Gerardus Gijsbertus (Gerard) Schouten (Waddinxveen, 23 juni 1924 – Lievelde, 21 juli 2000) was een Nederlands architect. Samen met architect Gerrit de Jonge (1927-2017) was hij binnen het Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge verantwoordelijk voor de ontwerpen van zowel woningen als gebouwen. Schouten opereerde vanuit zijn door hemzelf ontworpen woonhuis aan de Lauwersdijk 18 te Lievelde en De Jonge werkte vanuit zijn woning aan de Da Costalaan 2 te Velp. Beiden waren lid van de BNA, de Bond van Nederlandse Architecten en voerden daarnaast ook de titel architect VBO, omdat ze beiden de Voortgezette Bouwkunde Opleiding (later de Academie van Bouwkunst) in Arnhem hadden gevolgd.
Non-conformistische werkwijze Het non-conformistische werk van Gerard Schouten kenmerkte zich door een aanhoudend streven om via architectuur bij te dragen aan een open en vernieuwingsgerichte samenleving. De werkwijze van Schouten was daarbij niet technisch-theoretisch maar menselijk-praktisch. Hij verwierf samen met zijn collega De Jonge bekendheid met het eerst gerealiseerde experimentele woningbouwproject van Nederland en de door hen ontworpen Piramidewoningen, die daarna meermaals door andere architecten zouden worden gekopieerd. In 1964 realiseerde Schouten op Vlieland een eigen vakantiewoning, onder andere gebouwd met aangespoeld hout, die qua vormgeving doet denken aan een eenvoudige hut. Een van zijn belangrijkste utiliteitswerken is de Ludgerkerk in Lichtenvoorde, die in de periode 1965–1969 tot stand kwam. Naar alle waarschijnlijkheid ontmoette Gerard Schouten zijn toekomstige samenwerkingspartner Gerrit de Jonge in 1958 tijdens een bezoek aan Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel. Schouten zocht tijdens de samenwerking met De Jonge vaker de publiciteit dan zijn beroepsgenoot, getuige het aantal berichten in kranten en tijdschriften en het uitbrengen van een boek over de ontwerpen van het architectenbureau.
Architect op zeer jonge leeftijd Gerard Schouten was de zoon van de in Gouda geboren Simon Gijsbertus Schouten (1900–1986) en de in Hillegersberg geboren Cornelia Sophia Abel (1897-1963), dochter van een molenaar, de laatste van de in 1918 afgebrande Bergpoldermolen in Overschie. Hij werd geboren in Waddinxveen, maar verhuisde op eenjarige leeftijd naar Nijmegen, waar hij als oudste kind in een katholiek gezin met acht kinderen opgroeide. Niet alleen de Tweede Wereldoorlog, maar ook de crisisjaren daaraan voorafgaand hebben op Schouten grote invloed gehad. Toch beschouwde hij zijn jeugd als gelukkig, ondanks dat het gezin in die tijd op de grens van armoede leefde. Zijn vader was indertijd een houtbewerker en later baas bij Houthandel G. Key in Nijmegen en Schouten trad in zijn voetsporen door een technische opleiding tot timmerman af te ronden aan de plaatselijke ambachtsschool.
Op veertienjarige leeftijd begon hij te werken en naast zijn zesdaagse werkweek leerde hij door zelfstudie het bouwvak steeds beter kennen. Zo had hij uiteindelijk voldoende vooropleiding om zijn studie tot architect op te pakken. Toen de oorlog uitbrak, werd hij echter gedwongen om te gaan werken op de bouwkunde-afdeling van kunstzijdespinnerij Nyma in Nijmegen, die betrokken was bij de oorlogsproductie. Omdat hij pacifist was, is hij toen ondergedoken en heeft hij in die periode zijn studie kunnen afronden.
Hij ontwierp voor zijn 34ste levensjaar zijn eigen woonhuis in Lievelde, dat in 1958 werd gebouwd:
Lievelde (1 woning): Lauwersdijk 18 (1958) In zijn woonplaats ontwierp hij ook een vrijstaand woonhuis:
Lievelde (1 woning): Vicariestraat 39 (1960)
Voordat Schouten de samenwerking aanging met De Jonge, ontwierp hij het nieuwe bedrijfsgebouw van de confectiefabriek Sturka (van Stuurop en Kamphuis) aan de Papenweg te Lievelde. Het gebouw werd in februari 1960 in gebruik genomen en werd pas later officieel geopend.
