Gerrit de Jonge (Blokzijl, 27 augustus 1927 – Arnhem, 17 april 2017) was een Nederlands architect. Samen met architect Gerard Schouten (1924-2000) was hij binnen het Atelier voor Architektuur Schouten en De Jonge verantwoordelijk voor de ontwerpen van zowel woningen als gebouwen. De Jonge werkte vanuit zijn woning aan de Da Costalaan 2 te Velp en Schouten opereerde vanuit zijn door hem zelf ontworpen woonhuis aan de Lauwersdijk 18Lauwersdijk 18 www.groenlosegids.nl te Lievelde. Beide architecten waren lid van de BNA, de Bond van Nederlandse Architecten. Daarnaast voerden zij ook de titel architect VBO, omdat ze beiden de Voortgezette Bouwkunde Opleiding, (later de Academie van Bouwkunst) in Arnhem hadden afgerond. Daarnaast had De Jonge ook zijn hogere beroepsopleiding Weg- en Waterbouw afgerond.

Sterk sociaal bewustzijn Gerrit de Jonge stond, samen met Gerard Schouten, bekend om zijn onconventionele benadering van bouwen. Vanuit een sterk sociaal bewustzijn zocht hij als architect naar vernieuwing in de woningbouw, waarbij in zijn werk maatschappelijke betrokkenheid, sociaal welzijn en de betaalbaarheid van wonen centraal stonden. Vanuit thema's zoals kleinschaligheid en collectiviteit zorgde hij voor ontwerpen die bewoners ruimte lieten om hun eigen huis zelf in te vullen. Zo was hij samen met Schouten, die hij naar alle waarschijnlijkheid in 1958 had ontmoet tijdens een bezoek aan Expo 58, de wereldtentoonstelling in Brussel, verantwoordelijk voor uiteenlopende experimentele woningbouwprojecten, waaronder de Teenagerwoning en de Piramidewoning. Hij droeg bij aan projecten waarin milieubewustzijn, circulaire bouwmaterialen, alternatieve energiebronnen en nieuwe typologieën van wonen werden onderzocht, zoals flexibele, modulaire en stapelbare woningbouw in de vorm van de Woondoos.

De mens als uitgangspunt Volgens Gerrit de Jonge diende architectuur in de eerste plaats uit te gaan van de mens en diens manier van wonen en leven. In een gesprek met socioloog Cees Saal stelde hij dat de architectuur zich lange tijd vooral had gericht op de vormgeving van representatieve gebouwen en de uiterlijke verschijningsvorm ervan, terwijl er volgens hem onvoldoende aandacht was geweest voor de vraag hoe mensen optimaal konden wonen.

De Jonge zag architectuur nadrukkelijk als een maatschappelijke discipline. Hij benadrukte dat een architect niet alleen over bouwkundige kennis diende te beschikken, maar ook belangstelling moest hebben voor mensen en de samenleving waarin zij leefden. Volgens hem vormden een mensbeschouwing en een maatschappelijke visie onmisbare uitgangspunten voor het architectenvak. Hij waarschuwde ervoor mensen te beoordelen op inkomen of maatschappelijke positie en stelde dat een architect zich in de eerste plaats diende te interesseren voor de mens als gebruiker van de gebouwde omgeving.

In hetzelfde gesprek omschreef De Jonge architectuur als een vakgebied met raakvlakken met de sociale wetenschappen. Net zoals sociologen zich bezighielden met menselijk gedrag, zag hij het als de taak van architecten en stedenbouwkundigen om vorm te geven aan de manier waarop mensen woonden, samenleefden en hun verblijf op aarde inrichtten.

Daarnaast wees De Jonge erop dat woonvormen voortdurend veranderden onder invloed van maatschappelijke ontwikkelingen. Volgens hem vroeg de overgang naar een samenleving die steeds sterker werd gekenmerkt door wetenschap, techniek, industrialisatie en veranderende gezins- en leefvormen om een voortdurende herbezinning op de manier waarop woningen werden ontworpen.

Zijn visie vatte hij kernachtig samen met de uitspraak:Een architect moet van mensen houden.

