Johannes Herman Thal Larsen (Probolinggo (Nederlands-Indië), 6 april 1870 - Wageningen, 15 maart 1939) was een Nederlands waterbouwkundige, gespecialiseerd in irrigatie. Hij heeft lang in Nederlands-Indië gewerkt en was hoogleraar in Wageningen. Hij huwde op 3 september 1895 in Haarlem met Anna Sobels.
Opleiding Zijn opleiding genoot hij grotendeels in Holland. Hij doorliep de HBS te Haarlem; ook volgde hij een paar jaren de colleges aan het Technicum te Mittweida (Saksen). Dit was een privé hogeschool, die later de naam Hochschule Mittweida kreeg. Dit instituut was gespecialiseerd in opleidingen voor werktuigbouwkunde en elektrotechniek. In 1890 liet hij zich inschrijven als student aan de Polytechnische School te Delft. In 1894 verwierf hij het diploma van civiel-ingenieur.
Nederlands-Indië Nog hetzelfde jaar ging hij naar zijn geboorteland terug. Hij werd adspirant-ingenieur bij 's Lands Burgerlijke Openbare Werken (BOW), en geplaatst bij de dienst der Irrigatie. Hij was, met een onderbreking van een jaar buitenlands verlof (in 1904 - 1905), jaren achtereen in verschillende gewesten bij deze dienst werkzaam, en bracht het in 1915 tot hoofdingenieur 1e klasse en werd chef van de afdeling E (irrigatie, afwatering en waterkering) van het toenmalige Departement der Burgerlijke Openbare Werken.
In april 1918 vertrok hij met buitenlands verlof. Hij reisde via Amerika en vestigde zich tijdelijk te Berkeley (Californië). Daar zocht hij aanraking met de ingenieurskringen, in het bijzonder met dr. Samuel Fortier en diens staf van het Irrigation Investigations of the Agriculture Department — en maakte zich zijn verblijf ten nutte door het bezichtigen van bevloeiingswerken.
Wageningen In 1919 werd hij benoemd tot hoogleraar aan de Landbouwhogeschool te Wageningen, later is hij tot twee malen toe is aangezocht om op te treden als Directeur van het Departement der Burgerlijke Openbare Werken in Nederlands-Indië. Hij bleef echter in Wageningen.
Aan de Landbouwhogeschool was hem opgedragen: "het onderwijs in hydraulica, tropische cultuurtechniek en -bosbouwarchitectuur". Bij zijn ambtsaanvaarding op 21 mei 1919 hield hij een rede over "De invloed van bosschen op het régime van rivieren". De rede is ook opgenomen in De Waterstaats-Ingenieur van 1919 no. 11.
Mede uit dankbaarheid voor zijn krachtige medewerking bij de bouw van de nieuwe studentensociëteit werd hij in 1927 tot erelid van het Wagenings Studenten Corps benoemd.
Verenigingsleven Voor het verenigingsleven van de ingenieurs heeft Thal Larsen grote verdienste gehad. In Nederlands-Indië is hij vice-president van de Afdeling Ned. Indië van het Kon. Instituut van Ingenieurs geweest. Verder was hij een van oprichters van de Vereeniging van Waterstaats-ingenieurs (een vereniging van Waterstaatsingenieurs in Nederlands-Indië). En toen in Nederland een afdeling van die vereniging werd opgericht, trad hij ook onmiddellijk als lid toe. Hij was daarvan een trouw bezoeker en ijverig medewerker en hield hij meerdere voordrachten. In 1932 bijvoorbeeld: "Beschouwingen over een riviermond aan de Zuidkust van Midden-Java", voor welk probleem hij een meer dan gewone belangstelling had. In 1936 hield hij een lezing over: ”De betekenis van de kringwadoeks voor de Landbouw".
Publicaties Naast zijn werk in Wageningen hield grote belangstelling voor de irrigatie-techniek en het beleid t.a.v. watermanagement in Nederlands-Indië. Hij schreef hierover een aantal artikelen. In De Waterstaats-Ingenieur van 1920 schreef hij over „Reorganisatie-denkbeelden kritisch beschouwd"; in De Ingenieur van 1924, over de "Opheffing van het Departement der B.O.W. in Ned. Indië".
Meer technische artikelen zijn die in De Waterstaats-Ingenieur van 1923 over "Doel en beteekenis van den strekdam in de monding der Kali Tjokrojassan bij Pasirpoentjoe" (Pasir Puncu), en in De Waterstaats-Ingenieur van 1924 "Nogmaals het vraagstuk van den waterafvoer aan de Zuidkust van Kedoe".
In De Ingenieur van 1926 is opgenomen een voordracht, die hij gehouden heeft in een vergadering van het KIvI over "De bestrijding van zandbezwaren aan den voet van werkzame vulkanen op Java, in verband met de irrigatie en den waterafvoer".
Verder schreef hij in De Waterstaats-Ingenieur van 1928 "Een les uit de praktijk", waarin hij de aanzienlijke uitkolking en ontgronding in een paar door het Ramboethoofdkanaal gekruiste riviertjes benedenstrooms van die kruisingen behandelt en richtlijnen aangeeft om dergelijke beschadigingen te voorkomen.
In zijn publicaties beperkte hij zich niet tot de werken in Nederlands-Indië. In De Ingenieur van 1933 staat een bespreking van het door de betreffende commissie uitgebrachte rapport over de Wateronttrekking op de Veluwe, terwijl in De Ingenieur in Ned. Indië van 1934 de voordracht is gepubliceerd "over den indirekten invloed van atmosferischen neerslag op den grondwaterstand in sommige gevallen", die hij in januari 1934 heeft gehouden voor de Afdeling Nederland van de Vereeniging van Waterstaats-ingenieurs in Ned. Oost-Indië. Publicaties van Thal Larsen
Categorie:Waterbouwkundige in Nederlands-Indië Categorie:Nederlands waterbouwkundige