miniatuur|De 28-jarige Joachim Peiper in 1943 Kampfgruppe Peiper was een strijdmacht die bestond uit eenheden van de Wehrmacht en de SS, onder aanvoering van Obersturmbahnführer (luitenant-kolonel) Joachim Peiper. Peiper was voor 16 december 1944 bevelhebber van het 1e SS-pantserregiment van de 1e SS-pantserdivisie Leibstandarte Adolf Hitler (afgekort: LSSAH). Aan die eenheid werden troepen toegevoegd om de Kampfgruppe te vormen. Hij stond onder het bevel van Sepp Dietrich en zijn nieuwgevormd 6de Pantserleger.
Het was de sterkste Duitse eenheid tijdens de Slag om de Ardennen met tanks Panzerkampfwagen Mk-IV, 40 Panther V en 45 Königstigers, 149 halfrupsvoertuigen, achttien 105mm-kanonnen, zes 150mm-kanonnen en meer dan dertig stuks luchtdoelartillerie. De eenheid omvatte 4800 manschappen en 800 voertuigen. Bronnen spreken elkaar tegen over het aantal manschappen en voertuigen. Het gebeurde dat onderdelen van de Kampfgruppe naar verschillende locaties optrokken.
Voorbeschouwing miniatuur|Joachim Peipers kaartenmap in het December 44 Museum In september 1944 was het 1e Amerikaanse Leger erin geslaagd het overgrote deel van België van de Duitse bezetting te bevrijden. Stavelot kwam op 12 september in geallieerde handen. De Duitsers werden op vele plaatsen teruggedrongen tot achter de Westwall.
Vooral SS'ers van de Duitse strijdmacht geloofden in het succes van deze aanval. Ze waren uit op revanche omdat Parijs ongeschonden was gebleven en hun hoofdstad al sinds 1940 werd gebombardeerd. Ze beschouwden de burgerbevolking als hun vijand die haar vreugde had getoond in september 1944 en nu de prijs hiervoor moest betalen. Soldaten van de Kampgruppe hadden in november 1944 de bevolking van Keulen geholpen na het bombardement en stootten daarbij op totaal verminkte lijken. Ze haatten de vijand zo erg dat Peiper moeite had om ze onder controle te houden.
Hooggeplaatste Duitse officieren zoals generaal-veldmaarschalk Gerd von Rundstedt, naar wie het offensief ook wordt genoemd, gaf deze actie, Wacht am Rhein genoemd, naar het lied Die Wacht am Rhein, geen enkele kans om te slagen. miniatuur|Een Tiger II en Amerikaanse krijgsgevangenen op 16 december 1944
Samenstelling van de Kampfgruppe De1e SS-pantserdivisie Leibstandarte Adolf Hitler was opgedeeld in Kampfgruppen met de Kampfgruppe Peiper als veruit de sterkste. De drie andere waren: Kampfgruppe Hansen van SS-luitenant-kolonel Max Hansen en zijn 1e SS-Pantsergrenadierregiment, Kampfgruppe Sandig met SS-luitenant-kolonel Rudolf Sandig en zijn 2e SS-Pantsergrenadierregiment en en Kampfgruppe Knittel met SS-majoor Gustav Knittel en zijn 1e Verkenningsbataljon.
Hieronder de samenstelling van Kampfgruppe Peiper: 1e SS-pantserbataljon van het 1e Regiment met twee compagnieën Panthers en twee compagnieën Panzer Mk-IV onder Werner Pötschke 3e SS pantsergrenadierbataljon van het 2e Regiment met vijf compagnieën in halfrupsvoertuigen onder Joseph Diefenthal 501e SS-bataljon zware pantsers met 45 Königstigers waarvan een veel kleiner deel voor de strijd beschikbaar was onder Heinz von Westernhagen 1e SS pantserartilleriebataljon van het 1e Regiment met zes voortgetrokken 105 mm-kanonnen onder Ludwig Kalischko De 3e SS-pantsergeniecompagnie van het 1e SS-bataljon met twee pelotons in halfrupsvoertuigen en twee in vrachtwagens en het 84e Luftwaffeflakbataljon vermoedelijk met 20 mm en 37 mm doelgeschut onder Mayor von Sacken stonden onder rechtstreeks bevel van Joachim Peiper.