Opgroeien op de grens van inpoldering De Jonge werd geboren als zoon van de in Blokzijl geboren Steven de Jonge (1883–1959), slager van beroep, en de van Kuinre afkomstige Aaltje Oosting (1889–1969). Hij was het twee-na-jongste kind uit een hervormd gezin van negen kinderen en groeide op in zijn geboorteplaats Blokzijl. Hij ging naar de HBS in Steenwijk. In zijn jeugd raakte hij geïnspireerd door de aanleg van de Noordoostpolder waardoor hij weg- en waterbouw wilde gaan studeren. Doordat er echter geen plaats meer was op de opleiding koos hij voor HTS Bouwkunde in Leeuwarden, waarna hij na afronding ervan zijn studie aan de Academie voor Bouwkunst in Arnhem vervolgde.

Samenwerking met Gerard Schouten

Gerrit de Jonge startte begin jaren zestig zijn samenwerking met Gerard Schouten. De eerste gezamenlijk bekende opdracht van Schouten en De Jonge betrof het ontwerp van een recreatiegebouw en veertig recreatiebungalows met een uitgesproken sociaal karakter op Vlieland. Opdrachtgever was de pas opgerichte Stichting Rekreatiebelangen Vlieland (SRV), die met dit project wilde voorzien in betaalbare verblijfsruimte voor het groeiende aantal kampeerders op het Friese waddeneiland. De ontwerptekening uit juni 1963 is uitgevoerd zonder exacte maatvoering en toont de vier gevelaanzichten en de plattegrond van een vakantiewoning met een oppervlakte van 39,2 m². Enkele jaren later werden binnen het plan Ankerplaats uiteindelijk tien woningen gerealiseerd.Ankerplaats Ankerplaats (SBEA)

Oost-Vlieland (10 woningen): Ankerplaats 1, 2 en 7 t/m 14 (oneven en even) (1964–1966). De vakantieverblijven werden door Roordink's Timmerfabriek uit Baak gebouwd. Van de tien oorspronkelijk woningen staan er nog drie overeind onder de tot de verbeelding sprekende namen: Hoogaars (9), Zeevonk (12) en Bakboord (13). Voor de overige zeven huisjes zijn er in de periode tussen 1999 en 2022 nieuw gebouwde woningen in de plaats gekomen.

In de jaren 1986–1987 kregen Schouten en De Jonge opnieuw een opdracht voor het ontwerpen van recreatiewoningen op Vlieland. In de daaropvolgende jaren werden vijftien bungalows gerealiseerd in de Vlielandse duinen. Deze woningen waren bovendien geschikt voor mensen met een beperking.

Oost-Vlieland (15 woningen): Ankerplaats 17 t/m 31 (oneven en even) (1990). Voor de realisatie zorgde Bouwbedrijf Tj. Dijkstra uit Vlieland. Van de gebouwde huisjes staan er nog: Brigantijn (19), Albatos (20), Jan van Gent (21), Galjoen (23) en Gondel (24) en De Ontdekking van De Hemel (25).

De Ankerplaats omvat tegenwoordig in totaal veertig vakantiehuisjes, geheel in overeenstemming met het oorspronkelijke bestemmingsplan waarvan het idee al in de jaren zestig werd ontwikkeld.

In oktober 1963 ontwierp hij samen met Schouten voor laatstgenoemde een eenvoudig bouwwerk op Vlieland. Volgens de architecten was deze 'bungalow en atelierruimte in de duinpan' niet echt te beschouwen als een huis, maar eerder een verblijfsmogelijkheid waar je de elementen van de natuur sterker zou ondergaan. Het verblijf in de duinen werd door Schouten 'De Hut''' genoemd, De Jonge noemde het:Een ding met een hangslot.Voor de bouw werd zoveel mogelijk gebruikgemaakt van lokaal juthout en ongezaagde naaldbomen afkomstig van het Waddeneiland. De vierkante stenen kern werd opgetrokken uit een partij afgekeurde, krom gebakken stenen uit Harlingen. De Jonge bezocht het huisje regelmatig samen om daar met Schouten aan opdrachten te werken. Ook vakanties met het gezin werden doorgebracht in De Hut.

