Jan Frans van Son (Antwerpen, gedoopt 16 augustus 1658 – Londen, begraven 28 januari 1701) was een Zuid-Nederlandse kunstschilder die voornamelijk werkzaam was in Engeland. Hij specialiseerde zich in stillevens, in het bijzonder bloem- en vruchtenstillevens.
Van Son was de zoon van de Antwerpse schilder Joris van Son en Cornelia van Heulem. Toen Van Son acht jaar oud was, overleed zijn vader. Vermoedelijk kreeg hij zijn opleiding bij Jan Pauwel Gillemans (I), waardoor zijn stijl weinig gelijkenis vertoont met die van zijn vader.
In 1677 was Van Son werkzaam in Antwerpen. Rond 1678 vertrok hij naar Londen, waar hij actief bleef tot aan zijn overlijden. In de periode 1693–1694 woonde hij in de parochie van St. Martin in the Fields, zoals blijkt uit de four shillings in the pound tax. Hij trouwde op 6 mei 1684 met Elizabeth Harler, afkomstig uit een familie die banden had met de Londense kunstwereld. Uit dit huwelijk werden minstens vijf kinderen geboren. Het merendeel van hen overleed echter jong. Volgens de kunstschrijver Weyerman stierf Van Son van verdriet na het verlies van een dochter. Hij werd begraven in St James's Church in Piccadilly, Londen.
Van Son was tevens werkzaam als kunsthandelaar. Een belangrijke beschermheer was Charles Robartes, 2nd Earl of Radnor.
Categorie:Zuid-Nederlands kunstschilder (voor 1830) Categorie:Engels kunstschilder Categorie:17e-eeuws schilder