311x311px|thumb|In het kieskringenstelsel kunnen partijen in elke kieskring een lijst met unieke kandidaten indienen.

Het kieskringenstelsel is een benaming van het Nederlandse kiessysteem waarin de landelijke zetelverdeling eerst proportioneel over partijen wordt vastgesteld, waarna de zetels binnen partijen over de ingediende lijst(en) worden toegewezen.

De kern van het kieskringenstelsel is dat eerst de bovenste verdeling wordt vastgesteld: het totaal aantal zetels dat elke partij toekomt. Pas daarna volgt de onderste verdeling, waarbij wordt bepaald hoeveel zetels elke lijst verdiend heeft en welke kandidaten binnen de ingediende lijst(en) de zetels invullen. Daarmee vormt het kieskringenstelsel een tegenhanger van het districtenstelsel, waarin de volgorde juist omgekeerd is en landelijke evenredigheid pas achteraf wordt gecorrigeerd.

Achtergrond Nederland is in 1917 overgestapt van een meerderheidsstelsel naar een stelsel van evenredige vertegenwoordiging. In theorie bestaan er 20 kieskringen waarbij elke partij per kieskring een unieke kandidatenlijst in kan dienen. In de praktijk wordt hier nauwelijks gebruik van gemaakt: partijen dienen doorgaans in alle kieskringen dezelfde lijst in. Hierdoor functioneert het land als één nationaal kiesdistrict en worden kandidaten verkozen op volgorde van de landelijke kieslijst.

Werking Het kieskringenstelsel werkt in twee stappen:

Bovenste verdeling

Alle 150 zetels worden (op basis van de D'Hondt-methode) toegewezen aan partijen op basis van hun landelijke stemmenaantal.

Onderste verdeling

Vervolgens worden de zetels binnen partijen verdeeld over de ingediende lijsten, evenredig aan het aantal stemmen dat op elke lijst is uitgebracht. Dit gebeurt aan de hand van de grootste-overschottenmethode. Kandidaten worden op volgorde van de lijst toegewezen en kandidaten met genoeg voorkeursstemmen doorbreken deze lijstvolgorde. Doordat de bovenste verdeling leidend is, kan de partijpolitieke evenredigheid nooit worden geschonden. Vergelijking met districtenstelsel Het kieskringenstelsel en het districtenstelsel verschillen fundamenteel in hun logica:

Districtenstelsel In een meervoudig districtenstelsel wordt eerst de onderste verdeling per kiesdistrict vastgesteld. Pas daarna volgt een landelijke correctie, waarbij met vereffeningszetels tekorten worden gecompenseerd. Dit systeem voorkomt echter niet dat er overschotzetels kunnen ontstaan: partijen kunnen meer zetels behalen dan hun landelijke stemmenaandeel rechtvaardigt. Daarmee kan de partijpolitieke evenredigheid onder druk komen te staan.

Kieskringenstelsel In het kieskringenstelsel gebeurt het precies omgekeerd: eerst wordt de landelijke evenredige verdeling vastgesteld. Daarbij krijgen partijen hun zetelaantal op basis van alle stemmen in het hele land, én (indien er gebruik wordt gemaakt van meerdere kieslijsten) krijgen regio’s hun aandeel op basis van de regionale stemmen. Pas daarna volgt de onderverdeling naar kandidaten binnen de lijsten. Hierdoor blijft de partijpolitieke evenredigheid volledig intact, terwijl regionalisering als mogelijkheid is ingebouwd.

Geografische evenredigheid Geografische evenredigheid kan binnen het kieskringenstelsel niet worden gegarandeerd. De tabel hieronder geeft een beeld van de regionale zetelverdeling wanneer elke partij een provinciale lijst zou hebben ingediend. De provincies Zuid-Holland, Noord-Holland en Gelderland krijgen 8 zetels meer toegewezen dan het evenredige aandeel rechtvaardigt, terwijl dat voor Utrecht, Overijssel, Limburg, Groningen, Drenthe, Flevoland en Zeeland 8 zetels te weinig is. Voor Noord-Brabant en Friesland is het beeld neutraal. +Data: Tweede Kamerverkiezingen 2023ZetelsZHNHNBGDUTOVLBFRGRDRFLZLBESKieskring(en)12/13/14/159/10/1117/186/7841921351620PVV378565223211110GL/PVDA255633311111000VVD245443211111010NSC204233131111000D6692221110000000BBB71111011100000CDA51111100000000SP51111001000000Denk32100000000000PVDD31101000000000FVD31110000000000SGP31001100000000CU31001010000000Volt21100000000000JA2111000000000000Zetels3526222111108644120Evenredig aandeel3123222012119655330Verschil4301-1-1-10-1-1-2-10 Electorale hervorming Kabinet Schoof had als doelstelling om het het Nederlandse kiesstelsel te regionaliseren en daarmee ook de geografische evenredigheid te vergroten. In het onderzoeksrapport met doorrekeningen dat in 2025 verscheen, werd het volgende vermeld over het kieskringenstelsel:

"In het huidige kiesstelsel bestaat, naast de mogelijkheid gelijkluidende lijsten in te dienen, de mogelijkheid per kieskring een andere lijst in te dienen. Het huidige stelsel kan worden aangepast door de mogelijkheid te schrappen om gelijkluidende lijsten in te dienen. Dat betekent dat kandidaten die op een lijst in een kieskring staan niet ook in een andere kieskring kandidaat mogen zijn. De zetelverdeling over politieke partijen verandert hierdoor niet ten opzichte van het huidige stelsel. De zetels worden daarna evenredig binnen de ‘lijstengroep’ (dus alle regionale lijsten van een politieke partij) verdeeld. De regeling hiervoor staat al in de Kieswet."

De geografische evenredigheid van het kieskringenstelsel kan gegarandeerd worden wanneer het aantal zetels per regio toegevoegd wordt aan de bovenste verdeling. Dit wordt ook wel het principe van dubbelevenredigheid genoemd. In een groeiend aantal Duitstalige Zwitserse kantons wordt de onderste verdeling ingevuld aan de hand van de dubbelevenredige zetelverdeling.

Referenties

Categorie:Kiessysteem