De wilgenvaalhoed (Hebeloma pusillum) is een schimmel uit de familie Strophariaceae. Hij vormt ectomycorrhiza met wilg (Salix) in wilgenvloedbossen, wilgengrienden, kruipwilgstruwelen, vochtige tot natte duinvalleien, maar ook in loofbossen, lanen en gemengde loof- en naaldbossen op vochtige klei, zand, leem of veen.NMV Verspreidingsatlas Paddenstoelen
Kenmerken Uiterlijke kenmerken Hoed De hoed heeft een diameter van 1–3 cm. Het oppervlak zijdezacht glanzend of dof, bij vochtig weer glad en kleverig. De kleur is oker tot bruin in het centrum en de hoedrand bleekcrème.
Lamellen De lamellen zijn smal aangehecht. De kleur is grijsachtig, later oker. De lamelsnede is gelijk van kleur. Soms verschijnen er op de lamellen iriserende druppeltjes die na indrogen bruinrode strepen achterlaten.
Steel De steel is (14) 18-40 (58) mm lang en (1) 2-4 (6) mm dik. Bovenste deel witachtig en bedekt met vezelige schubjes of viltig, naar de basis toe donkerder, bruinachtig.
Geur en smaak Het vlees is dun, wit of waterig grijs. Radijsgeur, smaak eveneens radijsachtig of bitter.
Sporenprint De sporenprint is vaalbruin van kleur.
Microscopische kenmerken De smalle sporen zijn amandelvormig en de kleur is bruin. Ze zijn niet tot zwak dextrinoïde en meten (8,4) 9,8–14,9 (16,7) × (4,8) 5,0–8,1 (8,3) μm. De basidia meten (23) 24–38 (39) x (5) 6–1 μm. De cheilocystiden zijn knotsvormig met een lengte van een lengte van 41–70 μm en een kopbreedte van 7,4 tot 10,0 μm. De caulocystiden zijn aanwezig op de top van de steel en meten tot 75 μm.
Habitat Het is een terrestrische mycorrhizasoort. Hij groeit vooral op vochtige standplaatsen, in bossen en tuinen, op humusrijke grond, meestal onder elzen (vooral onder grauwe els) en wilgen.
Verspreiding De wilgenvaalhoed komt voor in Noord-Amerika, Europa en Azië.
In Nederland is komt de wilgenvaalhoed vrij zeldzaam voor.
Foto's
Categorie:Strophariaceae Categorie:Schimmelsoort