De vrijmetselarij in Polen kent een bewogen geschiedenis, die teruggaat tot het begin van de 18e eeuw. Vanaf de eerste loges in 1721 kende de beweging periodes van groei en invloed, maar ook van verbod en onderdrukking, vooral tijdens de delingen van Polen, de communistische periode en de anti-maçonnieke campagnes in het Interbellum. Sinds de val van het communisme in 1989 is sprake van een heropleving, met meerdere actieve obediënties.

Geschiedenis

Beginperiode (1721–1770) De eerste vrijmetselaarsorganisatie op wat nu Pools grondgebied werd opgericht in de Pools-Litouwse Gemenebest. Dit was loge La Confrérie Rouge, die al in januari 1721 een duidelijke structuur had en uitsluitend adel en hoge aristocratie bijeenbracht. In 1729 werd in Warschau de Franstalige loge Aux trois Frères opgericht. Tot de eerste leden behoorde onder anderen graaf Fryderyk Rutowski (1702-1764), een bastaardzoon van koning August II.

Na de pauselijke bul In eminenti (1738) volgde in Polen, net als elders in Europa, een verbod. Koning August III van Polen sloot de loges, maar in 1742 ontstond in Poznań opnieuw een werkplaats en in 1744 in Warschau. Met de komst van Jean Luc de Toux de Salverte (ca. 1707-1797), een militair en rozekruiser, in 1749 kreeg de Poolse vrijmetselarij een sterk esoterisch en hermetisch karakter. In 1768 werd met Au vertueux Sarmate een van de eerste adoptieloges in Midden-Europa opgericht.

Groei en verval (1770–1795) In de jaren 1780 kende de Poolse vrijmetselarij een bloeiperiode. In Warschau waren drieëntwintig symbolieke loges - werkend in de basisgraden van leerling, gezel en meester - en vier zogeheten Schotse loges actief, met ongeveer duizend leden. Adel, officieren, intellectuelen en geestelijken waren vertegenwoordigd. Van de Grote Sejm (1788–1792), het historische parlement dat belangrijke hervormingen doorvoerde in het Pools-Litouwse Gemenebest, was circa twintig procent van de afgevaardigden vrijmetselaar.

De Grondwet van 3 mei 1791 leidde tot buitenlandse interventie en de Tweede Deling van Polen. Na de Kościuszko-opstand (1794) en de Derde Deling (1795) viel het Poolse Grootoosten uiteen; alleen in Pruisen bleef een beperkte liefdadigheidsactiviteit toegestaan.

Napoleontische tijd en Congres-Polen (1807–1821) Tijdens de Napoleontische oorlogen (1803-1815) werd in 1807 het Hertogdom Warschau gesticht als vazalstaat van Frankrijk. Nog hetzelfde jaar ontstond de loge Les Frères Polonais Réunis. In 1810 volgde de oprichting van het Wielki Wschód Narodowy Księstwa Warszawskiego (Nationaal Grootoosten van het Hertogdom Warschau), nauw verbonden met het Grand Orient de France.

Na de val van Napoleon in 1815 werd Polen een koninkrijk onder Russische overheersing, genaamd Congres-Polen. Tsaar Alexander I, zelf beschermheer van de vrijmetselarij, liet de loges heropenen. Rond 1821 telden de loges in het Koninkrijk Polen ongeveer 3.000 leden. In datzelfde jaar werd de vrijmetselarij echter opnieuw verboden, ditmaal door gouverneur Józef Zajączek (1752-1826).

Negentiende eeuw en emigratie Ondanks het verbod ontstonden geheime organisaties, zoals het Wolnomularstwo Narodowe van de militair en activist Walerian Łukasiński (1786-1868). Na de mislukte Novemberopstand van 1830/31 volgde emigratie van veel vrijmetselaars naar West-Europa. In Groot-Brittannië werd in 1847 een Polish National Lodge opgericht, welke nog steeds bestaat. In de jaren 1880 vonden in Polen zogenaamde younges-bijeenkomsten plaats, waar politieke en maatschappelijke kwesties werden besproken.