Oost-Vlieland (1 woning): Vliepark 15 (1962–1964)

Modelwoningen voor Eurobouw miniatuur|Modelwoning van Gerard Schouten Zijn collega Schouten had in 1959 een modelwoning ontworpen voor wat hij zelf aanduidde als een „E.E.G.-prijsvraag voor seriebouw”. Hoogstwaarschijnlijk betrof dit de internationale woningprijsvraag die dat jaar werd uitgeschreven door de Hoge Autoriteit van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Deze prijsvraag stond open voor architecten uit België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland en was gericht op de ontwikkeling van arbeiderswoningen die geschikt waren voor seriematige bouw en zowel wat betreft bouwkosten als woonkwaliteit een verbetering konden betekenen. Van de 250 ingezonden projecten waren er 45 afkomstig uit Nederland. Na uitsluiting van enkele inzendingen die niet aan het reglement voldeden, werden 248 projecten tot de beoordeling toegelaten. Alleen de bekroonde ontwerpen en eervolle vermeldingen werden opgenomen in de officiële resultatenpublicatie; de overige ontwerpen werden na een tentoonstelling in Luxemburg aan de inzenders teruggestuurd.

Schoutens modelwoning werd in de daaropvolgende jaren door het bureau verder uitgewerkt voor bouwmaatschappij NV Eurobouw Het Oosten. Deze onderneming, in 1964 opgericht door de aannemers Fokkink en Wenninkmeule uit Borculo en Te Woerd uit Beltrum, zag grote potentie in de vernieuwende woningontwerpen. Als vroege pionier in de projectontwikkeling kocht Eurobouw voor eigen rekening en risico bouwgrond aan, realiseerde daarop de modelwoningen en verkocht ze vervolgens weer zelfstandig. Eurobouw presenteerde de modelwoning als 'vandaag een woning voor morgen voor de prijs van gisteren.

Dankzij het uitgekiende ontwerp, de doordachte technische constructie en een bouwmethode die gebruik maakte van schragen in plaats van steigers, kon de woning met een bouwteam van acht vakmensen – een uitvoerder, vijf metselaars en twee timmerlieden – in slechts vier weken in ruwbouw worden opgetrokken. De snelheid was mede te danken aan het gebruik van prefabbouwsystemen, waarmee een voor die tijd moderne, efficiënte en betaalbare woning werd gerealiseerd. Bovendien kwam de woning in aanmerking voor overheidssubsidie, wat haar nog aantrekkelijker maakte voor kopers. Vanuit praktische en organisatorische overwegingen was het tijdens het bouwproces niet mogelijk om individuele wijzigingen aan het ontwerp aan te brengen. In de hoogtijdagen van de bouwmaatschappij stonden in de fabriek onderdelen voor circa honderd woningen op voorraad. Hierdoor kon de ontwikkeling en bouw direct van start gaan zodra grond was aangekocht.

De seriematige productiewijze stelde tegelijkertijd beperkingen aan de individuele invloed van kopers. Om praktische, organisatorische en economische redenen konden gedurende het bouwproces geen wijzigingen aan de woning worden aangebracht. In de hoogtijdagen van de bouwmaatschappij stonden in de fabriek onderdelen voor circa honderd woningen op voorraad, waardoor na aankoop van bouwgrond snel met de ontwikkeling en realisatie kon worden begonnen. miniatuur|De modelwoningen van Gerard Schouten en Gerrit de Jonge in een woonerf in Enschede De modelwoning was herkenbaar aan het platte dak dak dat was voorzien van enigszins isolerende halmplanken (ecologisch plaatmateriaal met een kern van geperst stro), de carport met aangrenzende berging en de functionele indeling van de begane grond, waarbij de keuken centraal stond in het gezinsleven. Deze stond direct in verbinding met de entree, hal, woonkamer, kinderspeel- of hobbyruimte en berging. Een opvallend detail was het vrijstaande terrazzo-aanrecht dat als keukeneiland fungeerde. Constructief bijzonder waren de exact boven elkaar geplaatste toiletruimten, die als dragende kern dienden voor het daaromheen gebouwde trappenhuis. Op de verdieping bevonden zich drie slaapkamers, elk met toegang tot een overdekt balkon (loggia) over de gehele breedte aan zowel de voor- als achterzijde van de woning.