Alkmaar en programmatoelichtingen en interviews voor het blad Luister.Bijvoorbeeld een interview met Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Peter Schat in: Luister, jaargang XVIII, nummer 208, januari 1970. Zie noot 4 in: Jan van der Veen, ‘De politiek geïnspireerde muziek van de laatste decennia in Nederland’ in: Bzzlletin, jaargang 8 (1979-1980), p. 20-24.

Algemeen Handelsblad (1969-1971) Heg vertrok in november 1969 met een knallende ruzie in Rotterdam. Hij had een conflict gekregen met Van Amerongen, die zonder dit tegen hem te zeggen een afkeurend commentaar had geplaatst bij Hegs interview met drie opstandige componisten, Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Peter Schat, naar aanleiding van de Aktie Notenkraker.Louis Andriessen, Reinbert de Leeuw en Peter Schat hadden samen met hun collega’s Misja Mengelberg en Jan van Vlijmen op 16 maart 1966 een open brief (‘Beste heren’) in het Algemeen Handelsblad gepubliceerd, waarin werd geëist dat de leiding van het Concertgebouworkest naast dirigent Bernard Haitink, ook de Italiaanse componist en dirigent Bruno Maderna zou benoemen tot tweede dirigent voor het moderne repertoire, waarmee bedoeld werd composities uit de 20ste eeuw en van (de generatie van) de ondertekenaars van de brief zelf. De opstandige componisten zagen in Maderna de ‘geestelijke opvolger’ van Willem Mengelberg (1871-1951), die in zijn tijd als dirigent van het Concertgebouworkest (van 1895 tot 1945) destijds moderne componisten als Gustav Mahler en Richard Strauss bij het orkest introduceerde. Op 2 juni 1966 hadden de angry young men een onderhoud met de directeur van het orkest en het stichtingsbestuur, aan wie de open brief was gericht. Het orkest zei zich van geen kwaad bewust te zijn, aangezien het regelmatig ‘contemporaine muziek’ ten gehore bracht, bijvoorbeeld onder leiding van de Oostenrijkse gastdirigent Hans Rosbaud (1895-1962). Drie jaar later barstte de bom, toen de vernieuwers op 17 november 1969 in het Concertgebouw in Amsterdam een muziekuitvoering van dirigent Bernard Haitink met een hoop kabaal verstoorden.https://www.delpher.nl/nl/kranten/view?facets%5Bperiode%5D%5B%5D=1%7C20e_eeuw%7C1960-1969%7C&query=open+brief+Concertgebouworkest+maderna&coll=ddd&sortfield=date&identifier=KBNRC01:000033747:mpeg21:a0111&resultsidentifier=KBNRC01:000033747:mpeg21:a0111&rowid=1%3C/ Van Amerongen noteerde in zijn commentaar op het interview van zijn medewerker: ‘Vaagheden spreken publiek noch musici aan.’https://www.volkskrant.nl/voorpagina/tegen-de-toplaag-tegen-de-kunstpausen-het-stille-cruciale-effect-van-de-notenkrakeractie~b3b28adf/

Heg stapte over naar het Algemeen Handelsblad in Amsterdam, waar de in Hongarije geboren Hans Reichenfeld (1914–1983) de scepter zwaaide over de muziekredactie en in wiens opvattingen Heg zich geheel kon vinden. Het was immers Reichenfeld geweest die al drie jaar eerder een open brief had afgedrukt van de opstandige componisten die Heg had geïnterviewd. Heg kon direct beginnen omdat Reichenfelds medewerker Henk van Royen zojuist had opgezegd. Heg bleef als medewerker aan de krant verbonden tot na de samenvoeging van het Algemeen Handelsblad en de Nieuwe Rotterdamsche Courant tot NRC Handelsblad op 1 oktober 1970. Alex van Amerongen kwam ook bij de fusiekrant terecht, maar kwam onder Reichenfeld te werken.

de Volkskrant (1971-2001) In januari 1971 begon Heg bij de Volkskrant omdat hij daar een vaste baan als redacteur kreeg aangeboden als opvolger van Jan Mul (1911-1971). Tot dan toe was hij steeds freelancer geweest, wat een onzeker financieel bestaan betekende zonder uitzicht op een pensioenvoorziening. Onzeker bleef wel of zijn stukken werden geplaatst. Destijds had de kunstredactie van de Volkskrant geen eigen pagina’s en het kunstnieuws, alle recensies en interviews moesten concurreren met de rest van het aanbod.‘Terugblik zonder nostalgie’ in: Hans Heg, U komt er niet meer in (Amsterdam, 2001), p. 5.

Dit veranderde pas met het aantreden van Jan Paul Bresser (1941-2015) als chef van de kunstredactie en Jan Blokker als adjunct-hoofdredacteur in 1979. Er kwamen vaste kunstpagina’s (niet alleen voor film) en een kunstbijlage, waarmee de Volkskrant ook op cultuurgebied uitgroeide tot grote concurrent van NRC Handelsblad.