Lievelde (1 bedrijfsgebouw): Papenweg 3 (1960)
Mens-, milieu- en natuurgerichte visie In zijn werk stelde Gerard Schouten de mens en diens leefomgeving centraal. Hij had bijzondere aandacht voor sociale woningbouw, milieuvriendelijk wonen en energiebesparend bouwen. Kenmerkend voor zijn ontwerpen was de vrijheid die bewoners kregen om hun woning aan veranderende woonwensen aan te passen en naar eigen inzicht in te delen. Mens, maatschappij, welzijn, natuur en eenvoud vormden daarbij terugkerende uitgangspunten.
Schouten verzette zich tegen wat hij omschreef als de “mooidoenerigheid” van architecten. Volgens hem kon een ontwerp pas werkelijk schoonheid bezitten wanneer de vorm op een vanzelfsprekende manier voortkwam uit functie, gebruik en constructie. Ook in de keuze van zijn opdrachten handelde hij vanuit die overtuiging. Wanneer hij vond dat een project geen positieve bijdrage leverde aan mens of samenleving, zag hij af van de opdracht.
Die levenshouding kwam ook tot uiting in zijn loopbaan. In 1962 werd hij door de verantwoordelijke wethouder gevraagd om vanwege de grote woningbouwopgave in Rotterdam te komen werken. In plaats van voor het "het grote geld" te gaan, koos hij ervoor zich in de Achterhoek te vestigen, waar volgens zijn eigen woorden “de mensen aardig zijn en de omgeving mooi”.
Vakantiehuisjes op Vlieland De eerst bekende gezamenlijke opdracht van Schouten en De Jonge was het ontwerpen van een recreatiegebouw en veertig recreatiebungalows met een sociaal karakter op Vlieland in opdracht van de zojuist opgerichte Stichting Rekreatiebelangen Vlieland (SRV) om het toenemende aantal kampeerders op het Friese waddeneiland van betaalbare verblijfsruimte te voorzien. De ontwerptekening, die dateert van juni 1963, is getekend zonder exacte maatvoeringen en toont de vier aanzichten en de plattegrond van het vakantieverblijf van 39,2 m oppervlakte. Binnen enkele jaren zouden er tien woningen in het plan Ankerplaats worden gerealiseerd.Ankerplaats Ankerplaats (SBEA)
Oost-Vlieland (10 woningen): Ankerplaats 1, 2 en 7 t/m 14 (oneven en even) (1964–1966). De vakantieverblijven werden door Roordink's Timmerfabriek uit Baak gebouwd. Van de tien oorspronkelijk woningen staan er nog drie overeind onder de tot de verbeelding sprekende namen: Hoogaars (9), Zeevonk (12) en Bakboord (13). Voor de overige zeven huisjes zijn er in de periode tussen 1999 en 2022 nieuw gebouwde woningen in de plaats gekomen.
In 1986–1987 kregen Schouten en De Jonge opnieuw de opdracht om een recreatiewoning te ontwerpen, waarvan er in de jaren daaropvolgend meerdere zijn gebouwd. In de Vlielandse duinen verrezen er vijftien bungalows, die ook geschikt voor voor mensen met een beperking.
Oost-Vlieland (15 woningen): Ankerplaats 17 t/m 31 (oneven en even) (1990). Voor de realisatie zorgde Bouwbedrijf Tj. Dijkstra uit Vlieland. Van de gebouwde huisjes staan er nog: Brigantijn (19), Albatos (20), Jan van Gent (21), Galjoen (23) en Gondel (24) en De Ontdekking van De Hemel (25).
De Ankerplaats bestaat momenteel in totaal uit veertig huisjes, conform het originele bestemmingsplan waarvoor het idee in de jaren '60 is gelegd.
De Hut op Vlieland Omdat Schouten door de burgemeester van Vlieland Adriaan Anker (1920–1991) als voorzitter van SRV werd gevraagd het project van vakantiewoningen te ontwerpen, had hij met Anker kunnen regelen dat hij in de duinen in het Vliepark een vakantiewoning mocht bouwen, op het hoogstgelegen punt van het eiland en het dichter bij zee dan andere vakantiewoningen. In oktober 1963 was het ontwerp dat hij samen met zijn compagnon Gerrit de Jonge maakte gereed en in 1964 werd het verblijf als 'bungalow en atelierruimte in de duinpan' gebouwd:
Oost-Vlieland (1 woning): Vliepark 15 (1962–1964)
De bouw van De Hut, zoals Schouten het verblijf noemde — De Jonge noemde het "een ding met een hangslot" –, mocht uit principe niet meer dan 10.000 gulden kosten. Dat wist hij te bereiken door voor de bouw zoveel mogelijk gebruik te maken van lokaal juthout en van het waddeneiland afkomstige, ongezaagde naaldbomen. Een partij afgekeurde, krom gebakken stenen voor de vierkante stenen kern waren afkomstig uit Harlingen. Schouten bezocht samen met De Jonge regelmatig het huisje om daar gezamenlijk aan opdrachten te werken.
