Cornelis Moninckx (Den Haag, ca. 1623 – aldaar begraven 17 november 1666) was een Noord-Nederlands glas- en kunstschilder, tekenaar, decorateur en musicus. Hij was werkzaam in Den Haag tussen 1640 en 1666.

Moninckx was een zoon van de kunstschilder Sybert Corneliszn Moninckx en Cornelia Nagel. Pieter Moninckx was zijn broer. Op 14 juli 1647 trad Cornelis in Den Haag in het huwelijk met Maria ter Borch uit Zwolle, met wie hij een zoon kreeg. Volgens sommige bronnen was zijn echtgenote een dochter van de Zwolse schilder Gerard ter Borch (II), waardoor hij verbonden raakte aan een vooraanstaande schildersfamilie. Buijsen, E. & Dumas, C. (red.) (1998) Haagse schilders in de Gouden Eeuw: het Hoogsteder Lexicon van alle schilders werkzaam in Den Haag 1600-1700. Den Haag: Kunsthandel Hoogsteder & Hoogsteder / Zwolle: Waanders.

In 1640 werd Moninckx lid van het Sint-Lucasgilde te Den Haag, waar hij aanvankelijk als glazenmaker werd vermeld. Hij schilderde genrestukken, landschappen en architectuurvoorstellingen. Omstreeks 1653 werkte hij samen met Dirck Craey, Andries de Haen en zijn zwager Paulus Dinant (I) aan het interieur van Huis Honselaarsdijk. Pieter Michelet leerde het schildersvak van hem. Hij werd herhaaldelijk genomineerd als hoofdman van het gilde en diende in die functie in de gildejaren 1655–1657. In 1656 behoorde hij tot de oprichters van de Confrèrie Pictura. Daarnaast was hij actief als musicus: in 1649 gaf hij samen met Paul Dinant (I) lessen in luitspel.Bredius, A. De schildersfamilie Moninckx, in Oud- Holland 7 (1889), p. 266-280 Moninckx kende ook tegenslag: rond 1652 verkeerde hij in financiële moeilijkheden en raakte hij verwikkeld in malversaties met de valsemunter Jan Rutger Crom, die in 1665 ter dood veroordeeld zou worden. Moninckx bracht diens valse dubbele dukaten in omloop. In de jaren 1665–1666 werkte hij ook samen met de beeldhouwer Bartholomeus Eggers. Hij maakte tekeningen voor het monument ter nagedachtenis aan de luitenant-admiraal Jacob van Wassenaer Obdam in de Grote Kerk in Den Haag.

Bij zijn overlijden woonde hij in een eenvoudig huisje aan de noordzijde van de Suijlenstraat te Den Haag. Hij werd begraven in de Kloosterkerk te Den Haag, twee dagen vóór zijn vrouw.

Categorie:Nederlands kunstschilder Categorie:17e-eeuws schilder