Deze strijdmacht werd aangevuld met een SS-pantserbevoorradingscompagnie met bescheiden middelen en een SS-pantseronderhoudsccompagnie met bescheiden middelen
Voorbereiding en doelen Kampfgruppe Peiper was de speerpunt van de meest noordelijke van de drie assen van de Duitse aanval tijdens het Ardennenoffensief. Peipers strijdmacht werd samengesteld toen hij de opdracht kreeg de Maasbrug bij Hoei te veroveren en door te stoten naar de haven van Antwerpen. De haven was cruciaal voor de bevoorrading van de geallieerde troepen.Charles MacDonald (1984). A Time For Trumpets: The Untold Story of the Battle of the Bulge. Bantam Books, .United States Army in World War II, The European Theater of Operations, The Ardennes: Battle of, by Hugh M. Cole - Office of the Chief of Military History, Department of the Army, Washington, D.C., 1965 pp. 260 and fol. – Ardennes 1944-1945, Guide du champ de bataille, Émile Engels, histoire, Ed. Racine, Bruxelles, 1994
Hij was speciaal door Adolf Hitler geselecteerd om de voorhoede te leiden. Zijn marsroute was ook door de Führer gekozen. De beste wegen waren gereserveerd voor de 1. SS-Panzer-Division Leibstandarte-SS Adolf Hitler. Peiper moest de secundaire wegen gebruiken, die echter onberijdbaar bleken voor de zware voertuigen van zijn Kampfgruppe. Toen Peiper ervan hoorde, beschreef hij deze als "alleen geschikt voor fietsen en niet voor tanks”. De stafchef van het 6e Pantserleger, Fritz Kraemer, reageerde hierop met: “Het maakt niet uit wat u doet en hoe u het doet. Het enige wat van u wordt gevraagd, is dat u op de derde dag de Maas bereikt, al is het maar met een enkele overgebleven Panzer.” Hitler had de opdracht gegeven de vijand angst aan te jagen met een snelle en genadeloze aanval. Sepp Dietrich bevestigde dit tijdens de rechtszaken.Malmedy Massacre, Richard Gallagher, Paperback Library, 1964, p. 110-111
Toen Peiper zijn te volgen route bekeek zag hij Honsfeld en Baugnez op zijn weg liggen en verderop Ligneuville en Stavelot. Ook Trois-Ponts met zijn bruggen over de Salm en de Amblève beloofden heikele plaatsen te worden. De bruggen moesten intact worden veroverd omdat zijn zwaar materiaal anders niet over de tijdens de winter gezwollen rivieren geraakten. Richting Hoei en de Maas lagen er nog obstakels zoals Werbomont en de Ourthe. En dan lag Antwerpen nog niet onmiddellijk binnen bereik.
Zijn strijdmacht leek op het eerste gezicht indrukwekkend maar was dat verre van. Alle eenheden werden als tweederangs beschouwd. Onder meer het 3e SS pantsergrenadierbataljon van het 2e Regiment was pas op 21 december beschikbaar en had zware verliezen geleden tijdens gevechten rond Metz en Aken. Het bataljon miste 20% van zijn mannen en 40% van zijn uitrusting.
Aanval Lanzerath
Op 14 december 1944 ontmoette Peiper kolonel Wilhelm Mohnke in zijn hoofdkwartier te Tondorf om de situatie te bespreken. Op 16 december 1944 vertrok hij vanaf Tondorf, via het Blankenheimer Wald, noordoostelijk van Dalhem, met zijn strijdmacht richting westen. Om de eerste tegenstand uit te schakelen werd Kampfgruppe Peiper voorafgegaan door de 3e Parachutistendivisie en de 12e Volksgrenadierdivisie, ongeveer 500 man. De 'Losheim Gap' (bres van Losheim), een acht km lange opening aan de westelijke voet van de Sneeuweifel, tussen de linies van het vijfde en het achtste korps van de Amerikanen leek de meeste kans op slagen te bieden.
Een achttien man tellend licht bewapend peloton Inlichtingen en Verkenning, behorend tot het 394e Infanterieregiment slaagde erin om de Duitse opmars met bijna twintig uur te vertragen. Onder leiding van de 20-jarige luitenant Lyle Bouck dreven ze de Duitsers tot driemaal toe terug naar Lanzerath. Gebrek aan munitie deed hen de strijd staken en ze belandden in gevangenschap. De Duitsers bezetten Lanzerath en brachten gewonde Duitsers en Amerikanen onder in de huizen.