Bij de bouw werd Schouten geholpen door aannemer Hendrik te Woerd (1922–1995) uit Beltrum, voor wie hij op zijn beurt weer in 1966–1967 een woonhuis ontwierp:
Beltrum (1 woning): Meester Nelissenstraat 69 (1966–1967)
Later zijn aan de De Hut wel verbouwingen uitgevoerd om het comfort in het vakantieverblijf te verbeteren en na 2000 is het meerdere keren gerenoveerd en uitgebouwd. Na decennia van verhuur werd het huisje in de duinen in het najaar van 2025 te koop aangeboden.
Modelwoningen voor Eurobouw miniatuur|De modelwoning van Gerard Schouten en Gerrit de Jonge In 1959 ontwierp Schouten een modelwoning voor wat hij zelf aanduidde als een „E.E.G.-prijsvraag voor seriebouw.” Hoogstwaarschijnlijk betrof dit de internationale woningprijsvraag die dat jaar werd uitgeschreven door de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). De prijsvraag stond open voor architecten uit de zes aangesloten landen: België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland. Doel was ontwerpen te verkrijgen voor arbeiderswoningen die geschikt waren voor seriematige bouw en die zowel wat betreft bouwkosten als woonkwaliteit een verbetering konden betekenen. De belangstelling voor de prijsvraag was groot. Ongeveer duizend architecten vroegen de wedstrijddocumentatie aan en uiteindelijk werden 250 projecten ingezonden, waarvan 45 uit Nederland. Na uitsluiting van enkele inzendingen die niet aan het reglement voldeden, werden 248 projecten tot de beoordeling toegelaten. De ingezonden ontwerpen werden na de jurering in Luxemburg tentoongesteld. Alleen de bekroonde ontwerpen en eervolle vermeldingen werden opgenomen in de officiële resultatenpublicatie van de EGKS; de overige ontwerpen werden aan de inzenders teruggestuurd.
Schoutens modelwoning werd door zijn bureau verder uitgewerkt voor bouwmaatschappij NV Eurobouw Het Oosten die in 1964 was opgericht door aannemers Fokkink en Wenninkmeule uit Borculo en Te Woerd uit Beltrum. De aannemer, die Schouten eerder had geholpen met de bouw van zijn duinhuisje, zag wel kansen voor de ontwerpen van de architect. Als vroege pionier in de projectontwikkeling kocht Eurobouw voor eigen rekening en risico bouwgrond, bouwde daarop de modelwoningen en verkocht ze wederom voor eigen rekening en risico. Eurobouw presenteerde de modelwoning als 'vandaag een woning voor morgen voor de prijs van gisteren.
Dankzij het uitgekiende ontwerp, de doordachte technische constructie en een bouwmethode die gebruik maakte van schragen in plaats van steigers, was volgens bij veel bouwprojecten betrokken projectleider Eddy Te Woerd de woning in ruwbouw met een bouwteam van acht vakmensen – een uitvoerder, vijf metselaars en twee timmerlieden – in een hoog tempo van slechts vier weken te realiseren. Dat kwam naast het bouwconcept doordat de woning voor een deel met prefabbouwsystemen werd gebouwd. Dat leverde een voor die tijd moderne en zeer betaalbare woning op, die bovendien in aanmerking kwam voor overheidssubsidie. Daardoor was het uit praktische, organisatorische en economische redenen voor kopers dan ook niet mogelijk om wijzigingen, in welke vorm dan ook, in de woning aan te brengen gedurende het bouwproces. In de hoogtijdagen van de bouw stonden er in de fabriek zo'n honderd woningen op voorraad klaar voor realisatie. Daardoor kon na een grondaankoop de ontwikkeling en realisatie snel starten. miniatuur|250x250px|De modelwoningen van Gerard Schouten en Gerrit de Jonge in een woonerf in Enschede