Tussen de Wereldoorlogen (1918–1939) Na het einde van de Eerste Wereldoorlog en de vorming van de Tweede Poolse Republiek in 1918 ontstond in 1920 de loge Kopernik, die als moederloge fungeerde voor de moderne Poolse vrijmetselarij. Er werd een Wielka Loża Narodowa Polacy Zjednoczeni opgericht, aanvankelijk onder leiding van de schrijver en journalist Andrzej Strug (1871-1937).

In de jaren 1920 en 1930 bekleedden vrijmetselaars belangrijke posities in de Poolse politiek en overheid. Strug beweerde dat in elke regering ten minste twee ministers lid waren van de Orde. Vanaf 1937 werd echter een felle anti-maçonnieke campagne gevoerd, gesteund door kerkelijke en nationalistische kringen. Op 22 november 1938 vaardigde de president van Polen een decreet uit tot ontbinding van alle vrijmetselaarsorganisaties.

Tweede Wereldoorlog en Volksrepubliek Polen (1939–1989) Na de Duitse inval in 1939 verdween Polen opnieuw van de kaart. Sommige vrijmetselaars namen deel aan het verzet of de emigratieregering, anderen sloten zich aan bij de nieuwe communistische machtsstructuren.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd de Volksrepubliek Polen opgericht, als satellietstaat van de Sovjet-Unie. In 1961 werd in Warschau clandestien de loge Kopernik heropgericht. Deze loge bleef tot 1989 ondergronds bestaan en speelde via haar leden een rol in oppositiebewegingen zoals het Komitet Obrony Robotników en later Solidarność.

Heropleving na 1989 Na de val van het communisme in 1989 werd op 27 december 1991 de Wielka Loża Narodowa Polski (Nationale Grootloge van Polen) heropgericht. In 1991 ontstond ook de eerste loge van het Grand Orient de France in Warschau, waaruit in 1997 het Wielki Wschód Polski (Grootoosten van Polen) voortkwam. Daarnaast vestigde de internationale gemengde orde Le Droit Humain zich vanaf 1993 in Polen.

Huidige situatie miniatuur|Embleem Wielki Wschód Polski De Poolse vrijmetselarij telt anno 2026 enkele honderden leden, verdeeld over verschillende obediënties. Onderstaand een overzicht van obediënties die werken in de basisgraden van leerling, gezel en meester. ObediëntieTypeOmvangWielka Loża Narodowa Polskiregulier, mannelijkruim 15 logesDe enige reguliere obediëntie van Polen. Loges zijn o.a. Kopernik (Warschau) en Przesąd Zwyciężony (Krakau).Wielki Wschód Polskiliberaal, gemengd12 logesVoortgekomen uit het Grand Orient de France. Loges zijn o.a. Wolność Przywrócona (Warschau) en Galileusz (Bydgoszcz).Grand Orient de Franceliberaal, gemengd6 logesPoolse federatie Le Droit Humainliberaal, gemengd6 logesLoges zijn o.a. Pierre et Marie Curie (Warschau) en Orzeł Biały (Katowice).Grande Loge Féminine de Franceliberaal, vrouwelijk2 logesEen Franse obediëntie exclusief voor vrouwen, vanaf 2000 in Polen aanwezig. Zij kent twee loges in Warschau.Grande Loge des Cultures et de la Spiritualitéliberaal, gemengd3 logeseen Franse liberale orde op theïstische grondslag, opgericht in 2003.

Vrijwel alle obediënties kennen ook vervolgpaden, zoals de hogere graden van de Aloude en Aangenomen Schotse Ritus.

Periodieke publicaties waren in het recente verleden onder meer het tijdschrift Wolnomularz Polski en het wetenschappelijke kwartaalblad Ars Regia.

Externe link Wolnomularstwo.pl Vrijmetselarij in Polen

Categorie:Vrijmetselarij naar land