Verstoorde plannen Terwijl de gevechten rond Lanzerath nog bezig waren, wachtte Peiper nog steeds op een doorbraak. Rond 16.00 uur kreeg hij het bevel om naar Losheim op te rukken. De wegen waren overvol door voertuigen van de artillerie- en infanteriedivisies en de colonnes bevoorrading. Rond 17u bereikte hij Scheid en de opgeblazen spoorwegbrug die voor kort oponthoud zorgde. Die was door Duitsers vernield toen ze zich weken eerder, na een Amerikaans offensief hadden teruggetrokken achter de Westwall. Peiper leidde zijn troepen via een zandpad over de rails. Omdat de 12e Volksgrenadierdivisie er niet in slaagde een bres te slaan in de Amerikaanse linies bij Losheimergraben moest Peiper noodgedwongen zijn route wijzigen en via Hüllscheid naar Lanzerath op te rukken. Daarbij vielen de eerste slachtoffers toen twee Panthers pal ten westen van Losheim in een Duits mijnenveld terecht kwamen. Een derde ging verloren zuidoostelijk van Merlscheid. miniatuur|Leden van Kampfgruppe Peiper trekken de laarzen aan van gedode Amerikanen te Honsfeld Peiper kwam pas kort voor middernacht in Lanzerath aan. In het voormalige café Scholzen had hij een stevige discussie met Oberst Helmut von Hoffmann, de bevelhebber van het 9e Parachutistenregiment. Lyle Bouck, die met zijn mannen de Duitsers tijdens de slag om de Lanzerathrug bijna een dag had tegengehouden, was hier getuige van. Alhoewel von Hoffmann een hogere rang had, eiste Peiper een verklaring voor de vertragingen. Het bleek dat niemand had uitgezocht of verderop nog tegenstand te verwachten was. Om 4 uur, op 17 december, trok Peiper met twee Panthers vooruit en kon ongestoord doorbreken.
17 december te Honsfeld miniatuur|Monument ter ere van mannen van het 612e en 801e US Tank Destroyer Battalion De 800 voertuigen van de Kampfgruppe hadden de hele dag nodig om door Lanzerath te trekken. De Duitsers botsten onderweg wel op enkele manschappen van de Amerikaanse 2e Infanteriedivisie aan het station te Buchholz (officieel station Losheimergraben).
De volgende ochtend, nog voor zonsopgang, trokken Peipers mannen in de sneeuwregen naar het noorden. De Duitse colonne bereikte Honsfeld rond zes uur.https://tankdestroyer.net/images/2010/05/612th-TERROR-AT-HONSFELD-by-Don-Smart.pdf De Amerikanen hadden in oktober 1944 Honsfeld voor het grootste deel ontruimd. Een aantal van hen trof men slapend aan. Hun antitankgeschut aan de rand van de plaats was niet bemand. Om te voorkomen dat de Duitse voertuigen in het donker hun lichten zouden gebruiken, begeleidden parachutisten hen door met witte zakdoeken te zwaaien.
De voorhoede van halfrupsvoertuigen reed door de plaats, terwijl de achterblijvende troepen op de ramen van de huizen schoten. Vijf Amerikanen kwamen met een witte vlag uit een huis waarvan er vier onmiddellijk werden doodgeschoten terwijl de vijfde, die gewond was, overreden werd door rupsen van een pantservoertuig. Ongeveer vijftien Amerikanen van het 612e tankdestroyerbataljon beantwoordden het vuur en schoten Duitsers op straat neer, maar de Amerikanen, die in de minderheid waren, gaven zich al snel over. Toch waren de GI's erin geslaagd met antitankkanonnen drie stuks Wirbelwind's uit te schakelen en enkele Panthers. De Duitsers legden beslag op zeventien antitankkanonnen en een vijftigtal voertuigen.
De SS-troepen verzamelden hun gevangenen, met hun handen boven hun hoofd, en schoten een aantal neer met machinepistolen. Andere Amerikanen die zich overgaven, werden naar het achterland gestuurd. Twee burgers moesten, om onbekende redenen, de Amerikanen volgen. Ze werden later, bij café Palm in Lanzerath vermoord met een nekschot. De Belg Johann Brodel was een van de slachtoffers.
Pastoor Signon was in de pastorie, om zich te bekommeren om het lot van zieken en stervenden. Signon vond, tot zijn grote ontsteltenis, dat een groep SS'ers zich installeerden in de sacristie van de dikmurige kapel van Honsfeld. Ze toonden geen enkel respect en scheurden misgewaden aan stukken voor praktische doeleinden. Toen raakte plotseling een granaat een nabijgelegen boom. Door de explosie regenden scherpe brokstukken door het raam van de kapel naar binnen. Het bizarre incident voelde als een goddelijke vergelding. Het “doodde een van de ontheiligers”, merkte de dorpspriester op met nauwelijks verholen voldoening, "en rukte de arm van een ander af".